Meer
Publicatiedatum: 01-10-2020

Inhoud

II. Weerstandsvermogen

Inhoud

Algemeen

Voor een adequate bedrijfsvoering is het belangrijk dat we risico’s en onzekerheden tijdig in beeld hebben en ze op een gestructureerde wijze beheersen. We nemen deel aan een samenleving die complex en aan verandering onderhevig is en dit vraagt om een passend risicobewustzijn.
De uitgangspunten van ons risicobeleid en de wijze waarop we dit beleid uitvoeren zijn beschreven in de ‘Nota risicomanagement (2018)’. Een van die uitgangspunten is dat er twee keer per jaar, bij de jaarstukken en de begroting, een integraal beeld geschetst wordt van de risico’s, de aanwezige weerstandscapaciteit en de ratio voor het weerstandsvermogen.

In 2021 zetten we volgende stappen in de (brede) toepassing van risicomanagement. Dit zal leiden tot een verdere professionalisering op dit gebied en een andere manier van presenteren van onze risicoanalyse. In toekomstige P&C documenten (o.a. jaarstukken 2020) zullen wij dit zichtbaar maken.
In voorliggende paragraaf zijn de risico’s nog op de gebruikelijke manier beschreven en gekwantificeerd. In deze paragraaf informeren we u over:
- het gemeentelijke risicobeleid
- de hoogte van onze weerstandsratio met een toelichting op de omvang van onze risico’s
- de “BBV indicatoren” en conclusies over de financiële positie van onze gemeente

Risicobeleid

Met het risicobeleid willen we inzicht krijgen in de risico’s die we lopen. Dit inzicht helpt om:
- Maatregelen te treffen die voorkomen dat het risico zich voordoet.
- Te toetsen of er voldoende financiële ruimte is om de risico’s op te vangen, zonder dat dit leidt tot beleidswijzigingen.

De mate waarin we in staat zijn om risico’s op te vangen brengen we tot uitdrukking in een score van ons weerstandsvermogen.

Weerstandsvermogen = de verhouding tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit.

Op grond van de nota Risicomanagement streven we naar een ratio voor het weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2. Deze ratio kent de kwalificatie “ruim voldoende”.

We maken onderscheid tussen incidentele- en structurele weerstandscapaciteit. Onder de incidentele weerstandscapaciteit verstaan we de algemene reserve. Onze structurele weerstandscapaciteit bestaat uit een eventueel structureel begrotingsoverschot, de begrotingspost onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit. Met de onbenutte belastingcapaciteit bedoelen we de ruimte om de OZB-tarieven te verhogen volgens de normen die het Rijk hanteert voor gemeenten met zware financiële problemen. Het inzetten van deze ruimte is een politiek zwaar middel. In onze berekening van de structurele weerstandscapaciteit laten we dit buiten beschouwing.

Weerstandsratio

Ratio’s Weerstandsvermogen

Op basis van de begrotingscijfers 2021 is ons incidentele weerstandsvermogen voldoende en het structurele weerstandsvermogen matig.

De ratio van ons incidentele weerstandsvermogen komt uit op 1,1 en is daarmee gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is het gevolg van de vorming van een BR tekorten Sociaal Domein ter grootte van ca. € 9 miljoen per 1-1-2020. Daarnaast is in 2019 sprake geweest van een rekeningtekort in plaats van een geraamd overschot. Een ratio van 1,1 met de met de kwalificatie “voldoende” is dus lager dan de streefratio van 1,4.

We constateren dat de meerjarige ontwikkeling van de algemene reserve verder verslechterd. In de begroting 2020 was nog sprake van een omvang rond de € 16 miljoen in 2023. Dit is niet meer aan de orde. Voor de komende periode 2020-2024 is de omvang geprognosticeerd op afgerond € 8,7 miljoen in 2021 en aflopend naar € 5 miljoen eind 2024 (zie bijlage prognose overzicht verloop AR). Er is geen sprake meer van forse begrotingsoverschotten, opbrengsten grondexploitatie zijn al grotendeels genomen en ook de (meer)opbrengsten precariobelasting komen met ingang van 2022 te vervallen.
De algemene reserve dient als financiële buffer om risico's op te kunnen vangen. Het inzetten van de algemene reserve ter dekking van niet geraamde uitgaven vergt derhalve een zorgvuldige afweging.

