3.6.1 Inleiding
Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), titel 2.3., artikel 15, dient de gemeente in de begroting aandacht te besteden aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. Er zijn immers bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en risico's, die uit gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen in NV's, stichtingen of verenigingen of andere overeenkomsten kunnen voortvloeien. Om te spreken van een verbonden partij, dient de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang in de betreffende partij te hebben.
De paragraaf verbonden partijen dient tenminste te bevatten:
- de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;
- de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;
- de lijst van verbonden partijen.
3.6.2 Bestuurlijk belang
Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van een bestuurlijke participatie of het hebben van stemrecht. Het uitoefenen van bestuurlijke invloed op het bestuur van een bestuurlijk verbonden organisatie door de gemeente is er op gericht het publieke belang te dienen. In het nastreven van het publieke belang dient de reden gelegen te zijn van het aangaan van een relatie met een derde rechtspersoon.
3.6.3 Financieel belang
Alleen een bestuurlijk belang maakt een partij nog geen zogenaamde verbonden partij, daarvoor is ook een financieel belang vereist. Onder financieel belang worden niet alleen eigendomsrechten, zoals die voortvloeien uit het bezit van aandelen begrepen, maar ook constructies als het verstrekken van leningen, het verlenen van subsidies en het stellen van garanties.
3.6.4 Beleid verbonden partijen
In de “Nota verbonden partijen” is een dwingend kader opgenomen voor de oprichting van en de deelneming in een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie, maar ook voor de gemeentelijke vertegenwoordiging in deze organisaties. Bovendien geeft deze nota aan op welke wijze de interne controle, verantwoording en toezicht met betrekking tot de verbonden partijen is geregeld. Het doel hiervan is de gemeenteraad zicht te geven op de mate waarin de beoogde doelstellingen binnen de verbonden partijen worden gerealiseerd, op goede borging van het publieke geld dat in de verbonden partijen omgaat en op adequate beheersing van de eventuele risico’s. De “Nota verbonden partijen” is in 2012 geactualiseerd.
In de Uitvoeringsagenda 2014-2018 is bij speerpunt 11 ‘Regionale samenwerking’ vermeld dat we interne sturing, beheersing, verantwoording en toezicht m.b.t. verbonden partijen willen verbeteren. En ook de mogelijkheden van de raad vergroten om haar kaderstellende en controlerende rol uit te oefenen. Als uitwerking van genoemd speerpunt werken we aan een (nieuwe) actualisatie van de Nota verbonden partijen. Ook de paragraaf verbonden partijen passen we aan.
In voorliggende versie vermelden we vooraan een beknopt samenvattend overzicht van alle verbonden partijen. In komende versies willen we meer aandacht geven aan het bereiken van doelstellingen van de partijen en het bereiken van de doelstellingen van de gemeente met deelname in de verbonden partij. Waarbij het niet alleen financiële doelen betreft, maar ook inhoudelijke prestatieafspraken.
3.6.5 Overzicht verbonden partijen
Verbonden partij
|
Bijdrage 2017
|
Dividend 2017
|
Bank Nederlandse Gemeenten
|
-
|
12.404
|
Ondernemerscentrum De Schalm
|
-
|
40.000
|
Gemeenschappelijk Orgaan Arnhem Nijmegen City Region
|
83.564
|
-
|
Samenwerkingsverband Euregio Rijn/Waal
|
11.750
|
-
|
GR voor Onderwijszaken in de regio Arnhem (GRO)
|
5.449
|
-
|
Hulpverlening/Veiligheids- en gezondh.regio Geld. Midd. (VGGM)
|
2.688.653
|
-
|
Werkvoorzieningschap Midden-Gelderland (Presikhaaf Bedrijven)
|
420.000
|
-
|
Westeraam
|
-
|
-
|
Recreatieschap Over-Betuwe
|
-
|
-
|
Vitens
|
-
|
101.026
|
Openbaar Lichaam Park Lingezegen
|
240.000
|
-
|
Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)
|
493.622
|
-
|
St. Samenwerkingsverband Glasvezelnetwerk Arnhem (SSGA)
|
4.500
|
-
|
BVO Doelgroepenvervoer Regio Anrhem-Nijmegen (DRAN)
|
37.866
|
|
Totaal
|
3.985.404
|
153.430
|
3.6.6 Toelichting verbonden partijen
Bank Nederlandse Gemeenten
Het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de Staat, alsmede het door de statuten beperkte werkterrein van de bank, bieden financiers het vertrouwen dat het risico van kredietverlening aan dit instituut zeer beperkt is. BNG bundelt de uiteenlopende vraag van klanten tot een beroep op de financiële markten dat aansluit op de behoefte van beleggers wat betreft volume, liquiditeit en looptijd. Door de combinatie van beide elementen heeft de bank een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen zeer scherpe prijzen, die weer worden doorgegeven aan decentrale overheden en aan instellingen voor het maatschappelijk belang. Dat leidt voor de burger uiteindelijk tot lagere kosten voor tal van voorzieningen.
