Meer
Publicatiedatum: 26-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

A. JAARVERSLAG

Programma's

Programma 1 Openbare orde en veiligheid

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Integrale veiligheid (speerpunt 9)
In 2015 is de Nota Integrale Veiligheid 2015-2019 (IV) door de raad vastgesteld. In deze nota staan de volgende prioriteiten benoemd:

• Woninginbraken (beperken aantal)
•Verkeersveiligheid (accenten op hard rijden en fietsveiligheid)
•Risicocommunicatie (communicatie over risico’s, maatregelen om kansen op een incident of ramp zo klein mogelijk te houden, burgers informeren wat ze moeten doen wanneer zich een incident of ramp voordoet)
•Overlast door verschillende woonvormen (beperken van de woonoverlast door cliënten van verschillende woonvormen, bijv. van begeleid wonen)

Naast de prioriteiten zijn er ook overige strategische thema’s. Deze kennen een lager profiel en zijn in sterke mate ‘going concern’. De thema’s zijn verdeeld over de vijf veiligheidsvelden: veilige leefomgeving, bedrijvigheid en veiligheid, jeugd en veiligheid, fysieke veiligheid en integriteit en veiligheid.

Het beleid dat in deze nota is vastgelegd, wordt vertaald in uitvoeringsplannen. We hebben in het eerste kwartaal een jaarplan Integrale Veiligheid 2018 opgesteld. Het Overbetuws veiligheidsbeleid is een dynamisch gebeuren. Want het is belangrijk snel en adequaat te reageren op nieuwe ontwikkelingen of op veiligheidsproblemen die plotseling opduiken. Dit geldt ook voor de problemen of ontwikkelingen die bij het opstellen van de Nota IV of de uitvoeringsplannen niet waren voorzien.

In 2018 hebben we tal van activiteiten verricht. Hierbij een weergave daarvan.
- Organisatie van de veiligheidsmarkt, week van de Veiligheid en Veiligheidsplein.
- In maart is een bijeenkomst georganiseerd voor een aantal collega's voor het vervullen van een rol in het Coördinatie Punt (CP) tijdens een ramp/incident.
- We hebben in het eerste kwartaal een jaarplan Integrale Veiligheid 2018 opgesteld.
- We hebben in 2018 aandacht gegeven aan (preventie van) woninginbraken, overlast door woonvormen en verkeersveiligheid conform de Nota Integrale Veiligheid 2015-2019 (IV).
- Bij de aanpak van deze geprioriteerde thema’s en alle andere activiteiten richtten we ons vooral op het versterken van de weerbaarheid van onze samenleving.
- Uitvoeren onderzoek naar het in eigen beheer uitvoeren (met aanvullende activiteiten) van het serviceteam bij het station. De gesprekken met ProRail en de NS hebben ertoe geleid dat het team wordt gehuisvest in de voormalige NS-kiosk.
- Op 6 juli is aan de deelnemende (veiligheids)partners het certificaat KVO-buitengebied uitgereikt en is door de partners een samenwerkingsconvenant voor de komende 3 jaar getekend.
- Uitvoeren van activiteiten n.a.v. de maatregelenmatrix voor het Keurmerk Veilig Ondernemen Centrum Elst.

Aanpak ondermijning (speerpunt 77).
Bij dit speerpunt richtten we ons ook op het versterken van de weerbaarheid van onze samenleving. De volgende activiteiten hebben plaatsgevonden.

Op 21 februari 2018 zijn álle bedrijventerreinen in Overbetuwe gecertificeerd met het Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen (KVO-B). Het KVO-Keurmerk is 3 jaar geldig. In deze periode werken de ondernemers, politie, brandweer en gemeente samen om het huidige veiligheidsniveau op de bedrijventerreinen te behouden en waar mogelijk te verbeteren.
Op 13 maart 2018 heeft het RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum) een bewustwordingsbijeenkomst gehouden voor de medewerkers van Overbetuwe.
Begin maart heeft het RIEC een analist in dienst genomen die voor gemiddeld 18 uur per week werkzaamheden verricht voor de gemeente Overbetuwe.  Deze analist maakt deel uit van het lokaal ondermijningsoverleg waarmee in het tweede kwartaal een start is gemaakt. Naast de analist van het RIEC neemt een operationeel expert van de politie en de adviseur openbare veiligheid van de gemeente Overbetuwe deel aan dit overleg. Afhankelijk van de te behandelen casussen kunnen andere partners aan het overleg deelnemen. Het lokaal ondermijningsoverleg heeft aan de portefeuillehouder OOV voorstellen gedaan over de prioritering van de casussen uit het lokale ondermijningsbeeld.  Het lokaal ondermijningsoverleg zorgt ook voor het actueel houden van het ondermijningsbeeld.
Medio april heeft het KIWA de audit Keurmerk Veilig Buitengebied (KVB)uitgevoerd. De samenstelling van de werkgroep, de gehouden enquête onder de bewoners en ondernemers in het buiten gebied, de daarop gebaseerde maatregelenmatrix en plan van aanpak voldoen volledig aan de eisen van de audit. Op 6 juli a.s. vond certificering van het KVB plaats.

Het speerpunt Ondermijning gaat integraal onderdeel uitmaken van de nieuwe nota Integrale Veiligheid (speerpunt 11).


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 10: Handhaving
We hebben voorbereidende werkzaamheden verricht om de capaciteit en de kwaliteit van handhaving te vergroten. Met de verbetering van de kwaliteit zijn wij in 2018 gestart. Wat betreft de capaciteit hebben we een samenwerkingsconvenant met gemeente Lingewaard en gemeente Nijmegen gesloten.

Speerpunt 11:  Openbare orde en veiligheid
Op dit moment wordt de Nota Integrale Veiligheid 2019-2022 opgesteld. Op 16 april 2019 heeft de gemeenteraad besloten één jaar langer uitvoering te geven aan de huidige Nota IV 2015-2019. Uitvoering van dit beleid verloopt nagenoeg volgens planning.

Financiële verantwoording Programma 1 Openbare orde en veiligheid


Wat heeft het programma Openbare orde en veiligheid gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -3.061.958 -3.567.277 -3.257.560
Totaal baten 66.527 69.831 117.157
Saldo van baten en lasten -2.995.431 -3.497.446 -3.140.403
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) -502.015
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) 87.043



I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 1 Openbare orde en veiligheid   502.000  nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
13e begrotingswijziging 2018 TR3- 2018
- aanvraag suppletie-uitkering Bommenregeling

403.000

N
 
    403.000 nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   99.000 nadeel
    502.000 nadeel


II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 1 Openbare orde en veiligheid   87.000 voordeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- geen taakvelden met verschillen > € 100.000 0    
    0  
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   87.000 voordeel
    87.000 voordeel


B. Nadere toelichting op taakveld niveau

Geen nadere toelichting, omdat er geen taakvelden zijn met afwijkingen groter dan € 100.000.

 

Financiële verantwoording Programma 1 Openbare orde en veiligheid

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 3.061.958 3.567.277 3.527.560 39.717
Baten 66.527 69.831 117.157 -47.326

Taakveld 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 2.142.502 2.142.502 2.127.501 15.001
Baten 0 20.353 34.065 -13.712

Taakveld 1.2 Openbare orde en Veiligheid

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 919.456 1.424.775 1.400.059 24.716
Baten 66.527 49.478 83.092 -33.614

Verbonden partijen

De volgende verbonden partijen dragen bij aan de realisatie van de doelstellingen van dit programma:
Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM)

Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Elst Centraal en Spoorzone (speerpunt 13a)
De werkzaamheden zijn afgerond. Aanvullende maatregelen zijn uitgevoerd om kleine onvolkomenheden op te lossen. Ten behoeve van de verdere uitvoering van dit speerpunt is een grondexploitatie (GREX) opgesteld. In mei 2018 is de geactualiseerde grondexploitatie door de raad vastgesteld. Dit biedt de basis om de komende (college/raad)periode voor dit gebied te komen tot een moderne, veilige stationsomgeving met ruimte voor wonen en werken. Ook in de nieuwe Uitvoeringsagenda komt dit speerpunt terug (spp 30).

Verbeteren infrastructuur Elst Noord (13b)
De Rijksweg Noord zal middels een onderdoorgang het spoor kruisen en bij de 1e Weteringsewal zal het gemotoriseerd verkeer het spoor kruisen middels een viaduct en het langzaamverkeer middels een onderdoorgang. Het afgelopen jaar is ingezet op de verwerving van gronden voor de realisatie van het project.  In het derde kwartaal van afgelopen jaar is de basis gelegd voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dit in afstemming met bijvoorbeeld de omgeving. De basis voor deze kwaliteit is geborgd in de bestemmingsplannen die in het vierde kwartaal in de ontwerpfase ter visie zijn gegaan en begin 2019 ter besluitvorming zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. Aan de hand van speerpunt 33 UA 2018-2022 wordt deze ontwikkeling verder vorm gegeven.

Stationsomgeving Zetten-Andelst (speerpunt 14)
Het schetsontwerp dat is opgesteld door de provincie met de betrokken partijen (ProRail, NS, vervoerders en gemeente) is uitgewerkt en er is een kostenraming opgesteld. In het verlengde van deze gezamenlijke verkenning is een PNL post opgenomen in de Programmabegroting 2019 en wil de Provincie een bedrag van € 550.000 beschikbaar stellen voor de uitvoering.

Zie ook speerpunt 34 van de UA 2018-2022.

Bevorderingen optimale verbindingen tussen de kernen (speerpunt 16)
Op 9 januari heeft de raad ingestemd met de notitie 'Overbetuwe fietst verder, naar een optimaal fietsnetwerk tussen de kernen' en het vervolgproces. De voortkomende werkzaamheden zijn in 2018 opgepakt en hiermee is het speerpunt in deze vorm afgesloten.
Een vervolg wordt gegeven aan de hand van speerpunt 13 UA 2018-2022.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
In het eerste kwartaal van 2017 hebben we in Overbetuwe opgehaald wat (partijen in) de samenleving belangrijk vinden. We voerden op vele manieren (offline, online) het gesprek met de samenleving; welke kwesties doen ertoe? De rijke oogst van deze agenderingsfase is verwerkt in de Omgevingsagenda. Op basis van de geagendeerde ontwikkelingen en thema’s voerden we in de 2e fase het vervolggesprek over de gewenste koers en ambities. Dit is opgenomen in een hoofdlijnennotitie ('Manifest') die we in juni 2018 publiceerden, als eerste richting voor de koers van de uiteindelijke Omgevingsvisie.
Daarna zijn we aan de slag gegaan met de 3e fase waarin we de hoofdlijnen uitwerken t.b.v. de uiteindelijk op te stellen visie. De visie wordt opgesteld "in de geest van" de Omgevingswet welke per 2021 van kracht wordt.  Om op tijd klaar te zijn voor inwerkingtreding, bereiden we ons voor op de nieuwe wet volgens een implementatieplan.  Het implementatieplan is in maart 2018 opgeleverd. Zie ook de raadsmemo 18inf00030 (26 feb 2018).
Verdere uitwerking loopt via speerpunt 29 UA 2018-2022 (zie programma 8).


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 13: Optimale verbindingen tussen kernen
Actiepunten uit de fietsagenda zijn na de zomer verder uitgewerkt. De ontwikkelvisie De Linge wordt in 2019 uitgevoerd. De realisatie van de projecten loopt langer door dan de scope van de fietsagenda.


Speerpunt 29: Omgevingsvisie
Zie toelichting bij Programma 8.

Speerpunt 30: Elst Centraal
Aanbesteding en verkoop aan Vivare met betrekking tot Stationsplein-West en het Klooster is in onderzoek. Met betrekking tot Spoorlaan zijn /  worden gesprekken gevoerd met verschillende initiatiefnemers. Reconstructie Nieuwe Aamsestraat bevindt zich in VO-fase.

Speerpunt 33: Verbeteren infrastructuur Elst Noord
In Q4 is gewerkt aan het samenstellen van contractdossiers voor de onderdoorgang Rijksweg Noord, het viaduct 1e Weteringsewal en de flankerende infra. Ook de verlaging van de bovenleiding door ProRail is aanbesteed. We hebben te maken met een overschrijding van ca. 15%, die grotendeels gedekt kan worden met het overschot van het project Spoorzone. De definitieve projectbegroting is/ wordt opnieuw ter besluitvorming voorgelegd aan de raad in Q1 2019.

Speerpunt 34: Stationsomgeving Zetten-Andelst
Er is een voorstel uitgewerkt voor de herinrichting van de directe stationsomgeving. We zijn in gesprek met NS en ProRail over het mogelijke gebruik van gronden van deze partijen rondom het station. Verder bereiden we een subsidieaanvraag voor.

Financiële verantwoording Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat


Wat heeft het programma Verkeer, vervoer en waterstaat gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -3.955.982 -4.445.043 -4.365.781
Totaal baten 25.715 102.615 97.777
Saldo van baten en lasten -3.930.267 -4.342.428 -4.268.004
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) -412.161
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) 74.424

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat   412.000 nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
8e begrotingswijziging 2018  Raadsbesluit 06-02-2018
- kosten verwijderen masten (Lichtplan 2018)

155.000

N
 
14e begrotingswijziging 2018 TR4- 2018
- ophoging budget planmatig onderhoud wegen

115.000

N
 
    270.000
 
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   142.000 nadeel
    412.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat   74.000 voordeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- geen taakvelden met verschillen > € 100.000 0    
    0
 
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   74.000 voordeel
    74.000 voordeel

 

B. Nadere toelichting op taakveld niveau

Geen nadere toelichting, omdat er geen taakvelden zijn met afwijkingen groter dan € 100.000.

Financiële verantwoording Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 3.955.982 4.445.043 4.365.781 79.262
Baten 25.715 102.615 97.777 4.838

Taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 3.679.587 4.175.047 4.127.940 47.107
Baten 25.715 102.615 84.316 18.299

Taakveld 2.2 Parkeren

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 227.368 191.167 165.831 25.336

Taakveld 2.5 Openbaar vervoer

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 49.027 78.829 72.009 6.820
Baten 0 0 13.461 -13.461

Verbonden partijen

Geen.

Programma 3 Economische zaken

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Economisch Uitvoeringsprogramma (speerpunt 21)
Enkele resultaten en activiteiten naar aanleiding van de uitvoering van dit programma in 2018 zijn:

  • Uitreiking Keurmerk Veilig Ondernemen voor de bedrijventerreinen Andelst Oost, De Schalm, De Merm, De Aam en Poort van Midden Gelderland Noord en Zuid
  • Presentatie onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de ontsluiting van Poort van Midden Gelderland Noord en Zuid
  • Bedrijfsbezoeken Accountmanager Bedrijven
  • Ondernemersontbijten met de portefeuillehouder economie
  • Excursie met Centrum Management Elst naar de binnenstad van Eindhoven (vervolggesprekken over een BIZ)
  • Instemmen Regionaal Programma Werklocaties door de raad (vastgesteld door GS)
  • Verkoop van enkele kavels op Poort van Midden Gelderland, Spoorallee en De Merm
  • Bijeenkomst Koopt Overbetuwsche Waar
  • Bijeenkomst Voedselregio
  • Kennismaking college van B&W met alle Overbetuwse ondernemersnetwerken/-verenigingen

In Q3 2018 is een bijeenkomst georganiseerd voor ondernemers en de input hiervan is o.a. gebruikt voor aanpassing van het Economisch Uitvoeringsprogramma.

Glasvezel in het buitengebied
Afgelopen zomer is er een marktconsultatie uitgevoerd in de regio Arnhem - Nijmegen over het ontwerp / aanleg, onderhoud en beheer van een glasvezelnetwerk. Het doel van deze uitvraag was het selecteren van een marktpartij om te komen tot de realisatie van een glasvezelnetwerk. Na deze uitgevoerde marktconsultatie is gebleken dat Glasvezel buitenaf voor de gemeente Overbetuwe de beste voorwaarden heeft om dit project te realiseren. Na deze selectieprocedure is er gewerkt aan het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst.

In 2019 zal deze overeenkomst worden ondertekend, waarna de aanleg kan starten.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
Zie toelichting bij programma 2.

Nota recreatie en toerisme (speerpunt 57)
Zie toelichting bij programma 5.

Arbeidsparticipatie: werk aan de winkel (speerpunt 62)
In de Uitvoeringsagenda 2016-2018 waren twee speerpunten opgenomen die betrekking hadden op de Participatiewet, namelijk nummer 62 (Arbeidsparticipatie: werk aan de winkel/werkgeversbenadering) en nummer 72 (Lokaal alternatief Presikhaaf Bedrijven/lokale uitvoering Participatiewet). Voor laatstgenoemd speerpunt verwijzen we naar de toelichting bij programma 6.
Arbeidsparticipatie 'Werk aan de winkel' is onderdeel van de transformatie en inmiddels een regulier onderdeel van onze werkzaamheden. Onder meer door een intensieve(re) samenwerking met het Werkgeversservicepunt (WSP) zijn we actief op zoek geweest naar werkplekken voor onze inwoners die buiten het werkproces staan. In het eerste kwartaal van 2018 is, als onderdeel van de doelstelling 'iedere inwoner participeert naar vermogen' een training gestart waarmee inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt worden getraind en gestimuleerd om actief aan het werk te gaan. Voor hen voor wie regulier werk nog een te grote stap is bemiddelen we naar andere vormen van participatie. Het WSP speelt hier, vanuit haar kennis van de behoefte van de werkgevers, een actieve rol in. Met hen hebben we aanvullende afspraken gemaakt. Bedrijven, op hun beurt, worden, mede door de accountmanager bedrijven, actief gewezen op de mogelijkheden die vanuit vergroten arbeidsparticipatie geboden worden.