Het structurele weerstandsvermogen bedraagt € 0. Dit bedrag is gelijk aan het structurele begrotingsresultaat na bestemming. Voor resultaatbestemming is sprake van een overschot van € 1,8 miljoen. In dit saldo zijn de diverse voorstellen verwerkt, die wij met de raad in september jl. hebben besproken en afgestemd. Op basis hiervan kwalificeren we het structureel weerstandsvermogen als matig.

 

(Bedragen x €1.000) Begroting 2021 Begroting 2020 Rekening 2019
Eenmalig weerstandsvermogen      
Eenmalige risico's 8.200 9.400 8.300
Eenmalige weerstandscapaciteit 8.700 12.400 19.200
Ratio 1,1 1,3 2,3
Kwalificatie #1 Voldoende Voldoende Voldoende #2
       
Structureel weerstandsvermogen      
Structurele risico's p.m. p.m. p.m.
Structurele weerstandscapaciteit 0 885 1.240
Kwalificatie Matig Ruim voldoende Onvoldoende #3

#1 In de nota risicomanagement zijn de volgende kwalificatie opgenomen:
Uitstekend ( >2); Ruim voldoende (1,4 < 2,0); Voldoende (1,0 < 1,4); Matig (0,8 < 1,0); Onvoldoende (0,6 < 0,8) en Ruim onvoldoende (< 0,6).

#2 Rekening 2019: bij een ratio van 2,3 hoort de kwalificatie uitstekend. Echter bij het vaststellen van de begroting 2020 is door de raad tevens besloten om per 1-1-2020 een bestemmingsreserve Sociaal Domein in te stellen van € 9,027 miljoen en dat bedrag te onttrekken uit de algemene reserve. Dit betekent dat per 1-1-2020 de ratio is gedaald naar 1,2 (10,2 AR / 8,3 risico's) en daarbij hoort de kwalificatie voldoende.

#3 Zie ook toelichting op pag. 50 en 57 van de Jaarstukken 2019.
Rekening 2019: op basis van het bijgestelde begrotingssaldo 2020 (1e berap 2020 € 1,9 miljoen negatief) en de saldi in meerjarenperspectief (in Kaderbrief 2021 forse tekorten 2021-2024) is het structurele weerstandsvermogen als onvoldoende gekwalificeerd.

Toelichting op de eenmalige risico’s

Bij de eenmalige risico’s passen we de volgende verdeling toe:
A. Grote projecten
B. Grondexploitatie algemeen
C. Coronacrisis
D. Overige risico’s

A. Grote projecten
In voorgaande programmabegrotingen namen we hier een beschrijving op van de actuele stand van zaken van grote (ruimtelijke) projecten. Als onderdeel van het ‘Stuurmodel Overbetuwe 2020’ stellen we nu ieder jaar het projectenboek op. Per project is daarin aandacht voor de specifieke risico’s. Dit projectenboek heeft de raad op 9 juni jl. vastgesteld (20rb000042). We verwijzen u naar dit projectenboek. Een voortgangsduiding van dit boek zal in december aan de raad worden voorgelegd. Voor risico’s als gevolg van prijsstijgingen nemen we in deze paragraaf – conform vorige jaren – een stelpost op van € 0,5 miljoen.

Knoop 38
Knoop 38 (speerpunt 14 van de Uitvoeringsagenda), bestaat uit de volgende deelprojecten:
1. Railterminal Gelderland (RTG)
2. Gebiedsmaatregelen Knoop 38
3. Afslag 38

Over de ontwikkeling van Knoop 38 kan, aanvullend op hetgeen is geduid in het projectenboek, het volgende worden opgemerkt.

Railterminal Gelderland (RTG)
Onderdeel van dit project vormt de aanvullende aankoopregeling die per amendement door de gemeenteraad is aangenomen (24 oktober 2017). Dit amendement is uitgewerkt en wordt ter besluitname voorgelegd aan de gemeenteraad. Hierbij wordt gevraagd
• Een krediet van € 4.000.000 beschikbaar te stellen voor de aankoop van vastgoed;
• Een voorziening te treffen van € 930.000 ter dekking van het nadelig saldo voortvloeiende uit de verkoop van de woningen en de beheerskosten.
Vooralsnog wordt er een risicopost opgenomen van € 400.000 (10% van het aankoop bedrag) ter dekking van mogelijke extra waardedaling van het vastgoed.

Afslag 38
Voor Afslag 38 is een intentieafspraak gemaakt met de gemeente Nijmegen en de Provincie Gelderland om tot een robuuste oplossing te komen voor de verkeersafwikkeling voor zowel het snelverkeer als het langzame verkeer. Vanuit de gemeente Overbetuwe resteert nog een restant bestemmingsreserve van (afgerond) € 2,2 miljoen en er komt vanuit Park 15 een bijdrage van € 0,9 miljoen (tezamen € 3,14 miljoen). In de Begroting 2021 wordt een voorstel gedaan voor de dekking van de extra kosten ad € 4 mln voor de gemeente Overbetuwe. Voorgesteld wordt om dit te dekken uit de bestemmingsreserve bovenwijks (€ 1 mln.) en door het voteren van een extra krediet (€ 3 mln. af te schrijven in 20 jaar).

- Totale investeringskosten € 28 mln.
- Beschikbare dekkingsmiddelen € 14 mln. => tekort 14 mln.
- Dekkingsmogelijkheden: extra aandeel provincie Gelderland € 6 mln., Nijmegen € 4 mln. en Overbetuwe  4 mln.

B. Grondexploitatie algemeen
Risicoanalyse
Voor de grondcomplexen wordt elk jaar een gewogen risicoanalyse opgesteld. De gewogen
risicobedragen per 1-1-2020 van de actieve en passieve (in exploitatie en nog in exploitatie te nemen)
complexen over de periode 2020-2025 bedragen in totaal afgerond € 1,25 miljoen. Dit is conform actualisatie grondexploitaties per 1-1-2020 zoals vastgesteld door de raad op 8 juni jl. Voor dit bedrag wordt met ingang van 2016 geen afzonderlijke voorziening meer opgenomen. Wel hebben we per complex een voorziening gevormd in geval van verwachte verliezen. Tijdens het boekjaar vindt monitoring plaats van alle gewogen risicoanalyses uit het oogpunt van risicobeheersing en planoptimalisatie.

Ruimtelijke initiatieven en passieve grondcomplexen
De gemeente faciliteert een aantal ruimtelijke initiatieven en passieve grondcomplexen die voor rekening van initiatief nemende partijen worden uitgevoerd. We noemen het een passief grondcomplex als er een overdracht van nieuwe openbare ruimte naar de gemeente plaats vindt. Het uitgangspunt bij al deze projecten is dat de gemeentelijke kosten bij de initiatiefnemer worden verhaald. Hiervoor worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt en zekerheden in de vorm van een bankgarantie of concerngarantie gevraagd. Voor het deel van de kosten dat mogelijk niet verhaald kan worden wordt jaarlijks een voorziening gevormd of deze kosten worden afgeboekt.

Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem Nijmegen (RPW)
Aanleiding RPW
In de regio Arnhem Nijmegen was geruime tijd sprake van overaanbod van bedrijfsterreinen, kantoren en perifere detailhandel. Het bestaande, deels verouderde en deels versnipperde aanbod, stonden gewenste en nieuwe ontwikkeling in de weg. De regio kon dit uitsluitend oplossen door in onderlinge samenwerking dit overaanbod terug te brengen. De provincie Gelderland heeft de regiogemeenten de ruimte geboden om deze oplossing gezamenlijk uit te werken. In 2015 is de regio hiermee aan de slag gegaan en gezamenlijk is toegewerkt naar een definitief RPW (vastgesteld in de raad en door Gedeputeerde Staten). Overbetuwe mocht 5,2 hectare lokale bedrijventerreinen hebben. In de ruimtelijke uitwerking van de provincie Gelderland van 4 juni 2019 (vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten) stond dat er in Overbetuwe een voorraad van lokale bedrijventerreinen was van 7,03 ha., dit betekende een overaanbod van 1,83 ha. Op bedrijventerrein de Merm was 1,83 ha. aan bedrijfskavels voorzienbaar gemaakt. Dat betekende dat indien er minder dan 1,83 hectare verkocht/uitgegeven was aan lokale bedrijventerreinen voor 1 januari 2021 dat op de aangewezen kavels (de Merm) de ‘harde’ plancapaciteit (deels) geschrapt moest worden. Dit kon leiden tot een kostenpost voor gemeente Overbetuwe van maximaal 1 miljoen euro.

