Meer
Publicatiedatum: 10-12-2019

Inhoud

Programma onderdelen

IV. Financiering

Beleidskader

Het financieringsbeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut en gebaseerd op de wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). De uitvoering van het financieringsbeleid wordt gedaan door de treasuryfunctie, binnen de kaders van het Treasurystatuut. De Wet Fido geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie. Een belangrijk uitgangspunt van deze wet is dat een gemeente voorzichtig moet omgaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm op langlopende leningen. Daarnaast zijn decentrale overheden zijn sinds eind 2013 verplicht om deel te nemen aan schatkistbankieren, maar kunnen niet lenen bij de schatkist. Het schatkistbankieren verplicht gemeenten om hun overtollige financiën onder te brengen bij het Rijk. Tot een bepaald bedrag mogen gemeenten hun overtollige financiën wel buiten de schatkist van het Rijk houden. Voor onze gemeente bedraagt dit drempelbedrag in 2020 € 786.000. Het schatkistbankieren wordt door de gemeente gebruikt voor tijdelijke geldoverschotten.

Marktontwikkelingen

De Europese economie laat in 2019 tekenen van zwakte zien. De verwachte economische groei is lager dan gewenst en ook de inflatie blijft achter bij verwachting. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft aangegeven dat ze zal ingrijpen door het beleid verder te verruimen, als verbetering van de vooruitzichten uitblijft. Tot de monetaire instrumenten die de ECB in kan zetten behoren verlagingen van de officiële ECB rentes en ook het wederom uitbreiden van opkoopprogramma's. De korte rente (3-maands Euribor) zal naar verwachting in 2020 dalen naar circa - 0,50% (negatief). De 10 jaars NL rente op staatsobligaties zal naar verwachting in 2020 circa - 0,20% (negatief) zijn.

Leningenportefeuille

De verwachte financieringsbehoefte van de gemeente in 2020 bedraagt € 23 miljoen, waaronder € 10 miljoen aan herfinanciering. Daarmee wordt voorspeld dat de leningenportefeuille zal toenemen tot € 77 miljoen per ultimo 2020. De geldstromen die voortkomen uit investeringen in projecten en de verkopen van grondcomplexen bepalen in grote mate de omvang van de financieringsbehoefte. Als de investeringen en of de opbrengsten, voornamelijk uit grondverkopen, afwijken van wat in de begroting is opgenomen, dan zal het beroep op de kapitaalmarkt daarop worden aangepast.

Mutaties leningenportefeuille (bedragen x €1.000) Bedrag Gemiddelde rente
Raming leningenportefeuille  per 1-1-2020 64.252 2,61%
Nieuwe langlopende leningen 23.000 2,00%
Reguliere aflossingen -10.211 2,52%
Vervroegde aflossingen n.v.t.
Renteaanpassingen (oud percentage) 0.00
Renteaanpassingen (nieuw percentage) 0.00
Raming leningenportefeuille 31-12-2020 77.040 2,64%

Rente

In de begroting 2020 wordt rekening gehouden met een totaal bedrag aan toegerekende rente van afgerond € 3,3 miljoen. De totale boekwaarde van de investeringen bedraagt per 1 januari 2020 € 166 miljoen. Onderstaand schema geeft inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. De methode van rentetoerekening is voorgeschreven door de commissie Besluit Begroten en Verantwoorden.

Schema rentetoerekening 2020 (bedragen x €1.000)
Netto rentelasten kort- en langlopende leningen 1.866
Rente over eigen vermogen en voorzieningen 901
Toe te rekenen rente aan grondexplotatie -229
Toe te rekenen rente aan investeringen 2.537
Toe te rekenen rente via renteomslag -3.324
Renteresultaat op taakveld Treasury (Voordeel) 786

Risicobeheer

De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico's en kredietrisico's. Hieronder wordt weergegeven in hoeverre deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en hoe de gemeente deze risico's beheerst.

Koersrisico

Het risico dat de financiële activa in waarde vermindert door negatieve koersontwikkelingen. Het koersrisico op uitgezette gelden is nihil. De gemeente heeft een netto schuld. Tijdelijke overtollig geld wordt conform de regels van het schatkistbankieren ondergebracht bij het Rijk via een rekening courant.

Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Voor korte en lange financiering gelden de Fido-normen kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide worden hierna toegelicht:

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de kortlopende leningen (looptijd korter dan één jaar). Bij het overschrijden van de kasgeldlimiet zal onze gemeente de korte leningen omzetten naar langlopende leningen, behalve bij incidentele tijdelijke overschrijdingen. De kasgeldlimiet mag niet met meer dan twee achtereenvolgende kwartalen worden overschreden. Over het algemeen zijn kortlopende leningen goedkoper dan langlopende leningen en dus op korte termijn financieel aantrekkelijk. Op de lange termijn is er een renterisico, immers er is een de kans dat de herfinanciering duurder uitpakt. De kasgeldlimiet is gelimiteerd tot 8,5% van de exploitatiebegroting van de gemeente.

Kasgeldlimiet 2020 (bedragen x €1.000)  
(1): Gemiddelde vlottende schuld 8.911
(2): Gemiddelde vlottende middelen 0
(3): Nettovlottendeschuld (+) / Overschot vlottende middelen (-) (1-2) 8.911
(4): Kasgeldlimiet (8) 8.911
(5): Ruimte / overschrijding t.o.v. kasgeldlimiet (4-3) 0
   
Berekening kasgeldlimiet  
De kasgeldlimiet moet berekend worden bij aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van elk percentage (post 7)  
(6): Begrotingstotaal 104.831
(7): Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,50%
(8): Kasgeldlimiet (6x7) 8.911


Uit de tabel blijkt dat de gemeente onder de vastgestelde normering voor de kasgeldlimiet blijft.

Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van de langlopende leningen te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

Stap Variabelen (bedragen x € 1.000) 2020 2021 2022 2023
1) Renteherzieningen 0 0 4.200 0
2) Aflossingen 10.372 10.009 10.000 10.000
           
3) Renterisico (1+2) 10.372 10.009 14.200 10.000
4) =(4a x 4b/100) Renterisiconorm 20.966 21.386 21.813 22.249
           
5a) = ( 4>3) Ruimte onder renterisiconorm 10.594 11.377 7.613 12.249
5b) = ( 3>4) Overschrijding renterisiconorm 0 0 0 0
           
Berekening Renterisiconorm        
4a) Begrotingstotaal  104.831 106.928 109.066 111.247
4b) Percentage regeling 20% 20% 20% 20%


Uit de tabel blijkt dat de renterisiconorm in de bovenvermelde periode niet zal worden overschreden.

Derivaten

Derivaten worden in de markt onder meer afgesloten ter afdekking van renterisico’s. De gemeente Overbetuwe maakt geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico’s
De gemeente loopt financieel risico omdat er leningen zijn verstrekt aan derden en omdat we garant staan voor derden. Voor de beheersing van het kredietrisico is inzicht in de verstrekte leningen en garantstellingen nodig. In de financiële verordening en het Treasurystatuut is bepaald dat uitzettingen en garanties alleen plaatsvinden, inzien zij een publiek taak dienen. Een overzicht van de afgegeven garanties is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen. Onze gemeente zal in het begrotingsjaar 2020 over een bedrag van € 8,9 miljoen aan uitgezette leningen kredietrisico lopen:
- Lening aan ondernemingscentrum De Schalm van € 1.520.000. De waarde per 1 januari 2020 bedraagt € 972.000.
- Hypothecaire geldleningen verstrekt aan personeel met een boekwaarde per 1 januari 2020 van € 116.000 (betreffen restanten van de opgeheven regelingen).
- Achtergestelde geldlening aan Vitens. In 2006 zijn de preferente aandelen Vitens verkocht en omgezet in een lening. De waarde per 1 januari 2020 bedraagt € 310.000.
- Verstrekte geldlening SVn van afgerond € 7,5 miljoen per 1 januari 2020. Rente en aflossing zijn afhankelijk van het aantal Startersleningen. Het betreft revolverende fondsen; rente en aflossing worden aangewend voor nieuwe leningen.
- Overige leningen aan verenigingen, scholen en personeelsregelingen voor een bedrag van totaal € 73.000 per 1 januari 2020.

In de afgelopen jaren hebben er op verstrekte leningen door de gemeente geen wanbetalingen plaatsgevonden. Ook voor 2020 wordt het kredietrisico op de uitgezette leningen laag geacht.