II. Weerstandsvermogen

Algemeen

Voor een adequate bedrijfsvoering is het belangrijk dat we risico’s en onzekerheden tijdig in beeld hebben en ze op een gestructureerde wijze beheersen. We nemen deel aan een samenleving die complex en aan verandering onderhevig is en dit vraagt om een passend risicobewustzijn.
De uitgangspunten van ons risicobeleid en de wijze waarop we dit beleid uitvoeren zijn beschreven in de ‘Nota risicomanagement (2018)’. Een van die uitgangspunten is dat er twee keer per jaar, bij de jaarstukken en de begroting, een integraal beeld geschetst wordt van de risico’s, de aanwezige weerstandscapaciteit en de ratio voor het weerstandsvermogen.

De verdere professionalisering van het risicomanagement en de wijze van presenteren van de risicoanalyse werden vertraagd. Aangezien we in 2020 volledig ingezet hebben op de drie sporen richting een terugkerend sluitend meerjarenperspectief, bleef deze doorontwikkeling achter.

In voorliggende paragraaf zijn de risico’s dus nog op de gebruikelijke manier beschreven en gekwantificeerd. In deze paragraaf informeren we u over:
- het gemeentelijke risicobeleid
- de hoogte van onze weerstandsratio met een toelichting op de omvang van onze risico’s
- de “BBV indicatoren” en conclusies over de financiële positie van onze gemeente

Risicobeleid
Met het risicobeleid willen we inzicht krijgen in de risico’s die we lopen. Dit inzicht helpt om:
- Maatregelen te treffen die voorkomen dat het risico zich voordoet.
- Te toetsen of er voldoende financiële ruimte is om de risico’s op te vangen, zonder dat dit leidt tot beleidswijzigingen.

We maken onderscheid tussen incidentele- en structurele weerstandscapaciteit.
Onder de incidentele weerstandscapaciteit verstaan we de algemene reserve.
Onze structurele weerstandscapaciteit bestaat uit een eventueel structureel begrotingsoverschot, de begrotingspost onvoorzien.

Het structurele weerstandsvermogen, oftewel de ruimte om financiële tegenvallers op te vangen, zonder ingrijpende beleidswijzigingen, is op dit moment nihil. Dat hoeft geen probleem te zijn, wanneer de meerjarenbegroting reëel en volledig is. In de Kadernota 2022 maken we voor u inzichtelijk of dit het geval is en wat dit betekent voor het structureel weerstandsvermogen.

Weerstandsratio
Ratio’s Weerstandsvermogen
Op basis van de rekeningcijfers 2020 is de ratio van ons incidentele weerstandsvermogen 1,07 (afgerond 1,1) en daarmee nog net voldoende. In deze berekening is geen rekening gehouden met een toevoeging van het rekeningresultaat 2020 aan de algemene reserve.

Ten opzichte van de jaarrekening 2019 is de ratio aanzienlijk gedaald. Dit heeft te maken met de vorming van de bestemmingsreserve Sociaal Domein. Hiervoor werd € 9 miljoen aan de algemene reserve onttrokken. Bovendien werd het rekeningtekort 2019 (€ 2 ton) ook uit de algemene reserve gedekt.

Deze ratio ligt in de lijn met de ratio uit de begroting 2020 (1,3) en de begroting 2021 (1,1). Zichtbaar is de krimp van de algemene reserve. Omdat de omvang van de risico’s ook afneemt is de afwijking van de ratio nog gering.

(Bedragen x  1.000) Begroting 2021 Rekening 2020 Begroting 2020 Rekening 2019
Eenmalige risico's 8.200 7.100 9.400 8.300
Eenmalige weerstandscapaciteit 8.700 8.100 12.400 19.200
Ratio 1,1 1,1 1,3 2,3
Kwalificatie
Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende

Toelichting op de tabel:
In de nota risicomanagement zijn de volgende kwalificatie opgenomen:
Uitstekend ( >2); Ruim voldoende (1,4 < 2,0); Voldoende (1,0 < 1,4); Matig (0,8 < 1,0); Onvoldoende (0,6 < 0,8) en Ruim onvoldoende (< 0,6).

