Meer
Publicatiedatum: 08-10-2020

Inhoud

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inhoud

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de financiële verordening gemeente Overbetuwe 2017, vastgesteld door de raad op 6 december 2016 en de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. In deze toelichting worden de balansposten nader toegelicht.


1.       Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.


Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt.

Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan de gemeenten afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2017 van de commissie BBV het volgende. Gemeenten kunnen op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen WMO-administratie. Probleempunt is dat door het ontbreken van inkomensgegevens op deze overzichten de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend is om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen als gevolg van het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht. De gemeente zal deze onzekerheid in de jaarstukken moeten noemen, ook al ligt de oorzaak niet bij de gemeente.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.


2.       Balans

Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en de waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.


Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden annuiteitsgewijs in maximaal 5 jaar afgeschreven.

Saldi van agio en disagio en kosten van sluiten van geldleningen worden afgeschreven in een termijn die gelijk is aan de looptijd van de lening.

Met ingang van 2016 schijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor dat bijdrage in de activa van derden wordt gepresenteerd onder de immateriële vaste activa. Tot en met 2015 werden deze conform de BBV gepresenteerd onder de financiële vast activa.

Bijdragen aan activa van derden worden geactiveerd. Dergelijke geactiveerde bijdragen zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

Materiële vaste activa
Deze materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen vervaardigings- c.q. verkrijgingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht, waarbij wordt afgeschreven op het saldo.

# Materiele vaste activa met economisch nut
Materiële vaste activa met economisch nut worden annuiteitsgewijs afgeschreven in:

  1. 60 jaar: aanleg van riolen
  2. 45 jaar: aanleg van pomphutten en persleidingen
  3. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen
  4. 25 jaar: renovatie, restauratie woonruimten en bedrijfsgebouwen
  5. 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen, aanleg van pompinstallaties
  6. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, kantoormeubilair, schoolmeubilair, aanleg tijdelijke terreinwerken, nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen, groot onderhoud woonruimten en bedrijfsgebouwen 
  7. 5 jaar: automatiseringsapparatuur en programmatuur

afschrijvingstermijn afzonderlijk vast te stellen: unieke projecten niet vallend onder het bovenstaande.

Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.

Activa met een verkrijgingspijs van minder dan € 5.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemde worden altijd geactiveerd. Conform de notitie grondexploitaties 2016 van de commissie BBV zijn NIEGG en bouwgronden in exploitatie (BIE) die per 1 januari 2016 uit exploitatie zijn genomen, op basis van een overgangsbepaling tegen de boekwaarde per 1 januari 2016 (ingangsdatum Wijzigingsbesluit) geherrubriceerd naar de materiële vaste activa. Deze overgangsbepaling heeft een looptijd van 4 jaar. Uiterlijk 31 december 2019 zal een toets plaatsvinden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming op het moment van de marktwaardetoets. Wordt daarbij een duurzame waardevermindering vastgesteld, dan zal dat uiterlijk 31 december 2019 leiden tot een afwaardering van deze gronden.

# Materiele vaste activa met maatschappelijk nut
Met ingang van 2017 is het niet meer toegestaan om kapitaaluitgaven met een meerjarig maatschappelijk nut gedaan in de openbare ruimte onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves in één keer ten laste van de exploitatie te brengen. Deze investeringen moeten met ingang van 2017 worden geactiveerd en afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur.

Kapitaaluitgaven in de openbare ruimte met een meerjarig maatschappelijk nut (aanleg, groot onderhoud en reconstructie van wegen, waterwegen, civiele kunstwerken, groen en kunstwerken) worden afgeschreven in 20 jaar.

Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zonodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.


Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (“kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen” in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Tot dusver is een dergelijke afwaardering gelukkig niet noodzakelijk gebleken. De actuele waarde ligt ruim boven de verkrijgingsprijs.

Voorraden
De als “onderhanden werken” opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken), alsmede de rentekosten berekend zoals voorgeschreven in het BBV en de administratie- en beheerskosten.

Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen:

  1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat.
  2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht.
  3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht.

Uitzettingen
De vorderingen zijn opgenomen tegen hun nominale waarde onder aftrek van eventuele noodzakelijk geachte voorzieningen wegens oninbaarheid.

Liquide middelen
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.


Overlopende activa
De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Passiva
Voor zover niet anders vermeld, zijn de passiva gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening.

Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies.

De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter op de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd.
De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die terzake geformuleerd zijn. In de paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid terzake nader uiteengezet.

Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd voor:

a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is doch redelijkerwijs te schatten.
b. bestaande risico’s op balansdatum terzake van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is.
c. kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt maar de oorsprong hebben in het begrotingsjaar of een eerder begrotingsjaar en de voorziening strekt tot kostenegalisatie.
d. Van derden verkregen middelen (niet zijnde rijk, provincie, EU) die specifiek besteed moeten worden.

Vaste schulden
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer.


Vlottende passiva
De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Borg- en Garantstellingen
Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen.