Meer
Publicatiedatum: 01-10-2020

Inhoud

Uiteenzetting financiële positie

Inhoud

Algemeen

In de dit hoofdstuk schetsen wij het financiële beeld voor de periode 2021-2024.

Allereerst informeren we u over de omvang en het ontstaan van de begrotingssaldi 2021 tot en met 2024. We lichten toe hoe het financieel meerjarenperspectief van de Kaderbrief 2021 tot stand kwam en gaan in op de afwijkingen die uiteindelijk leiden tot het werkelijk begrotingsresultaat voor de komende periode. Vervolgens beschrijven we de voorstellen die leiden tot een structureel sluitende begroting 2021. Na de verwachte ontwikkeling van de algemene reserve vindt u de gehanteerde uitgangspunten en tot slot een recapitulatie.

Begrotingsresultaat 2021-2024

Deze programmabegroting is anders dan andere jaren. In het voorjaar werd de wereld geconfronteerd met de uitbraak van het coronavirus, en gemeentelijke prioriteiten werden verlegd. Om die reden is er dan ook voor gekozen om geen kadernota, maar een lichtere versie kaderbrief op te stellen.

Opbouw van het resultaat van de kaderbrief 2021
Op basis van de beschikbare kennis van medio juni, presenteerden we u in de kaderbrief een negatief meerjarig perspectief. Dit was het gevolg van de structurele doorwerking van de 1e bestuurlijke rapportage 2020 met daarin een verhoging van het budget voor het Sociaal Domein.



Van de kaderbrief naar het actuele begrotingsresultaat
De meicirculaire had een verhoging van de algemene uitkering tot gevolg en ook de structurele budgetaanpassingen van de tweede bestuurlijke rapportage hadden een positief effect op de verwachte tekorten voor 2021-2024. Daartegenover staat een aantal budgetverhogingen die in 2021 noodzakelijk zijn om het bestaande beleid uit te kunnen voeren.

Hieronder lichten we de nieuwe lasten voor de uitvoering van het bestaande beleid kort toe. In deze toelichting zijn de lasten voor 2021 in beeld gebracht. Voor de lasten 2022-2024 verwijzen wij u naar de bijlage X "PNL per programma".

Herinrichting Peperstraat Oosterhout
Aanvullend op de bijdrage van de ontwikkelaar is er voor de herinrichting van de Peperstraat € 300.000 nodig. Dit leidt tot een hogere kapitaallast in 2022.

Uitbreiding OLP/meubilair De Wegwijzer Elst
De gemeente is verantwoordelijk voor de eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair. Op basis van de leerlingaantallen komt de school voor deze uitbreiding in aanmerking. Dit leidt tot een hogere kapitaallast in 2022.

Eikenprocessierups en biodiversiteit (€ 20.000)
We hebben te maken met extra kosten voor de bestrijding van de eikenprocessierups in bomen en het treffen van maatregelen ter verhoging van de biodiversiteit.

Actief erop af (€ 25.000)
De voortzetting van activiteiten van Actief eropaf sluiten aan op de gewijzigde wet gemeentelijke schuldhulpverlening die vanaf 1-1-2021 In werking treedt. Gemeenten zijn verplicht om tijdig een passend aanbod te doen aan inwoners van wie bekend is dat er schulden zijn of dreigen op te lopen. Voortzetting van de activiteiten is een wettelijke activiteit en borgt dat we capaciteit hebben om actief in te springen op signalen van schulden.

Schulden en preventie (€ 110.000)
Wij hebben in het kader van schuldhulp een contract afgesloten. Plangroep voorziet in de dienstverlening aan inwoners die wij (nog) niet zelf kunnen begeleiden. Ook dit valt binnen de wettelijke taak waarvoor we contractuele afspraken hebben gemaakt.

Planningssysteem openbare werken (€ 15.000)
T.b.v de verbetering van de bedrijfsvoering team openbare werken dient een planningssysteem te worden aangeschaft. Die software kan tevens benut worden voor de begraafplaatsadministratie.

Lexkesveer (€ 25.000)
Wageningen heeft gevraagd om deel te nemen in de exploitatie van het Lexkesveer. Het college is voornemens om een bijdrage te verlenen gebaseerd op in het verleden betaalde jaarlijkse vergoeding.