Rekening 2019:
Bij een ratio van 2,3 hoort de kwalificatie uitstekend. Echter bij het vaststellen van de begroting 2020 is door de raad tevens besloten om per 1-1-2020 een bestemmingsreserve Sociaal Domein in te stellen van € 9,027 miljoen en dat bedrag te onttrekken uit de algemene reserve. Dit betekent dat de feitelijke ratio per 31-12-2019 is gedaald naar 1,2 (10,2 AR / 8,3 risico's) en daarbij hoort de kwalificatie voldoende.

Toelichting op de eenmalige risico’s
Bij de eenmalige risico’s passen we de volgende verdeling toe:
A. Grote projecten
B. Grondexploitatie algemeen
C. Coronacrisis
D. Overige risico’s

A. Grote projecten
In voorgaande jaarrekeningen namen we hier een beschrijving op van de actuele stand van zaken van grote (ruimtelijke) projecten. Als onderdeel van het ‘Stuurmodel Overbetuwe 2020’ stellen we nu ieder jaar het projectenboek op. Per project is daarin aandacht voor de specifieke risico’s. Voor risico’s als gevolg van prijsstijgingen nemen we in deze paragraaf – conform vorige jaren – een stelpost op van € 0,5 miljoen.
In deze toelichting wordt per project een actuele stand van zaken gegeven van de in de begroting 2020 opgenomen risico’s.

Spoorzone/Ontsluiting Heinz
Voor dit project zijn alle subsidies vastgesteld en zijn er geen risico’s meer aanwezig. In 2021 zal dit project administratief worden afgewikkeld.

Verbeteren infrastructuur Elst Noord NW
Het project ‘Spoorkruisingen Elst Noord’ bevat naast de onderdoorgang Rijksweg-Noord tevens het viaduct en de fietsverbinding 1e Weteringsewal en de flankerende infra. De kosten voor het totale project zijn geraamd op € 28,1 miljoen. Deze kosten worden voor een deel gedekt uit de bijdragen van ProRail, Ministerie van I&M, Provincie Gelderland en Park Lingezegen. Voor Overbetuwe resteert een (netto) investering van € 9,2 miljoen. Verwacht wordt dat het project binnen de beschikbaar gestelde middelen afgerond zal worden.

Knoop 38
Knoop 38 (speerpunt 14 van de Uitvoeringsagenda), bestaat uit de volgende deelprojecten:
1. Railterminal Gelderland (RTG)
2. Gebiedsmaatregelen Knoop 38
3. Afslag 38

Railterminal Gelderland (RTG)
Onderdeel van dit project vormt de aanvullende aankoopregeling die per amendement door de gemeenteraad is aangenomen (24 oktober 2017). Dit amendement is uitgewerkt en op 10 november (20rb000054) is door de gemeenteraad besloten:
• Een krediet van € 4.000.000 beschikbaar te stellen voor de aankoop van vastgoed;
• Een voorziening te treffen van € 930.000 ter dekking van het nadelig saldo voortvloeiende uit de verkoop van de woningen en de beheerskosten.
Omdat niet alle gemeentelijke plankosten verhaald kunnen worden bij de provincie, is er voor de jaren 2021 t/m 2025 een bedrag geraamd van € 180.000 (over de periode 2021 t/m 2025) voor niet verhaalbare gemeentelijke plankosten.

Gebiedsmaatregelen Knoop 38
De gebiedsmaatregelen worden door de gemeente gerealiseerd met een door de provincie Gelderland beschikbaar gesteld budget (€ 4,5 miljoen). Bij de keuze van de uit te voeren maatregelen is het beschikbare budget een harde randvoorwaarde. Mochten er meer maatregelen wenselijk blijken dan gaat het om uitbreiding van de scope en zal daarvoor aan de gemeenteraad aanvullend budget beschikbaar moeten stellen. Naast de investeringskosten dient er aanvullende dekking komen voor de toekomstige beheerskosten.

