IV. Financiering

Beleidskader

Terug naar navigatie - IV. Financiering - Beleidskader

Het financieringsbeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut en gebaseerd op de wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). De uitvoering van het financieringsbeleid wordt gedaan door de treasuryfunctie, binnen de kaders van het Treasurystatuut. De Wet Fido geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie. Een belangrijk uitgangspunt van deze wet is dat een gemeente voorzichtig moet omgaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm op langlopende leningen. Daarnaast zijn decentrale overheden verplicht om deel te nemen aan schatkistbankieren, maar kunnen niet lenen bij de schatkist. Het schatkistbankieren verplicht gemeenten om hun overtollige financiën onder te brengen bij het Rijk. Tot een bepaald bedrag mogen gemeenten hun overtollige financiën wel buiten de schatkist van het Rijk houden. Voor onze gemeente bedraagt dit drempelbedrag in 2027 € 3.061.060. Het schatkistbankieren wordt door de gemeente gebruikt voor tijdelijke geldoverschotten. 

Marktontwikkelingen

Terug naar navigatie - IV. Financiering - Marktontwikkelingen

In juni 2026 heeft de ECB de beleidsrente voor het eerst sinds drie jaar verhoogd van 2% naar 2,25%. Dit is de rente die de ECB hanteert voor commerciële banken om richting de inflatiedoelstelling van 2% te sturen. De inflatie is hoger dan de gewenste inflatie als gevolg van de hoge energieprijzen door de oorlog in het Midden-Oosten. De verwachting in de markt is dat de ECB later dit jaar de beleidsrente nog een keer met een 0,25% zal verhogen naar 2,5%. Deze beleidsrente is zeer bepalend voor de geldmarktrente met als maatstaf de EURIBOR (rente die commerciële banken elkaar in rekening brengen). De 3-maands Euribor zal naar verwachting van de markt in 2027 rond de 2,75% liggen.

De verwachting voor de 10 jaarsrente op NL-staatsobligaties is dat deze rente in 2027 gemiddeld circa 3,10% zal zijn. Beide rentetarieven worden gezien als risicovrije rentes.

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - IV. Financiering - Leningenportefeuille

De verwachte financieringsbehoefte van de gemeente in 2027 bedraagt € 19,6 miljoen, waaronder € 11,1 miljoen aan herfinanciering. Daarmee wordt voorspeld dat de leningenportefeuille zal toenemen tot circa € 132 miljoen per ultimo 2027. De geldstromen die voortkomen uit investeringen in projecten en de verkopen van grondcomplexen bepalen in grote mate de omvang van de financieringsbehoefte. Als de investeringen en/of de opbrengsten, voornamelijk uit grondverkopen, afwijken van wat in de begroting is opgenomen, dan zal het beroep op de kapitaalmarkt daarop worden aangepast.

 

Mutaties leningenportefeuille (bedragen x €1.000) Bedrag Gemiddelde rente
Raming leningenportefeuille per 1-1-2027 123.841 1,92%
Nieuwe langlopende leningen 19.620 3,75%
Reguliere aflossingen 11.118 2,21%
Vervroegde aflossingen         n.v.t.
Renteaanpassingen (oud percentage) 0
Renteaanpassingen (nieuw percentage) 0
Raming leningenportefeuille 31-12-2027 132.343 2,44%

Rente

Terug naar navigatie - IV. Financiering - Rente

In de begroting 2027 wordt rekening gehouden met een totaalbedrag aan toegerekende rente van afgerond € 3,9 miljoen. De totale boekwaarde van de investeringen bedraagt per 1 januari 2027 € 189 miljoen.
Volgend schema geeft inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. De methode van rentetoerekening is voorgeschreven door de commissie Besluit Begroten en Verantwoorden. 

Schema rentetoerekening 2026 (bedragen x €1.000)    
Netto rentelasten kort- en langlopende leningen   3.330
Rente over eigen vermogen en voorzieningen   495
Toe te rekenen rente aan grondexploitatie   -40
Toe te rekenen rente aan investeringen   3.785
Toe te rekenen rente via renteomslag   -3.940
     
Renteresultaat op taakveld Treasury (Voordeel) 155


Bij de gehanteerde rentesystematiek wordt de betaalde rente omgeslagen over de investeringen. Voor deze renteomslag wordt 1,5% (omslagrente) gehanteerd over 2027. Voor de bepaling van het rentetarief voor nieuw aan te trekken lang lopende leningen wordt 3,75% gehanteerd en voor de reserves en voorzieningen wordt 1,5% gehanteerd. Voor het aantrekken van kortlopende leningen is 3,25% gehanteerd. Het gepresenteerde verwachte rentevoordeel van € 155.000 betekent dat de gehanteerde omslagrente van 1,5% over de investeringen hoger is dan het verwachte rentepercentage dat over de financiering zal worden betaald. Het verschil bevindt zich binnen de toegestane bandbreedte, wat betekent dat een reëel rentepercentage wordt toegerekend aan de investeringen.

