In dit hoofdstuk schetsen wij in het kort het financiële beeld voor de periode 2027-2030. Wij informeren u over de omvang van het (structurele) begrotingsresultaat en over de verschillen ten opzichte van de Kadernota.
Vervolgens gaan we in op de vermogenspositie van Overbetuwe, hoe deze zich verhoudt tot het geactualiseerde risicoprofiel en de BBV-indicator solvabiliteit.
Het hoofdstuk wordt afgesloten met de gehanteerde uitgangspunten en een totaaloverzicht van de lasten en baten 2027.
Uiteenzetting financiële positie
Begrotingsresultaat 2027-2030
Terug naar navigatie - Uiteenzetting financiële positie - Begrotingsresultaat 2027-2030Het begrotingsresultaat voor periode 2027-2030 geven we in onderstaande tabel weer.
| (bedragen x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Begrotingsresultaat 2027-2030 |
435 |
0 |
0 |
0 |
De begroting 2027 sluit met een overschot van € 435.000 in jaarschijf 2027. In de jaren 2028 t/m 2030 is sprake van een sluitende begroting door de inzet van de Algemene Reserve. We lichten dit nader toe in de paragraaf "Duiding begrotingsresultaat en financiële positie".
In de Kadernota 2027 was onderstaand meerjarenperspectief 2027-2030 en structureel begrotingsresultaat opgenomen.
| (bedragen x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Begrotingsresultaat 2027-2030 |
364 |
364 |
635 |
1.178 |
|
AF: Saldo van incidentele baten en lasten |
364 |
364 |
0 |
0 |
|
Structureel begrotingsresultaat 2027-2030 |
0 |
0 |
635 |
1.178 |
Ten opzichte van de Kadernota 2027 hebben zich een aantal wijzigingen voorgedaan. Deze worden in onderstaande tabel toegelicht.
|
Afwijkingen Programmabegroting 2027 t.o.v. Kadernota 2027 (bedragen x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Kadernota 2027 |
364 |
364 |
635 |
1.178 |
|
|
|
|
|
|
|
Meicirculaire 2026 |
-292 |
-1.099 |
-1.801 |
-1.178 |
|
Doorwerking structureel effect 2e Bestuursrapportage 2026 |
616 |
-368 |
454 |
322 |
|
Vertraging uitvoering grote projecten |
520 |
1.687 |
83 |
0 |
|
Aanvulling stelpost prijsinflatie |
-523 |
-523 |
-523 |
-523 |
|
Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht |
-100 |
-100 |
0 |
0 |
|
Invulling taakstelling GR-bijdragen |
-110 |
-110 |
-110 |
-110 |
|
Kostendekking bouwleges naar 100% |
75 |
75 |
75 |
75 |
|
OZB-areaaluitbreiding (incl. hogere afdracht Park 15) |
115 |
115 |
115 |
115 |
|
Diverse kleine verschillen |
-115 |
-393 |
-133 |
-215 |
|
Totaal wijzigingen |
71 |
-716 |
-1.840 |
-1.514 |
|
Inzet Algemene Reserve |
0 |
352 |
1.205 |
336 |
|
Programmabegroting 2027 |
435 |
0 |
0 |
0 |
Toelichting op de belangrijkste afwijkingen
Meicirculaire 2026
Het budgettaire effect voor 2027-2030 is negatief. Dit wordt met name veroorzaakt door het accres. Het meerjarige budgettaire effect voor de periode 2027-2030 komt uit op € 4,4 miljoen negatief. Voor een uitgebreidere toelichting op het financieel effect van de meicirculaire 2026 verwijzen we naar het afzonderlijke raadsinformatiememo Meicirculaire 2026.
Doorwerking structureel effect 2e Bestuursrapportage 2026 (2e Berap 2026)
Hier zijn de structurele effecten, zoals benoemd in de 2e Berap 2026, opgenomen, aangevuld met ontwikkelingen die alleen effect hebben op de periode 2027-2030 en dus niet in de 2e Berap 2026 zijn benoemd.
Vertraging uitvoering grote projecten
Bij het opstellen van de begroting zijn de investeringsplanningen geactualiseerd. Hieruit blijkt dat een aantal investeringen later afgerond worden, waardoor de kapitaallasten later starten.