Afslag 38
Voor Afslag 38 is een intentieafspraak gemaakt met de gemeente Nijmegen en de Provincie
Gelderland om tot een robuuste oplossing te komen voor de verkeersafwikkeling voor zowel het snelverkeer als het langzame verkeer. Vanuit de gemeente Overbetuwe resteert nog een restant bestemmingsreserve van (afgerond) € 2,2 miljoen en er komt vanuit Park 15 een bijdrage van € 0,9 miljoen (tezamen € 3,14 miljoen). Bij het vaststellen van de begroting 2021 is besloten de extra kosten ad € 4 miljoen voor de gemeente Overbetuwe, te dekken uit: de bestemmingsreserve bovenwijks (€ 1 miljoen) en door het voteren van een extra krediet (€ 3 miljoen af te schrijven in 20 jaar).

Land van Tap
In 2015 is door de gemeente het “Land van Tap” aangekocht . In de jaarrekening 2019 zijn de gronden afgewaardeerd tot marktwaarde. De jaarlijkse plankosten worden afgeboekt. Op 5 januari 2021 heeft het college besloten om aan de raad voor te stellen: de Ontwikkelvisie Land van Tap vast te stellen en het college de opdracht te geven om in een uitvoeringsplan een sluitende exploitatie te onderzoeken. Er is op een aantal aspecten nadere studie benodigd. In een uitvoeringsplan wordt een sluitende exploitatie onderzocht met een eventuele bijdrage uit de bestemmingsreserve bovenwijks en/of het gemeentelijke rioleringsplan en/of eventuele (provinciale) subsidie. Gezien de financiële situatie op dit moment zal het dan ook nog een tijd duren voordat er een uitvoeringsplan ligt. Ná de vaststelling van een uitvoeringsplan volgt de verdere planvorming en aanbesteding. Naar verwachting zal dit niet eerder zijn dan het jaar 2023, dan zijn ook de risico’s van de verdere ontwikkeling inzichtelijk.

Schil Zetten Hemmen
Als onderdeel van een landschappelijke bufferzone met daarbij de realisatie van een algemene begraafplaats in Zetten is in de Programmabegroting 2017 voor dit project een taakstellend budget van € 350.000 opgenomen. De Raad van State heeft in 2020 uitspraak gedaan en het bestemmingsplan voor de begraafplaats is hiermee onherroepelijk geworden.
Hiermee zijn alle risico’s afgedekt.

De Danenberg
Voor de ontwikkeling van landschapspark de Danenberg zijn gemeentelijke bijdragen beschikbaar gesteld van totaal € 1,1 miljoen. De komende periode wordt dit project met de partners nader uitgewerkt en wordt bezien of het project haalbaar is binnen dit taakstellende budget.

MFC Valburg
In de gemeenteraad van 23 februari 2021 (20rb000157) zijn de volgende kredieten beschikbaar gesteld:
• € 505.000 vanwege een tegenvallende SPUK bijdrage en overschrijding op de bouwkosten voor de realisatie van het MFC Valburg.
• € 350.000,00 ten behoeve van de herinrichting van de buitenruimte bij MFC.
Hiermee zijn alle risico’s afgedekt.

MFC Herveld
Met de vereniging ‘Ons Dorpshuis’ heeft de gemeente begin 2019 overeenkomsten gesloten. Een subsidie ‘SteenGoed benutten’ van de provincie Gelderland, ter financiering van het Jupiterplein, ad. € 500.000 is toegekend. We verwachten dat dit project met een overschrijding van ca. € 30.000 ten opzichte van het beschikbare gestelde krediet wordt afgerond.

MFA Randwijk
Het MFA Randwijk is in 2020 opgeleverd en zal in 2021 administratief worden afgewikkeld.

Huisvesting OBC
In 2017 is besloten dat de nieuwbouw voor het OBC zal plaatsvinden op de locatie De Vinkenhof te Elst. Voor de realisatie van de nieuwbouw inclusief de 1e inrichting en de gymzaal is een krediet beschikbaar gesteld van € 9,2 miljoen. Door de gestegen bouwkosten is in deze begroting (zie PNL 2020) een verhoging van het krediet opgenomen van € 3.116.000. Hierdoor zijn er voldoende dekkingsmiddelen aanwezig. De oplevering van het schoolgebouw staat gepland in de zomer van 2021.