Risicobeheer

Terug naar navigatie - IV. Financiering - Risicobeheer

De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico's en kredietrisico's. Hieronder wordt weergegeven in hoeverre deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en hoe de gemeente deze risico's beheerst.

Koersrisico
Het risico dat de financiële activa in waarde vermindert door negatieve koersontwikkelingen. Het koersrisico op uitgezette gelden is nihil. De gemeente heeft een netto schuld. Tijdelijke overtollig geld wordt conform de regels van het schatkistbankieren ondergebracht bij het Rijk via een rekening courant.

Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Voor korte en lange financiering gelden de Fido-normen kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide worden hierna toegelicht:

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de kortlopende leningen (looptijd korter dan één jaar). Bij het overschrijden van de kasgeldlimiet zal onze gemeente de korte leningen omzetten naar langlopende leningen, behalve bij incidentele tijdelijke overschrijdingen. De kasgeldlimiet mag niet met meer dan twee achtereenvolgende kwartalen worden overschreden. Over het algemeen zijn kortlopende leningen goedkoper dan langlopende leningen en dus op korte termijn financieel aantrekkelijk. Op de lange termijn is er een renterisico, immers er is een de kans dat de herfinanciering duurder uitpakt. De kasgeldlimiet is gelimiteerd tot 8,5% van de exploitatiebegroting van de gemeente.

Kasgeldlimiet 2027 (bedragen x €1.000)  
(1): Gemiddelde vlottende schuld 13.010
(2): Gemiddelde vlottende middelen 0
(3): Netto vlottende schuld (+) / Overschot vlottende middelen (-) (1-2) 13.010
(4): Kasgeldlimiet (8) 13.010
(5): Ruimte / overschrijding t.o.v. kasgeldlimiet (4-3) 0
   
Berekening kasgeldlimiet  
De kasgeldlimiet moet berekend worden bij aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van elk percentage (post 7)  
(6): Begrotingstotaal 153.053
(7): Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 8,50%
(8): Kasgeldlimiet (6x7) 13.010

Uit de tabel blijkt dat de gemeente onder de vastgestelde normering voor de kasgeldlimiet blijft.

Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van de langlopende leningen te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. 

 

Stap Variabelen (bedragen x € 1.000) 2027 2028 2029 2030
1) Renteherzieningen 0 0 0 0
2) Aflossingen 11.118 14.000 16.000 18.000
           
3) Renterisico (1+2) 11.118 14.000 16.000 18.000
4) = (4a x 4b/100) Renterisiconorm 30.611 30.051 29.925 30.220
           
           
5a) = (4>3) Ruimte onder renterisiconorm 19.493 16.051 13.925 12.220
5b) = (3>4) Overschrijding renterisiconorm 0 0 0 0
           
           
Berekening Renterisiconorm        
4a) Begrotingstotaal  153.053 150.257 149.623 151.100
4b) Percentage regeling 20% 20% 20% 20%

 

Uit de tabel blijkt dat de renterisiconorm in 2027 niet zal worden overschreden.

 

Derivaten
Derivaten worden in de markt onder meer afgesloten ter afdekking van renterisico’s. De gemeente Overbetuwe maakt geen gebruik van derivaten.

 

Kredietrisico’s 
De gemeente loopt financieel risico omdat er leningen zijn verstrekt aan derden en omdat we garant staan voor derden. Voor de beheersing van het kredietrisico is inzicht in de verstrekte leningen en garantstellingen nodig. In de financiële verordening en het Treasurystatuut is bepaald dat uitzettingen en garanties alleen plaatsvinden, indien zij een publieke taak dienen. 
Onze gemeente zal in het begrotingsjaar 2027 over een bedrag van € 8,3 miljoen aan uitgezette leningen per 1 januari 2027 kredietrisico lopen:

  • Hypothecaire leningen verstrekt aan personeel van € 6.968 (betreffen restanten van de opgeheven regelingen).
  • Lening aan Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) van € 7,7 miljoen. Rente en aflossing zijn afhankelijk van het aantal Startersleningen. Het betreft revolverende fondsen; rente en aflossing worden aangewend voor nieuwe leningen.
  • Lening aan De Vereniging tot instandhouding en Exploitatie van “Ons Dorpshuis’’ (de Hoendrik) van € 496.881.
  • Overige leningen aan verenigingen, scholen en personeelsregelingen voor een totaalbedrag van € 134.405.

In de afgelopen jaren hebben er op verstrekte leningen door de gemeente geen wanbetalingen plaatsgevonden. Ook voor 2027 wordt het kredietrisico op de uitgezette leningen laag geacht.