Mede onder invloed van aanhoudende lage lange rentetarieven en de terughoudende rentepositie van de bank zal het renteresultaat naar verwachting lager uitkomen. Het resultaat financiële transacties zal ook in de nabije toekomst gevoelig blijven voor politieke, economische en monetaire ontwikkelingen.
Gezien de aanhoudende onzekerheden acht de bank het niet verantwoord een uitspraak te doen over de verwachte nettowinst 2017.
Ondernemerscentrum De Schalm
Er zijn geen relevante ontwikkelingen te verwachten voor 2017.
GO Arnhem Nijmegen City Region
Het Gemeenschappelijk Orgaan (GO) Arnhem Nijmegen City Region start in december 2016 met de evaluatie van de samenwerking in het GO, die dan één jaar bestaat. Onze gemeente heeft bij het instemmen met de gemeenschappelijke regeling hiervoor ook onze eigen toetsingscriteria bepaald. Wij evalueren dan ook aan de hand van deze toetsingscriteria.
Voor het portefeuillehoudersoverleg Economie staat in 2017 vooral het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) centraal. Overprogrammering van werklocaties is al langer een belangrijk onderwerp voor de regio. In 2013 zijn, na een uitgebreide regionale afstemming, het Regionaal Programma Bedrijventerreinen en het Regionaal Programma Detailhandel door de Stadsregioraad vastgesteld. Daarin is afgesproken om beide programma’s eens per twee jaar te herijken. Daarnaast heeft de provincie Gelderland de regio verzocht om de overprogrammering in de regio verder aan te pakken. Daarom hebben de samenwerkende regiogemeenten, vertegenwoordigd in het Portefeuillehoudersoverleg Economie, besloten om de afspraken met betrekking tot de in 2013 vastgestelde programma’s te herijken, de overprogrammering zowel kwantitatief als kwalitatief in beeld te brengen en hierover bestuurlijke afspraken te maken. De provincie is nauw betrokken bij de ontwikkeling van het Regionaal Programma Werklocaties en zal deze – na vaststelling - ook als uitgangspunt hanteren bij de beoordeling van bestemmingsplannen met betrekking tot bedrijventerreinen, detailhandelslocaties en kantorenlocaties in de regio. Het Portefeuillehoudersoverleg Economie zal dit herijkingstraject begeleiden
Het portefeuillehoudersoverleg Wonen staat in 2017 vooral in het teken van (sub)regionale afstemming van woningbouwprogramma’s. In 2015 kwamen de regiogemeenten tot een subregionale aanpak voor afstemming door middel van een ‘stoplichtmodel’. In de woonagenda zijn per subregio afspraken gemaakt met de provincie over de invulling van de programmering. Afgesproken werd ook om deze oefening in 2017 te herhalen op basis van nieuwe woningmarktonderzoeken.
In de regio werken we momenteel gezamenlijk aan een uitwerking van het landelijke WoON2015.
Het WoON 2015 krijgt een regionale vertaling en uitwerking dat betaald wordt door de deelnemende gemeenten. Hiermee wordt ondermeer de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte voor de gehele woningmarktregio in beeld gebracht. Deze analyse is naar verwachting eind 2016 gereed en vormt een belangrijke basis voor gesprekken in de subregio’s over vraag en aanbod van woningen. In 2017 moet dit leiden tot een nieuwe, regionaal afgestemde, woningbouwprogrammering per subregio tot 2025. Continuering van regionaal woningmarktonderzoek en monitoring zijn belangrijke onderleggers voor een goede kwantitatieve én kwalitatieve afstemming van planningslijsten.