Projecten in voorbereiding
Voor onderstaande projecten zijn kredieten beschikbaar in de meerjarenbegroting. Afhankelijk van de te maken keuzes bestaat de kans dat aanvullend krediet nodig is.

Hart van Oosterhout
De eerste fase van dit project betreft de verplaatsing van het dorpshuis “De Schakel” naar de Sint Leonarduskerk en een aanbouw van een nieuwe gymzaal en de (her)inrichting van de openbare ruimte. Op basis van het huidig inzicht is het beschikbare budget van € 3 miljoen niet toereikend om deze investeringen te kunnen realiseren.

Multifunctioneel sportcomplex
Bij de kostenraming voor dit project (€ 22 miljoen) is geen rekening gehouden met de kosten voor grondverwerving, inrichting van de openbare ruimte en toekomstige extra exploitatielasten.

De Wanmolen
Voor dit project is een krediet beschikbaar van € 7,3 miljoen. Het uitgangspunt hierbij is dat een deel van de toekomstige kapitaallasten gedekt zullen worden uit huuropbrengsten, hierover is nog geen overeenstemming met de mogelijke toekomstige gebruikers.
Bij dit krediet is geen rekening gehouden met de wensen van de omwonende voor de herinrichting van het aangrenzende Schweitzerpark.

B. Grondexploitatie algemeen
Risicoanalyse
Voor de grondcomplexen wordt elk jaar een gewogen risicoanalyse opgesteld. De gewogen risicobedragen per 1-1-2021 van de actieve en passieve (in exploitatie en nog in exploitatie te nemen) complexen over de periode 2021-2025 bedragen in totaal afgerond € 1,1 miljoen. Voor dit bedrag wordt met ingang van 2016 geen afzonderlijke voorziening meer opgenomen. Tijdens het boekjaar vindt monitoring plaats van alle gewogen risicoanalyses uit het oogpunt van risicobeheersing en planoptimalisatie.

Ruimtelijke initiatieven en passieve grondcomplexen
De gemeente faciliteert een aantal ruimtelijke initiatieven en passieve grondcomplexen die voor rekening van initiatief nemende partijen worden uitgevoerd. We noemen het een passief grondcomplex als er een overdracht van nieuwe openbare ruimte naar de gemeente plaatsvindt. Het uitgangspunt bij al deze projecten is dat de gemeentelijke kosten bij de initiatiefnemer worden verhaald. Hiervoor worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt en zekerheden in de vorm van een bankgarantie of concerngarantie gevraagd. Voor het deel van de kosten dat mogelijk niet verhaald kan worden, wordt jaarlijks een voorziening gevormd of deze kosten worden afgeboekt.

Krapte op de arbeidsmarkt
Voor bepaalde vakdisciplines die nodig zijn voor het realiseren van onze ruimtelijke projecten en grondexploitaties is er een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor zijn wij genoodzaakt externe medewerkers / diensten in te huren. Hier zijn hogere kosten aan verbonden en deze extra plankosten zijn niet altijd bij derden verhaalbaar.

Vennootschapsbelasting (Vpb)
Per 1 januari 2016 zijn gemeenten vennootschapsbelastingplichtig. In het eerste kwartaal 2018 is uit overleg met de belastingdienst gebleken dat de gemeente Vpb-plichtig is voor de grondexploitatie. Om die reden wordt jaarlijks in de begroting / jaarrekening een inschatting opgenomen voor te betalen Vpb.

Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem Nijmegen (RPW)
In het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) maakt de regio Arnhem Nijmegen afspraken over de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Begin 2021 wordt het nieuwe RPW vastgesteld door alle raden in de regio Arnhem Nijmegen en door de provincie. In tegenstelling tot het vorige RPW 2018-2020, waarbij het overaanbod van bedrijventerreinen moest worden teruggebracht, biedt het nieuwe RPW ruimte voor nieuwe ontwikkelingen voor bedrijventerreinen. Dat betekent dat er geen bedrijventerreinen in Overbetuwe meer geschrapt moeten worden.