Speerpunt 76: Regionale positionering vanuit economisch perspectief
De contacten met regionale belanghebbenden (o.a. Economic Board, GO Arnhem Nijmegen, Euregio, KvK, buurtgemeenten) zijn verder geïntensiveerd en leiden tot acties gericht op een stevige rol in het regionale speelveld. Voorbeelden zijn onze voortrekkersrol voor aanleg glasvezel in het buitengebied, regionale Routekaart Duurzaamheid, de werving van bedrijven die gebruik kunnen maken van de regionale Investeringsagenda, de (mogelijke) samenwerking m.b.t. startersbeleid en deelname via het LEC Nijmegen aan de Provada 2018.
In Q3-Q4 is vooral de inzet geweest op de lokale economie met aandacht voor bedrijven in onze gemeente en de voorbereidingen voor het Economisch Uitvoeringsprogramma voor de periode 2019-2022.


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 15: Economisch Uitvoeringsprogramma
In Q3-2018 zijn er diverse activiteiten uitgevoerd die opgenomen staan in het Economisch Uitvoeringsprogramma 2017-2018. De belangrijkste activiteit betrof inventarisatie problematiek op bedrijventerrein Poort van Midden Gelderland Noord.

Financiële verantwoording Programma 3 Economische zaken


Wat heeft het programma 3 Economische zaken gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -997.743 -1.047.743 -806.644
Totaal baten 742.273 895.773 1.025.936
Saldo van baten en lasten -255.470 -151.970 219.292
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) 103.500
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) 371.262


I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 3 Economische zaken   104.000 voordeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
13e begrotingswijziging 2018 TR3- 2018
- tussentijdse winstneming complex Poort van Midden-Gelderland Zuid

464.000

V
 
14e begrotingswijziging 2018 TR4- 2018
- bijstelling tussentijdse winstneming complex Poort van Midden-Gelderland Zuid
- 259.000
N  
    205.000
 voordeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   101.000 nadeel
    104.000 voordeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 3 Economische zaken   371.000 voordeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 349.000 V  
    349.000
voordeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   22.000 voordeel
    371.000 voordeel

 

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

Financiële verantwoording Programma 3 Economische zaken

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 997.743 1.047.743 806.644 241.099
Baten 742.273 895.773 1.025.936 -130.163

Taakveld 3.1 Economische ontwikkeling

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 344.357 319.357 314.658 4.699
Baten 0 0 19.600 -19.600

Taakveld 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

- We vormden een voorziening op het tekort van onze verliesgevende grondexploitaties straks op te kunnen vangen.  Het verlies van de complexen  Spoorallee (€ 246.000), Elst Centraal (€ 114.000), De Merm (€ 47.000)en De Merm Oost (€ 36.000) nam af, in totaal dus met € 443.000.

- Voor de Poort van Midden Gelderland Zuid hebben in TR4 - 2018 een deel van winstverwachting al  als resultaat in de jaarrekening verwerkt. De geactualiseerde winstverwachting valt € 18.000 lager uit.


- Ten opzichte van de begroting zijn er minder uren besteed aan de  Bedrijventerreinen . De loon- en overheadkosten  werden derhalve niet gedekt door de betreffende grondexploitaties.

Saldo diverse overige voor- en nadelen

443.000











7.000






18.000



83.000


I




I



I


I

Totaal 450.000 101.000  

Een uitgebreidere toelichting op het resultaat van de bedrijventerreinen is te vinden in de Paragraaf Grondbeleid.

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 613.613 688.613 444.014 244.599
Baten 705.732 858.732 963.184 -104.452

Taakveld 3.3 Bedrijfsloket- en regelingen

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 39.773 39.773 47.972 -8.199
Baten 36.541 37.041 43.152 -6.111

Verbonden partijen

De volgende verbonden partijen dragen bij aan de realisatie van de doelstellingen van dit programma:
Ondernemerscentrum De Schalm BV

Programma 4 Onderwijs

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Onderwijsagenda (speerpunt 22)
We hebben samen met de gemeente Lingewaard en de gezamenlijke schoolbesturen in beide gemeenten de krimp in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs geïnventariseerd. Dit heeft geresulteerd in een transitieatlas voor het basis- en voortgezet onderwijs. Het koersdocument voor de kindvoorzieningen w.o. onderwijs met acties voor 2018 en verder hebben wij in december 2017 afgerond. In februari informeerden wij uw raad over dit koersdocument en het vervolgproces om te komen tot een Integraal Huisvestingsplan (IHP). We werken in het primair onderwijs bestuurlijk en ambtelijk met Lingewaard en het regionaal samenwerkingsverband voor passend onderwijs (PassendWijs) nauw samen aan de samenwerkingsthema’s tussen onderwijs en de gemeentelijke taken. Vanaf start schooljaar 2017-2018 is een verbeterd en getransformeerd Klein Casus Overleg (KCO) werkzaam. Ouderbetrokkenheid blijft een aandachtspunt. Gesprekken om dit vorm te geven zijn gestart

Wij hebben uw raad in november 2017 over het Overbetuwse plan van aanpak Bestrijding Laaggeletterdheid geïnformeerd. Daarnaast zijn we aan de slag gegaan om met de kerngroep partners de verschillende activiteiten en projecten uit te voeren. Zo zijn er vrijwilligers geworven voor de Voorleesexpress. De VoorleesExpress zorgt ervoor dat kinderen met een taalachterstand extra aandacht krijgen. Een half jaar lang komt er een vrijwilliger bij een gezin thuis om voor te lezen. Samen met de ouders is het streven dat taal en leesplezier een vaste plek in het gezin krijgen. Hierin werkt de bibliotheek samen met Forte Welzijn. Het evenement Betuwe on Stage is op 27 februari bezocht door zo'n 850 leerlingen van VMBO scholen uit de regio en 240 beroepsbeoefenaren. Doel is om het beroepenveld te verkennen en een keuze voor vervolgopleiding en beroep te ondersteunen. Het evenement heeft op 15 maart een vervolg gekregen: tijdens de "doe-dag" hebben de leerlingen bedrijven die deelnamen bezocht.
Alle onderdelen van de onderwijsagenda zijn afgerond dan wel ingebed in reguliere beleidsuitvoering. Over de voortgang/uitkomst van nog lopende zaken zoals het Integraal Huisvestingsplan en de evaluatie van het Klein Casus Overleg wordt de raad via raadsinformatiememo's of raadsvoorstellen apart geïnformeerd. Het speerpunt in deze vorm hebben wij afgesloten.

Huisvesting OBC (speerpunt 23)
In 2017 is besloten dat de nieuwbouw voor het OBC zal plaatsvinden op de locatie Vinkenhof te Elst. Om te komen tot een goede kwaliteit van de inrichting van het gebied is er een stedenbouwkundige visie, een beeldkwaliteitsplan en een inrichtingsplan voor het openbare gebied opgesteld. In de klankbordgroep is de stedenbouwkundige visie beoordeeld en was er een discussie over een schoolgebouw van 2 of 3 bouwlagen. Vanuit de klankbordgroep is geadviseerd om het schoolgebouw in 3 bouwlagen vorm te geven. Het advies van de klankbordgroep is overgenomen en heeft een plek gekregen in de stedenbouwkundige visie. De stedenbouwkundige visie is in september vastgesteld door het college. De discussie over de bouwlagen heeft tot een aantal maanden vertraging geleid.


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 16: Strategisch Meerjarig Huisvestingsplan 2020
Het traject om tot een Strategisch Meerjarig Huisvestingsplan (SHP) te komen, is opgestart. Op 22 november 2018 heeft er een Kennisconferentie "Het beste voor het kind" plaatsgevonden voor o.a. onderwijs, opvang, dorpsraden/wijkplatforms en politiek. Ook is gewerkt aan de uitvraag voor het laten opstellen van een nulmeting schoolgebouwen, z.g. quickscan. De input en opbrengsten vanuit de Kennisconferentie en de quickscans worden gebruikt om in het 1e halfjaar 2019 het SHP voor te bereiden, op te stellen en nader uit te werken.

Speerpunt 17: Doorlopende leerlijn
In 2018 hebben we verder gewerkt aan het voorkomen van onderwijsachterstanden, bestrijden voortijdig schooluitval en een leven lang leren.
Lokale Educatieve Agenda (LEA):
De agendapunten van onze LEA in 2018 hadden met name betrekking op de ontwikkeling van het meerjarig huisvestingsplan en de doorontwikkeling van de ondersteunings- en zorgstructuur.

Verbindingen voorschoolse en schoolse periode:
In het kader van de verdere gezamenlijke uitwerking van de integrale ondersteunings- en zorgstructuur (voorschoolse zorgcoördinator, schoolmaatschappelijk werk, schoolnabije Ronde tafels, LeJo/LeVo, jeugdconsulenten, jeugdarts, swv PassendWijs, leerplicht en meer) is gewerkt aan versterking van de verbindingen  tussen de voorschoolse-, schoolse- en gemeentelijke ondersteunings- en zorgstructuur. In 2018 is de functie van voorschools zorgcoördinator geëvalueerd en structureel gemaakt. Het schoolmaatschappelijk werk is formatief uitgebreid voor de basisscholen en voor het VO.

Integrale kindcentra:
Op 22 november vond de kennisconferentie “Het beste voor het kind” plaats.

Leerlingenvervoer in het kader van de WPO:
In samenspraak met de consulenten leerlingenvervoer en het samenwerkingsverband PassendWijs zijn nadere beleidsregels geformuleerd om in enkele bijzondere situaties maatwerk te kunnen leveren bij de match tussen kinderen en de meest passende speciale onderwijsvoorziening.

Voortijdig schoolverlaten en thuiszitterpact:
Hier wordt regionaal (Arnhem, Overbetuwe, Lingewaard, Renkum, Rheden en Rozendaal) samengewerkt aan een sluitende aanpak onderwijs – zorg en ondersteuning van de ononderbroken ontwikkeling van ieder kind. Dit traject moet uitmonden in een document waarin de partners (Onderwijs, gemeenten en partners) bekrachtigen dat ieder zijn/haar verantwoordelijkheid heeft en neemt om er voor te zorgen dat ieder kind/jongere/jong volwassene (0-23 jaar) dat krijgt wat nodig is.

Ook zijn we bezig met een inventarisatie voor motie 5 ‘Jongerenparticipatie en zwerfafval’.

Speerpunt 37: Huisvesting OBC
Er is een verkeersvisie en een stedenbouwkundige visie gemaakt.  In het najaar is het voorontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Hiervoor zijn verschillende onderzoeken gedaan.

Financiële verantwoording Programma 4 Onderwijs


Wat heeft het programma 4 Onderwijs gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -5.658.772 -6.043.312 -5.503.625
Totaal baten 315.071 185.117 200.187
Saldo van baten en lasten -5.343.701 -5.858.195 -5.303.438
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) -514.494
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) 554.757


I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 4 Onderwijs   514.000 nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

1e begrotingswijziging 2018  PNL-post 10-2018
- kapitaallasten huisvesting OBC


252.000


N

 
    252.000
nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   262.000 nadeel
    514.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 4 Onderwijs   555.000 voordeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting
421.000
V
 
- Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
134.000
V  
    555.000
voordeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   0  
    555.000 voordeel

 

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

Financiële verantwoording Programma 4 Onderwijs

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 5.658.772 6.043.312 5.503.625 539.687
Baten 315.071 185.117 200.187 -15.070

Taakveld 4.1 Openbaar basisonderwijs

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 7.540 7.540 7.540 0

Taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting

 

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

Door vertraging in bouw van de nieuwe huisvesting van het OBC (zie ook de toelichting bij speerpunt 23) zijn de werkelijke kapitaallasten lager dan in de begroting 2018 geraamd. 

- Lagere rentelasten door verplichte nacalculatie rente. Dit voordeel van € 270.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat tegenover dit voordeel een nadeel staat op het taakveld 0.5 (Treasury). Op 0.5 staat een lager renteresultaat dan begroot (€ 270.000 nadeel). Zie de uitgebreide toelichting bij onderdeel Algemene dekkingsmiddelen.


Saldo diverse overige voor- en nadelen.

160.000


270.000









9.000

I


I




I

Totaal 430.000 9.000  
Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 3.151.381 3.555.806 3.136.475 419.331
Baten 71.691 9.446 11.250 -1.804

Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

- Door lagere lasten van diverse sportaccommodaties (gymzalen) is er sprake van een lagere doorbelasting naar het bewegingsonderwijs. De lagere lasten betreffen voornamelijk onderhoudswerkzaamheden en energielasten.

- Er is een voordeel ontstaan bij het leerlingenvervoer. Dit komt doordat er minder leerlingen in het vervoer zaten en doordat de eigen bijdragen hoger waren dan begroot. 

- Bij TR4 is het budget Peuterspeelopvang verlaagd met € 95.000. In werkelijkheid bleek de realisatie nog eens € 31.000 lager dan voorzien.

Saldo diverse overige voor- en nadelen

37.000


56.000


31.000

10.000







I


I


I

I

Totaal 134.000 0  

 

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 2.499.851 2.479.966 2.359.610 120.356
Baten 243.380 175.671 188.937 -13.266

Verbonden partijen

Programma 5 Cultuur, sport en recreatie

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Uitwerken kostendekkende tarieven accommodaties (speerpunt 3)
De notitie 'Inzicht en mogelijkheden kostprijs georiënteerde tarieven maatschappelijke accommodaties' is een van de bouwstenen voor onze visie op vastgoed. Het maakt daarom onderdeel uit van een totale samenhangende visie op vastgoed. Met de komst van het vastgoedbeheersysteem (en de koppeling met andere systemen) is er nu goed inzicht in de actuele cijfers. Omdat de pijlers uit de visie op vastgoed met elkaar te maken hebben, is eerst aan de raad op 20 februari 2018 een besluitvormende nota over deze samenhang voorgelegd (onderdeel daarvan is oa de scenario ontwikkeling rond vastgoed, zie ook speerpunt 67 ). De raad heeft deze nota vastgesteld. Hierna zullen diverse deelnota's aan de raad worden voorgelegd.

Investeren in maatschappelijke voorzieningen Herveld-Andelst (speerpunt 4)
Na verschillende gesprekken is geconcludeerd dat de Hoendrik niet de dagopvang van ouderen zal gaan organiseren die momenteel plaatsvindt in de Hoge Hof. Op basis van de ontwerpen voor de renovatie van de Hoendrik en nieuwbouw van het MFC is een kostenraming opgesteld. Op basis van deze raming heeft het college besloten om binnen het beschikbare budget van € 4 miljoen € 2,2 miljoen beschikbaar te stellen voor de renovatie van de Hoendrik. Dit betreft een taakstellend budget.
De omgevingsvergunning (bouwvergunning) kan begin 2019 worden afgegeven.
Door de architect is een voorlopig ontwerp opgesteld. De voor het bestemmingsplan benodigde onderzoeken zijn afgerond.  Op basis van het VO en de verrichte onderzoeken is het bestemmingsplan gemaakt waarmee de renovatie en nieuwbouw mogelijk wordt gemaakt.  Het bestemmingsplan is iets later dan gepland vastgesteld. De vertraging was onder meer het gevolg van de doorlooptijd van de verschillende onderzoeken als ook de wijziging in het programma van De Hoendrik.

Visie zwembaden (speerpunt 5)
Er
heeft een verkenning plaats gevonden van alle voorhanden zijnde gegevens met betrekking tot de zwembaden. Daarnaast vond er een eerste ambtelijke/bestuurlijke afstemming plaats met betrekking tot de verwachtingen en de kaders, mede gelet op de samenhang met de visie op vastgoed en het sportaccommodatiebeleid.
In het nieuwe collegeprogramma is het streven opgenomen om nog deze raadsperiode vervangende nieuwbouw voor De Helster te realiseren. Direct na de zomer is een nader onderzoek gestart. Daarbij gaat het onder meer over aspecten als wel of niet een regionale functie, welke locatie etc. Vlak voor de zomer is ook gesproken met een afvaardiging van de binnensportverenigingen in De Helster. Zij zullen in ieder geval betrokken worden in het toekomstvisie/nieuwbouwproces.
Zie ook speerpunt 31 UA 2018-2022. Binnen dit speerpunt kijken we verder dan alleen de vervanging van De Helster. In vervolg op de gesprekken met de zwemvereniging EZZ (Zetten) en de Drie Essen zijn we een quick scan onderzoek gestart om de mogelijkheden voor Zetten te onderzoeken in samenwerking met gemeente Nederbetuwe en de Drie Essen. De resultaten van dit onderzoek worden meegenomen in het behoefteonderzoek.

