IV. Financiering

Financiering

Terug naar navigatie - IV. Financiering - Financiering

Deze paragraaf gaat over de gemeentelijke treasuryfunctie. Treasury staat voor het geldbeheer van de gemeente. Binnen de treasuryfunctie is financiering een belangrijk werkveld.

Beleidskader
De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) stelt regels aan de financieringsfunctie van gemeenten en biedt een kader voor de beheersing van risico’s die uit deze functie voortvloeien. Op lokaal niveau is deze regelgeving vertaald in een treasurystatuut dat door de gemeenteraad is vastgesteld. In dit statuut is de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie vastgelegd. Een belangrijk uitgangspunt van de wet fido is dat gemeenten voorzichtig moeten omgaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de, hieronder nader toegelichte, kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Daarnaast zijn decentrale overheden verplicht tot het schatkistbankieren boven een bepaald drempelbedrag, maar kunnen niet lenen van de schatkist. Ook stelt de Wet fido strenge eisen aan de kredietwaardigheid van tegenpartijen en de te gebruiken instrumenten.

Schatkistbankieren
Het schatkistbankieren verplicht gemeenten om hun overtollige liquiditeiten vanaf een bepaald drempelbedrag onder te brengen bij het Rijk. Het drempelbedrag is tegenwoordig vastgesteld op 2% van het begrotingstotaal. Voor de gemeente bedroeg dit drempelbedrag in 2025 € 2.846.060. Het drempelbedrag is in 2025 niet overschreden.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)
    Verslagjaar 2025      
(1) Drempelbedrag 2.846,060      
    Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 616   695   780   709 
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 2.230   2.152   2.066   2.137 
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag -     -     -     -   
(1) Berekening drempelbedrag
    Verslagjaar 2025      
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 142.303   142.303   142.303   142.303 
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 142.303   142.303   142.303   142.303 
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat -     -     -     -   
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 Drempelbedrag 2.846 2.846 2.846 2.846


Marktrente ontwikkelingen
De geldmarktrente (bij kortlopende financiering) is in 2025 gedaald. De 1 maands Euro Interbank Offered Rate (EURIBOR); belangrijke maatstaf voor de geldmarktrente is in 2025 gedaald van 2,8% naar 2% ultimo 2025. De rente op de geldmarkt wordt voornamelijk bepaald door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB gebruikt de rente als instrument om de inflatie te beïnvloeden. In 2025 heeft de ECB de depositorente, voor het aanhouden van liquiditeiten bij de ECB, met 0,75% laten dalen van 2,75% naar 2%. De kapitaalmarktrente (bij langlopende financiering) of wel de lange rente met als maatstaf de rente op 10-jaars staatsleningen, is in 2025 gestegen van 2,6% ultimo 2024 naar 3% ultimo 2025.

Gemeentefinanciering
De werkkapitaalfinanciering (korter dan 1 jaar) van de gemeente wordt gedaan door het uitnemen van kasgeldleningen. De rente op kasgeldleningen is gebaseerd op de betreffende EURIBOR. Zoals aangegeven is deze in 2025 gedaald. De hoogte van het totaal van aangetrokken kasgeldleningen wordt in belangrijke mate begrensd door de verderop toegelichte kasgeldlimiet.

Daarnaast heeft de gemeente opgenomen langlopende leningen (langer dan 1 jaar). De geldstromen die voortkomen uit investeringen in grote projecten en uit verkopen van grondcomplexen bepalen in belangrijke mate de omvang van deze langlopende leningenportefeuille. Het saldo van de langlopende leningen is in 2025 gedaald met afgerond € 0,98 miljoen. In totaal is in 2025 € 10,98 miljoen aan langlopende leningen afgelost en is voor € 10 miljoen aan nieuwe langlopende leningen afgesloten. De gemiddelde resterende looptijd van de uitstaande lange termijn leningen per ultimo 2025 is 16 jaar (2024 17 jaar). De gemiddeld gewogen rentelast op deze leningen is in 2025 gestegen naar 1,5%, ten opzichte van 1,4% in 2024.

Rentetoerekening
De financiering van de gemeentelijke activa vindt plaats met interne middelen (reserves en voorzieningen) en met extern aangetrokken geldleningen. Deze werkelijke rentelasten ofwel toe te rekenen rentelasten worden intern aan de diverse gemeentelijke producten doorberekend door middel van een omslagrente. De methode van rentetoerekening is voorgeschreven door de commissie Besluit Begroting en Verantwoording. Over 2025 is deze omslagrente bepaald op 1,15%. Het toerekenen gebeurt op basis van de boekwaarde van de investeringen op de balans. Het verschil tussen de werkelijk rentelasten en de toegerekende rentelasten door middel van de omslagrente vormt het renteresultaat. De totale boekwaarde van de investeringen bedroeg per 1 januari 2025 €170 miljoen. De toegerekende rentelasten over deze investeringen over het verslagjaar bedroegen € 1,9 miljoen. De werkelijke rentelasten in 2025 bedroegen afgerond € 1,9 miljoen, waarbij afgerond €74.000 is doorbelast aan grondexploitatie. Het renteresultaat over 2025 bedroeg per saldo afgerond € 1.000 negatief, wat ligt binnen de bandbreedte volgens de regelgeving.