Regionale samenwerking (€ 78.000)
De regio Arnhem Nijmegen heeft in 2020 een regionaal mobiliteitsfonds opgericht. Het bedrag is nodig voor de financiering van de organisatie; lobby en communicatie; beleidsuitwerking, studies en monitoring; investeringen/strategische projecten (cofinanciering). Met deze aanpak ontstaat er meer daadkracht en kunnen regionale vraagstukken gezamenlijk worden opgepakt.
De borging van het fonds na 2021 wordt meegenomen bij de totale financiering van de nieuwe regionale samenwerking.

JOGG (€ 35.000)
In april 2020 zijn de uitgangspunten voor het nieuwe sport- en beweegbeleid door de Raad vastgesteld. Dat betekent dat later dit jaar de nieuwe sportnota wordt vastgesteld. De 4 thema’s van het Sportakkoord Overbetuwe vormen de basis van de nota. Dat zijn 1. Iedereen doet mee, 2. Sportieve en gezonde jeugd, 3. Sterke en vitale sport- en beweegaanbieders en 4. Duurzame sportinfrastructuur. De verdere uitrol van de JOGG-aanpak - zie Kadernota 2018 – is opgenomen in de sportnota bij het thema ‘Sportieve en gezonde jeugd’. Deze tijdelijke aanpak willen wij hiermee structureel maken. Een PNL is opgenomen om deze aanpak te kunnen continueren.

Muziek in de Klas (€ 53.000)
Naar aanleiding van een motie van de raad in oktober 2018 is er voor 2020 een bedrag van € 53.000 euro beschikbaar voor Meer Muziek in de Klas in het primair onderwijs. Na een inventarisatie en ambitiegesprekken met de scholen is besloten het geld in te zetten voor een vakdocent muziek op 6 van de 22 basisscholen in Overbetuwe. Hiervan krijgen leerlingen 1 les muziekonderwijs per 14 dagen. Om ook na 2020 muziekonderwijs aan te bieden in het primair onderwijs is € 53.000 structureel nodig.

Kunst en Cultuur (€10.000)
Het bestaande budget wordt vrijwel volledig uitgegeven aan structurele subsidies: amateurkunsten, podiumkunsten en kunsten, muziekonderwijs, theater de KiK. Zonder extra geld is er geen budget beschikbaar voor incidentele subsidies op dit beleidsveld. De randvoorwaarden voor deze incidentele subsidies leggen we vast in de cultuurnota.

Schoolmaatschappelijk Werk (€ 100.000)
Er is extra budget nodig voor de inzet van schoolmaatschappelijk werk om het preventief aanbod in het voorliggend veld te versterken. Deze inzet versterkt de verbinding tussen onderwijs en zorg en vermindert naar verwachting de behoefte aan specialistische hulp door bijvoorbeeld het ontwikkelen van preventief aanbod zoals vroeg signalering voor leerkrachten en mentoren.

Meedoenregeling (€ 210.000)
Begin 2020 is de Meedoenregeling geïntroduceerd als vervanger van de Gelrepas. We zien dat we meer mensen bereiken die een laag inkomen hebben en verwachten dat de deelnemersaantallen nog verder zullen toenemen. Om ook structureel de Meedoenregeling op hetzelfde niveau als in 2020 te kunnen blijven uitvoeren is daarom extra budget nodig.

Zaakgericht werken
Zaakgericht werken is een van de onderdelen van het Klaverblad, één van de speerpunten die het management heeft aangemerkt in de doorontwikkeling van onze organisatie. In 2019 en 2020 is het Zaakgericht Werken voorbereid, in 2020 wordt het zaaksysteem beschikbaar gesteld aan de organisatie. Om de drempel van het werken met het zaaksysteem zo laag mogelijk te maken, en daarmee een archiefwaardige opslag van onze documenten veel beter te borgen dan in het verleden gebeurd is, is het noodzakelijk dat we geautomatiseerde koppelingen maken tussen ons zaaksysteem enerzijds, en diverse taakspecifieke applicaties anderzijds. Daarnaast willen wij ook een koppeling leggen met de Berichtenbox op MijnOverheid, zodat onze digitale correspondentie met de burger terechtkomt op Mijn Overheid. Tot slot willen we het portaal dat door het KCC wordt gebruikt vervangen door een verbeterd portaal wat veel eenvoudiger werkt. Hiermee kunnen zij sneller en eenvoudiger de vragen van burgers beantwoorden. Dit leidt tot een hogere kapitaallast in 2022.