Uitvoering visie bibliotheekfuncties (speerpunt 6)
Begin 2017 heeft de rekenkamer een onderzoek gedaan naar de wijze waarop de gemeente de bibliotheek aanstuurt. De rekenkamer kwam met een aantal aanbevelingen voor verbetering. In oktober 2017 is de raad geïnformeerd over de manier waarop wij Bibliotheken op School willen ondersteunen en de manier waarop wij invulling geven aan de lessen uit het rekenkameronderzoek. Hierin hebben we de prestatieafspraken, die wij aan de subsidie voor 2018 verbonden, opgenomen. Op 19 december is de raad geïnformeerd over de uitvoeringsagenda 2018. Vanuit onze aanpak laaggeletterdheid heeft ook OBGZ een rol. Onze aanpak is vastgelegd in een uitvoeringsplan laaggeletterdheid (raadsmemo 24 oktober 2017). Hiermee is dit speerpunt afgerond.
Zie ook speerpunt 41 (Visie op bibliotheken) van UA 2018-2022.

Besparen op onderhoud sportaccommodaties (speerpunt 29)
Beoogde besparing is niet gerealiseerd. Het afboeken van deze taakstelling is verwerkt in TR1-2019.

Speerpunt 33: Andere opzet kleinere subsidies en uitbreiding Fonds Maatschappelijke activiteiten (Fma)
Vanaf december 2017 loopt een pilot met Overbetuwe Doet (d.i. een digitaal platform voor de koppeling van initiatieven van inwoners en het financieren daarvan door inwoners daarvoor waardecheques uit te laten geven) in Heteren. In juni 2018 heeft het college besloten deze werkwijze uit te breiden naar drie kernen. Die uitbreiding gebeurt in de periode september 2018 - mei 2019. Medio 2019 neemt het college een besluit over de totale uitrol van Overbetuwe Doet. Voor de systematiek voor de kleine subsidies werkten we in eerste instantie aan een pragmatische verordening met beleidsregels per cluster kleine subsidies. We hebben inhoudelijke redenen om met de verenigingen en het college tóch diepgaander in gesprek te willen over de inhoud en uitgangspunten voor de verordening van de kleine subsidies. We gaan hiervoor in gesprek met betrokken partijen. Dit onderdeel wordt meegenomen in de nieuwe uitvoeringsagenda 2018 - 2022 en het voorstel is de start te plannen in de tweede helft van 2019.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
Zie toelichting bij programma 2.

MFC Valburg (speerpunt 52)
Met het bestuur van de molenstichting is overeenstemming bereikt over de nieuwbouwplannen voor het MFC en project Molenzicht.  Op basis van de gemaakte afspraken zijn de plannen voor het MFC en Molenzicht verder uitgewerkt.  De raad heeft het bestemmingsplan op  4 september 2018 vastgesteld.  De Dorpsraad en omwonenden zijn geïnformeerd over het stedenbouwkundig plan Molenzicht, de uitkomst van de gesprekken met de molenstichting en de plannen voor het MFC. De plannen zijn positief ontvangen. Ten behoeve van een goede herinrichting van het openbaar gebied zal de woning gelegen aan het Molenhoekplein gesloopt moeten worden. Hiertoe heeft het college het besluit genomen het pand van de monumentenlijst te halen. Voor de herinrichting van het openbaar gebied (Molenhoekplein e.o.) zijn nog geen financiële middelen beschikbaar gesteld. Voordat dit wordt uitgewerkt stellen we een projectplan op. De herinrichting van het openbaar gebied betreft een nieuw project.
Zie ook speerpunt 25 UA 2018-2022.

Nota recreatie en toerisme (speerpunt 57)
Op basis van de nota Recreatie en Toerisme 'De Betuwe een dijk van een landschap' 2017-2022 zijn de volgende zaken in de eerste helft van 2018 gerealiseerd:
- Een gezamenlijke bijeenkomst met organisaties die zich in Overbetuwe en Lingewaard inzetten voor het uitdragen van het Betuws oorlogsverhaal WO2. De insteek was om de organisaties met elkaar bekend te maken, met elkaar te verbinden en intiatieven te inventariseren voor de 75e herdenking van operatie Market Garden in 2019 en de bevrijding van Nederland in 2020. Al deze initiatieven zijn geinventariseerd en aangeboden aan stichting WO2 Gelderland die voor de provincie Gelderland alle initiatieven inventariseert om hiervoor co-financiering te krijgen zodat initiatieven gerealiseerd kunnen worden. Voor Overbetuwe is dit belangrijk omdat het Betuws oorlogsverhaal tussen operatie Market Garden en de bevrijding van Nederland veel minder bekend is. 
- In samenspraak met RBT KAN is er een concept opgesteld voor de toeristische kaart van "De Betuwe".
- Onthulling van de luisterkeien op 7 juni 2018.

In het derde kwartaal is gewerkt aan de realisatie van een toeristische kaart met 10 toeristische tops in Overbetuwe en Lingewaard met een fietsroute door alle kernen in beide gemeenten. Ook verbeterden we de zichtbaarheid van ons gebied met een gezamenlijk logo 'De Betuwe' op de komborden. Daarnaast is actief gewerkt aan het herdenking(stoerisme) over de WOII aan een masterplan in nauw contacten met de regiogemeenten.

Landschapspark Park Lingezegen (speerpunt 58a)
Zie toelichting bij programma 8.

Sport in beeld (speerpunt 66)
Beleidsdocumenten Sport hard en zacht:
We hebben gewerkt aan het tegelijk in de tijd opleveren van een uitvoeringsagenda sport 2018-2020 voor de ‘zachte’ kant en de daarmee verbonden stukken die de 'harde'kant betreffen = de nieuwe sportnota (met daarin een duidelijke koppeling met duurzaamheid, conform de moties die door de raad zijn aangenomen). Daarin worden ook speerpunt 3 (kostendekkende tarieven) en speerpunt 29 (besparing op onderhoud sportaccommodaties) verder uitgewerkt.

Overbetuwebeweegt.nl
De diversiteit in doelgroepen en activiteiten van Overbetuwebeweegt.nl waren in 2018 goed terug te zien.  Zo hebben bijvoorbeeld na de fittesten voor senioren (in november 2017) nieuw gevormde sportgroepen voor deze doelgroep zich voortgezet. De nieuwe cyclus van de Sportbus voor basisschoolleerlingen heeft begin februari een feestelijke kick-off gehad op basissschool de Sunte Werfert in Elst. Er zijn op vijf verschillende scholen Sport & Beweeg-lessen gegeven tijdens schooltijd en na schooltijd hebben kinderen 4 dagen per week kunnen sporten en bewegen bij de sportbus op het schoolplein of in de sporthal in Herveld, Oosterhout en Elst. De sportinstuif in de carnavalsvakantie was met 140 kinderen in Zetten goed bezocht. Daarnaast werd er in de week van Aangepast Sporten extra aandacht besteed aan sporten met een beperking.                                      
Van de 22 basisscholen zijn inmiddels 16 scholen aangesloten bij OBB.nl. Dat betekent dat er regelmatig een overleg is met 16 sportcoördinatoren op de scholen. De Koningsspelen 2018 zijn in drie kernen Driel, Herveld en Elst ondersteund voor 900 kinderen. Meer dan 400 scholieren kwamen voor het eerst naar Vitaal Sportpark de Pas voor een uitgebreid programma. De sportinstuif in de voorjaarsvakantie (dit keer in Elst) was opnieuw goed bezocht.
Het ontwerpen van een duurzaam bruikbare monitoringstool om (beleids)doelstellingen beter te kunnen aantonen, screenen en bijstellen is in gang gezet met Mulier.
Sjors Sportief (en Creatief) is toegelicht op een informatieavond. Via allerlei media informeerden we verenigingen, zodat we het eerste jaar (kickoff in september 2018 op De Pas) al een ruim proefles-aanbod (analoog én via sjorssportief.nl) konden bieden aan al onze PO leerlingen.

JOGG
Vanaf februari 2018 zijn wij JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) gemeente. Dat betekent dat wij in de komende drie jaar een aanpak uitrollen die jongeren stimuleert om gezond te eten, te drinken en te bewegen. Uitvoeringspartner Overbetuwebeweegt.nl is hiervoor heel belangrijk.  Zonder OBB kunnen we JOGG in minimale mate toepassen. Onze JOGG regisseuse heeft onder de vlag van Overbetuwebeweegt.nl in samenwerking met scholen, verenigingen en het bedrijfsleven gewerkt aan het formuleren van de aanpak voor onze gemeente.

GO!
Vanaf 2018 wordt GO! als interventie beschikbaar voor de kinderen in Overbetuwe met ernstig overgewicht en obesitas. Naast de individuele trajecten van GO! kunnen scholen van Overbetuwe gebruik maken van voedingslessen/kookinstructie voor de hele klas. De lessen zijn een speelse manier om preventief kinderen te informeren over gezond eten, drinken en bewegen. GO! heeft een Plan van Aanpak ingediend voor de gemeentelijke uitrol in 2018. Het plan behoeft nog een verdere uitwerking, zodat cofinancier Menzis ook aansluit.

Ontwikkelplan Vitaal Sportpark
In het eerste kwartaal hebben een aantal bijeenkomsten plaatsgevonden met de gebruikers van De Pas met het doel om de kracht van sport breder in te zetten met De Pas als middelpunt.  Betrokken partijen naast de huidige sportparkgebruikers zijn kinderopvang, Driestroom, primair onderwijsinstanties, Overbetuwebeweegt.nl en Special Sports organisatie. Het streven is een park om nog meer in te sporten en recreëren gecombineerd met een werkpost voor de doelgroepen van Driestroom, statushouders en mensen met een uitkering.
Een nieuwe subsidie is bij de provincie aangevraagd om de realisatie van het Vitale Sportpark te kunnen gaan uitvoeren.  Een PNL-post van € 450.000 (naast de bestaande gereserveerde gelden voor een extra kunstgrasveld voor Spero) is hiervoor tevens geaccordeerd door de raad bij de kadernota. 

In de nieuwe uitvoeringsagenda 2018 - 2022 is sport wederom als speerpunt opgenomen (nr. 18).

Visie op vastgoed (speerpunt 67)
In 2017 is het vastgoedbeheersysteem in gebruik genomen en zijn de wensen en behoeften van gebruikers en bewoners geïnventariseerd. Op basis van de indicatoren kostenefficiëntie, rol van de gemeente en het sturen op activiteiten zijn scenario's uitgewerkt.
In de raadsvergadering van 20 februari 2018 heeft de raad de visie op vastgoed vastgesteld. In het besluit geven we inzicht in ons vastgoed met informatie over o.a. de bouwkundige staat, de verhuur en leegstand en de kosten die wij maken. Het besluit informeert over de inhoudelijke en theoretische opzet en het voorkeursscenario. Het geeft ook een doorkijk hoe wij denken dat het maatschappelijk vastgoed er per kern uit zou kunnen zien over 10 jaar. Nu volgt de verdere uitwerking van een aantal pijlers daarvan, zoals duurzaamheid, beheer- en exploitatie brede scholen en bestrijding leegstand.

Nota kunst, cultuur en erfgoed (speerpunt 68)
De beleidsnota Kunst, Cultuur en Erfgoed loopt van 2017 tot en met 2020. Elk jaar zijn er actiepunten geformuleerd aan de hand van een 5-tal thema’s namelijk Media en Letteren, Cultureel Erfgoed, Archeologie en monumenten, Beeldende Kunst en Bouwkunst, Amateurkunsten en Cultuureducatie.  In 2018 is verder gewerkt aan de uitvoering van een aantal actiepunten zoals:.

  • Kunstopdracht Slijk-Ewijk. In 2017 is de voorbereidende fase geweest, in 2018 is de daadwerkelijke uitvoering ervan. Oplevering kunstwerk in 2019.
  • Archeologie zichtbaar maken. Is in 2017 voorbereid en is / wordt in 2018 en 2019 uitgevoerd.
  • Wereldwijd de Heerlijkheid Hemmen. Buitengewone Kunst- en Cultuurmanifestatie die door de gemeente wordt gesubsidieerd. In 2017 voorbereid, in 2018 gerealiseerd.
  • Met de basisscholen is Cultuur Met Kwaliteit opgestart; het stimuleren en verbeteren van cultuuronderwijs, waarbij o.a. gebruikt wordt gemaakt van het Kunstmenu dat de gemeente aanbiedt. Ook is er voor een voortzetting van erfgoedonderwijs gezorgd.

Voor vele onderwerpen is een goede basis gelegd en zijn ideeën gevormd. Komende twee jaar gaan we zorgen voor meer verbinding met en ondersteuning van het culturele veld.
Zie ook speerpunt 19 UA 2018-2022.

Multifunctionele accommodatie (MFA) Randwijk (speerpunt 69)

Er is eind september 2017 een stichting opgericht: ‘De Haar’. De stichting heeft diverse onderzoeken uitgevoerd waarmee het bestemmingsplan opgesteld kan worden.  We zijn in gesprek geweest met de initiatiefnemer over de financiën en te nemen duurzaamheidsmaatregelen.
Zie verder speerpunt 27 UA 2018-2022.

Maatschappelijke voorzieningen Zetten (speerpunt 75)
In oktober-december 2017 organiseerden wij een aantal sessies met ook deelnemers van de werkgroep Zicht op Zetten. Wij verkenden een aantal scenario’s en bereiden een raadsvoorstel voor. Op 20 februari heeft de raad het scenario Wanmolen light aangenomen als uit te werken scenario met dien verstande dat bij amendement onderzocht zal worden of er 2 of 3 zaaldelen voor sport benodigd zijn. Momenteel wordt gewerkt aan een projectplan om deze uitwerking vervolg te geven.
Het speerpunt is binnen de daarvoor gestelde termijn (besluitvorming door raad voor 1 maart 2018) uitgevoerd.

Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 18: Sportnota
Wij zijn bezig met een integrale Sportnota. In de aanloop daarnaar zijn wij allereerst in gesprek met voetbalverenigingen. Werkgroepen zijn aan de slag gegaan om het ontwerp voor Vitaal Sportpark De Pas verder vorm te geven. Inpassing van extra velden voor de verenigingen zijn hier ook in opgenomen. Dit moet leiden tot een definitief ontwerp. Bij het Rijk is een aanvraag voor deelname aan de Brede Regeling Combinatiefuncties ingediend. Vanuit deze Regeling financieren wij Overbetuwebeweegt.nl en een (nieuwe) cultuurcoach.

Speerpunt 19: Uitvoering nota Kunst, cultuur en Erfgoed
Wij hebben de haalbaarheid van Meer Muziek in de klas onderzocht en we kijken of we met Lingewaard kunnen optrekken. Daarnaast wordt vanuit de gemeente vanaf november 2018 de ondersteuning bij cultuureducatie in het onderwijs geconcretiseerd met een kwartiermaker en (als de subsidieaanvraag positief is) een combinatiefunctionaris Cultuur en Onderwijs.

Speerpunt 20: Nota toerisme en recreatie
Op 2 oktober 2018 zijn door het college van Overbetuwe het Masterplan Airborne Region en het Masterplan Rivierengebied vastgesteld. In beide masterplannen staan initiatieven opgenomen van lokale partners om in 2019 en 2020 invulling te geven aan de 75e herdenking van Operatie Market Garden en aan de 75e viering van de bevrijding.

Speerpunt 21: Wanmolen
In overleg met bewonerscomité Zicht op Zetten voerden wij individuele gesprekken met alle huidige en potentiele gebruikers. De resultaten daarvan zijn input voor het exacte programma. Met de sportverenigingen en de huidige exploitant is gesproken.

Speerpunt 25: MFC Valburg
Het definitieve ontwerp van het MFC is gereed. Medio 2019 staat start bouw gepland.

Speerpunt 26: MFC Herveld
Het bestemmingsplan heeft in ontwerp ter visie gelegen. Het voorstel tot vaststelling is in december gestart. Het ontwerp voor de bouw is gereed.

Speerpunt 27: MFC Randwijk
Er is een definitief ontwerp opgesteld voor het MFC Randwijk. Een wijziging van het bestemmingsplan is door de raad op 13 november 2018 vastgesteld. De bouw van MFC Randwijk is begin 2019 gestart.

Speerpunt 31: Visie op zwembaden
De inspiratietour op 26 oktober jl. betreffende ambities van zwembaden is succesvol verlopen. Op 7 november 2018 is een verenigingsavond georganiseerd. Het behoefteonderzoek wordt uitgevoerd door Synarchis. Eind december zal het concept gereed zijn.

Speerpunt 32: Actualisering Kwaliteitsplan Beheerplan Openbare Ruimte
We zijn gestart met de voorbereiding om een plan van aanpak op te stellen. Wij koersen met de uitwerking van dit speerpunt aan op een zorgvuldig proces met belanghebbenden om tot een helder gezamenlijk beeld te komen van het gewenste onderhoudsniveau voor de komende jaren, inclusief de financiële vertaling daarvan.

Speerpunt 35: Landschapspark Park Lingezegen
Zie toelichting bij programma 8.

Speerpunt 36: Landschapspark De Danenberg
Bij de nadere uitwerking van de plannen houden we rekening met de ontvangen inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan en het voorlopig ontwerp. In vervolg hierop hebben we inmiddels een aantal ontwerpateliers met omwonenden georganiseerd.

