Meer
Publicatiedatum: 10-12-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Uiteenzetting financiële positie

Algemeen

In de dit hoofdstuk schetsen wij op beknopte wijze het financiële beeld voor de periode 2020-2023. De indeling van dit financiële hoofdstuk is als volgt. 

Allereerst informeren we u over de omvang van  de begrotingssaldi 2020 tot en met 2023 en lichten we toe wat de afwijkingen zijn ten opzichte van de Kadernota 2020. Vervolgens geven we u inzicht in de extra kosten van het Sociaal Domein en de wijze waarop we deze lasten de komende vier jaar terug willen brengen en dekken. Na de verwachte ontwikkeling van de algemene reserve vindt u de gehanteerde uitgangspunten en tot slot een recapitulatie.

Begrotingssaldi 2020-2023

De begroting 2020 heeft een overschot van € 0,9 miljoen. In de jaren daarna schommelt het overschot tussen ca. € 0,4 miljoen en € 0,6 miljoen.

Voor de zomer stelde u de Kadernota 2020 vast. Uit onderstaande tabel blijkt dat het huidige begrotingsresultaat voor 2020 nagenoeg gelijk is aan wat we voorzagen bij de Kadernota. De verwachte resultaten voor 2021 en met name 2022 en 2023 zijn echter aanzienlijk lager dan in de Kadernota.

(bedragen x € 1.000)

2020

2021

2022

2023

Begroting 2020-2023

+ 895

+ 408

+ 534

+ 609

Kadernota 2020

+ 850

+ 606

+ 1.180

+ 1.260

Verschil t.o.v. de Kadernota

+ 45

- 198

- 646

- 651

(saldi van de voorgaande jaarschijf werken telkens door in volgende jaarschijf)



Deze verschillen zijn als volgt te verklaren.

Voordelen 2020 2021 2022 2023
- hogere algemene uitkering ten gevolge van meicirculaire 2019 497 386 99 220
- afvalverwijdering 363 363 363 363
Totaal voordelen 860 749 462
583
         
Nadelen 2020 2021 2022 2023
- prijsstijgingen 244 244 244 244
- cao ontwikkelingen
200 292 388 489
- Tussenrapportage 2-2019 en 3-2019
241 241 241 241
- hogere lasten verbonden partijen
34 134 234 334
- diverse kleinere afwijkingen
96 36 1 -74
Totaal nadelen 815 947 1.108 1.234
Verschil met Kadernota 2020 (saldo voor- en nadelen) + 45 - 198 - 646 - 651


Hieronder een korte toelichting op de belangrijkste afwijkingen.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing
De uitgaven op het taakveld afvalstoffenheffing stijgen door formatie-uitbreiding, hogere verwerkingslasten en de uitkomsten van een nieuwe aanbesteding. Naast de directe lasten rekenen we bij 100% kostendekkendheid ook een deel van de gemeentelijke overhead (gekoppeld aan de formatie) en de BTW (gekoppeld aan de  uitvoeringskosten) toe aan het tarief. De hogere uitgaven op het taakveld leiden tot hogere toerekening van overhead en BTW en dit heeft een positief effect op het begrotingssaldo.

Prijsstijgingen
In de Kadernota was voor prijsstijgingen structureel € 138.000 opgenomen. Deze “afwijking op de nullijn” werd de afgelopen jaren gehanteerd voor de prijsstijgingen. Tijdens het opstellen van de begroting 2020 bleek dit bedrag ontoereikend. De krapte op de markt in het fysiek domein en de stijging van onze omzet door de nieuwe taken Sociaal Domein vragen om een andere visie op het ramen van prijscompensatie. Voor 2020 hebben we de noodzakelijke prijsstijgingen in de begroting verwerkt. De prijsstijging in de jaren 2021 en verder ramen we vooralsnog overeenkomstig de Kadernota.


Afwijking Programma Nieuwe Lasten t.o.v. de Kadernota
We hebben het PNL 2020-2023 (Financiële begroting onderdeel X), ten opzichte van de Kadernota, op een aantal onderdelen aangepast. Het gaat om de volgende aanpassingen:

- Veilig oversteken Ceintuurbaan

Op grond van aangenomen amendement A1 bij de behandeling van de Kadernota 2020 is een investeringsbudget van € 50.000 opgenomen in jaarschijf 2020.

- Bronzen beeld generaal Sosabowski
Op grond van aangenomen amendement A2 bij de behandeling van de Kadernota 2020 is een eenmalig budget van € 20.000 opgenomen in jaarschijf 2020.

- Eerste proefjaar knuffelbijen
Op grond van aangenomen amendement A7 bij de behandeling van de Kadernota 2020 is een eenmalig budget van € 10.000 opgenomen in jaarschijf 2020.

Ontwikkeling locaties woonwagenstandplaatsen
Op grond van aangenomen amendement A6 bij de behandeling van de Kadernota 2020 zijn de investeringsbedragen in jaarschijf 2020 en 2021 vervangen door een pm-bedrag.

De totale structurele lasten per jaarschijf van het PNL bij deze Programmabegroting zijn afgerond als volgt:
2020      €    1.346.000

2021      €        782.000
2022      €        259.000
2023      €        965.000

Naast bovenvermelde structurele bedragen wordt er via het PNL 2020-2023 per saldo € 2.554.000 aan middelen uit de algemene reserve gehaald. Voor diverse rioleringsprojecten wordt er in de jaren 2020-2023  voor ca. 0,9 miljoen over de voorziening riolering beschikt.