In 2017 blijft het portefeuillehoudersoverleg 2x per jaar themabijeenkomsten organiseren over het thema wonen met als doel kennis delen en netwerken. De regiogemeenten leveren allemaal een bijdrage aan de organisatie van deze bijeenkomsten.
Per 1 januari 2016 is de nieuwe huisvestingsverordening van kracht. De methodiek voor woonruimteverdeling is regionaal afgestemd met een bestuursovereenkomst. Het resultaat van deze gemeentelijke samenwerking biedt woningzoekenden een transparant en laagdrempelige verdeelsysteem met een grote mate van keuzevrijheid én uniformiteit voor de gehele woningmarktregio. Uitvoeringskosten worden door de gemeenten gedragen en naar rato van het inwoneraantal verdeeld.
In 2017 zal in het portefeuilleoverleg Mobiliteit wederom veel aandacht uitgaan naar doelgroepenvervoer en openbaar vervoer. Inmiddels is er een bedrijfsvoeringsorganisatie en is een regiecentrale voor de organisatie van doelgroepenvervoer in de regio. Daarnaast heeft de provincie een openbaar vervoer visie opgesteld en vraagt aan de regio deze samen uit te werken..
Van regionaal belang voor mobiliteit zijn verder de MIRT-afspraken met de minister van Infrastructuur en Milieu, de nieuwe nationale omgevingsvisie, de nieuwe toekomstvisie openbaar vervoer 2040 voor het landsdeel Oost, de snelfietsroutes, Velo-city 2017, de Brengdienstregeling, het doortrekken van de A15, Beter Benutten-Vervolg, de spoorplannen (actueel is het tweesporig maken van de spoorbrug bij Ravenstein, de ICE, nachttreinen, goederentreinen) en de jaarlijkse verdeling van de BDU-gelden.
Portefeuillehoudersoverleg Duurzaamheid
Voor PO Duurzaamheid zijn voor de periode 2015-2018 een drietal projecten prioritair en opgenomen in de regionale uitvoeringsagenda ‘Smart Energy’.
In de vastgestelde ‘MIRT-Uitnodigingsagenda stedelijk netwerk Arnhem-Nijmegen’ is ‘Smart Energy’ namelijk één van de drie iconen: [1] versterken van de campusontwikkeling Arnhem-Nijmegen en de cross-overs tussen de verschillende campussen/bedrijfsleven; [2] ontwikkelen van bruisende binnensteden aan de rivier; [3] ‘Smart Energy’.
Binnen dit derde icoon, ‘Smart Energy’, zijn drie thema’s ingebracht, namelijk:
- energietransitie (voorheen De Groene Kracht);
- biobased / circulaire economie (voorheen De Groene Hub);
- smart / zero emmision mobility.
Binnen de genoemde drie thema’s zijn er meerdere regionale projecten relevant.
Er wordt voor het PFO duurzaamheid geen aparte bijdrage gevraagd. Wel betalen de gemeenten een inwonersbijdrage aan de nieuwe regionale samenwerking Arnhem – Nijmegen.
Ook voor 2017 is er een inwonerbijdrage vastgesteld van € 1,50 per inwoner. Hiervan is € 1,00 voor de Stichting Economic Board.
Stichting Economic Board regio Arnhem Nijmegen
De stichting Economic Board zet zich in voor de bevordering van de sectoren Health, Energy en Food en de crossovers daartussen. Voor wat betreft de verbindingen naar de Foodsector is ook de voorzitter van de Triple Helix Foodvalley (dhr. C. van der Knaap) als agendalid in de Board vertegenwoordigd.
In de Economic Board heeft burgemeester Van Asseldonk namens de regiogemeenten zitting. Vanuit zijn rol als vertegenwoordiger namens de regiogemeenten heeft dhr. Van Asseldonk in juni 2016 een eerste nieuwsbrief opgesteld en verzonden naar alle raadsleden van de regiogemeenten om ook hen goed te informeren en aangesloten te houden.