Woningbouwprioritering
Sinds 2017 hebben we een nieuwe manier van sturen en programmeren van woningbouw. We sturen als gemeente nu op realisatie en kiezen op basis van kwaliteit. De nieuwe systematiek en bijbehorend afwegingskader biedt tevens meer duidelijkheid over de eventuele financiële gevolgen en/of risico’s voor de gemeente in actieve complexen (een zeer beperkt deel van het totaal van plannen).

C. Corona
De uitbraak van het Corona-virus heeft in 2020 een nieuwe werkelijkheid gecreëerd. In eerste instantie was de inzet van de gemeente vooral gericht op het bestrijden van het virus, het continueren van de dienstverlening en het verlenen van steun aan inwoners, ondernemers en instellingen. Na een korte periode van versoepeling van maatregelen, bleek de inzet van landelijke maatregelen wederom noodzakelijk. Daarmee werd het steunpakket aan inwoners, ondernemingen en instelling verlengd en waar nodig ook uitgebreid.

Door de provincie en het Rijk zijn de kosten en inkomstenderving als gevolg van de coronacrisis gecompenseerd. De compensatie die we in 2020 ontvingen bleek hoger dan de lasten die we in dit kader gemaakt hebben. Dit surplus zal gereserveerd worden voor toekomstige corona lasten. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we naar de paragraaf Corona.

D. Overige risico's
Garantieverplichtingen

(bedragen x € 1 miljoen)

 

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

39,6

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

121,0

Stichting Waarborgfonds Sport (SWS)

   0,2

Particulieren (voormalige gemeentegaranties)

 14,1

Overige garanties en borgstellingen

   0,7

Totaal

               175,6

Het totaalbedrag aan garanties is ten opzichte van de laatst opgestelde paragraaf (bij de begroting 2021) afgenomen met afgerond € 1,2 miljoen, voornamelijk door afname van garanties van de onderdelen WSW en particulieren.
Het overgrote deel van de garanties heeft betrekking op garanties voor eigen woningen. Voor garanties vanaf 1-1-2011 loopt de gemeente hiervoor geen concreet risico meer. Dat geldt ook voor de garanties aan particulieren, waarvoor het risico in het verleden is afgekocht.
Voor de overige garanties loopt de gemeente een secundair of tertiair risico. Dat betekent dat de gemeente pas in tweede of in derde instantie wordt aangesproken. Het is nog steeds verantwoord er vanuit te gaan dat er in de voor ons liggende jaren geen substantieel beroep zal worden gedaan op de door de gemeente verstrekte garanties of afgegeven achtervang.

Brandbestrijding, hulpverlening bij rampen, opruiming explosieven
In het geval van incidenten op “rampschaal” kan de gemeente worden geconfronteerd met flinke financiële aanspraken. Daarbij moet worden gedacht aan herstelwerkzaamheden, opvang, begeleiding en compensatie van schade. Verder kan het bij grondwerkzaamheden noodzakelijk zijn om oude explosieven op te ruimen. Bij nieuwe projecten, waarbij deze kans bestaat, wordt al zoveel mogelijk een kostenraming opgenomen en worden kosten, waar mogelijk doorbelast aan projectontwikkelaars, e.d. Ook kan de gemeente een deel van de kosten (70%) bij het rijk declareren. Een deel van de kosten blijft echter voor rekening van de gemeente en hiervoor is geen bestemmingsreserve meer beschikbaar. Eventuele kosten van de beschreven onderdelen kunnen in eerste instantie worden opgevangen met de “Algemene stelpost rekening tekort e.d.” van € 5 miljoen (zie totaaloverzicht).

Juridische procedures ruimtelijke plannen e.d.
De mogelijkheid bestaat dat aan de algemene reserve middelen moeten worden onttrokken om één of meerdere langslepende (ruimtelijke) kwesties voor de gemeente tot een goed eind te kunnen brengen. Hiervoor nemen wij standaard een risicobedrag op van € 0,5 miljoen.