Het onderstaande renteschema geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat en de rentetoerekening aan investeringen en grondexploitaties.

Schema rentetoerekening 2025
(bedragen x €1.000)
Netto rentelasten kort- en langlopende leningen 1.473
Rente over eigen vermogen en voorzieningen 559
Toe te rekenen rente aan grondexplotatie -74
De werkelijk toe te rekenen rente aan investeringen 1.958
De toegerekende rente via renteomslag -1.958
   
Renteresultaat op taakveld Treasury -1


Renterisicobeheer
Voor de beheersing van het renterisico op korte en lange financiering gelden de Fido-normen: kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

1. Kasgeldlimiet (renterisico op vlottende schuld)
De kasgeldlimiet begrenst de hoogte van het totaalbedrag aan kasgeldleningen (looptijd korter dan een jaar), waarover renterisico mag worden gelopen. Het opnemen van kasgeld geeft op langer termijn namelijk een renterisico; immers er is een de kans dat herfinanciering duurder uitpakt. De kasgeldlimiet voor onze gemeente bedraagt voor 2025 afgerond € 12 miljoen. Dit is 8,5% van het begrotingstotaal. Bij het overschrijden van de kasgeldlimiet zal onze gemeente de korte leningen omzetten naar langlopende leningen, behalve bij incidentele tijdelijke overschrijdingen. De kasgeldlimiet mag niet met meer dan twee achtereenvolgende kwartalen worden overschreden.

Kasgeldlimiet 2025
(bedragen  x EUR 1.000)
  kwartaal 1 kwartaal 2  kwartaal 3  kwartaal 4
1) Toegestane kasgeldlimiet        
- in procenten van de gronslag 8,50  8,50  8,50  8,50 
 - in bedragen 12.096 12.096 12.096 12.096
         
2) Omvang vlottende korte schuld        
  11.167 17.667 10.333 7.000
         
3) Vlottende middelen        
  414 2.409 3.103 2.609
         
4) Totaal netto vlottende schuld (2-3) 10.753 15.258 7.230 4.391
Toegestane kasgeldlimiet (1) 12.096 12.096 12.096 12.096
         
Ruimte +, Overschrijding - (1-4) 1.343 -3.162 4.866 7.705

 
De kasgeldlimiet is in het tweede kwartaal van 2025 overschreden en in het derde en vierde kwartaal niet. De gemeente heeft dus binnen de wettelijke kaders gehandeld. 

2. Renterisiconorm (renterisico op vaste schuld)
De renterisiconorm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan aflossingen en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. De renterisiconorm bedraagt 20 procent van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat maximaal 20 procent van het totaal van de begroting aan rentegevoeligheid onderhevig mag zijn. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering.


Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld 2025
(bedragen x €1.000)
         
Stap Variabelen Renterisico(norm) begroting werkelijk verschil
(1) Renteherziening 0 0 0
(2) Aflossingen 7.516 10.982 3.466 
         
(3) Renterisico (1+ 2) 7.516 10.982 3.466 
         
(4) Renterisiconorm 28.461 29.622 1.161 
         
(5a)=(4>3) Ruimte onder renterisiconorm 20.945 18.640 -2.305 
(5b)=(3>4) Overschrijding renterisiconorm 0 0
         
Berekening Renterisiconorm      
(4a) Begrotingstotaal 142.303 148.109 5.806 
(4b) Percentage regeling 20% 20%
         
(4)=(4a x 4b) Renterisiconorm 28.461 29.622 1.161 

Uit deze tabel blijkt dat de renterisiconorm in 2025 niet is overschreden.

Kredietrisico’s
Kredietrisico’s ontstaan enerzijds door het verstrekken van leningen, anderzijds door het verstrekken van gemeentegaranties. In de financiële verordening en het Treasurystatuut is bepaald dat leningen en garanties alleen worden afgegeven indien zij een publieke taak dienen. Een overzicht van de afgegeven garanties is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen. De gemeente heeft ultimo 2025 € 8,4 miljoen aan uitgezette leningen:

  1. Hypothecaire geldleningen verstrekt aan personeel € 13.648 (betreft restanten van de opgeheven regelingen).
  2. Verstrekte geldlening aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) van € 7.699.806.
  3. Overige leningen aan stichtingen, verenigingen, scholen en personeelsregelingen voor een bedrag van € 666.305, waaronder € 512.089 aan De Vereniging tot instandhouding en Exploitatie van “Ons Dorpshuis”.

In 2025 hebben er op verstrekte leningen door de gemeente geen wanbetalingen plaatsgevonden.