Alle gemeenten dragen vanuit het GO € 1,00 per inwoner af aan de Board (Uw raad besloot daartoe op 22 september 2015). De Board beschikt daarmee over een werkbudget vanuit de overheden van € 750.000 per jaar. Onlangs is dhr. Van Asseldonk benoemd als voorzitter van de auditcommissie: een commissie samengesteld uit enkele leden van de board die toezicht houdt op de financiële bestedingen en verantwoording daarvan door de Board.
Voor de Economic Board is inmiddels (per 1 maart 2016) een directeur aangesteld en zijn zeven mensen in het projectbureau actief. De Radboud Universiteit faciliteert de Board met huisvesting; de Board houdt kantoor naast het Radboud Innovation Center. De Economic Board wordt op 15 september 2016 formeel “gelanceerd” met een brede bijeenkomst in het nieuwe Van de Valkhotel.
Samenwerkingsverband Euregio Rijn/Waal
Eind 2014 werd het KLiKER-project afgerond (een initiatief vanuit de Stadt Rheinberg, waarbij een aantal Nederlandse gemeenten, w.o. Overbetuwe is aangehaakt. Het project betrof de vraag hoe gemeenten integraal optimaal de klimaatbescherming kunnen organiseren, aansturen en communiceren. Met het project werd voor alle gemeenten een klimaatroadmap ontwikkeld (inclusief doelen en maatregelen) welke zij allen kunnen implementeren. De afzonderlijke roadmaps vormen de basis voor de ontwikkeling van een euregionale roadmap. Op basis hiervan werden in 2015 pilotprojecten op het gebied van gemeentelijke klimaatbescherming uitgevoerd. In 2016 is hieraan verder een vervolg gegeven door te onderzoeken welke projecten er mogelijk zijn op het gebied van biodiversiteit. (zie onder v.w.b. het project Fruitlint).
In 2013 en in 2014 werden resp. de projecten Activ über die Grenze en Activ über die Grenze 2.0, uitgevoerd. In beide projecten werd samengewerkt met Zevenaar, de Duitse partners als jobcenters, het Theodor Brauerhaus en Kreiz Kleve. Het eerste project was gericht op werkzoekenden en het project 2.0 op de jobcoaches. De Nederlandse en Duitse werkzoekenden en jobcoaches kregen gedurende een periode van zes weken een cultuur- en taaltraining aangeboden. Tevens konden de werkzoekenden gedurende een periode van zes weken een stageplaats vervullen in het nabuurland. Hierdoor hebben zij direct kennis kunnen maken met de cultuur, wetgeving en werkomstandigheden in het nabuurland. Kansen op de euregionale arbeidsmarkt zijn hiermee vergroot, ervaringen zijn gedeeld en nieuwe netwerken zijn gebouwd. In sommige gevallen heeft dit voor werkzoekenden zelfs geleid tot een vaste aanstelling in het buurland.
Dit succesvolle project wilden wij in de komende 3 jaar uitrollen in een opgeschaalde regio, zowel aan Duitse als Nederlandse zijde. Dit 3e project is in juni 2015 bij de Euregio aangevraagd onder de naam Grenzen Bewegen. Het project kent nagenoeg dezelfde inhoud als het project Activ über die Grenze maar kent een ruimere doelstelling: het gaat hier 300 werkzoekenden in een periode van 3 jaar. Bovendien is hierbij een brede regio betrokken. In september 2015 werd het project door de Stuurgroep Interreg formeel toegekend en is een vliegende start met het project gemaakt. Het project loopt nog tot eind 2018. Dan kan worden beoordeeld of de doelstelling is gehaald. Tussentijds wordt het voorgang van het project bewaakt in de stuurgroep Grenzen Bewegen waarvan Overbetuwe als projectpartner ook onderdeel uit maakt.