Aanvulling stelpost prijsinflatie
Bij de Kadernota 2027 is rekening gehouden met de indexering op basis van de uitgangspunten (2,5%). Door contractuele afspraken over indexering wordt een extra bedrag toegevoegd aan de stelpost prijsinflatie.
Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht
Naar aanleiding van de VNG-ledenbrief met een leidraad voor “Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau” is op 21 april 2026 in het college een bestuursopdracht behandeld en vastgesteld. De aanspraak voor 2027 en 2028 bestaat voor een groot deel uit proceskosten om het project te leiden.
Invulling taakstelling GR-bijdragen
In de begroting 2026 is een ombuiging opgenomen voor het doorvoeren van een besparing op de bijdragen aan de GR-en voor wat betreft het bedrijfsvoeringsdeel. Deze is al gedeeltelijk ingevuld bij de bijdragen aan VGGM en de GMR. Voorgesteld wordt nu om het resterende bedrag van € 110.000 te realiseren bij de DRAN. In de Kadernota 2027 is daar een meerjarig voordeel opgenomen, waar deze ombuiging uit gerealiseerd kan worden.
Kostendekking bouwleges naar 100%
Uit de in 2026 uitgevoerde inventarisatie blijkt dat het verwachte dekkingspercentage bij bouwleges 94% is. Door het tarief aan te passen, kan gezorgd worden dat de kostendekkendheid stijgt naar 100%.
OZB-areaaluitbreiding
De opbrengsten uit de onroerendzaakbelasting (OZB) stijgen als gevolg van de uitbreiding van ons areaal (nieuwe woningen en bedrijventerreinen). Deze extra opbrengst is gecorrigeerd voor de afdracht Park 15.
Inzet algemene reserve
In de jaren 2028 t/m 2030 is sprake van een sluitende begroting door de inzet van de Algemene Reserve.
Duiding begrotingsresultaat en financiële positie
Terug naar navigatie - Uiteenzetting financiële positie - Duiding begrotingsresultaat en financiële positieVoor een goede duiding van het begrotingsresultaat is het inzicht in de structurele lasten en baten, het verloop van het eigen vermogen (algemene reserve) en het risicoprofiel van belang.
Inzet Algemene Reserve
Om in de jaren 2028 t/m 2030 tot een sluitend begrotingssaldo te komen, is de Algemene Reserve ingezet. In totaal wordt er gedurende deze periode € 1,9 miljoen uit de Algemene Reserve gehaald. De effecten hiervan op het weerstandsvermogen lichten we toe in de paragraaf Algemene Reserve.
|
Inzet Algemene Reserve 2027-2030 (bedragen x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Begrotingsresultaat 2027-2030 voor inzet Algemene Reserve |
435 |
-352 |
-1.205 |
-336 |
|
Inzet Algemene Reserve |
0 |
352 |
1.205 |
336 |
|
Begrotingssaldo 2027-2030 na inzet Algemene Reserve |
435 |
0 |
0 |
0 |
Structureel begrotingsresultaat
Het saldo van de begroting bestaat uit incidentele en structurele lasten en baten. Wanneer we de incidentele lasten en baten buiten beschouwing laten resteert het structurele begrotingsresultaat. Op deze manier wordt inzichtelijk of de structurele lasten gedekt kunnen worden door de structurele baten.
| Structureel en incidenteel begrotingsresultaat (bedragen x € 1.000) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Meerjarenperspectief Programmabegroting 2027 |
435 |
0 |
0 |
0 |
|
AF: Saldo van incidentele baten en lasten |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Structureel resultaat 2027-2030 Programmabegroting 2027 |
435 |
0 |
0 |
0 |
Algemene Reserve
Terug naar navigatie - Uiteenzetting financiële positie - Algemene ReserveDe noodzakelijke omvang van een Algemene Reserve (AR) is afhankelijk van de kwaliteit van het risicomanagement, de begrotingsdiscipline en de ruimte om binnen de begroting onverwachte risico’s op te kunnen vangen.
We presenteren in deze Programmabegroting een begrotingsoverschot van € 435.000 in 2027. Zoals hiervoor ook vermeld, wordt er gedurende de periode 2028 t/m 2030 in totaal € 1,9 miljoen uit de AR gehaald. Het overschot in 2027 zal worden toegevoegd aan de AR. Per saldo is er dus sprake van een onttrekking van € 1,5 miljoen aan de AR over de gehele periode van deze begroting.