Aanpassing RPW
Begin van 2020 bleek dat met name in 2019 flink meer bedrijventerreinen in de regio en Overbetuwe waren uitgegeven. Het overaanbod was daarmee grotendeels teruggedrongen. Nieuwe ramingen lieten bovendien een positieve lange termijnverwachting voor bedrijventerreinen zien. In april 2020 besloten de partijen om het RPW en de bijbehorende Ruimtelijk Uitwerking te wijzigen en de procedure voor het schrappen van bedrijfskavels te stoppen (dit is voorgelegd aan alle gemeenteraden in de regio Arnhem Nijmegen). Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland heeft met het verzoek van de regiogemeenten op 14 juli 2020 ingestemd.

Gevolgen voor gemeente Overbetuwe
Dit betekent dat er dus geen (mogelijke) schrapopgave van bedrijventerreinen voor Overbetuwe is en dus geen financieel risico. (was in jaarstukken 2019 nog € 1 miljoen).

Nog te realiseren opbrengsten grondverkoop
Conform de voorschriften (BBV – Besluit Begroting en Verantwoording) dienen winsten als
gerealiseerd te worden beschouwd indien en voor zover het resultaat op de grondexploitatie
betrouwbaar kan worden ingeschat. De hoogte van deze verplichte winstneming- volgens de
zogenaamde POC-methode (percentage of completion) – is gerelateerd aan het feit dat nagenoeg alle
kosten zijn gemaakt, opbrengsten een gelijkmatig verloop hebben en er geen signalen van
onzekerheden zijn. In de begroting 2020 was hiervoor een risico opgenomen voor de nog te verlopen gronden van Elst Zuid (De Morel) van € 900.000. Inmiddels is er een koop-realisatieovereenkomst met de ontwikkelaar gesloten en naar verwachting zullen de gronden in het 4e kwartaal van 2020 geleverd worden. Hierdoor kan deze risicopost komen te vervallen.

C. Coronacrisis
De uitbraak van het Corona-virus heeft in 2020 een nieuwe werkelijkheid gecreëerd. In eerste instantie was de inzet van de gemeente vooral gericht is op het bestrijden van het virus, het continueren van de dienstverlening en het verlenen van steun aan inwoners, ondernemers en instellingen. Inmiddels is de controlefase aangebroken en zal, afhankelijk van de ontwikkeling van corona, blijken of deze fase kan overgaan in het normaliseren van de situatie of dat de ingezette maatregelen (gedeeltelijk) worden verlengd of zelfs opnieuw moeten worden ingezet.
Hoe groot de gevolgen uiteindelijk zullen zijn, hangt in eerste instantie af van de mate van succes bij de uitbanning van het virus. Daarnaast spelen veel factoren zoals de aard en omvang van de maatregelen, de effecten van corona op de landelijke en plaatselijke economie, de noodzakelijke inzet van onze organisatie voor de uitvoering van de rijksmaatregelen en de landelijke besluitvorming over de financiering van de maatregelen.

Van de provincie en het Rijk ontvangen we middelen ter dekking van kosten en inkomstenderving gemoeid met de coronacrisis. We gaan er daarbij vooralsnog vanuit dat de we daarmee de lasten volledig kunnen opvangen (zie ook 20bw000295 ‘Aanvullende maatregelen COVID-19’ en 20bij10220 2e berap 2020, bijlage 3). Desondanks bestaat de mogelijkheid dat als gevolg van de crisis diverse bijkomende effecten zich kunnen voordoen, waarvoor we zelf de lasten moeten dragen.

Evident is dat aan deze bijzondere situatie allerlei risico’s en onzekerheden zijn verbonden. In de uitvoering van ons risicomanagement geven we hieraan expliciete aandacht. Dit doen we door het opstellen van een risicoregister waarin we een inventarisatie maken van mogelijke effecten met bijbehorende risicoscores en te treffen beheersmaatregelen. In de komende maanden werken we dit (als onderdeel van het totale risicoregister) nader uit.
In deze paragraaf nemen we hiervoor een risicobedrag op van € 0,5 miljoen.