In het voorjaar van 2015 is door een aantal Nederlandse gemeenten (w.o. Overbetuwe, Wijchen, Druten, Lingewaard, Beuningen, Heumen), het initiatief genomen om ondernemers uit de maakindustrie in contact te brengen met ondernemers uit Duitsland. Het is de bedoeling dat er een bijeenkomst wordt georganiseerd met het oog op innovatiebevordering. Er is een analyse gemaakt van ondernemers die al gewend zijn zaken te doen in Duitsland; zij kunnen hun ervaringen delen met ondernemers die hiernaar nog zoekende zijn. Datzelfde gebeurt ook aan Duitse zijde. Het was de bedoeling om met deze wederzijdse partners een eu-regionale bijeenkomst te beleggen. In verband met te weinig animo bij het bedrijfsleven met name uit de andere gemeenten dan Overbetuwe, is dit initiatief helaas niet van de grond gekomen. Wel wordt het belang van grensoverschrijdende samenwerking voortdurend in het platform Made in Betuwe (een platform van Lingewaardse en Overbetuwse ondernemers uit de maakindustrie) met regelmaat onder de aandacht gebracht.
Half 2016 werd een nieuw pilotproject geïnitieerd door enkele partners onder de naam Fruitlint. Overbetuwe is gevraagd deel te nemen in de kerngroep die hiervoor een projectvoorstel gaat uitwerken. Als leadpartner heeft ECNC (European Centre for Nature Conservation Representation Office Germany uit Kleef) zich opgeworpen. Naast Overbetuwe zijn ook de gemeenten Arnhem en Rheinberg betrokken. Dit project heeft tot doel een “fruitboomlint” in de Euregio Rhein-Waal te ontwikkelen. Een dergelijke ruimtelijk samenhangende structuur heeft positieve gevolgen voor de beleving van het landschap, voor promotie van lokale producten, gebiedsgerichte branding, versterking van toeristische kwaliteit en van een streekeigen karakter, stimulering van bijenvolken en andere bestuivers, versterking van de groene infrastructuur en regionale biodiversiteit. Het project richt zich op gemeenten uit de Euregio, provincies, bedrijven, landschapsbeheerders, wegbeheerders, burgers en andere betrokkenen. Nadruk ligt op doelgroepen in het ruimtelijke fruitboomlintnetwerk en de netwerken waarin zij samenwerken, zoals (biologische) landbouworganisaties, ondernemersverenigingen, volkstuinverenigingen, stadslandbouwverenigingen, natuur(educatie)verenigingen, of erfgoedorganisaties. Voor dit project is een projectaanvraag Interreg VA, in voorbereiding en zal eind 2016 worden ingediend met de bedoeling dit verder uit te rollen in 2017.
Gemeenschappelijke Regeling voor Onderwijszaken in de regio Arnhem (GRO)
Met de invoering van de Participatiewet, is Arnhem per 1-1-2015 centrumgemeente in onze regio voor de uitvoering van de volwasseneneducatie. Door de wettelijke centrumgemeente-constructie per 1-1-2015 zijn er meer uren nodig voor de regionale coördinatie. De deelnemende gemeenten (via het AB van het GRO) hebben daarom in maart 2016 besloten het aantal uren voor de regionale coördinatie uit te breiden van 8 naar 16 uur per week. De vergoeding hiervoor vanuit de gemeente Overbetuwe voor 2017 is begroot op € 5.449.
Een tweede tak van het GRO richt zich op de regionale aanpak van de gemeentelijke taken uit de Leerplichtwet, wettelijke taken op grond van de RMC-functie en het vroegtijdig schoolverlaten (vsv). Ten behoeve hiervan is een Regionaal Bureau Leerplicht ingericht bij de gemeente Arnhem als centrumgemeente. Het jaarlijks financieel belang voor Overbetuwe is per saldo (jaarbijdrage -/- te ontvangen detacheringsvergoeding) ca. € 61.000. De bijdrage van de gemeente Overbetuwe is voor 2017 begroot op € 172.343.
Hulpverlening/Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM)
De brandweer is in 2014 geregionaliseerd. Voor 2017 staat de evaluatie gepland.
Overige aandachtspunten 2017 voor de veiligheidsregio zijn de verzelfstandiging van de meldkamerorganisatie, de arbeidshygiëne van de brandweer en de doorontwikkeling van repressieve organisatie. Tevens zal VGGM zich voorbereiden op de nieuwe Omgevingswet. De invoering van deze wet zal implicaties hebben voor de adviserende en coördinerende rol van de brandweer op het gebied van bouw, milieu en ruimtelijke ordening.