In onderstaande afbeelding is het verwachte verloop van de AR, op basis van deze Programmabegroting 2027, vergeleken met het verwachte verloop, zoals dat was opgenomen in de Kadernota 2027.

Risicoprofiel
Het risicoprofiel is geactualiseerd en gebaseerd op de nota Risicomanagement 2023. Deze actualisatie leidt tot een risicoprofiel dat gelijk is aan dat in de jaarrekening 2025 (zie voor een nadere toelichting de paragraaf weerstandsvermogen). Dit risicoprofiel (€ 9,625 miljoen) afgezet tegen de algemene reserve van € 23,6 miljoen levert een weerstandsratio van (afgerond) 2,5. Bij deze ratio hoort de kwalificatie ‘uitstekend’, deze kwalificatie zit ruim boven de bovengrens van de na te streven bandbreedte van 1,4 tot 2,0.
|
Ontwikkeling weerstandsratio (bedragen x € 1.000) |
Per 1-1 | Bedrag AR | Risicobedrag * | Ratio |
|
Saldo Algemene Reserve |
2027 |
23.609 |
9.625 |
2,45 |
|
Toevoeging Algemene Reserve in 2027 |
|
+ 435 |
|
|
|
Saldo Algemene Reserve |
2028 |
24.044 |
9.625 |
2,50 |
|
Inzet Algemene Reserve in 2028 |
|
- 352 |
|
|
|
Saldo Algemene Reserve |
2029 |
23.692 |
9.625 |
2,46 |
|
Inzet Algemene Reserve in 2029 |
|
- 1.205 |
|
|
|
Saldo Algemene Reserve |
2030 |
22.487 |
9.625 |
2,34 |
|
Inzet Algemene Reserve in 2030 |
|
- 336 |
|
|
|
Saldo Algemene Reserve |
2031 |
22.151 |
9.625 |
2,30 |
*de risico's worden bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening beoordeeld.
Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft een beeld van de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Zo wordt zichtbaar of een gemeente voldoende eigen vermogen heeft om aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen.
In de hieronder geplaatste grafiek is deze ratio voor de komende vier jaar in beeld gebracht. In de berekening van deze ratio wordt rekening gehouden met de verwachte begrotingssaldi in 2027-2030.
Wat betekent dit voor de algemene reserve?
Vanaf 2028 neemt de AR steeds verder af. Dit komt door de inzet van de AR als structureel dekkingsmiddel voor de structurele begrotingstekorten in 2028 t/m 2030. Deze verlaging komt ook tot uiting in de weerstandsratio en de solvabiliteitsratio. De benodigde omvang van de algemene reserve hangt van verschillende factoren af, deze factoren hebben ook nog een onderlinge samenhang. De factoren waar het om gaat zijn de ontwikkeling van de risico’s (risicoprofiel), de ontwikkeling van de financieringsbehoefte (vreemd vermogen) en het vermogen om op rekeningbasis daadwerkelijk het positieve resultaat te realiseren (begrotingsdiscipline).
Een stijging van de weerstandsratio wordt in gang gezet door te sturen op een groei van de algemene reserve en/of een daling van het risicoprofiel. Bij de solvabiliteit ligt de relatie tussen het eigen vermogen, dat is inclusief de bestemmingsreserves, en het vreemd vermogen. De sturingsmogelijkheden op dit kengetal zitten dus niet alleen in de omvang van de algemene reserve. Daling van de bestemmingsreserves of een groei van de investeringsbehoefte als gevolg van bijvoorbeeld nieuwe investeringen hebben een negatief effect op deze ratio.
Uitgangspunten van deze begroting
Terug naar navigatie - Uiteenzetting financiële positie - Uitgangspunten van deze begrotingIn deze begroting hanteren we de onderstaande uitgangspunten, die onder andere zijn ontleend aan de eerder door de Raad vastgestelde Kadernota 2027.
