Het doel van deze paragraaf is de raad te informeren over het financieringsbeleid (treasury) en de daarmee samenhangende financiële risico’s.
Het financieringsbeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut en gebaseerd op de wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). De uitvoering van het financieringsbeleid wordt gedaan door de treasuryfunctie, binnen de kaders van het Treasurystatuut. De Wet Fido geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie. Een belangrijk uitgangspunt van deze wet is dat een gemeente voorzichtig moet omgaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm op langlopende leningen. Daarnaast zijn decentrale overheden zijn sinds eind 2013 verplicht om deel te nemen aan schatkistbankieren, maar kunnen niet lenen bij de schatkist. Het schatkistbankieren verplicht gemeenten om hun overtollige financiën onder te brengen bij het Rijk. Tot een bepaald bedrag mogen gemeenten hun overtollige financiën wel buiten de schatkist van het Rijk houden. Voor onze gemeente bedraagt dit drempelbedrag in 2021 € 845.445. Het schatkistbankieren wordt door de gemeente gebruikt voor tijdelijke geldoverschotten.
IV. Financiering
Marktontwikkelingen
Terug naar navigatie - MarktontwikkelingenDe uitbraak van het coronavirus Covid-19 heeft geleid tot een mondiale recessie. De verwachting is dat de ECB ook in 2021 hierdoor een ruim monetair beleid zal blijven voeren. De lange kapitaalmarkt rentetarieven zullen op een zeer laag niveau blijven. De verwachting voor de 10 jaars NL rente op staatsobligaties is circa -0,20%. Ook de korte geldmarktrente (3-maands Euribor) zal naar verwachting met circa -0,40% zeer laag blijven. Deze rentetarieven worden gezien als risicovrije rentes.
Leningenportefeuille
Terug naar navigatie - LeningenportefeuilleDe verwachte additionele financieringsbehoefte van de gemeente in 2021 bedraagt € 42 miljoen, waaronder € 14 miljoen aan herfinanciering. Daarmee wordt voorspeld dat de leningenportefeuille zal toenemen tot € 120 miljoen per ultimo 2021. De geldstromen die voortkomen uit investeringen, projecten en grondexploitaties (zowel kosten als verkoopopbrengsten) bepalen in grote mate de omvang van de financieringsbehoefte. Als de investeringen en of de opbrengsten, voornamelijk uit grondverkopen, afwijken van wat in de begroting is opgenomen, dan zal het beroep op de kapitaalmarkt daarop worden aangepast.
Mutaties leningenportefeuille (bedragen x €1.000) | Bedrag | Gemiddelde rente |
---|---|---|
Raming leningenportefeuille per 1-1-2021 | 91.920 | 1,96% |
Nieuwe langlopende leningen | 42.000 | 2,00% |
Reguliere aflossingen | -13.880 | 0,93% |
Vervroegde aflossingen | n.v.t. | |
Renteaanpassingen (oud percentage) | 0 | |
Renteaanpassingen (nieuw percentage) | 0 | |
Raming leningenportefeuille 31-12-2021 | 120.040 | 2,10% |
Rente
Terug naar navigatie - RenteIn de begroting 2021 wordt rekening gehouden met een totaalbedrag aan toegerekende rente van afgerond € 3,7 miljoen. De totale boekwaarde van de investeringen bedraagt per 1 januari 2021 € 183 miljoen.
Onderstaand schema geeft inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. De methode van rentetoerekening is voorgeschreven door de commissie Besluit Begroten en Verantwoorden.
Bij de gehanteerde rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over de investeringen. Voor deze renteomslag wordt 2% (omslagrente) gehanteerd over 2021. Voor de bepaling van het rentetarief voor nieuw aan te trekken lang lopende leningen, voor de reserves en voorzieningen wordt tevens 2% gehanteerd. Voor het aantrekken van kort lopende leningen is 0,5% gehanteerd. Om het renterisico zoveel mogelijk te beperken is er bewust voor gekozen om een hoger rentepercentage aan te houden voor de rente op nieuwe financiering dan wat de markt momenteel verwacht. Het gepresenteerde verwachte rentevoordeel van € 906.000 betekent dat de gehanteerde omslagrente voor de investeringen van 2% hoger is dan het verwachte rentepercentage dat over de financiering zal worden betaald. Het verschil bevindt zich binnen de toegestane bandbreedte, wat betekent dat een reëel rentepercentage wordt toegerekend aan de investeringen.
Schema rentetoerekening 2021 (bedragen x €1.000) | ||
---|---|---|
Netto rentelasten kort- en langlopende leningen | 2.104 | |
Rente over eigen vermogen en voorzieningen | 849 | |
Toe te rekenen rente aan grondexplotatie | -193 | |
Toe te rekenen rente aan investeringen | 2.759 | |
Toe te rekenen rente via renteomslag | -3.666 | |
Renteresultaat op taakveld Treasury | (Voordeel) | -906 |
Risicobeheer
Terug naar navigatie - RisicobeheerDe belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico's en kredietrisico's. Hieronder wordt weergegeven in hoeverre deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en hoe de gemeente deze risico's beheerst.