Opvang tekorten jaarrekening en verbonden partijen.
Als deelnemer aan een verbonden partij zijn we (indirect) verantwoordelijk voor de financiële risico’s van deze partij. Inzicht in de risico’s van een verbonden partij en sturing op de beheersing van deze risico’s is daarom belangrijk. In de “paragraaf Verbonden Partijen” is het risicoprofiel van de verbonden partij beschreven.
In ons eigen risicoprofiel houden we in dit onderdeel “overige risico’s” rekening met deze risico’s. Eventuele rekeningtekorten en extra bijdragen aan verbonden partijen kunnen in eerste instantie worden opgevangen met de “Algemene stelpost rekening tekort e.d.” van € 5 miljoen (zie totaaloverzicht).

E. Recapitulatie incidentele financiële risico’s                                         

(bedragen x €1 miljoen)

 

A. Grote projecten

 

          Prijsstijgingen

0,5

B. Grondexploitatie algemeen 

 

          Gewogen risicoanalyse

1,1

C. Overige risico’s

 

          Juridische procedures

0,5

          Algemene stelpost rekening tekort, e.d.   

5,0

Totaal eenmalige financiële risico’s

7,1

 

Structurele risico’s
Hieronder beschrijven wij de belangrijkste risico’s waaruit structureel financiële consequenties voort kunnen vloeien.

De decentralisaties in het sociaal domein
In oktober 2020 is het beleidsplan Sociaal Domein door de gemeenteraad vastgesteld. Het beleidsplan beschrijft de ambitie voor de uitvoering van onze taken op het gebied van de Jeugdwet, Wmo en de Participatiewet, en de doelen die we willen bereiken. Centraal daarin staat de beweging om het Sociaal Domein te transformeren, waarbij het voorliggende veld verder versterkt wordt en ingezet wordt op preventie. We hebben de belangrijkste activiteiten daartoe voor de komende jaren benoemd. Concrete uitwerking hiervan beschrijven we in diverse uitvoeringsplannen, waaronder het jaarlijkse te actualiseren uitvoeringsplan STO (Sociaal Team Overbetuwe). We verwachten middels de activiteiten die we inzetten zoals beschreven in dit beleidsdocument en in het uitvoeringsplan STO belangrijke stappen te zetten om financieel in control te komen. Hiertoe is in oktober 2020 tevens een aantal maatregelen geformuleerd. Eventuele bijstellingen ten opzichte van de begroting worden meegenomen in de reguliere P&C cyclus. 
De structurele risico’s die voortvloeien uit de taken in het sociaal domein kunnen we beter in beeld brengen dan eerder. We hebben meer zicht op de omvang van de vraag naar zorg, maar dat zicht is nog onvoldoende om een valide trendmatige prognose te maken van daarmee samenhangende zorgkosten. Onze nieuwe monitor en dashboard helpen ons bovendien om steeds beter, op basis van ervaringscijfers van afgelopen jaren, de kostenontwikkeling in beeld te krijgen.

BBV-indicatoren

Voor een beter inzicht in de financiële positie van de gemeenten is er een zestal wettelijke indicatoren ontwikkeld. De verandering van onze financiële positie komt ook in de scores van deze indicatoren tot uitdrukking.

In onderstaande tabel is niet alleen het betreffende kengetal voor de jaarstukken 2020 opgenomen, maar ook die van de begroting 2020 en het jaarverslag 2019. Bij de beoordeling van de financiële positie is het immers ook relevant om inzicht te hebben hoe de kengetallen zich ontwikkelen ten opzichte van voorgaande jaren. Door de visuele weergave is de duiding van de risico categorieën in één oogopslag zichtbaar.





Zoals uit de grafieken blijkt zitten we met het kengetal structurele exploitatieruimte in de categorie C 'meest risicovol'. Het kengetal solvabiliteit ligt met een score van 20% precies op de grens van 'neutraal' en 'meest risicovol'. De beslissingen die, in het kader van spoor 2, nodig zijn voor een structureel sluitende meerjarenbegroting (spoor 2) zullen een positief effect gaan hebben op deze scores.