D. Overige risico's
Garantieverplichtingen

 (bedragen x € 1 miljoen)

 

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

 40,4

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

121,0

Stichting Waarborgfonds Sport (SWS)

   0,2

Particulieren (voormalige gemeentegaranties)

 14,4

Overige garanties en borgstellingen

  0,8

Totaal

          176,8

Het totaalbedrag aan garanties is ten opzichte van de laatst opgestelde paragraaf (bij de jaarstukken 2019) afgenomen met afgerond € 6 miljoen, voornamelijk door afname van het totaalbedrag van garanties van het onderdeel WEW. Het overgrote deel van de garanties heeft betrekking op garanties voor eigen woningen. Voor garanties vanaf 1-1-2011 loopt de gemeente hiervoor geen concreet risico meer. Dat geldt ook voor de garanties aan particulieren, waarvoor het risico in het verleden is afgekocht. Voor de overige garanties loopt de gemeente een secundair of tertiair risico. Dat betekent dat de gemeente pas in tweede of in derde instantie wordt aangesproken. Het is nog steeds verantwoord er vanuit te gaan dat er in de voor ons liggende jaren geen substantieel beroep zal worden gedaan op de door de gemeente verstrekte garanties of afgegeven achtervang.

Brandbestrijding, hulpverlening bij rampen, opruiming explosieven
In het geval van incidenten op “rampschaal” kan de gemeente worden geconfronteerd met flinke financiële aanspraken. Daarbij moet worden gedacht aan herstelwerkzaamheden, opvang, begeleiding en compensatie van schade. Verder kan het bij grondwerkzaamheden noodzakelijk zijn om oude explosieven op te ruimen. Bij nieuwe projecten, waarbij deze kans bestaat, wordt al zoveel mogelijk een kostenraming opgenomen en worden kosten, waar mogelijk doorbelast aan projectontwikkelaars, e.d. Ook kan de gemeente een deel van de kosten (70%) bij het rijk declareren. Een deel van de kosten blijft echter voor rekening van de gemeente en hiervoor is geen bestemmingsreserve meer beschikbaar. Eventuele kosten van de beschreven onderdelen kunnen in eerste instantie worden opgevangen met de “Algemene stelpost rekeningstekort e.d.” van € 5 miljoen (zie totaaloverzicht).

Juridische procedures ruimtelijke plannen e.d.
De mogelijkheid bestaat dat aan de algemene reserve middelen moeten worden onttrokken om één of meerdere langslepende (ruimtelijke) kwesties voor de gemeente tot een goed eind te kunnen brengen. Hiervoor nemen wij standaard een risicobedrag op van € 0,5 miljoen.

Opvang tekorten jaarrekening en verbonden partijen
De gemeente heeft geen afzonderlijke bestemmingsreserve om eventuele rekening tekorten op te vangen. In de kaderbrief 2021 hebben we de raad geïnformeerd over de geprognosticeerde tekorten 2021-2024.
Als deelnemer aan een verbonden partij zijn we (indirect) verantwoordelijk voor de financiële risico’s van deze partij. Inzicht in de risico’s van een verbonden partij en sturing op de beheersing van deze risico’s is daarom belangrijk. In de “paragraaf Verbonden Partijen” is het risicoprofiel van de verbonden partij beschreven.
In ons eigen risicoprofiel houden we in dit onderdeel “overige risico’s” rekening met de deze risico’s. Eventuele rekeningtekorten en extra bijdragen aan verbonden partijen kunnen in eerste instantie worden opgevangen met de “Algemene stelpost rekeningstekort e.d.” van € 5 miljoen (zie totaaloverzicht).


D.
Recapitulatie incidentele financiële risico’s                                         

(bedragen x €1 miljoen)  
A. Grote projecten  
          Prijsstijgingen 0,5
          RTG (aankoop vastgoed) 0,4
B. Grondexploitatie algemeen   
          Gewogen risicoanalyse 1,3
C. Coronacrisis 0,5
D. Overige risico’s  
          Juridische procedures 0,5
          Algemene stelpost rekeningstekort, e.d.    5,0
Totaal eenmalige financiële risico’s 8,2



Toelichting op het structureel weerstandsvermogen
Hieronder beschrijven wij de belangrijkste risico’s waaruit structureel financiële consequenties voort kunnen vloeien.