Interventieteam (€ 148.000)
Om het interventieteam op hetzelfde niveau te kunnen handhaven als 2020 is vanaf 2021 extra structureel budget nodig.

Beheer openbare ruimte (€ 100.000)
Het areaal van onze openbare ruimte is de afgelopen jaren uitgebreid. Het niet aanpassen van de budgetten, gaat ten koste van het onderhoudsniveau. Daarom wordt er gefaseerd in drie jaar € 300.000 toegevoegd aan het meerjarenperspectief.

Voorstellen voor structureel sluitende begroting 2021

De opgave om tot een sluitende begroting 2021 te komen bedraagt afgerond € 5,3 miljoen.
Wij zijn van mening dat we dit resultaat op de korte termijn kunnen realiseren met de volgende voorstellen:
1. Aanpassingen afschrijvingsmethodiek gemeentehuis                        € 140.000
2. Besparing op personeelsbudget                                                                       € 345.000
3. Besparing op organisatiekosten                                                                       € 300.000
4. Diverse besparingen op reguliere taakvelden                                         € 192.000
5. Bevriezen van de lasten Sociaal Domein op niveau 2020             € 1.759.000
6. Verhoging bouwleges                                                                                              € 150.000
7. Hogere algemene uitkering door vervallen opschalingskorting    € 356.000
8. Inzet opbrengst precariobelasting kabels en leidingen                  € 1.500.000
9. Verhoging Onroerende Zaak Belasting                                                        € 533.000
                                                                                                                                               € 5.275.000

Met uitzondering van de voorstellen 7 en 8 werken de financiële effecten ervan door in het meerjarige perspectief. De algemene uitkering (7) en de gemeentelijke belastingen (8) zijn naar hun aard structurele inkomstenbronnen. Dit betekent dat het vervallen van de opschalingskorting en de inzet van de precario opbrengst kabels en leidingen beiden bijdragen aan een structureel sluitende begroting 2021, maar dat deze oplossingen geen effect hebben op de jaren erna. Onze begroting laat in de jaren 2022, 2023 en 2024 tekorten zien van respectievelijk € 1,4 miljoen, 2 miljoen en € 3,6 miljoen. Mocht uw en onze zoektocht naar dekkingsmiddelen in het kader van spoor 2 niet tot voldoende resultaat leiden, dan bestaat de mogelijkheid dat we de genoemde tekorten moeten dekken door een verhoging van de onroerende zaak belasting.

De besparing op de organisatiekosten  die we u voorstellen (3) zijn in 2021 realistisch. Of dit ook geldt voor de jaren erna, hangt af van de evaluatie van het personeelsbudget. De evaluatie vindt plaats in aanloop naar de kadernota 2022. Wanneer de evaluatie daartoe aanleiding geeft, komen we in de kadernota met een alternatief dekkingsvoorstel.

In onderstaande tabel is het effect van deze voorstellen op het meerjarig perspectief, en daarmee op de opgave voor spoor 2, in beeld gebracht.



Voor een verdere toelichting op de voorstellen verwijzen we naar paragraaf VIII Heroverwegingen.

Ontwikkeling van de Algemene Reserve

Het verloop van de algemene reserve is in onderstaande tabel weergegeven (de bedragen zijn x € 1.000). Ten opzichte van de begroting 2020 zien we een daling doordat er in het meerjarenperspectief van de begroting 2020 nog sprake was van begrotingsoverschotten (ca. 0,5 miljoen per jaar). Daarnaast wordt in 2021 een deel van precariobelasting kabels en leidingen (€ 1,0 miljoen) ingezet als dekkingsmiddel voor het begrotingstekort. In de begroting 2020 is er nog vanuit gegaan dat de volledige opbrengst in de Algemene Reserve gestort zou worden.