De JGZ heeft raakvlakken met de Jeugdwet: veel preventieve activiteiten vallen onder de JGZ terwijl (curatieve) zorg vanuit de Jeugdwet geregeld is. De JGZ kan voor preventieve interventies ingezet worden, in aansluiting op de inrichting van het sociaal domein. Omdat dat in iedere gemeente anders is vormgegeven, is er sprake van maatwerk. In een regionale werkgroep maken gemeenten en VGGM de activiteiten inzichtelijk. Ook is een werkgroep bezig de kosten van de JGZ transparanter te maken. Een onderdeel daarvan is ook een onderzoek naar de bekostigingsmanier van de JGZ. Momenteel is die gebaseerd op het aantal inwoners, terwijl JGZ zich richt op inwoners van 0-18. De inwoners van 0-18 als maatstaf nemen is een mogelijkheid, waarvan de financiële effecten voor alle gemeenten in de regio nu inzichtelijk worden gemaakt.
Werkvoorzieningschap Midden-Gelderland (Presikhaaf Bedrijven)
Implementeren adviezen ‘Regionale samenwerking Participatiewet en toekomst PHB’
In het tweede kwartaal van 2015 hebben alle gemeenten ingestemd met de adviezen uit het onderzoek ‘Regionale samenwerking Participatiewet en toekomst PHB’: PHB modulair afbouwen en gezamenlijk een structuur opbouwen in het kader van de Participatiewet. In de eerste helft van 2016 zijn door PHB twee businesscases uitgewerkt, gericht op het toekomstbestendig maken van de onderneming. De eerste businesscase volgt zuiver de de adviezen uit het onderzoek, namelijk een verkavelde verkoop en privatisering van bedrijfsonderdelen, waarbij binnen de Gemeenschappelijke Regeling een verloningstak achterblijft en de sector industrie (verpakken, essemblage, etc). De tweede businesscase werkt een integrale verkoop van de ondernemingskant van de GR uit aan een sociale firma, waarbij de GR verantwoordelijk blijft voor de wettelijke taken uit de Wsw, een verloningsGR.
Er is een voorkeur uitgesproken om deze tweede businesscase verder uit te diepen. Een extern expertpanel brengt advies uit aan het Regionaal Portefeuillehoudersoverleg (RPO) over de haalbaarheid. Besluitvorming over de keuze voor businesscase 2, of businesscase 1 en de uitwerking hiervan op de uitvoering van de Participatiewet staat gepland voor het derde en vierde kwartaal van 2016.


Begroting 2017
Op dit moment is er nog geen besluit genomen over het toekomstscenario van Presikhaaf Bedrijven en is de kaderbrief begroting 2017 opgesteld vanuit de huidige situatie bij ongewijzigd beleid. Wel zijn er een aantal verbeteringen doorgevoerd die in alle scenario’s gelden. Aan de hand van de kaderbrief zal de begroting 2017 worden opgesteld door Presikhaaf Bedrijven en in de AB-vergadering van 28 september 2016 terugkeren op de agenda. Op het moment dat er een keuze gemaakt is, wordt de begroting van de GR daar op aangepast.
Financiële consequenties
De te nemen maatregelen brengen frictiekosten met zich mee door boventalligheid vanuit het verleden en naar de toekomst en een aantal bijzondere posten voor in totaal € 1,5 miljoen. Daarnaast worden extra frictiekosten verwacht in verband met de overgang naar een Social Firm. De kosten daarvan zijn een punt van bespreking en een veelvoud van het eerder genoemde bedrag (€ 1,5 miljoen). Op dit moment worden alleen de bekende frictiekosten meegenomen. Bij het definitieve besluit zullen dan ook de frictiekosten die ontstaan als gevolg van de overgang naar de Social Firm worden opgenomen.
In de Kadernota 2016 van de gemeente Overbetuwe is de geraamde extra bijdrage van € 420.000 vanaf 2016 verwerkt in de meerjarenraming. Overbetuwe is verantwoordelijk voor de dekking van ca. 6,9% van het exploitatietekort.