A. De decentralisaties in het sociaal domein
In november 2019 heeft het college de raad geïnformeerd over de gevolgen van het voornemen van het rijk om een wetswijziging in te voeren betreffende de ordening van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering, voor het proces van Overbetuwe SAMEN. Als gevolg van deze ontwikkeling is de oprichting van een coöperatie met de daarbij behorende juridische stappen getemporiseerd. Onze ambitie om het voorliggende veld verder te versterken blijft onverminderd van kracht. Dit geldt ook voor de ingezette beweging om het Sociaal Domein te transformeren en een stevige veranderslag in te zetten.
De structurele risico’s die voortvloeien uit de taken in het sociaal domein blijven lastig te kwantificeren, omdat we de zorgvraag van onze inwoners en de daarmee samenhangende zorgkosten niet op voorhand weten. Wel slagen we erin om op basis van ervaringscijfers van afgelopen jaren de kostenontwikkeling beter in beeld te krijgen. Desondanks zorgt de toename aan lasten sociaal domein voor een druk op onze gemeentebegroting. In de kaderbrief 2021 hebben we u hierover geïnformeerd. En in de Eerste Bestuursrapportage (1e Berap) 2020 hebben we melding gemaakt van een verdere aanzienlijke structurele lastentoename bij Jeugd en Wmo.

Op 21 juli jl. heeft het college het ‘Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2025, deel I’ vastgesteld. In oktober staat de vaststelling van het complete beleidsplan Sociaal Domein door de gemeenteraad gepland. Het beleidsplan beschrijft onze ambitie voor de uitvoering van deze taken, en de doelen die we willen bereiken. Tevens gaan we in op de belangrijkste activiteiten voor de komende jaren. Concrete uitwerking hiervan beschrijven we in diverse uitvoeringsplannen, waaronder het jaarlijkse te actualiseren uitvoeringsplan STO (Sociaal Team Overbetuwe).
We verwachten middels de activiteiten die we inzetten zoals beschreven in dit beleidsdocument en in het uitvoeringsplan STO belangrijke stappen te zetten om financieel in control te komen. Eventuele bijstellingen ten opzichte van de begroting worden meegenomen in de reguliere P&C cyclus.

B. Samenwerking op diverse taakgebieden
Wij hechten aan samenwerking met andere gemeenten en andere partners, maar stellen ons kritisch op bij het aangaan van nieuwe samenwerkingsvormen. Deelname aan een verbonden partij kan een nadelig financieel effect hebben. U kunt daarbij denken aan overheadkosten die deels bij de gemeente achterblijven of aan prijsstijgingen en/of areaaltoename waarop we geen directe invloed meer hebben en die we verplicht zijn, als onderdeel van de gemeentelijke bijdrage, te betalen.

C. Coronacrisis
Wij verwijzen hierbij naar de duiding bij onderdeel eenmalige risico’s. De mogelijkheid is aanwezig dat als gevolg van deze crisis we in onze exploitatie structureel met hogere lasten en/of lagere inkomsten worden geconfronteerd. Of en in welke mate dit het geval zal zijn, is nu echter nog niet in te schatten.

D. Recapitulatie gekwantificeerde structurele financiële risico’s
Samenvattend kan worden geconcludeerd dat er sprake is van structurele financiële risico’s. Risico’s die we nu nog onvoldoende kunnen kwantificeren. In 2021 zetten we volgende stappen in toepassing van risicomanagement. Het nader duiden / kwantificeren van de structurele risico’s is een onderdeel dat we daarin verder gaan uitwerken. Dit doen we aan de hand van het opstellen van een risicoregister. Met deze werkzaamheden zijn we momenteel al bezig. Vanuit diverse taakvelden en disciplines binnen onze organisatie zorgen we voor een adequate inventarisatie van alle benodigde gegevens.

BBV-indicatoren

Voor een beter inzicht in de financiële positie van de gemeenten is er een zestal wettelijke indicatoren ontwikkeld. De verandering van onze financiële positie komt ook in de scores van deze indicatoren tot uitdrukking.

Met ingang van deze begroting brengen we het verloop van de indicatoren over meerdere jaren in beeld. Bovendien is de duiding van de risico categorieën in één oogopslag zichtbaar.





Zoals uit de grafieken blijkt scoren we op kengetallen solvabiliteit en structurele exploitatieruimte een onvoldoende. De beslissingen die, in het kader van spoor 2, nodig zijn voor een structureel sluitende meerjarenbegroting (spoor 2) zullen een positief effect gaan hebben op deze scores. De kengetallen van de netto schuldquote kleuren in deze meerjarenbegroting oranje. De beïnvloeding van dit kengetal heeft een directe relatie met de omvang van onze investeringen- en projectenportefeuilles en komt in spoor 2 aan de orde.