Koersrisico
Het risico dat de financiële activa in waarde vermindert door negatieve koersontwikkelingen. Het koersrisico op uitgezette gelden is nihil. De gemeente heeft een netto schuld. Tijdelijke overtollig geld wordt conform de regels van het schatkistbankieren ondergebracht bij het Rijk via een rekening courant.
Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Voor korte en lange financiering gelden de Fido-normen kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide worden hierna toegelicht:
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de kortlopende leningen (looptijd korter dan één jaar). Bij het overschrijden van de kasgeldlimiet zal onze gemeente de korte leningen omzetten naar langlopende leningen, behalve bij incidentele tijdelijke overschrijdingen. De kasgeldlimiet mag niet met meer dan twee achtereenvolgende kwartalen worden overschreden. Over het algemeen zijn kortlopende leningen goedkoper dan langlopende leningen en dus op korte termijn financieel aantrekkelijk. Op de lange termijn is er een renterisico, immers er is een de kans dat de herfinanciering duurder uitpakt. De kasgeldlimiet is gelimiteerd tot 8,5% van de exploitatiebegroting van de gemeente.
Kasgeldlimiet 2021 (bedragen x €1.000) | |
(1): Gemiddelde vlottende schuld | 9.694 |
(2): Gemiddelde vlottende middelen | 0 |
(3): Nettovlottendeschuld (+) / Overschot vlottende middelen (-) (1-2) | 9.694 |
(4): Kasgeldlimiet (8) | 9.694 |
(5): Ruimte / overschrijding t.o.v. kasgeldlimiet (4-3) | 0 |
Berekening kasgeldlimiet | |
De kasgeldlimiet moet berekend worden bij aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van elk percentage (post 7) | |
(6): Begrotingstotaal | 114.046 |
(7): Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage | 8,50% |
(8): Kasgeldlimiet (6x7) | 9.694 |
Uit de tabel blijkt dat de gemeente onder de vastgestelde normering voor de kasgeldlimiet blijft.
Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van de langlopende leningen te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
Stap | Variabelen (bedragen x € 1.000) | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
1) | Renteherzieningen | 0 | 4.200 | 0 | 0 |
2) | Aflossingen | 13.879 | 12.538 | 10.000 | 10.000 |
3) | Renterisico (1+2) | 13.879 | 16.738 | 10.000 | 10.000 |
4) =(4a x 4b/100) | Renterisiconorm | 22.786 | 22.499 | 22.653 | 22.676 |
5a) = ( 4>3) | Ruimte onder renterisiconorm | 8.907 | 5.761 | 12.653 | 12.676 |
5b) = ( 3>4) | Overschrijding renterisiconorm | 0 | 0 | 0 | 0 |
Berekening | Renterisiconorm | ||||
4a) | Begrotingstotaal | 113.930 | 112.495 | 113.265 | 113.380 |
4b) | Percentage regeling | 20% | 20% | 20% | 20% |
Uit de tabel blijkt dat de renterisiconorm in 2021 niet zal worden overschreden.
Derivaten
Derivaten worden in de markt onder meer afgesloten ter afdekking van renterisico’s. De gemeente Overbetuwe maakt geen gebruik van derivaten.
Kredietrisico’s
De gemeente loopt financieel risico omdat er leningen zijn verstrekt aan derden en omdat we garant staan voor derden. Voor de beheersing van het kredietrisico is inzicht in de verstrekte leningen en garantstellingen nodig. In de financiële verordening en het Treasurystatuut is bepaald dat uitzettingen en garanties alleen plaatsvinden, inzien zij een publieke taak dienen. Een overzicht van de afgegeven garanties is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen. Onze gemeente zal in het begrotingsjaar 2021 over een bedrag van € 9,5 miljoen aan uitgezette leningen kredietrisico lopen:
- Lening aan ondernemingscentrum De Schalm van € 1.520.000. De waarde per 1 januari 2021 bedraagt € 912.000.
- Hypothecaire geldleningen verstrekt aan personeel met een boekwaarde per 1 januari 2021 van € 108.000 (betreffen restanten van de opgeheven regelingen).
- Achtergestelde geldlening aan Vitens. In 2006 zijn de preferente aandelen Vitens verkocht en omgezet in een lening. De waarde per 1 januari 2020 bedraagt € 155.160.
- Verstrekte geldlening SVn van afgerond € 8,2 miljoen per 1 januari 2021. Rente en aflossing zijn afhankelijk van het aantal Startersleningen. Het betreft revolverende fondsen; rente en aflossing worden aangewend voor nieuwe leningen.
- Overige leningen aan verenigingen, scholen en personeelsregelingen voor een bedrag van totaal € 71.636 per 1 januari 2020.
In de afgelopen jaren hebben er op verstrekte leningen door de gemeente geen wanbetalingen plaatsgevonden. Ook voor 2021 wordt het kredietrisico op de uitgezette leningen laag geacht.