De begroting 2016 van Presikhaaf Bedrijven heeft een resultaat van € 7.446.000 negatief. Door Presikhaaf Bedrijven is een gewijzigde begroting 2016 opgesteld. Deze begroting sluit op een nihil resultaat doordat aan de voorkant van de gemeenten een bijdrage wordt ontvangen in de diverse resultaten. Presikhaaf Bedrijven wil de gewijzigde begroting in de vergadering van het Algemene Bestuur van 28 september 2016 vaststellen. Voor de gemeente Overbetuwe is het deelnamepercentage 6,9%. Dit betekent een vooraf te betalen bijdrage van 513.774.
Monitoring en evaluatie
- Elk kwartaal stuurt het bestuur van PHB een kwartaalbericht aan de raadsleden van de deelnemende gemeenten. Hierin wordt gerapporteerd over realisatie t.o.v. de begroting en de verwachtingen.
- Gemeenteraden worden actief betrokken bij de besluitvorming over de transitie van PHB en de ontwikkelingen van de Participatiewet.
Westeraam
Momenteel is de verkoop van de woningen in het laatste deelgebied, Vierslag, in volle gang. Er is overeenstemming met de Kerk over de ontwikkeling van de Groenoordstrip. Het betreffende bestemmingsplan ligt ter inzage.
Recreatieschap Over-Betuwe
Er zijn geen ontwikkelingen te verwachten met betrekking tot het Recreatieschap.
Vitens
Voor Vitens zijn voor 2017 geen relevante bestuurlijke of financiële ontwikkelingen te verwachten. De verwachte winst en de daarmee verband houdende dividenduitkeringen aan de aandeelhouders zal in lijn liggen met die in voorgaande jaren. Ook de aflossing van de achtergestelde lening zal conform planning zijn.
Openbaar Lichaam Park Lingezegen
Het bestemmingsplan Park Lingezegen is in februari 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. In 2013 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een aantal beroepen. Dit heeft er toe geleid dat er een partiële herziening is vastgesteld en goedgekeurd door de gemeenteraad op 7 april 2015. Ook hier tegen zijn weer een drietal beroep bij de Raad van State ingediend. Twee van deze beroepen zijn ongegrond verklaard en tegen een derde beroep doet de Raad van State uiterlijk augustus 2016 een uitspraak.
In 2014 is een Grondstrategieplan opgesteld. Doel van dit plan is doelmatigheid en uniformiteit bij de verkoop van gronden buiten de basisuitrusting die mee moesten worden verworven om gronden binnen de basisuitrusting te kunnen kopen. Met dit GSP heeft Provincie een bedrag van 15,2 miljoen euro ter beschikking gesteld aan het OL als investeringskrediet. De provincie is hiermee eigenaar geworden en neemt de verkoop van de gronden voor haar rekening. Het OL loopt hier mee geen risico en heeft hiermee voldoende middelen om de uitvoering te continueren. In 2016 zal een Grondstrategieplan worden opgesteld voor de verkoop van grond binnen de basisuitrusting. Het realiseren van de basisuitrusting van Park Lingezegen vordert. Eind 2016 is de basisuitrusting in de deelgebieden aangelegd met uitzondering van enkele elementen zoals: spoorkruising Notenlaan De Park, het kasteelterrein in Ressen, en de rietmoerassen in Waterrijk. Eind 2018 zijn deze volledig gerealiseerd. Voor de gebieden die al ingericht wordt invulling geven aan het beheer conform het beheerplan. Alle deelnemers dragen bij aan het beheer van het park (elk 240.000 euro per jaar). Deze bijdragen en middelen zijn voldoende om het park een aantal decennia te kunnen onderhouden. Uit de prognose van de begroting van het OL blijkt dat er na afronding van de werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen van de basisuitrusting een overschot verwacht mag worden van € 3,3 mln. Er is een lijst met mogelijke bestedingen (wensenlijst) opgesteld waarin de wensen van de parkorganisatie, de verbonden partijen en de gebruikersraad zijn opgenomen. De wensenlijst bestaat uit bestedingen die bijdragen aan de werking en het optimale benutting van de basisuitrusting en aan de doelen van Park Lingezegen. Deze bestedingsdoelen zijn: aanleggen missing links en verbeteren infra, grondaankopen basisuitrusting en bevorderen doorontwikkeling. Deze middelen kunnen echter pas worden ingezet wanneer er overeenstemming is over de besteding en het zeker is dat overschot gerealiseerd wordt. Daarnaast is in het rapport van AT Osborne “Park Lingezegen klaar voor de toekomst’” een inschatting gemaakt van de ontwikkelingen bij de parkorganisatie. Hierbij is geen rekening gehouden met de besteding van een financieel overschot en de daarmee samenhangende werkzaamheden.
Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)
De wijze waarop en de voorwaarden waaronder de ODRA als opdrachtnemer de aan haar overgedragen taken uitvoert zijn schriftelijk vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst die de gemeente Overbetuwe is aangegaan met de ODRA.
In het Bedrijfsplan ODRA is vastgesteld dat de eerste jaren het principe van inputfinanciering wordt aangehouden. Vanaf 2018 (2017 is een overgangsjaar) zal er op basis van outputfinanciering worden gewerkt.
De ODRA voldoet inmiddels, in samenspraak met alle partners, aan de VTH kwaliteitscriteria 2.0 die door de rijksoverheid zijn opgesteld. Dit mede dankzij veranderingen die een jaar geleden in de organisatie en de werkwijzen doorgevoerd. Inmiddels is gebleken dat de door de ODRA geraamde kosten voor de opgedragen taken, uitgaande van dit vernieuwde kwaliteitsniveau, voldoende gedekt worden door de inkomsten. Wij volgen de stappen die de ODRA daarbij zet, alsmede de keuzes die worden gemaakt, nauwkeurig. Op het moment dat keuzes van de ODRA voor ons (financiële) gevolgen zullen hebben, zal dit aan het gemeentebestuur worden voorgelegd. Ook het werkplan voor 2017 zal wederom, evenals dat van 2016, passend worden gemaakt aan de ruimte die de inputfinanciering biedt.
Stichting Samenwerkingsverband Glasvezelnetwerk Arnhem (SSGA)
Op 5 maart 2013 heeft de raad besloten om toe te treden tot de Stichting SGGA (Stichting
Samenwerkingsverband Glasvezelnetwerk Arnhem). De SSGA is een stichting die een glasvezelring aanlegt, uitbreidt en exploiteert voor non-profit organisaties. Deelnemers in de stichting SSGA worden mede-eigenaar van het glasvezel netwerk.
Bedrijfsvoeringsorganisatie doelgroepenvervoer regio Arnhem-Nijmegen (BVO-DRAN)
De BVO-DRAN is opgericht op 14 april 2016. De volgende 19 gemeenten nemen deel: Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar
De deelnemers hebben besloten om samen te gaan werken op het gebied van het regionale doelgroepenvervoer. Dit betreft het vervoer voor inwoners die wegens een beperking geen gebruik kunnen maken van regulier openbaar vervoer (zoals vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015, de Jeugdwet, het leerlingenvervoer, kleinschalig openbaar vervoer (OV), maatwerkvervoer in het kader van de Participatiewet en het dorpsvervoer). Vervoersstromen gaan over gemeentegrenzen heen. In samenwerking met andere gemeenten kan het aanvullend openbaar vervoer en het gemeentelijk maatwerkvervoer slimmer, efficiënter en klantvriendelijker georganiseerd worden. Tevens kan het beter afgestemd worden op de mogelijkheden van de inwoners. Door samen te werken en het delen van kennis en kunde is het mogelijk om een deel van de opgelegde bezuinigingen in het sociale domein en het openbaar vervoer op te vangen zonder kwaliteitsverlies voor de gebruiker.
De deelnemers willen tevens samenwerken ter behartiging van de sturing en beheersing van hun ondersteunende processen en van uitvoeringstaken en hebben besloten om deze samenwerking vorm te geven middels een bedrijfsvoeringsorganisatie.
De structurele kosten voor de regio worden geraamd op € 552.930,- op jaarbasis. De provincie Gelderland draagt financieel bij aan de BVO. Voor de regio is dat een bedrag van € 240.000, -. Hierdoor resteert een bedrag van € 312.930,- dat verdeeld moet worden over de gemeenten. Voor Overbetuwe komt dit neer op een bedrag van €18.930,- per jaar.