| Beleidsmatige uitgangspunten | |||
|---|---|---|---|
| 1 | Ramingen zijn realistisch en volledig | ||
| 2 | Structurele lasten worden met structurele baten gedekt | ||
| 3 | Nieuwe uitgaven worden getemperd en zijn alleen mogelijk als bestaand beleid in gelijke mate wordt beperkt. | ||
| Financiële uitgangspunten | Voorstel | Waarde | |
| 1 | De algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2026 | ||
| 2 | De meerjarenramingen zijn gebaseerd op constante lonen en prijzen | ||
| 3 | Aantal inwoners op 01-01-2027 | Werkelijk aantal op 01-01-2026 plus inschatting groei in 2026 op basis van woningbouwprogramma | 49.365 |
| 4 | Rente | ||
| - Investeringen | Conform BBV | 1,5% | |
| - Grondexploitaties | Conform BBV | 1,5% | |
| - Kortlopende leningen | Inschatting gebaseerd op de actuele marktrente | 3,25% | |
| - Nieuwe langlopende leningen | Inschatting gebaseerd op de actuele marktrente | 3,75% | |
| 5 | Formatie en salarissen | ||
| - Formatie | Zie paragraaf bedrijfsvoering onderdeel Personeel en organisatie | ||
| - Salarissen - Sociale lasten | Verwachte cao-ontwikkeling incl. de verwachting stijging sociale lasten | 3% | |
| 6 | Prijsinflatie | Prijs Bruto Binnenlands Product | 2,5% |
| 7 | Bijdrage verbonden partijen | Op basis van conceptbegroting verbonden partij. Indien de begroting ontbreekt geldt de prijsinflatie | 2,5% |
| 8 | Belastingen | ||
| - Onroerende Zaak Belasting - Toeristenbelasting - Hondenbelasting - Precariobelasting | Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie | 2.5% 2,5% 2,5% 2,5% | |
| 9 | Heffingen | ||
| - Marktgelden - Begraafrechten - Leges - Bouwleges - Rioolrecht - Afvalstoffenheffing | Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Verhogen met prijsinflatie Aanvullend verhoogd voor 100% kostendekkend (zie paragr. Lokale heffingen) 100% kostendekkend 100% kostendekkend | 2,5% 2,5% 2,5% 9,5% | |
| 10 | Huuropbrengsten | Conform opdracht Vastgoedvisie 2025 | |
Totaaloverzicht lasten en baten
Terug naar navigatie - Uiteenzetting financiële positie - Totaaloverzicht lasten en batenHieronder is een totaaloverzicht opgenomen met de uitgaven per programma en de belangrijkste inkomsten voor de gemeente in 2027. Per saldo is er dus sprake van een begrotingsoverschot in 2027 van € 435.000.
In 2027 wordt € 153 miljoen uitgegeven aan de programma’s en bijbehorende projecten. In onderstaande tabel ziet u hoe dat bedrag over de verschillende programma’s is verdeeld.
| UITGAVEN 2027 (bedragen x € 1.000 en afgerond op € 100.000) | |
| 1. Duurzame en gezonde samenleving | 20.500 |
| 2. Leefbare en bereikbare samenleving | 22.900 |
| 3. Interactie met de samenleving | 1.500 |
| 4. Inclusieve en participatiesamenleving | 46.000 |
| 5. Werkende en lerende samenleving | 32.400 |
| 6. Informatie en kennissamenleving | 0 |
| 7. Financiën en bedrijfsvoering | 22.000 |
| 8. Algemeen bestuur en regionale samenwerking | 2.700 |
| Totale uitgaven programma’s en bijbehorende projecten | 148.000 |
| Diverse overige lasten (onvoorz., inning belast., stort. reserves) | 5.100 |
| Totaal uitgaven | 153.100 |

Tegenover bovenstaande uitgaven staan uiteraard ook inkomsten. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de belangrijkste inkomstenbronnen in 2027.
| INKOMSTEN 2027 (bedragen x € 1.000 en afgerond op € 100.000) | |
| Gemeentefonds | 100.000 |
| OZB | 14.000 |
| Afvalstoffenheffing | 8.500 |
| Rioolheffing | 3.800 |
| Leges (o.a. bouwvergunningen, APV) | 2.700 |
| Doeluitkeringen Rijk (o.a. WWB) | 12.600 |
| Huuropbrengst accommodaties (o.a. De Helster) | 1.400 |
| Rente eigen en vreemd vermogen | 500 |
| Onttrekkingen uit reserves | 700 |
| Onttrekkingen uit voorzieningen | 1.600 |
| Diverse overige baten | 7.700 |
| Totaal inkomsten | 153.500 |