Speerpunt 41: Visie op bibliotheek
Momenteel vormt de bibliotheek haar strategisch beleid voor de komende jaren. Op basis hiervan voeren zij het gesprek met ons over verdere vertaling van onze bibliotheekvisie in Overbetuwe.

Financiële verantwoording Programma 5 Cultuur, sport en recreatie


Wat heeft het programma Cultuur, sport en recreatie gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -7.041.341 -7.623.840 -7.913.681
Totaal baten 1.155.857 1.133.442 1.192.765
Saldo van baten en lasten -5.885.484 -6.490.398 -6.720.916
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) -604.914
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) -230.518

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 5 Cultuur, sport en recreatie  

605.000

nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
1e begrotingswijziging 2018  PNL-post 17-2018
- Overbetuwe beweegt

100.000

N
 
9e begrotingswijziging 2018  TR1-2018
- ophoging budget cultuur met vrijgevallen bedragen 2016 en 2017

100.000

N
 
11e begrotingswijziging 2018  TR2-2018
- ophoging budgetten bomen en grondonderhoud door derden

160.000

N
 
 14e begrotingswijziging 2018  TR4-2018
- aframing budget kunstprojecten openbare ruimte

140.000

V
 
    220.000
nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   385.000 nadeel
    605.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 5 Cultuur, sport en recreatie   231.000 nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 5.2 Sportaccommodaties
139.000
V  
- Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 364.000 N  
    225.000
nadeel 
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   6.000 nadeel
    231.000 nadeel


Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Met de vervallen bijdrage (€ 9.000) is nog geen rekening gehouden in de begroting 2019.

Financiële verantwoording Programma 5 Cultuur, sport en recreatie

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 7.041.341 7.623.840 7.913.681 -289.841
Baten 1.155.857 1.133.442 1.192.765 -59.323

Taakveld 5.1 Sportbeleid en activering

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 419.180 519.180 497.232 21.948
Baten 0 0 0 0

Taakveld 5.2 Sportaccommodaties

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

- Lagere rentelasten door verplichte nacalculatie rente. Dit voordeel van € 39.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat tegenover dit voordeel een nadeel staat op het taakveld 0.5 (Treasury). Op 0.5 staat een lager renteresultaat dan begroot (€ 39.000 nadeel).

- In de begroting 2019 is al rekening gehouden met de kapitaallasten van de nieuwe sporthal van het OBC. De uitvoering van dit project is echter vertraagd waardoor de bouw nog niet is gestart en dus zijn er nog geen werkelijke kapitaallasten.

- Lagere exploitatielasten van het MFC Valburg omdat de nieuwbouw nog niet is gerealiseerd.

- Het voorbereidingsbudget voor het project nieuwbouw De Helster is in 2018 nog niet volledig besteed. Dit voordeel van € 22.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat deze projectkosten wordt onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 22.000 nadeel).

- Hogere huur- en pachtinkomsten diverse sportaccommodaties, zoals zwembad De Helster, voetbalvelden en De Kruisakkers.

Saldo diverse overige voor- en nadelen

39.000




35.000



31.000

22.000





19.000




















7.000

I




I



I

I





I


I

Totaal 146.000 7.000  
Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 2.178.730 2.286.622 2.188.135 98.487
Baten 915.990 931.490 972.367 -40.877

Taakveld 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 292.662 270.582 280.128 -9.546
Baten 0 25.000 25.000 0

Taakveld 5.5 Cultureel erfgoed

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 69.149 76.279 87.860 -11.581
Baten 0 15.050 15.050 0

Taakveld 5.6 Media (bibliotheek en lokale omroep)

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 786.152 786.152 792.680 -6.528

Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

De kosten voor aan derden uitbestede werk voor groenonderhoud bedragen € 288.000 meer dan in de begroting was opgenomen. Dat heeft diverse oorzaken:
1. In 2018 zijn (aanvullend op het reeds gemelde bedrag in TR 3) facturen betaald voor in  2017 verrichte werkzaamheden (€ 88.000).
2. Door weersomstandigheden zijn de heesters zowel in het voorjaar als in het najaar gesnoeid, de extra kostenbedragen € 60.000.
3. Een deel van de kosten uit het groenbestek moet toegerekend worden aan andere taakvelden (zoals honden uitlaatvelden, afval). Die splitsing is onjuist gemaakt. Administratief nadeel voor dit taakveld: € 49.000.
4. Hogere prijsstijging t.o.v. de ingecalculeerde afwijking 0-lijn: € 36.000.
5. Meer uitbesteed onderhoud: € 36.000.
6. Extra kosten voor het groenbeheersplan: € 14.000.
7. Overige: € 5.000

- Hogere aanslag waterysteemheffing. Geldt ook voor enkele overige taakvelden. In de begroting 2019 is hiervoor reeds een extra  raming opgenomen.

- Extra eenmalige kosten voor 4 daagse (blauwe dinsdag)

- De marktkasten t.b.v. het winterfestijn zijn  (5 jaar na de aanschaf) afgeschreven. De afgesproken bijdrage komt te vervallen.

- Nadeel op de exploitatie van kermissen, in hoofdzaak door achterblijvende inkomsten.

- Hogere kosten voor waterbeheer door een nakomende nota van 2017 voor het grondwaterbeheernet

 

288.000













21.000


20.000

9.000


10.000 

16.000

I













I


I

S


I

I

Totaal 0 364.000  
Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 3.295.468 3.685.025 4.067.645 -382.620
Baten 239.867 161.902 180.348 -18.446

Verbonden partijen

De volgende verbonden partijen dragen bij aan de realisatie van de doelstellingen van dit programma:
Park Lingezegen
Recreatieschap Overbetuwe

Programma 6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Transformatieagenda (speerpunt 18)
De nieuwe Transformatieagenda 2017-2019 is in januari 2017 vastgesteld. Het doel van deze agenda is om met maatschappelijke partners en inwoners te werken aan onderwerpen die van groot belang zijn voor een toekomstbestendig Sociaal Domein. Wij concentreren ons op concrete projecten op 4 thema's: ‘Preventie’, ‘Langer thuis wonen’, het ‘Versterken van algemene voorzieningen’ en ‘Afschaling van zorg en ondersteuning’.

Binnen het thema preventie: In 2018 zijn de lopende preventieprojecten geïnventariseerd. Ook hebben we een innovatief project rondom (v)echtscheidingsproblematiek (preventie) opgestart. Verder hebben we ingezet op de verbreding van kennis op het thema preventie en van de werkwijze om met onze partners tot effectievere samenwerking te komen.

Voor het thema langer thuis wonen is in 2018 met partners gewerkt aan de projecten 'gelukkig thuis’, 'langer thuis kunnen wonen' en de 'domoticakoffer'. Beide projecten zijn niet verder ontwikkeld.

Binnen het thema ‘van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening’ hebben we gewerkt aan een drietal speerpunten: eenzaamheid, individuele mobiliteit en maatjes.  Op het thema eenzaamheid hebben we met het Netwerk WWWenzo in 2018 en pilot gedraaid waarin we opgavegericht aan de slag gaan. Vanuit deze pilot zijn  nieuwe initiatieven ontplooid die een bijdrage leveren aan dit veelomvattende thema. Daarnaast loopt het nieuwe taalmaatjesproject statushouders. Dit laatste project is ontstaan vanuit een vraag vanuit inwoners en door onze partners in samenwerking en afstemming met de gemeente uitgewerkt en gestart.

Het thema afschalen van zorg heeft een sterke samenhang met een aantal actiepunten uit het Beleidsplan Sociaal Domein. We hebben samen met onze partners RIBW, MEE, STMR en Forte gewerkt aan een inhoudelijk meer integrale (subsidie-) opdracht met prestatieafspraken. Dit proces heeft tot aan de zomer van 2018 doorgelopen. Met de voorgestelde structuurwijziging Sociaal Domein (Overbetuwe Samen) heeft het proces een andere, intensievere invulling gekregen. 

Kernteams: doorontwikkeling (speerpunt 60)
De gemeente Overbetuwe werkt inmiddels twee jaar met de Kernteams als onderdeel van de Toegang tot Zorg en Ondersteuning. De Kernteams werken volgens de uitgangspunten van de notitie ‘Werken met kernteams: leidende principes’. De kernteams hebben zich, naast de reguliere cliëntcontacten die zij met inwoners hebben, in het bijzonder met de volgende thema’s beziggehouden:
1.het versterken van de lokale basisstructuur, onder andere door innovatieve algemene voorzieningen te realiseren;
2.het introduceren van nieuwe werkwijzen, zoals kortdurende begeleiding (van inwoners met ondersteuningsvragen) en nog meer aanwezigheid bij maatschappelijke activiteiten in de kernen;
3.het intensiveren van de samenwerking met het loket Samenleven, en in het verlengde daarvan;
4.het opnieuw afbakenen van werkzaamheden.

Naast deze uitvoeringsaspecten is ook uitvoering gegeven aan een beleidsmatig 'toekomstbeeld' van het werken met kernteams.  De uitvoering hiervoor is inmiddels ook gestart door middel van een onderzoek naar mogelijkheden tot doorontwikkeling.
Met het aantreden van een nieuw college is ook een nieuwe visie op het sociaal domein ontstaan en is bekeken in welke mate deze nieuwe visie het traject van doorontwikkeling raakt en hoe e.a. op elkaar afgestemd kan worden.

Arbeidsparticipatie: werk aan de winkel (speerpunt 62) en Lokaal alternatief Presikhaaf Bedrijven (speerpunt 72)
In de Uitvoeringsagenda 2016-2018 zijn twee speerpunten opgenomen, die betrekking hebben op de Participatiewet, namelijk nummer 62 (Arbeidsparticipatie: werk aan de winkel/werkgeversbenadering) en nummer 72 (Lokaal alternatief Presikhaaf Bedrijven/lokale uitvoering Participatiewet).
M.b.t. speerpunt 62 verwijzen we u naar de toelichting bij programma 3.
M.b.t. speerpunt 72 is in 2017 door de Raad besloten om geen lokaal alternatief voor Presikhaaf Bedrijven te ontwikkelen, maar mee te gaan in de (regionale) overgang naar Scalabor. Dit betekent evenwel niet dat de behoefte aan een lokale voorziening niet meer bestaat. Middels de garantiebanen en het nieuw beschutwerk bestaan op onderdelen nog steeds lokale mogelijkheden.Onderzoek naar de mogelijkheden om op lokaal niveau invulling te geven aan de creatie van passende werkgelegenheid is in het eerste kwartaal van 2018 gestart, maar nog niet afgerond.
Er is gewerkt aan een nieuw visiedocument op Werk en Inkomen in Overbetuwe. Kern van dit document is lokaal maatwerk leveren zodat iedere inwoner die kan werken ook daadwerkelijk aan het werk kan gaan. Centrale thema's in het nieuwe document zijn:
- integrale afstemming met Wmo en jeugd in de toegang;
- lokale werkgelegenheidsprojecten voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt;
- creëren van een zinvolle samenwerking met lokale werkgevers.
Het nieuwe visiedocument is begin 2019 door de raad vastgesteld. Inmiddels werkt de ambtelijke organisatie aan een uitvoeringsplan.

Minimabeleid (speerpunt 63)
Voor 2018 zijn er extra financiële middelen beschikbaar gekomen voor de uitvoering van het minimabeleid. Die middelen zijn besteed aan:
1. De ophoging van de inkomensgrens voor de collectieve ziektekostenverzekering.
2. Bijstelling van het marginale tarief om de eigen bijdrage WMO te beperken.
3. Een eenmalige subsidie aan Stichting Noodfonds van de Overbetuwse diaconieën.
4. Stichting Leergeld.
5. Huiswerkbegeleiding.

De middelen zijn besteed aan de betreffende doelen, inclusief de Huiswerkbegeleiding. Naast deze concrete maatregelen hebben we in 2018 ook het feitelijke gebruik van de Gelrepas middels een evaluatie bekeken en ontwikkelen we een alternatief. Ook bezien we of de inkomensgrens (in aanvulling op maatregel 1), behalve voor de collectieve ziektekostenverzekering, ook voor andere minimaregelingen zou kunnen gelden. Bovendien namen we de stapeling van eigen bijdragen onder de loep (in aanvulling op maatregel 2). De aanbevelingen die uit deze inventarisaties naar voren kwamen, hebben we verder in 2018 ten uitvoer gebracht.
In de tweede helft van 2018 is gewerkt aan een nota Armoedebeleid. Aandachtspunten daarbij zijn: bepalen doelgroep, inzetten voorzieningen, stapeling eigen bijdragen, organisatie schuldhulpverlening. De startnotitie is door het college vastgesteld en ter informatie naar de raad gestuurd.

Integratie statushouders (speerpunt 71)
De gemeente Overbetuwe heeft de ambitie om alle statushouders zo snel mogelijk naar vermogen te laten integreren en participeren in de Overbetuwse samenleving. Vanaf oktober 2017 zijn de klantmanagers gestart met het plaatsen van statushouders op participatie- en integratietrajecten.
Gebleken is dat h
et veel tijd en aandacht vraagt om statushouders op traject te plaatsen en te houden, het traject te monitoren en om nieuwe plekken te vinden waar zij een traject kunnen volgen.

Om de klantmanagers hierin te steunen hebben we externe organisaties ingehuurd die onderdelen van een traject, bijv. jobcoaching, kunnen leveren om hen daarbij te ondersteunen. Daarnaast zijn deze organisaties ook op zoek gegaan naar plekken waar statushouders en ook andere uitkeringsgerechtigden op een traject geplaatst kunnen worden. Tevens is in 2018 een extra klantmanager participatie statushouders geworven om het proces van het vinden van geschikte participatieplekken en het plaatsen daarop van statushouders te versnellen.
Alle statushouders met een uitkering die zich sinds 2010 hebben gehuisvest in Overbetuwe zijn volledig in beeld gebracht bij onze klantmanagers. Het gaat om 198 statushouders. Van hen is 95% op een participatietraject geplaatst. In 2018 is een klantmanager gestart voor de oudkomers (ex-statushouders die vóór 2010 gehuisvest zijn in Overbetuwe en die geen betaalde baan hebben). Van de 94 oudkomers zijn er in 2018 57 gesproken en in beeld gebracht. De raad is in januari 2019 middels de memo ‘stand van zaken versnelde integratie van de statushouders in de gemeente Overbetuwe (19inf0004) geïnformeerd over de behaalde resultaten.


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 03: Passende inrichting Sociaal Domein
Het college heeft het plan van aanpak Samen Overbetuwe op 25 september jl vastgesteld. Het visiedocument is, inclusief twee amendementen, vastgesteld door de raad op 26 februari 2019. Inmiddels is het plan van aanpak Samen Overbetuwe verder verfijnd met een detailplanning per werkgroep en is een communicatieplan opgesteld.

Speerpunt 04: Passende voorzieningen Sociaal Domein
In het vierde kwartaal 2018 hebben we gewerkt aan een viertal acties in het kader van passende voorzieningen, die al lopen en/of die we in het kalenderjaar 2019 gaan uitvoeren.  1. Vrijwilligers en mantelzorgers ondersteunen en betrekken in het sociale netwerk van inwoners; 2. Preventie en goede nazorg in de zorg voor jeugd en gezin; 3. Goed voorbereiden op het GGZ-beschermd wonen; 4. Volksgezondheid.

Speerpunt 05: Participatie 
Het visiedocument is 26 februari 2019 vastgesteld. De veranderde focus (van recht- naar doelmatigheid) heeft effect op werkwijzen en processen en daarmee ook op het team en samenstelling. Nadere uitwerking van het visiedocument zal plaatsvinden tijdens én met het schrijven van het uitvoeringsprogramma.

Speerpunt 06: Armoedebeleid
Op 13 november 2018 is er een ronde tafel gesprek geweest om met de raad van gedachten te wisselen over de visie. Dit gesprek heeft geleid tot het plannen van een vervolggesprek met de raad voor een nadere duiding en heldere kaders. Het visiedocument is naar verwachting in het eerste kwartaal 2019 ambtelijk gereed. We zetten o.a. meer in op preventie door afspraken te maken met woningbouwcorporaties en nutsbedrijven en een duidelijke verbinding met gemeentelijk minimabeleid en de participatiewet.