Sociaal domein

We hebben een aantal stappen gezet om de tekorten op met name de Jeugdzorg beheersbaar te maken. De ontwikkeling van Overbetuwe SAMEN is hierbij een belangrijke stap, maar ook de nieuwe regionale aanbesteding voor de Wmo en de Jeugdwet, maatregelen ten aanzien van informatievoorzieningen en bedrijfsvoering, en het ombuigen van maatwerkvoorzieningen naar het versterken van voorliggende mogelijkheden. Deze stappen zijn vertaald in de begroting. Sommige korte termijn maatregelen, maar ook de voorbereiding op Overbetuwe SAMEN vragen een extra investering. 

De geactualiseerde raming van de kosten, de besparingen en de inzet van de toegezegde  rijksvergoeding van het rijk voor de Jeugdzorg, leidt tot het volgende plaatje.

( bedragen x € 1.000) Extra budget Besparing Meicirc. 2019  Inzet reserve
jaarschijf 2020 3.625 300 833 2.492
jaarschijf 2021 3.215 250 860 2.105
jaarschijf 2022  3.215 750 0 2.465
jaarschijf 2023 3.215 1.250 0 1.965
Totaal 13.270 2.550 1.693 9.027


De inzet van een reserve voor de extra lasten Sociaal Domein geeft ons de tijd voor het structureel terugdringen van de tekorten. Het is toegestaan om eenmalig het surplus van de algemene reserve in te zetten voor de dekking van deze kosten, zonder dat dit ten koste gaat van het structurele begrotingsevenwicht. Door de kosten vooralsnog te dekken uit een reserve ontstaat er tijd om binnen vier jaar het tekort terug te brengen of alternatieve dekking te vinden.

Ontwikkeling van de Algemene Reserve

Het verloop van de algemene reserve is in onderstaande tabel weergegeven (De bedragen zijn x € 1.000). Ten opzichte van de begroting 2019 zien we een behoorlijke daling als gevolg van lagere begrotingsoverschotten en de onttrekking voor de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve Sociaal Domein.


Jaar (op 1-1)

Minimum

Begroting 2019

Kadernota 2020

Actuele prognose

2019

10.000

23.937

19.335

19.335

2020

10.000

26.613

21.760

12.448

2021

10.000

30.582

20.715

13.957

2022

10.000

39.751

20.403

16.039

2023

10.000

42.951

19.011

16.146


Een specificatie van de mutaties van de algemene reserve vindt u bij de financiële begroting onderdeel VI.

In de Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing geven wij een toelichting op de ontwikkeling van het eenmalige en structurele weerstandsvermogen. De conclusies zijn:
Het incidentele weerstandsvermogen (verhouding tussen eenmalige risico’s en eenmalige weerstandscapaciteit): voldoende
Het structurele weerstandsvermogen (structurele risico’s t.o.v. structurele weerstandscapaciteit): ruim voldoende

Uitgangspunten van deze begroting

Voor de becijfering van een nieuw meerjarenperspectief maken we een inschatting van de financiële ontwikkelingen. Belangrijke onderdelen zijn de ontwikkeling van de lonen, prijzen, bijdrages aan samenwerkingsverbanden, rente en algemene uitkering.

In deze begroting hanteren we hiervoor de volgende uitgangspunten:

Uitgangspunten:

2020

2021-2023

Loonontwikkelingen

Cao akkoord 2019

2,5%

Prijsontwikkelingen

Op basis van contracten

Afwijking nullijn (€ 138.000)

Samenwerkingsverbanden

Op basis van begroting samenwerkingsverband

2%

Rente

2%

2%

Algemene uitkering

Meicirculaire 2019

Meicirculaire 2019

Verhoging OZB, overige heffingen en huurinkomsten

2,5%

1,5%

Afvalstoffenheffing en rioolrecht

100% kostendekkend

100% kostendekkend

 

Recapitulatie

Hieronder is een recapitulatie opgenomen met de uitgaven per programma en de belangrijkste inkomsten voor de gemeente in 2020. Per saldo is er sprake van een begrotingsoverschot van afgerond € 895.000.

In 2020 wordt bijna € 105 miljoen uitgegeven aan de tien programma’s en bijbehorende projecten. In onderstaande tabel ziet u hoe dat bedrag over de verschillende programma’s wordt verdeeld.

UITGAVEN 2020  (bedragen x € 1.000 en afgerond op € 100.000)  
 1. Openbare orde en veiligheid    3.500
 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 5.000
 3. Economische zaken  700
 4. Onderwijs      5.800
 5. Cultuur, sport en recreatie 8.700
 6. Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening 46.200
 7. Volksgezondheid en milieu   10.700
 8. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting   3.400
 9. Financiën en bedrijfsvoering 15.200
10. Algemeen bestuur 2.900
 Totale uitgaven programma’s en bijbehorende projecten  102.100
 Diverse overige lasten (onvoorz., inning belast., stort. reserves) 2.700
 Totaal uitgaven  104.800


Tegenover bovenstaande uitgaven staan uiteraard ook inkomsten. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de belangrijkste inkomstenbronnen in 2020.

 INKOMSTEN 2020  (bedragen x € 1.000 en afgerond op € 100.000)  
 OZB  7.600
 Afvalstoffenheffing 5.200
 Rioolheffing  2.200
 Huuropbrengst accommodaties (o.a. De Helster)  1.200
 Uitkeringen gemeentefonds    58.400
 Uitkeringen sociaal deelfonds   7.600
 Rente eigen en vreemd vermogen   900
 Leges (o.a. bouwvergunningen, APV)    1.700
 Doeluitkeringen Rijk (o.a. WWB)    8.400
 Precariobelasting  300
 Onttrekkingen uit reserves     5.100
 Diverse overige baten (incl. begrotingsoverschot € 895.000)  7.100
 Totaal inkomsten  105.700