Een specificatie van de mutaties van de algemene reserve vindt u bij de financiële begroting onderdeel VI Reserves en Voorzieningen.

Uitgangspunten van deze begroting

In deze begroting hanteren we hiervoor de volgende uitgangspunten:

Beleidsmatige uitgangspunten
1 Ramingen zijn realistisch en
2 Structurele lasten worden met structurele baten gedekt
3 Nieuwe uitgaven worden getemperd en zijn alleen mogelijk als bestaand beleid in gelijke mate wordt ingeperkt
Financiële uitgangspunten Voorstel Waarde
1 De algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2020
2 De meerjarenramingen zijn gebaseerd op constante lonen en prijzen
3 Aantal inwoners op 01-01-2021 Werkelijk aantal op 01-01-2020 plus inschatting groei in 2020 op basis van woningbouwprogramma
4 Rente
- investeringen Conform BBV 2,0%
- grondexploitaties Conform BBV 1,66%
- kortlopende leningen Inschatting gebaseerd op de actuele marktrente 0,5%
- nieuwe langlopende leningen Inschatting gebaseerd op de actuele marktrente 2,0%
5 Formatie en salarissen
- Formatie Overbetuwenorm 0
- salarissen - sociale lasten Verwachte cao ontwikkeling Gemiddelde stijging afgelopen jaren 3% (2,5% + 0,5%)
6 Prijsinflatie Index Materiële Overheidsconsumptie (IMOC) 1,7%
7 Bijdrage verbonden partijen Op basis van conceptbegroting verbonden partij. Indien de begroting ontbreekt geldt de prijsinflatie 1,7%
9 Belastingen
- Onroerende Zaak Belasting - Toeristenbelasting - Hondenbelasting - Precariobelasting Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie 1,7% 1,7% 1,7% 1,7%
10 Heffingen
- Marktgelden - Begraafrechten - Leges - Rioolrecht - Afvalstoffenheffing Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie 100% kostendekkend 100% kostendekkend 1,7% 1,7% 1,7% 1,7% 1,7%
11 Huuropbrengsten Conform opdracht Vastgoedvisie 2018

Recapitulatie lasten en baten

Hieronder is een recapitulatie opgenomen met de uitgaven per programma en de belangrijkste inkomsten voor de gemeente in 2021. Per saldo is de begroting sluitend (begrotingssaldo is 0).

In 2021 wordt ca. € 110 miljoen uitgegeven aan de tien programma’s en bijbehorende projecten. In onderstaande tabel ziet u hoe dat bedrag over de verschillende programma’s is verdeeld.

UITGAVEN 2021  (bedragen x € 1.000 en afgerond op € 100.000)  
 1. Openbare orde en veiligheid    3.700
 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 5.800
 3. Economische zaken  600
 4. Onderwijs      6.200
 5. Cultuur, sport en recreatie 9.100
 6. Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening 52.900
 7. Volksgezondheid en milieu   10.600
 8. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting   2.900
 9. Financiën en bedrijfsvoering 15.400
10. Algemeen bestuur 2.900
 Totale uitgaven programma’s en bijbehorende projecten  110.100
 Diverse overige lasten (onvoorz., inning belast., stort. reserves) 3.100
 Totaal uitgaven  113.200





Tegenover bovenstaande uitgaven staan uiteraard ook inkomsten. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de belangrijkste inkomstenbronnen in 2021.

 INKOMSTEN 2020  (bedragen x € 1.000 en afgerond op € 100.000)  
 OZB  8.300
 Afvalstoffenheffing 5.600
 Rioolheffing  2.100
 Huuropbrengst accommodaties (o.a. De Helster)  1.200
 Uitkeringen gemeentefonds    63.000
 Uitkeringen sociaal deelfonds   7.600
 Rente eigen en vreemd vermogen   800
 Leges (o.a. bouwvergunningen, APV)    1.800
 Doeluitkeringen Rijk (o.a. WWB)    9.400
 Precariobelasting  2.800
 Onttrekkingen uit reserves     3.600
 Diverse overige baten  7.000
 Totaal inkomsten  113.200