Financiële verantwoording Programma 6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening


Wat heeft het programma Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -39.894.411 -43.526.868 -45.466.071
Totaal baten 9.866.415 10.625.967 10.980.618
Saldo van baten en lasten -30.027.996 -32.900.901 -34.485.453
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) -2.872.905
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) -1.584.552


I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 6  Sociale voorz. en maatschappelijke . dienstverlening   2.873.000 nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

1e begrotingswijziging 2018  PNL-posten 23 en 26 - 2018
- structureel budget minimabeleid
- structureel budget werkgeversservicepunt

 
250.000
217.000


N
N

 

7e begrotingswijziging 2018 raadsbesluit 06-02-2018
- eenmalig budget schuldhulpverlening uitvoeringsplan Opgeteld Beter


160.000


N

 

11e begrotingswijziging 2018  TR2 - 2018
- lagere uitkeringslasten algemene bijstand
- hoger BUIG-budget van het Rijk
- verhoging budget Sociaal Domein

 
317.000
577.000
508.000


V
V
N

 

12e begrotingswijziging 2017  Raadsbesluit 04-09-2018
- toevoeging overschot 2017 aan budget statushouders 2018 (best. res. 2017)

 
426.000


N

 

13e begrotingswijziging 2018  TR3 - 2018
- vrijval aanvullende gemeentelijke bijdrage Presikhaaf Bedrijven
- verhoging budget Sociaal Domein


420.000
645.000


V
N

 
14e begrotingswijziging 2018  TR4 - 2018
- toevoeging overschot 2017 aan budget armoedebestrijding kinderen
- hoger BUIG-budget van het Rijk
- verhoging budget Sociaal Domein
- verhoging budget statushouders door aanvullende bijdragen rijk

145.000
261.000
493.000
199.000

N
V
N
N
 
202e administratieve wijziging 2018  Raadsbesluit 11-12-2018
- overheveling budget taakmutatie armoedebestrijding vanuit ander taakveld

177.000

N
 
225e administratieve wijziging 2018  Raadsbesluit 11-12-2018
- overheveling budget innovatiefonds vanuit ander taakveld

454.000

N
 
    2.099.000
nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   774.000 nadeel
    2.873.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 6  Sociale voorz. en maatschapp. dienstverlening   1.585.000 nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 307.000 V  
- Taakveld 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ (Schuldhulpverlening) 164.000 V  
- Sociaal Domein, onderdeel Jeugdzorg
1.886.000 N
 
    1.415.000 nadeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   170.000 nadeel
    1.585.000 nadeel

Sociaal Domein - Jeugdzorg
De jaarrekening 2018 laat binnen het sociaal domein voor de jeugdzorg een nadelig resultaat zien van € 1,9 mln in vergelijking met TR4 2018. Dit nadelig resultaat komt bovenop de nadelige resultaten die in eerdere tussenrapportages in 2018 zijn gemeld. Hieronder geven we een totaal overzicht van de afwijkingen in de realisatie jeugdzorg ten opzichte van de begroting 2018 (in €'s):

 

 

Jeugdzorg 2018

Primaire begroting Jeugdzorg 2018

 

9.014.000

Bijstelling TR2 (herverdeling binnen financieel kader SD)

2.786.000

Bijgestelde begroting jeugdzorg

11.800.000

Bijstelling TR3 (extra kosten jeugdzorg - structureel)

1.070.000

Bijstelling TR4 (extra kosten jeugdzorg - structureel)

600.000

Bijgestelde begroting jeugdzorg na TR4

13.470.000

 

 

Werkelijke kosten jeugdzorg 2018

15.371.000

 

 

Nadelige afwijking t.o.v. bijgestelde begroting (TR4-2018)

1.900.000

Van het nadelige verschil ad € 1.900.000 is € 1.250.000 structureel en € 650.000 incidenteel.

Structurele en incidentele jeugdzorgkosten
In totaal bedragen de gerealiseerde jeugdzorgkosten voor 2018 € 15.371.000, hiervan is € 14.720.000 structureel van aard. De incidentele kosten in 2018 zijn ontstaan door de afwikkeling van facturen van voormalige DBC’s en door gewijzigde interpretaties van het woonplaatsbeginsel over de periode 2015 tot en met 2017 en bedragen € 651.000.

Inhoudelijke toelichting lasten en baten jeugdzorg
De begroting voor jeugdzorg is opgesteld binnen het financieel kader voor het sociaal domein. Dit kader wordt bepaald door de integratie-uitkeringen sociaal domein die we van het rijk ontvangen. Op basis van de realisatie in 2017 was de verwachting dat de begroting voor jeugdzorg niet toereikend zou zijn. Dit kwam tot uitdrukking in de tussenrapportages waarbij we als eerste de budgetten binnen het financieel kader sociaal domein hebben herverdeeld  (bijstelling TR2) en we gaandeweg het jaar de toename van jeugdzorg met de bijbehorende stijging van zorgkosten hebben verwerkt (TR3 en TR4).

De ‘structurele meerkosten’ boven de begroting (na herverdeling budgetten) voor jeugdzorg bedragen € 2.920.000 (namelijk de structurele bijraming van € 1.670.000 van TR3 en TR4 en daarboven de structurele meerlasten van € 1.250.000). Dit zijn kosten die we niet kunnen dekken binnen het financieel kader sociaal domein (integratie-uitkeringen sociaal domein). Daarnaast zijn er ‘incidentele  meerkosten’ die € 651.000 bedragen (zorgkosten die nog uit de periode 2015 – 2017 komen).  Alle jeugdzorgkosten  zijn het gevolg van een wettelijke doorverwijzingen (o.a. gemeente, huisarts etc.) en rechtmatige uitgaven die de gemeente dient te verantwoorden. In de Monitor Sociaal Domein 2018 geven we een uitgebreider beeld van de zorgvraag en zorgkosten van Jeugdzorg.

De Jaarrekening 2018 laat een nadelig resultaat zien van € 1.900.000 ten opzichte van TR4. Hiervoor zijn meerdere oorzaken te geven:

Achterblijvend berichtenverkeer (€ 1.250.000)
Circa 70% van de jeugdzorgverwijzingen komen van andere doorverwijzers dan de gemeente, bijvoorbeeld: (huis)artsen, rechterlijke machtiging en jeugdbescherming. In zorgkosten vertaald gaat het om ruim € 10 mln. Bij deze doorverwijzingen is de gemeente afhankelijk van de zorgmelding door de zorgaanbieder via het berichtenverkeer. Vanaf het moment dat de zorg wordt gemeld kunnen wij een inschatting van de te verwachten zorgkosten maken. Meerdere zorgaanbieders, waaronder enkele grote aanbieders van specialistische jeugdzorg, hebben  aan het eind van 2018 zorgmeldingen doorgegeven via het berichtenverkeer. Het gaat hierbij vaak om zorg met hoge zorgkosten, waarvan we ten tijde van TR4 niet op de hoogte waren.  Deze later gemelde zorgkosten zijn gemaakt door enkele grote zorgaanbieders: Karakter (zorgkosten gemeld na TR4: € 200.000), Parnassia met het overgenomen dr. Leo Kannerhuis (€ 200.000), de OG Heldringstichting (€ 500.000), Altrecht (€ 100.000), Seys Centra (€ 100.000) de Driestroom (€ 50.000). Daarnaast zien we ook later gemelde zorgkosten bij andere kleinere aanbieders (gezamenlijk € 100.000). Met deze zorgaanbieders zijn we zelf en/of via de regio Centraal Gelderland in gesprek om tot structurele verbetering van gegevensuitwisseling in het berichtenverkeer te komen.

Afronding van DBC’s en woonplaatsbeginsel 2015 -2017 (€ 651.000)
In de periode 2015 tot en met 2017  werd er voor specialistische jeugdzorg met Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s) gewerkt. De DBC heeft als nadeel dat de zorg vaak over meerdere jaren wordt ingezet, dat de zorgkosten pas na afronding van het zorgtraject kunnen worden bepaald en dat de zorgkosten niet goed aan een specifiek boekjaar zijn toe te wijzen. Vanaf 2018 worden er geen DBC’s meer ingezet en is deze zorg omgezet naar een ander zorgproduct dat maandelijks wordt gefactureerd. Ook hier zijn er veel zorgmeldingen pas binnengekomen bij de afronding van het jaar 2018, waardoor we deze niet in TR4 in ons systeem hadden (€ 300.000).
Een andere afronding van openstaande en nagekomen zorgkosten over de periode 2015 tot en met 2017 heeft plaatsgevonden op basis van het woonplaatsbeginsel.  De toepassing van het woonplaatsbeginsel heeft ertoe geleid dat er meer jeugdigen financieel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Overbetuwe vielen. De zorg voor deze jeugdigen gaat ook vaak gepaard met hoge zorgkosten. Een specifieke groep hierbinnen vormen de asielzoekers met jeugdzorg; de OG Heldringstichting heeft jeugdige asielzoekers in zorg gehad, waarbij  lange tijd onduidelijk was wie de kosten moest betalen, ook omdat het woonplaatsbeginsel hier niet geheel duidelijk in was. Deze kosten zijn alsnog bij Overbetuwe terecht gekomen, in totaal € 351.000 over de jaren 2015 tot en 2017 voor alle wijzigingen op basis van woonplaatsbeginsel. 
 

Financiële verantwoording Programma 6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 39.894.411 43.526.868 45.466.071 -1.939.203
Baten 9.866.415 10.625.967 10.980.618 -354.651

Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

In het Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom is afgesproken om zowel het partieel effect op het gemeentefonds door de extra rijksuitgaven aan eerstejaarsopvang als de extra middelen voor integratie en participatie van vergunninghouders aan gemeenten beschikbaar te stellen volgens het uitgangspunt ‘geld volgt vergunninghouder’. Dit overigens alleen voor de jaren 2016 en 2017. Via de Algemene Uitkering hebben wij in totaal € 775.000 ontvangen voor de verhoogde asielinstroom partieel effect en participatie 2016 en 2017. Hiervan is tot en met 31-12-2018 € 495.000 besteed. Hierdoor is er sprake van een voordeel van € 280.000. Voorgesteld wordt om het restant geoormerkt te storten in de algemene reserve en te gebruiken ter dekking van uitgaven in 2019. Zie hiervoor het onderdeel bestemming rekeningresultaat.

- Het onderzoek gebiedsgericht werken is in 2018 gestart en loopt door naar 2019. Dit voordeel van € 51.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat de uitgaven voor dit onderzoek worden onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties
reserve). Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 51.000 nadeel).

-Meer uitgaven algemeen maatschappelijk en sociaal cultureel werk

Saldo diverse overige voor- en nadelen

280.000










51.000







6.000


















30.000

I










I





I

I

Totaal 337.000 30.000  
Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 3.970.623 4.816.708 4.676.976 139.732
Baten 701.243 676.448 699.062 -22.614

Taakveld 6.2 Wijkteams

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 1.257.838 862.039 784.839 77.200

Taakveld 6.3 Inkomensregelingen

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 10.913.628 11.255.432 11.648.877 -393.445
Baten 8.581.819 9.459.519 9.754.889 -295.370

Taakveld 6.4 Begeleide participatie

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 4.911.549 4.263.900 4.258.519 5.381

Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 665.667 896.974 934.445 -37.471

Taakveld 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 1.851.133 2.277.444 2.107.554 169.890
Baten 0 0 13.492 -13.492

Taakveld 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

In 2018 is in het kader van schuldhulpverlening een aanvullend eenmalige budget van € 160.000 beschikbaar gesteld voor het uitvoeringsplan Opgeteld Beter. Uiteindelijk konden de uitgaven in uit het reguliere budget worden gedekt en hoefden deze eenmalige middelen nog niet te worden ingezet en dus is er sprake van een voordeel. Dit voordeel van € 160.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat de eenmalige uitgaven worden gedekt door een onttrekking uit de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 160.000 nadeel).

Saldo diverse overige voor- en nadelen

160.000







4.000
  I







I
Totaal 164.000 0  
Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 4.901.798 5.026.887 5.025.794 1.093
Baten 583.353 490.000 513.175 -23.175

Taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 10.342.741 13.116.468 15.116.261 -1.999.793
Baten 0 0 0 0

Taakveld 6.81 Geëscaleerde zorg 18+

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 80.508 80.508 80.508 0

Taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18-

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 998.926 930.508 832.299 98.209

Verbonden partijen

De volgende verbonden partijen dragen bij aan de realisatie van de doelstellingen van dit programma:
MGR Sociaal Domein regio centraal Gelderland
Vervoersorganisatie Arnhem Nijmegen

Programma 7 Volksgezondheid en milieu

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Integrale veiligheid (speerpunt 9)
Zie toelichting bij programma 1.

Routekaart duurzaamheid (speerpunt 20)
De gemeente ondersteunt diverse initiatieven die leiden tot maatregelen en investeringen door bedrijven en particulieren gericht op een afname van het energieverbruik en een reductie van de uitstoot van schadelijke stoffen o.a. door een hoger gebruik van wind-, zon- en warmte energie. In samenwerking met de raadswerkgroep duurzaamheid stimuleren en organiseren wij verschillende allianties op dit gebied. De uitrol van WATBETERS heeft per kern plaatsgevonden. Met het project BE+ (Bedrijventerreinen Energiepositief) richten wij ons met onze partners op het verduurzamen van bedrijventerreinen. Alle voorbereidingen zijn in het eerste kwartaal afgerond; uitvoering gescheidt vanaf april. Verder richten wij ons op het continue verduurzamen van de eigen organisatie en gelegenheid geven aan grootschalige zon- en windenergie initiatieven van derden.

De routekaart Duurzaamheid - in februari 2017 door de raad vastgesteld - geeft ons de handvatten, samen met enthousiaste partners uit de samenleving, om meters te maken op dit thema. Zo heeft er het afgelopen jaar een verdere professionalisering van het loket Duurzaam Wonen Plus plaatsgevonden (wijk- en doelgroepgerichte aanpak en het opzetten van bedrijfsnetwerken en bedrijvencollectief). Er is een opdracht verstrekt aan stichting Betuwe Energie en de woningbouwcoöperaties/ huurdersverenging voor het opleiden van energie/ duurzaamheidscoaches. Voor het verduurzamen van de eigen organisatie is er een energie audit uitgevoerd (vastgoed, installaties en mobiliteit) en is een investeringsagenda opgesteld voor het revolverend fonds. In regionaal verband is hard gewerkt aan het opstellen van een Regionale Routekaart duurzaamheid. De deelnemende gemeenten hebben ingestemd met het concept. Deze Routekaart sluit goed aan op de Routekaart Duurzaamheid van Overbetuwe. In de regionale Routekaart wordt geanticipeerd op de landelijke Energie en klimaatnota en de onderstaande 4 projecten vormen het fundament: - aardgasloze woonwijken (in combinatie met energieloketten); - intensivering handhaving bedrijven/ duurzame bedrijventerreinen; - voorbeeld functie gemeente/ verduurzaming eigen vastgoed; - circulaire inkoop en ruimtelijke gevolgen verduurzaming.
Zie ook speerpunt 2 UA 2018-2022.

Realiseren taakstellingen samenwerkingsverbanden / GGD (speerpunt 24 en 25)
Uit gesprekken met en jaarstukken van de VGGM is gebleken dat er sprake is van een structureel voordeel van € 54.000 dat voornamelijk gerealiseerd is door de regionalisering van de brandweer. Dit voordeel is aangewend ter realisatie van deze taakstelling. Tevens zijn er besparingen gerealiseerd op de diverse budgetten van de GGD.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
Zie toelichting bij programma 2.

Uitvoeren onderzoek wonen onder hoogspanningskabels (speerpunt 53)

Zie toelichting bij programma 8.

Dijkverlegging en-verhoging (speerpunt 78)
Door klimaatverandering krijgen we te maken met hogere waterstanden. De dijk voldoet nu niet aan de normering. Vrijwel de gehele Waaldijk in Overbetuwe moet daarom worden versterkt. Waterschap Rivierenland heeft als kerntaak te zorgen voor veilige dijken en gaat het project uitvoeren. Het project heeft een looptijd van circa 8 jaar en doorloopt een drietal fasen: een verkenningsfase (2015-2018), een planfase (2018-2020) en een realisatiefase (2020-2023).

De dijkverlegging Oosterhout is in Deltaprogramma opgenomen in de periode 2030-2050. Om te voorkomen dat inwoners en ondernemers in Overbetuwe eerst te maken krijgen met dijkverbetering en enkele jaren later met een dijkteruglegging is vanuit Overbetuwe verzocht om deze werkzaamheden te combineren. Wanneer dijkteruglegging nu niet mogelijk blijkt, zal deze op de lange termijn moeten worden gepland of achterwege moeten blijven. Het al dan niet doorgaan van de dijkteruglegging is afhankelijk van de actualisatie van de voorkeursstrategie van het Deltaprogramma, financiering en de resultaten van de verkenning die nu wordt uitgevoerd voor de dijkteruglegging. In de loop van 2019 wordt duidelijk of ook sprake kan zijn van dijkteruglegging.


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 02: Routekaart duurzaamheid 2017-2020
Voor de activiteiten op het gebied van duurzaamheid wordt de routekaart als leidraad gebruikt. In Q3-2018 is de raad nader geïnformeerd over de realisatie van zonne- en windenergie. Daaruit vloeien enkele grote projecten voort. Doel is om op basis van de Regionale Energiestrategie (RES) verder invulling te geven op deze hernieuwbare energie.

