Omschrijving (toelichting)
De omvang van de Algemene Reserve (AR) is als gevolg van het jaarrekeningresultaat van 2023 toegenomen. De noodzakelijke omvang van een algemene reserve is afhankelijk van de kwaliteit van het risicomanagement, de begrotingsdiscipline en de ruimte om binnen de begroting onverwachte risico’s op te kunnen vangen.
We presenteren in deze Programmabegroting een sluitend structureel perspectief voor 2025. Wel zal er in 2025 sprake zijn van een onttrekking (€ 2,6 miljoen) uit de AR voor het incidenteel tekort 2025. In de jaren na 2025 is sprake van grote structurele begrotingstekorten, waardoor de verwachte omvang van de AR per 31-12-2028 uitkomt op een negatief bedrag van afgerond € 3,7 miljoen. Zoals al eerder aangegeven zal het college in samenspraak met de Raad dit najaar het proces opstarten om te komen tot een structureel sluitende begroting.

Risicoprofiel
Het risicoprofiel is geactualiseerd en gebaseerd op de nota Risicomanagement 2023. Deze actualisatie leidt tot een risicoprofiel dat iets hoger is dan in de begroting 2024 (zie voor een toelichting de paragraaf weerstandsvermogen). Dit risicoprofiel (€ 9,0 miljoen) afgezet tegen de algemene reserve van € 16,8 miljoen levert een weerstandsratio van 1,9. Bij deze ratio hoort de kwalificatie ‘ruim voldoende’, deze kwalificatie zit aan de bovenkant van de na te streven bandbreedte van 1,4 tot 2,0.
Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft een beeld van de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Zo wordt zichtbaar of een gemeente voldoende eigen vermogen heeft om aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen.
In de hieronder geplaatste grafiek is deze ratio voor de komende vier jaar in beeld gebracht. In de berekening van deze ratio wordt rekening gehouden met de verwachte begrotingssaldi in 2025-2028.

Wat betekent dit voor de algemene reserve?
Met het jaarrekeningresultaat 2023 is de algemene reserve behoorlijk gegroeid. Vanaf 2024 neemt de algemene reserve echter steeds verder af. Dit komt door de inzet als dekking voor incidentele uitgaven in 2024, het incidentele begrotingstekort in 2025 en de verwachte grote nadelige begrotingstekorten in 2026 tot en met 2028. Dit komt ook tot uiting in de weerstandsratio en de solvabiliteitsratio. De benodigde omvang van de algemene reserve hangt van verschillende factoren af, deze factoren hebben ook nog een onderlinge samenhang. De factoren waar het om gaat zijn de ontwikkeling van de risico’s (risicoprofiel), de ontwikkeling van de financieringsbehoefte (vreemd vermogen) en het vermogen om op rekeningbasis daadwerkelijk het positieve resultaat te realiseren (begrotingsdiscipline).

Een stijging van de weerstandsratio wordt in gang gezet door te sturen op een groei van de algemene reserve en/of een daling van het risicoprofiel. Bij de solvabiliteit ligt de relatie tussen het eigen vermogen, dat is inclusief de bestemmingsreserves, en het vreemd vermogen. De sturingsmogelijkheden op dit kengetal zitten dus niet alleen in de omvang van de algemene reserve. Daling van de bestemmingsreserves of een groei van de investeringsbehoefte als gevolg van bijvoorbeeld nieuwe investeringen hebben een negatief effect op deze ratio.