Financiële verantwoording Programma 7 Volksgezondheid en milieu


Wat heeft het programma Volksgezondheid en milieu gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -8.389.942 -9.318.983 -8.871.202
Totaal baten 8.259.093 8.559.372 8.090.130
Saldo van baten en lasten -130.849 -759.611 -781.072
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) -628.762
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) -21.461

 

 I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma  7 Volksgezondheid en milieu   629.000  nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

3e begrotingswijziging 2018  Raadsbesluit 04-12-2017
- financiële consequenties jaarschijf 2018 GRP 2018-2022

 
133.000


N

 

9e begrotingswijziging 2018  TR1 - 2018
- lagere inkomsten afvalinzameling


112
.000


N

 

14e begrotingswijziging 2018 TR4 - 2018
- hogere lasten afvalinzameling


189.000


N

 

 

  434.000 nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   195.000 nadeel
    629.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 7 Volksgezondheid en milieu   21.000 nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 7.2 Riolering
173.000
N  
- Taakveld 7.4 Miliebeheer 112.000 V  
    61.000
nadeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   40.000 voordeel
    21.000 nadeel


Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

Financiële verantwoording Programma 7 Volksgezondheid en milieu

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 8.389.942 9.318.983 8.871.202 447.781
Baten 8.259.093 8.559.372 8.090.130 469.242

Taakveld 7.1 Volksgezondheid

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 1.292.224 1.266.148 1.216.208 49.940
Baten 0 134.600 135.164 -564

Taakveld 7.2 Riolering

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

Algemeen
Voor riolering geldt het uitgangspunt dat deze 100% kostendekkend is. De kosten voor riolering bestaand uit de in dit taakveld opgenomen lasten, de kosten van waterbeheer en uit overige (administratief) in te calculeren lasten (overhead en BTW) en baten (rente over de voorziening riolering).  In de paragraaf lokale lasten (onderdeel kostendekking per verordening) is een globale analyse opgenomen van de lagere onttrekking aan de voorziening riolering ten bedrage van € 563.000. 

Toelichting op het nadeel van € 173.000 op het taakveld riolering
- Lagere doorberekening van loonkosten Team Projectrealisatie omdat er in 2018 geen investeringsprojecten door dit team zijn gerealiseerd.

- Lagere kapitaallasten en met name rentelasten. In de jaarrekening is een nacalculatie opgenomen voor de rente. Op basis daarvan is geen 2,5, maar 2% rente doorbelast.   

- Er heeft geen rioolinspectie plaatsgevonden in 2018. Met de aanbesteding daarvan in 2018 bleek dat de aannemers dat niet meer in dat jaar konden uitvoeren. Die werkzaamheden worden alsnog in 2019 verricht. Omdat voor 2019 een wijk op de planning staat die nog geen 10 jaar oud is, is het verantwoord om die werkzaamheden niet uit te voeren.

- Hogere inkomsten rioolheffing

- Lagere onttrekking uit voorziening riolering (zie onder kopje "algemeen" en de paragraaf lokale lasten).










71.000


169.000


137.000





13.000
























563.000










I


I


I





I

I
Totaal 390.000 563.000  
Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 2.321.491 2.297.290 1.928.814 368.476
Baten 3.354.292 3.211.971 2.670.533 541.438

Taakveld 7.3 Afval

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 3.623.372 4.316.222 4.412.728 -96.506
Baten 4.832.351 5.159.351 5.238.374 -79.023

Taakveld 7.4 Milieubeheer

 

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

- Het budget voor de haalbaarheidsstudie verkabeling is in 2018 niet aangewend omdat in dit stadium van de verkabeling het niet zinvol is om een studie uit te voeren. Dit heeft te maken met de wetgeving en omdat het niet helder is hoe de kostenverdeling tussen Rijk, gemeenten en andere partijen eruit ziet. Dit voordeel van € 32.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat de uitgaven voor deze studie worden onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 32.000 nadeel).

- Diverse projecten in het kader van de routekaart duurzaamheid zijn pas later in het jaar 2018 opgestart. Hierdoor is het budget 2018 niet helemaal besteed. Dit voordeel van € 33.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat de uitgaven voor deze studie worden onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 33.000 nadeel).

- De beschikbare middelen in het revolverend fonds Duurzaamheid zijn in 2018 nog niet volledig ingezet.

- Geen onderhoudslasten saneringsschermen en stille wegdekken. Omdat dit budget van afgerond € 17.000 in de afgelopen twee jaar niet is ingezet en daarvoor werd slechts sporadisch gedeeltelijk werd aangewend kan dit budget structureel vrijvallen.

Saldo diverse overige voor- en nadelen

32.000







33.000






28.000


17.000



2.000

















I







I






I


S



I

Totaal 112.000    

 

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 1.068.896 1.355.364 1.235.083 120.281
Baten 0 0 -8.649 8.649

Taakveld 7.5 Begraafplaatsen

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 83.959 83.959 78.369 5.590
Baten 72.450 53.450 54.710 -1.260

Verbonden partijen

De volgende verbonden partijen dragen bij aan de realisatie van de doelstellingen van dit programma:
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM)
Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA)

Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Woonagenda (speerpunt 19)
Op 7 februari 2017 is de Woonagenda door de gemeenteraad vastgesteld. In 2018 is gewerkt aan de uitvoering van de verschillende thema's van de Jaaragenda 2017/2018, zoals bijvoorbeeld het project 'doorstroming', om scheefwoners te verleiden om door te stromen van huur naar koop; het project Langer Thuis Wonen, om inwoners in de gelegenheid te stellen zo lang mogelijk veilig en comfortabel zelfstandig te kunnen blijven wonen; de prestatieafspraken met de corporaties, om zo goed mogelijk invulling te geven aan de gezamenlijke volkshuisvestelijke opgave vanuit de Woonagenda en het toepassen van een systematiek voor woningbouwprioritering. In 2018 vond een tweede prioriteringsronde plaats en zijn er 212 woningen opgeleverd (per 31-12-2018).

In het voorjaar van 2018 zijn de resultaten van de in de Jaaragenda Wonen 2017 omschreven doelen geëvalueerd. Ter verantwoording van behaalde resultaten en om input te verkrijgen voor de komende periode organiseerden we op 7 juni 2018 een partnerbijeenkomst. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt in woord en in beeld. Dit verslag hebben we breed verspreid binnen het netwerk van woonpartners en ter informatie richting gemeenteraad. Vanaf 2018 is het budget verhoogd voor de komende 3 jaar van € 8.000 naar 20.000 per jaar. Gezien de ambities van de woonagenda is de verwachting door dit bedrag onder druk staat. Wanneer we ook hiermee een tekort dreigen te krijgen, rapporteren we hier onderbouwd over.
Zie vervolg bij speerpunt 9 UA 2018-2022.

Gelderse corridor (speerpunt 50)
De gemeenteraad heeft in 2017 besloten tot kaderstelling waarmee kunnen provincie en gemeente (op basis van de Gebiedsvisie) binnen de gestelde kaders kunnen doorwerken aan het instandhouden en verbeteren van de leefbaarheid in het gebied. Gezien de meerwaarde van de samenwerking met de provincie Gelderland bij de integrale gebiedsontwikkeling rond de Railterminal Gelderland, is op 16 januari 2018 een overeenkomst gesloten met daarin duidelijke afspraken over hoe partijen de visie en doelstellingen uitwerken en realiseren in het gebiedsprogramma.
Het gebiedsproces Knoop 38 is ingebed in de provinciale gebiedsopgave Gelderse corridor. Gelderse corridor en Logistics Valley zijn qua governance ineen geschoven. Vanuit deze Triple-Helix werken de overheden, bedrijven en kennisinstellingen door aan een programma met een dynamische uitvoeringsagenda met projecten in 2018 en de komende jaren. Partijen in de logistieke hotspot rondom Knoop 38 (Park15, De Grift) dragen hieraan bij in uitvoering. Zo is deelname aan de Provada (vastgoedbeurs) geregeld ter profilering van de regio. Begin maart is een Dag van de Logsitiek op Bijsterhuizen georgansieerd vanuit LEC Nijmegen waar wij als gemeente deel van uit maken.
Samen met de provincie is een programmaorganisatie van start gegaan van waaruit de diverse projecten rond Knoop38 worden gecoördineerd. Deze coördinatie wordt voor beide partijen uitgevoerd door de gemeente. Een omgevingsmanager voor het gebied is inmiddels aangesteld.
Zie ook speerpunt 14 UA 2018-2022.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
Zie toelichting bij programma 2.

Uitvoeren onderzoek wonen onder hoogspanningskabels (speerpunt 53)
Het wetsvoorstel Voortgang Energietransitie( VET) is in het Staatsblad gepubliceerd en is bekend gemaakt dat de verkabelingsregeling in werking treedt per 1 januari 2019. De AMvB zal niet meer worden gewijzigd en treedt samen met het wetsvoorstel inwerking op 1 januari 2019. De minister van EZK komt ook nog met een besluit waar de tracés op staan die in aanmerking komen voor verkabeling of verplaatsing. Het is nog niet duidelijk wanneer het ministerie met de definitieve lijst komt.
De regering heeft met Tennet, de provincies en de gemeenten afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten van tracé-aanpassingen. Daarbij is rekening gehouden met de gemeentelijke draagkracht. Grote gemeenten (> 30.000 inwoners) betalen 20% van de kosten. Dit geldt dus voor Overbetuwe.
Zie ook speerpunt 39 UA 2018-2022.

Elst centrum (speerpunt 54)
Het project is binnen de planning gerealiseerd. De nazorgfase is in Q1 2018 afgerond. Daarin zijn de passage Werenfriedplein en gewijzigde parkeerplaatsen aan de oostzijde van de Dorpsstraat opgeleverd. Een aantal scopewijzigingen heeft plaatsgevonden binnen de daarvoor (extra) beschikbaar gestelde budgetten.

Heteren Centrum (speerpunt 55)
In de raadsvergadering van 6 februari 2018 werd besloten dat het dorp Heteren de ruimte zou krijgen om de haalbaarheid van een stichting te onderzoeken die de ontwikkeling van een winkel- en voorzieningen aanbod mogelijk zou maken. 16 juli 2018 heeft het college een collegevoorstel ten behoeve van het verstrekken van de subsidie goedgekeurd, waaronder de subsidiebeschikking aan de stichting ‘Hart voor Heteren’. De stichting heeft de ruimte gekregen (tot april 2019) om de businesscase rond te krijgen. Indien dit positief verloopt en er inderdaad voldoende investeerders en ondernemers zijn die het 'Hart laten kloppen', dan is dat een enorme kwaliteitsimpuls van het gebied.
Zie ook speerpunt 22 UA 2018-2022.

Schil Zetten – Hemmen (speerpunt 56)
De Bestemmingsplanprocedure voor de realisatie van de begraafplaats is opgestart in Q1 van 2018. Dit plan houdt rekening met de natuurbeschermingswet en het provinciale GNN. In Q2 van 2018 is een groot aantal reacties ontvangen op het ontwerp bestemmingsplan. In Q3/Q4 van 2018 is een rapport zienswijze opgesteld. Er is een budget beschikbaar gesteld van € 350.000. Er is gewerkt aan het opstellen van een bestemmingsplan rondom de begraafplaats tussen Zetten en Hemmen. Afhankelijk van de planprocedure en het nog op te stellen inrichtingsplan kan een definitieve kostenraming worden opgesteld.

Zie ook speerpunt 38 UA 2018-2022.

Landschapspark Park Lingezegen (speerpunt 58a)
De basisuitrusting van het park is nagenoeg aangelegd, met uitzondering van enkel elementen zoals spoorkruising Notenlaan, inrichting voormalig kasteelterrein Ressen en de rietmoerassen in Waterrijk. In december 2018 heeft het Algemeen Bestuur van de Parkorganisatie het besluit genomen om de huidige Gemeenschappelijke Regeling in stand te houden voor de beheerorganisatie die de coördinatie van het beheer op zich neemt. Daarnaast zal er een netwerkorganisatie worden opgezet die zich gaat bezig houden met de doorontwikkeling van het park.

Voor wat betreft de gronden heeft het AB in december 2018 het besluit genomen dat de gronden binnen deelgebied De Park in eigendom komen van de Parkorganisatie, behalve de gronden nabij De Landerij, de woning van het projectburo en alle pocketparken binnen grondgebiedgemeente Overbetuwe. Deze gronden komen in eigendom van de gemeente Overbetuwe. Eind 2019 dienen deze gronden te worden overgedragen.

Extra huisvesting Landschapspark De Danenberg (speerpunt 58b)
De realisatie van het landschapspark is afhankelijk van vele factoren, w.o. de ontwikkeling van Park 15 en medewerking van grondeigenaren en betreft zodoende lange termijnontwikkeling.
Door een verschil van mening tussen ons en de initiatiefnemer ten aanzien van de fasering van het project zijn we uitgelopen in de tijd. De afspraken over de fasering zijn noodzakelijk om de privaatrechtelijke afspraken te actualiseren en moeten ook in het bestemmingsplan voor de Danenberg worden verwerkt. Bij het in procedure brengen van het ontwerp bestemmingsplan moet er duidelijkheid zijn over de fasering van het project. Hierbij zal ook rekening worden gehouden met het door het college vastgestelde beleid ten aanzien van de woningbouwprioritering. Momenteel wordt ook onderzocht of voor de realisatie van het landschapspark het bestemmingsplan kan worden geknipt in meerdere fasen, zodat voor fasen waarover tussen partijen overeenstemming bestaat over de inrichting een bestemmingsplan in procedure kan worden gebracht. Hierna kan de realisatie starten.

Extra huisvesting statushouders en eigen inwoners (speerpunt 59)
Ontwikkeling Vinkenhof
Wij hebben ons ingespannen om in samenwerking met Vivare 20 tijdelijke woningen op de locatie Vinkenhof te ontwikkelen. De realisatie van de woningen heeft om procedurele redenen vertraging opgelopen. 
De gemeente is o.b.v. een gesloten samenwerkingsovereenkomst verantwoordelijk voor het faciliteren van de planologische regeling en de aanleg van het openbaar gebied. De omgevingsvergunning voor de realisatie van 20 woningen is onherroepelijk van kracht.
Zie ook speerpunt 40 UA 2018-2022.

Land van Tap, 2e fase (speerpunt 73)
De herontwikkeling van het Land van Tap wordt onderzocht vanuit een breed perspectief. Het beoogd eindresultaat van dit project is o.a.: het realiseren van functies zoals woningbouw, parkeren en eventuele andere centrumversterkende voorzieningen. In het projectplan LvT is de projectopdracht en het voorstel voor de aanpak van het project concreet verder uitgewerkt. Het projectplan met strategische en interne organisatorische informatie is op 22 mei 2018 door het college vastgesteld. Daarnaast is een voorbereidingskrediet voor de werkzaamheden in 2018 vastgesteld. De raad is hierover geïnformeerd middels een raadsmemo. Ook is aan de raad een verwerving van een perceel binnen het plangebied LvT voorgelegd.
Zie ook speerpunt 28 UA 2018-2022.

Woningbouwprogrammering (speerpunt 74)
Eind 2017 hebben we een nieuwe manier van sturen en programmeren van woningbouw geïmplementeerd, waarmee dit speerpunt is voltooid.
Zie speerpunt 19 Woonagenda.


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 01: Omgevingswet
De concept-omgevingsvisie is gereed. Vaststelling zal in de loop van 2019 plaatsvinden. Dan wordt ook gestart met het opstellen van programma's.

Speerpunt 09: Woonagenda
Sinds Q3/4-2018 lopen vele projecten vanuit de woonagenda met zowel interne als externe partijen. In 2018 hebben we bijvoorbeeld mooie resultaten bereikt binnen de projecten doorstroming, energiecoaches, woningbouwprioritering ed.

Speerpunt 14: Knoop 38
De raad wordt tweemaandelijks geïnformeerd over de voortgang van het totale speerpunt. De provincie is het Provinciaal Inpassingsplan aan het voorbereiden voor de RTG.

Speerpunt 22: Dorpshart Heteren
In oktober 2018 is de startbijeenkomst van het dreamteam van Fresh Forward geweest. Hiermee is de Stichting Hart van Heteren begonnen met het conceptontwikkelingsproces. Tevens heeft de Stichting Hart van Heteren zich officieel gevestigd bij de notaris.

Speerpunt 23: Dorpshart Oosterhout
De initiatiefnemers uit de kern Oosterhout hebben in Q3/4 gewerkt aan een haalbaar plan voor het Hart van Oosterhout. Deze werkzaamheden zijn nog niet afgerond. De resultaten worden in maart/april 2019 verwacht.

Speerpunt 24: Dorpshart Driel
In Q4 is gestart met gesprekken met inwoners, bedrijven en instellingen in Driel om te komen tot een Plan van Aanpak. Allereerst worden de wensen gezamenlijk in beeld gebracht. Er is nog geen concreet initiatief vanuit Driel.

Speerpunt 28: Land van Tap
Het project Herontwikkeling Land van Tap is vóór de zomer 2018 concreet gestart. Er zijn inmiddels verschillende onderzoeken gestart. De omgeving heeft in september een nieuwsbrief ontvangen en er is een webpagina voor dit project aangemaakt. Het onderzoek naar evt. centrumversterkende voorzieningen op het Land van Tap kan mogelijk vertragend zijn. Dit wordt nader onderzocht.

Speerpunt 29: Omgevingsvisie
In augustus en september zijn op specifieke thema's uit de concept-visie verdiepende gesprekken gevoerd met meest betrokken stakeholders. De concept-omgevingsvisie is gereed. Vaststelling zal in de loop van 2019 plaatsvinden. Dan wordt ook gestart met het opstellen van programma's.

Speerpunt 38: Schil Zetten/ Hemmen
Het definitieve bestemmingsplan voor realisatie van de begraafplaats is in januari 2019 door de raad vastgesteld. De middelen zoals opgenomen in de begroting zijn (vooralsnog) voldoende voor inrichting van het gemeentelijk deel. We gaan in 2019 aan de slag (in overleg met omwonenden) met het inrichtingsplan.

Speerpunt 39: Wonen onder hoogspanningskabels
We staan op de lijst voor het ondergronds brengen van de hoogspanning. In 2019 zal Tennet een haalbaarheidsanalyse uitvoeren.

Speerpunt 40: Extra huisvesting statushouders en eigen inwoners
Vanwege een noodzakelijke bodemsanering zullen de woningen een half jaar later dan gepland op 1 juni 2019 worden opgeleverd. Dit heeft ook gevolgen voor de financiën waarover wij in de tussenrapportages nader zullen rapporteren.

Financiële verantwoording Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting


Wat heeft het programma Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting gekost? 

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -2.422.056 -2.747.126 -3.339.935
Totaal baten 1.359.034 2.047.202 2.724.198
Saldo van baten en lasten -1.063.022 -699.924 -615.737
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) 363.098
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) 84.187

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting   363.000  voordeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
1e begrotingswijziging 2018  PNL-posten 36 en 37-2018
- invoering Omgevingswet
- project handhaving strijdige bewoning

100.000
100.000

N
N
 
14e begrotingswijziging 2018  TR4-2018
- hogere opbrengst leges omgevingsvergunningen

550.000

V
 
    350.000
voordeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   13.000 voordeel
    363.000 voordeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting   84.000 voordeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening 140.000 V  
- Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
276.000 N  
- Taakveld 8.3 Wonen en bouwen
220.000 V  
    84.000
voordeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   0  
    84.000 voordeel

 

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

Financiële verantwoording Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 2.422.056 2.747.126 3.339.935 -592.809
Baten 1.359.034 2.047.202 2.724.198 -676.996

Taakveld 8.1 Ruimtelijke Ordening

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

Door Team Projectrealisatie zijn in 2018 minder uren besteed aan ruimtelijke ordening algemeen (compenseert het nadeel op taakveld 0.4).

- Er is wat vertraging ontstaan in de uitvoering van het Project aanleg glasvezel buitengebied. Dit voordeel van € 47.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat deze bijdrage wordt onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 47.000 nadeel).

- Hogere opbrengst leges bestemmingsplannen.

- Voor postzegelplannen moesten vaker rechtskundige adviezen worden ingewonnen bij derden.

- Niet geraamde storting in de voorziening verliesgevende complexen voor faciliterende grondcomplexen.


Saldo diverse overige voor- en nadelen

135.000


47.000





45.000








6.000











28.000



65.000


 
I


I





I

I


I


I
Totaal 233.000  93.000   
Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 781.963 818.720 900.726 -82.006
Baten 151.705 173.873 395.862 -221.989

Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

-  Niet geraamde storting in de voorziening verliesgevende complexen voor het grondcomplex Heteren Centrum.

- Lagere rente op gronden die behoren tot de materieel vaste activa (dus niet zijnde grondcomplexen) door verplichte nacalculatie rente. Dit voordeel van € 49.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat tegenover dit voordeel een nadeel staat op het taakveld 0.5 (Treasury). Op 0.5 staat een lager renteresultaat dan begroot (€ 49.000 nadeel). Zie de uitgebreide toelichting bij onderdeel Algemene dekkingsmiddelen.

- Hogere opbrengst verkoop van reststroken.

Saldo diverse overige voor- en nadelen




49.000






52.000


14.000
391.000 I


I






I


I
Totaal 115.000 391.000  

Een uitgebreidere toelichting op het resultaat van de woningbouwcomplexen is te vinden in de Paragraaf Grondbeleid.

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 421.642 572.439 800.181 -227.742
Baten 361.515 377.515 329.559 47.956

Taakveld 8.3 Wonen en bouwen

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

-  Hogere opbrengsten leges omgevingsvergunningen.  In TR 4 heeft reeds een verhoging van de opbrengsten plaatsgevonden, Niettemin zijn in het laatste kwartaal nog enkele grote vergunningen afgegeven.

- Het project voor de invoering van de nieuwe omgevingswet loopt nog. Van de toegekende PNL post van € 100.000resteert er nog € 61.000. Dit voordeel van € 61.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat de uitgaven van dit project worden onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 61.000 nadeel).

- Lagere rentelasten inzake de SVn leningen door verplichte nacalculatie rente. Dit voordeel van € 26.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat tegenover dit voordeel een nadeel staat op het taakveld 0.5 (Treasury). Op 0.5 staat een lager renteresultaat dan begroot (€ 26.000 nadeel). Zie de uitgebreide toelichting bij onderdeel Algemene dekkingsmiddelen.

Saldo diverse overige voor- en nadelen.

131.000



61.000





26.000





2.000

 

I



I





I





I

Totaal 220.000 0  
Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 1.218.451 1.355.967 1.639.029 -283.062
Baten 845.814 1.495.814 1.998.777 -502.963

Verbonden partijen

De volgende verbonden partijen dragen bij aan de realisatie van de doelstellingen van dit programma:
Commandiet Westeraam BV
GEM Westeraam Beheer BV
GEM Westeraam CV

Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verrricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Flexibel werken met passende faciliteiten (speerpunt 44)
De uitvoering van de deelprojecten loopt dusdanig, dat het beoogde resultaat behaald zal worden. 
Het gemeentehuis in Andelst is medio januari 2018 formeel overgedragen aan de nieuwe eigenaar.
Er is een architect geselecteerd die een ontwerp heeft gemaakt voor de verbouwing en uitbreiding. Er is een omgevingsvergunning met buitenplanse afwijking verleend, die in maart 2018 onherroepelijk is geworden. De CRK heeft in dit kader ook haar opmerkingen meegegeven en een positief advies gegeven ten aanzien van het ontwerp voor de buitenkant. In april is, na een meervoudig onderhandse aanbesteding, een aannemer geselecteerd voor fase 2.
Zie ook speerpunt 47 UA 2018-2022.

Verbeterde P&C cyclus (speerpunt 48)
Het project is afgerond. Alle P&C documenten zijn vernieuwd en digitaal beschikbaar. De opmaak van de Jaarstukken 2017 was het laatste onderdeel van deze modernisering. De nieuwe methodiek van rapporteren is ingevoerd: 4 rapportages per jaar met een combinatie van beleidsmatige en financiële voortgangsduiding. Een tussentijdse evaluatie van de nieuwe rapportagecyclus heeft eind januari 2018 plaatsgevonden i.a.m. de auditcommissie en dit (positieve advies) is in februari aan de raad teruggekoppeld. De Nota risicomanagement, het sluitstuk van dit project, is op 20 februari 2018 door de raad vastgesteld.  Uiteraard zullen we continu aandacht blijven geven aan een adequate invulling van onze planning & control cyclus en daarover afstemming zoeken met de raad en auditcommissie.
Zie ook speerpunten 48, 49 en 50 UA 2018-2022.

Visie op vastgoed (speerpunt 67)
Zie de toelichting bij programma 5.

Goed rentmeesterschap (speerpunt 70)
Dit betreft een continu aandachtspunt. Doelstelling van dit speerpunt is het op orde brengen en houden van de gemeentelijke financiële positie. Door diverse getroffen maatregelen is het eenmalige en structurele weerstandsvermogen ingrijpend verbeterd en zijn voor dit onderdeel van het speerpunt de doelstellingen behaald.
Zie speerpunt 50 UA 2018-2022.


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 42: Klantgerichte dienstverlening bij uitvoerende taken
Voor een optimale dienstverlening aan onze externe- en interne klanten hebben wij een dienstverleningsconcept en bedrijfsvoeringvisie ontwikkeld die op elkaar aansluiten. We schakelden een organisatieadviesbureau in om beide visies duurzaam in de organisatie te borgen. De implementatie neemt ongeveer 2 jaar in beslag (2019-2020).

Speerpunt 43: Strategisch HR beleid
De evaluatie van de systematiek personeelsbudget is in 2018 uitgevoerd en zal in Q2-2019 worden afgerond. Het medewerkersonderzoek is in februari 2019 uitgevoerd. Het SPP-traject is nog niet tot uitvoering gekomen.  De reden hiervoor is dat we eerst de uitkomsten van overige ontwikkelingen willen afwachten en de effecten ervan willen meenemen in het traject.

Speerpunt 44: Van buiten naar binnen bij vormgevende taken
De pilot SBP/Opgavegericht werken (OGW) is geëvalueerd. Helder is dat de pilot ons niet gebracht heeft wat we ervan verwacht hadden. De doelstellingen zijn niet gehaald. Ondanks dat het een moeizaam traject was, is er aan alle kanten heel hard gewerkt en hebben we er ook veel van geleerd. Een van de lessen is dat OGW niet het instrument voor ons is om een wendbare en op de samenleving georiënteerde organisatie te worden. Dit betekent dat de pilot wordt beëindigd. We ronden dit traject zorgvuldig af en feitelijke beëindiging is voorzien rond de zomerperiode 2019. De evaluatie van OGW maakt onderdeel uit van een bredere analyse van de gemeente Overbetuwe. Hoe staat de organisatie ervoor? Wat loopt prima, wat kan anders en waaraan gaan we in 2019 werken? Voor de zomer komt er duidelijkheid over wat dit betekent voor de organisatie.

Speerpunt 45: Professionele bedrijfsvoering / optimale procesinrichting
Afgesproken is om de bedrijfsvoeringvisie en het dienstverleningsconcept tegelijkertijd in de organisatie te implementeren. In oktober 2018 zijn externe bureaus uitgenodigd om hun visie op de implementatie te geven. De implementatie zal onderdeel zijn van organisatie brede ontwikkelingen.

Speerpunt 46: Optimale informatievoorziening
Dit betreft een doorloop van het speerpunt uit de vorige Uitvoeringsagenda. Daarvan is al een groot deel gerealiseerd, maar ook de komende jaren moet nog een groot gedeelte plaatsvinden. We werken met een projectenlijst voor de informatievoorzieningsprojecten. Daarvan zijn de projecten voor 2018 geïmplementeerd, waarbij rekening is gehouden met de vooraf gestelde doelen en de impact die het heeft op de organisatie.

Speerpunt 47: Realiseren toekomstbestendig gemeentehuis
De engineeringsfase loopt ten einde. De tijdelijke huisvesting van de publieksbalies/receptie in 't Fort was eind oktober gereed. Diverse teams zijn intern verhuisd om dit mogelijk te maken. In juli 2018 is besloten om met een andere werktuigbouwkundige installateur fase 2 te realiseren. Dit betekent dat er na de vakantieperiode een overdracht van gegevens en werkzaamheden plaats heeft gevonden van de ‘oude’ naar de ‘nieuwe’ installateur. Dit heeft een vertraging van 3 maanden in de planning veroorzaakt. De huidige situatie in de bouwsector wordt gekenmerkt door behoorlijke prijsstijgingen. Er bestaat een risico dat het budget niet toereikend zal zijn. Dit is ook gemeld aan de raad.

Speerpunt 48: AO/IB (adm.org./interne fin. beheersing) uitwerken
Vanaf het 2e kwartaal zijn diverse verbijzonderde interne controles uitgevoerd op verschillende bedrijfsprocessen. Daarbij zijn met betrokkenen afspraken gemaakt over de reparatie van geconstateerde fouten en/of het treffen van preventieve maatregelen. Specifieke aandacht is er voor de ontwikkeling van de controle op de uitgaven van het sociaal domein met als doelstelling om waar nodig verbeteringen door te voeren t.a.v. de juiste, tijdige en volledige verantwoording van de transactiestromen binnen het sociaal domein.

Speerpunt 49: Nota risicomanagement uitwerken
Het opstellen van het plan van aanpak voor toepassen van de Nota risicomanagement heeft vertraging opgelopen en is doorgeschoven naar Q2-2019. Over de uitwerking van de nota RM zal gedurende het proces met de Auditcommissie worden gecommuniceerd.

Speerpunt 50: Financiën: goed rentmeesterschap
De begroting 2019 voldoet aan de vastgestelde normen voor het begrotingsoverschot, de minimale omvang van de algemene reserve en de ratio voor het weerstandsvermogen. Een strakke begrotingsdiscipline vraagt om een eenduidige visie op de financiële rollen, om heldere instructies én om helderheid over de vaardigheden van functionarissen die een rol vervullen in de P&C cyclus. In Q2 2019 starten we met de opleiding / instructie van deze financiële functies.

Financiële verantwoording Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering


Wat heeft het programma Financiën en bedrijfsvoering gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -13.530.157 -13.912.305 -14.527.155
Totaal baten 1.044 891.044 899.946
Saldo van baten en lasten -13.529.113 -13.021.261 -13.627.209
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) 507.852
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) -605.948


I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 9 Financiën en bedrijfsvoering   508.000  voordeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

2e begrotingswijziging 2018  Raadsbesluit 04-12-2017
- vrijval uit voorziening groot onderhoud t.b.v. nieuwe huisvesting

 
230.000


V

 

9e begrotingswijziging 2018  TR1 - 2018
- incidentele meeropbrengst gemeentehuis Andelst
- vrijval exploitatielasten gemeentehuis Andelst


253.000
160.000


V
V

 
11e begrotingswijziging 2018  TR2 - 2018
- hogere P-lasten door incidenteel nadeel effect IKB en functiewaardering

210.000

N
 
13e begrotingswijziging 2018  TR3 - 2018
- hogere P-lasten voor met name Strategie, Beleid en Projecten

650.000

N
 
Diverse administratieve wijzigingen 2018  Raadsbesluit 11-12-2018
- overheveling hogere P-lasten naar de teams

575.000

V
 
    358.000
voordeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   150.000 voordeel
    508.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering   606.000 nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 0.4 Overhead 606.000 N  
    606.000
nadeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   0  
    606.000 nadeel

 

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

Financiële verantwoording Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 13.530.157 13.912.305 14.527.155 -614.850
Baten 1.044 891.044 899.946 -8.902

Taakveld 0.4 Overhead

Toelichting Voordelen Nadelen I/S

Administratief nadeel in verband met de doorbelasting van meer interne uren aan het taakveld Overhead. Hier tegenover staat een lagere doorbelasting aan interne uren op andere taakvelden (zie TV 8.1)

- Hogere kosten voor het personeelsbudget. Voor een belangrijk deel wordt dit nadeel gecompenseerd omdat er tevens een hogere doorbelasting aan verhaalbare kosten, projecten zijn doorbelast. Zie tevens de toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering.

- De kosten voor het regionale subsidiebureau worden door de 5 deelnemende gemeenten gedragen.  De bijdrage bestaat uit een vast bedrag van € 20.000 plus een afrekening naar rato van de gehonoreerde subsidieaanvragen. Die extra lasten worden uit de betreffende projecten bekostigd. 

- Hogere kosten accountant en bijdrage A en O fonds (compensatie via algemene uitkering)

- Hogere kosten voor abonnementen en portikosten

-  hogere onderhoudskosten voor gemeentewerf en Ambtshuis

- Hogere kosten representatie (o.a. Polenherdenking en afscheid wethouders)

- Hogere ICT kosten (nagekomen factuur 2017) en hogere licentiekosten

Saldo diverse overige voor- en nadelen















128.000



240.000



25.000




63.000

45.000

39.000

36.000

10.000

20.000

I



I



I




I

I

I

I

I

I
Totaal 0 606.000  

 

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 13.530.157 13.912.305 14.527.155 -614.850
Baten 1.044 891.044 899.946 -8.902

Verbonden partijen

Geen.

Programma 10 Algemeen bestuur

Wat hebben we in 2018 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Uitvoeringsagenda 2016-2018

Kernenestafette (speerpunt 1)
Met de Kernenestafette hebben we in 2016 en 2017 de dorpen en wijken ondersteund bij het bepalen en uitvoeren van hun agenda’s. De kernenestafette is afgerond en het volledige budget is besteed. De raad is in juni 2018 middels een informatiememo over de evaluatie van de Kernenestafette geïnformeerd (18inf00079). Hierna is het speerpunt afgesloten.


Uitvoeringsagenda 2018-2022

Speerpunt 07: Inwonerparticipatie
Er is intern gewerkt aan een beginnend bewustzijn in de organisatie om vroegtijdig een interactieniveau te kiezen en consequenties te verwerken in beleid/project-plan. Er is een praktisch hulpmiddel ontwikkeld voor de organisatie.  In de college en raadsvoorstellen heeft participatie een plek gekregen en moet dit aspect voortaan expliciet worden beschreven.

Speerpunt 08: Kerngericht werken
Volgens planning is er in het vierde kwartaal van 2018 een projectmanager ingehuurd en wordt er gewerkt aan deelproject 1a: Uitgangspunten en 1b: Testcases. Dit doen we samen met betrokken partijen waaronder de gemeentelijke organisatie en bewonersorganisaties.

Financiële verantwoording Programma 10 Algemeen bestuur


Wat heeft het programma 10 Algemeen bestuur gekost?

A. Primaire begroting 2018 B. Begroting 2018 na wijz. C. Werkelijk 2018
Totaal lasten -2.685.439 -2.912.131 -3.039.918
Totaal baten 733.748 936.129 1.059.520
Saldo van baten en lasten -1.951.691 -1.976.002 -1.980.398
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B) -24.311
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C) -4.396

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 10 Algemeen bestuur   24.000  voordeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

11e begrotingswijziging 2018  TR2 - 2018
- storting in voorziening wachtgeldverplichting voormalige wethouders

 
203.000


N

 

14e begrotingswijziging 2018 TR4 - 2018
- vrijval uit voorziening wethouderspensioenen

 
192.000


V

 
    11.000
nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   35.000 voordeel
    24.000 voordeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 10 Algemeen bestuur   4.000 nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
 - geen taakvelden met verschillen > € 100.000 0    
    0
 
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   4.000 nadeel
    4.000 nadeel

 

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

Financiële verantwoording Programma 10 Algemeen bestuur

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 2.685.439 2.912.131 3.039.918 -127.787
Baten 733.748 936.129 1.059.520 -123.391

Taakveld 0.1 Bestuur

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 1.618.067 1.828.122 1.892.463 -64.341
Baten 0 192.000 192.000 0

Taakveld 0.2 Burgerzaken

Exploitatie Primair Begroot 2018 Actuele Begroting 2018 Realisatie 2018 Saldo 2018
Lasten 1.067.372 1.084.009 1.147.455 -63.446
Baten 733.748 744.129 867.520 -123.391

Verbonden partijen

De volgende verbonden partijen dragen bij aan de realisatie van de doelstellingen van dit programma:
Eurregio RijnWaal
Arnhem Nijmegen City Region

Paragrafen

I. Lokale lasten

1.Inleiding

In deze paragraaf bieden wij inzicht in het beleidskader rond de lokale heffingen, de soorten heffingen, de tariefs- en kostenontwikkeling, de lokale lastendruk en het kwijtscheldingsbeleid.

Het BBV geeft minimum voorschriften voor de inhoud van deze paragraaf. De belangrijkste wijziging is dat vanaf 2017 een overzicht opgenomen moet worden van de baten en de lasten voor de heffingen waarbij er sprake is van het verhalen van kosten.

Om die reden zijn aan het einde van deze paragraaf kosten- en dekkingsoverzichten opgenomen van de belangrijkste bestemmingsheffingen: rioolheffing en de reinigingsheffingen.

2. Het beleidskader van de lokale heffingen

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Beleidskader
Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2018.

Algemeen
Jaarlijks worden de WOZ-waarden voor woningen en niet-woningen vastgesteld. Deze WOZ-waarde is de grondslag voor de aanslag OZB. Wij zorgen voor een tijdige en correcte verzending van de waardebeschikkingen (WOZ-waarde) en belastingaanslagen. Met dagtekening 24 februari 2018 zijn de WOZ-beschikkingen/aanslagen gemeentelijke belastingen 2018 verzonden. Ook de afhandeling van bezwaarschriften heeft tijdig plaatsgevonden. De wettelijke termijn voor het doen van een uitspraak is het einde van het kalenderjaar. In 2018 zijn 99 % van de bezwaren tegen de WOZ-waarde binnen 5 maanden en de bezwaren tegen de overige belastingen binnen 3 maanden afgehandeld.

Herwaardering
Voor het belastingjaar 2018 is de OZB gebaseerd op de WOZ-waarden per de waardepeildatum
1 januari 2017. Uitgangspunt is dat schommelingen van WOZ-waarden geen invloed hebben op de hoogte van de gemiddelde aanslag OZB. Niet alleen wanneer waarden dalen, maar ook niet als waarden stijgen. Wel kan het natuurlijk zo zijn dat bepaalde typen onroerende zaken een waardeontwikkeling laten zien die van het gemiddelde afwijkt, wat dan ook tot een hogere of lagere belastingaanslag zal leiden.

Tarieven
Bij de vaststelling van de OZB-tarieven voor 2018 is rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken. De waarden van woningen zijn in de periode van 1 januari 2016 tot
1 januari 2017 met gemiddeld 2,77% gestegen. De waarden van niet-woningen zijn in die periode gemiddeld met 1,05% gedaald. De OZB-tarieven zijn, naast de hiervoor vermelde aanpassing in verband met de waardeontwikkeling, trendmatig verhoogd met 1,5%. De totale OZB-opbrengst 2018 bedraagt € 7.171.000 (afgerond).

Hondenbelasting
Beleidskader
Verordening hondenbelasting gemeente Overbetuwe 2018.

Algemeen
De hondenbelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst in de algemene middelen vloeit en van waaruit gemeenten zelf mogen bepalen waaraan het wordt besteed. Uit onze inkomsten van de hondenbelasting worden onder andere de aanleg, het onderhoud en de schoonmaak van de hondenvoorzieningen (hondenuitlaatplaatsen en hondenlosloopgebieden) betaald.

Tarieven
De tarieven van de hondenbelasting zijn in 2018 niet verhoogd. De opbrengst van de hondenbelasting is door een toename van het aantal honden licht gestegen naar € 284.000 (afgerond).

Rioolheffing
Beleidskader
Verordening rioolheffing gemeente Overbetuwe 2018 en Gemeentelijk Rioleringsplan Overbetuwe 2018-2022 (GRP).

Algemeen
De rioolheffing wordt geheven voor de bekostiging van beheer en onderhoud van het gemeentelijke rioleringsstelsel. Evenals de afvalstoffenheffing is de rioolheffing kostendekkend: we gaan uit van het principe ‘de vervuiler betaalt’. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een pand.
De raad heeft een voorziening riolering ingesteld: het verschil tussen de opbrengsten en de kosten van riolering komen ten gunste of ten laste van de voorziening. Als uit de jaarrekening verschillen blijken met het vastgestelde GRP, dan dat wordt dit verschil bij de tariefvaststelling van het eerstvolgende jaar meegenomen.

Tarieven
Om tot een volledige kostendekking voor 2018 te komen is een onttrekking aan de voorziening nodig geweest van afgerond € 364.000. Dit is ten opzichte van de vastgestelde begroting GRP € 542.000 minder. De belangrijkste oorzaak hiervan is het vastgestelde GRP en de daaruit voortvloeiende verlaging van het tarief voor 2018. Daarnaast zijn er exploitatievoordelen.


Door de inzet van de voorziening riolering in 10 jaar, kunnen de riooltarieven in die periode uiterst beperkt blijven. Het tarief van 2018 is verlaagd in verband met de verlaging van het rentepercentage en de doorwerking van het voordeel uit de jaarrekening 2017. De tarieven zijn verlaagd met 6,7%. Het belangrijkste tarief 2018 is € 110,25 voor een waterverbruik tot 500 kubieke meter.

Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
Beleidskader
Artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2018. In 2016 is het Uitvoeringsplan afval 2017 door de raad vastgesteld. De evaluatie van het Uitvoeringsplan afval 2017 is in het voorjaar van 2018 vastgesteld.

Algemeen
Voor de reinigingsheffingen geldt het beginsel: ‘de vervuiler betaalt’. Om die reden is de 100% kostendekking het uitgangspunt. Vanaf 2017 geldt het nieuwe afvalplan.

Tarieven
Om de lagere inkomsten door een te verwachten grotere vermindering voor het aantal aanbiedingen voor restafval te compenseren zijn de tarieven in 2018 met 3,9% verhoogd. Uit nacalculatie is gebleken dat er ongeveer 5.700 meer aanbiedingen van de 140 liter restcontainer zijn in 2018 dan begroot. Dit komt onder andere doordat ongeveer 250 huishoudens in 2017 een 240 liter restcontainer hebben omgewisseld voor een 140 liter restcontainer. Ook zijn er ongeveer 1.000 aanbiedingen meer van de 240 liter restcontainer dan begroot. Beide stijgingen verklaren het grootste deel van de meeropbrengst van € 72.000 (afgerond).

Precariobelasting op kabels en leidingen
Beleidskader
Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2018 en de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen gemeente Overbetuwe 2018.

Algemeen
Vanaf 1 januari 2022 is het voor gemeenten niet meer mogelijk om precariobelasting op kabel- en leidingnetwerken te heffen. Tot 1 januari 2022 mag maximaal het tarief dat gold op 10 februari 2016 geheven worden. De geraamde structurele opbrengst wordt in 4 jaar (2018-2021) naar nul afgebouwd.

Tarieven
De tarieven voor precariobelasting (exclusief het tarief voor precariobelasting op kabels en leidingen) zijn trendmatig verhoogd met 1,5%. Met ingang van 1 november 2014 wordt er precariobelasting op kabels en leidingen geheven. Voor 2018 is de belastingopbrengst hiervan € 2.822.000 (afgerond). Tegen een aanslag precariobelasting elektriciteitsnetwerk 2018 is beroep ingesteld. Voor een bedrag van € 1.791.000 (afgerond) is het daarom onzeker of deze opbrengst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Dit risico is tevens aangeduid in de paragraaf weerstandsvermogen / risicoparagraaf.


Marktgelden/standplaatsen
Beleidskader
Verordening marktgelden gemeente Overbetuwe 2018.

Algemeen
Iedereen die een standplaats heeft op de wekelijkse markt betaalt marktgeld. Dat geldt ook voor degene die een standplaats heeft voor bijvoorbeeld één dag. Naast marktgeld betalen ze een bedrag voor de elektriciteitsvoorzieningen als daarvan gebruik wordt gemaakt.

Tarieven
Voor de goederenmarkt in Zetten geldt een lager tarief dan voor Elst. De reden hiervoor is de beperktere omvang van de kern Zetten en de markt. De tarieven zijn afgeleid van de in de Tarieventabel leges, behorende bij de legesverordening, opgenomen tarieven voor overige standplaatsen. De tarieven voor marktgeld zijn voor 2018 trendmatig verhoogd met 1,5%.

Lijkbezorgingsrechten
Beleidskader
Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Overbetuwe 2018

Algemeen
Voor het gebruik van een algemene begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats worden rechten geheven. In deze gemeente zijn er drie algemene begraafplaatsen.

Tarieven
De tarieven voor lijkbezorgingsrechten zijn trendmatig verhoogd met 1,5%.

Reclamebelasting
Beleidskader
Verordening reclamebelasting gemeente Overbetuwe 2018.

Algemeen
In 2015 is de reclamebelasting ingevoerd ter financiering van de invoering van Centrum Management Elst (CME). Het CME heeft als doel om samen met de ondernemers uit het centrum van Elst en de gemeente een gezond ondernemersklimaat neer te zetten en Elst te promoten in de regio. De reclamebelasting is ingevoerd voor een periode van 5 jaar.

Tarieven
De tarieven voor 2018 zijn verhoogd met 1,7% inflatie.

Leges
Beleidskader
Legesverordening gemeente Overbetuwe 2018 en de Tarieventabel leges 2018.

Algemeen
We heffen leges om een gedeelte van onze taken te bekostigen. Deze taken worden in de vorm van een dienst individueel afgenomen door bewoners of bedrijven.

Tarieven
De tarieven voor leges zijn trendmatig verhoogd met 1,5%, met uitzondering van de bouw gerelateerde leges voor omgevingsvergunningen die geheven worden met de bouwkosten als grondslag. Een stijging van de bouwkosten leidt immers al tot een verhoging van de leges. Halverwege 2018 zijn de percentages van het schijventarief voor het berekenen van de leges bouwactiviteiten aangepast. De percentages lagen niet in een juiste verhouding met de bouwkosten van de aangevraagde omgevingsvergunningen. Deze aanpassing is budgettair neutraal. Voor sommige diensten heeft het Rijk een maximum tarief ingesteld, zoals voor rijbewijzen, paspoorten en identiteitskaarten. Het uitgangspunt voor de tarieven is gebaseerd op 100% kostendekking.

3. Lokale lastendruk in vergelijking met het regionale en landelijke beeld

De lokale lasten worden jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) in beeld gebracht.
De cijfers over 2018 leveren een goede vergelijking op van de lastendruk in onze gemeente ten opzichte van het regionale en landelijke beeld. Volgens de COELO (landelijk) staat de gemeente Overbetuwe op nummer 18 van de 387 (van laag naar hoog). De gemeente behoort hiermee tot de 5% van goedkoopste gemeenten van Nederland. In vergelijking met andere gemeenten in Gelderland staat Overbetuwe in 2018 op de 5e plaats van de 54 Gelderse gemeenten.

Belastingdruk per object en inwoner op basis van de werkelijke opbrengsten van de afgelopen belastingjaren:

 

2014

2015

2016

2017

2018

Opbrengst per object

 639,71

 639,80

623,27

 592,23

605,73

Opbrengst per inwoner

300,70

299,08

293,00

276,71

283,32


Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Beleidskader
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en Kwijtscheldingsregeling gemeente Overbetuwe 2018.

Algemeen
Net als in voorgaande jaren worden de maximale mogelijkheden tot het verlenen van kwijtschelding benut. Kwijtschelding is mogelijk voor de OZB, het vaste bedrag van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Of kwijtschelding wordt verleend hangt af van de betalingscapaciteit van belastingschuldigen. Bij de bepaling daarvan houden wij rekening met 100% van de kosten van levensonderhoud zoals die normatief zijn opgenomen in de landelijke richtlijnen voor het kwijtscheldingsbeleid.

Kwijtscheldingsaanvragen
Voor degenen die eerder ook al kwijtschelding hebben gekregen maken we, met verleende toestemming van de belastingschuldigen, gebruik van een procedure voor automatische toetsing voor kwijtschelding door het Inlichtingenbureau. Dit heeft er toe geleid dat in 2018 443 belastingschuldigen geen verzoek om kwijtschelding hoefden in te dienen.


In 2018 zijn er, naast de automatische kwijtschelding, nog 370 kwijtscheldingsaanvragen ingediend. Van deze aanvragen zijn er 255 geheel of gedeeltelijk gehonoreerd. Wij streven ernaar om de kwijtscheldingsverzoeken binnen 5 maanden af te handelen. In 2018 is 80% van alle kwijtscheldings-aanvragen binnen 5 maanden en 20% binnen 7 maanden afgehandeld.

In 2018 is er voor € 20.000 (afgerond) minder aan kwijtschelding verleend dan begroot. Dit heeft verschillende oorzaken:
• ongeveer 20 kwijtscheldingsaanvragen minder ingediend dan in 2017;
• veel minder kwijtschelding verleend aan inwoners met een eigen woning dan in 2017;
• minder kwijtschelding toegekend o.a. in verband met de verplichte kostendelersnorm per 1 januari 2018.



Overzicht belastingopbrengsten 2018

Heffing

begroot 2018 incl.begr. wijz.

 werkelijk 2018

OZB woningen

4.926.400

4.932.196

OZB niet-woningen

2.246.800

2.239.385

Hondenbelasting

278.243

284.400

Rioolheffing

2.281.676

2.294.422

Reinigingsheffingen

3.790.044

3.862.413

Marktgelden

30.802

33.647

Standplaatsen

6.239

7.120

Lijkbezorgingsrecht

53.450

54.709

Reclamebelasting

76.300

75.525

Precariobelasting

2.855.250

2.854.397

Kwijtschelding

- 172.809

- 152.975

subtotaal inkomsten excl. leges

16.372.395

16.485.239

Leges:

2.383.480

2.677.082

Totaal netto opbrengst heffingen

18.755.875

19.162.321

 

 

 Heffing

Opbrengst per object 22.400

totaal 2018 in %

Opbrengst per inwoner 47.508

totaal 2018 in %

OZB woningen

€ 220,19

25,7%

€ 103,82

26,4%

OZB niet-woningen

€ 99,17

11,7%

€ 47,14

11,9%

Hondenbelasting

€ 12,70

1,5%

€ 5,99

1,6%

Rioolheffing

€ 102,43

12,0%

€ 48,30

13,4%

Reinigingsheffingen

€ 172,43

20,2%

€ 81,30

19,9%

Marktgelden

€ 1,50

0,2%

€ 0,71

0,2%

Standplaatsen

€ 0,32

0,0%

€ 0,15

0,0%

Lijkbezorgingsrecht

€ 2,44

0,3%

€ 1,15

0,3%

Reclamebelasting

€ 3,37

0,4%

€ 1,59

0,4%

Precariobelasting

€ 127,43

14,9%

€ 60,08

15,6%

Kwijtschelding

- € 6,83

- 0,8%

- € 3,22

- 1,0%

Leges

€ 119,51

14,0%

€ 56,35

11,3%

Totaal

€ 855,46

100,0%

€ 403,35

100,0%

 

4. De kostendekking

Inleiding
Het BBV schrijft voor dat in deze paragraaf inzicht geven moet worden in de mate van kostendekking van de belastingen die op inwoners en/of bedrijven worden verhaald.

In het beleidskader (zie hiervoor) wordt de beoogde dekking omschreven. Hieronder wordt inzicht gegeven in de gerealiseerde kostendekking van de twee belangrijkste bestemmingsheffingen, te weten: de rioolheffing en de reinigingsheffingen.

In de paragraaf lokale heffingen bij de programmabegroting 2018 én in de vastgestelde “Financiële verordening 2017 gemeente Overbetuwe” staan de uitgangspunten voor de berekeningswijze opgenomen.


Kostendekking 2018 per verordening

Verordening:

Rioolheffing:

Omschrijving

taakveld

begroot primair

werkelijk

verschil

toelichting

Directe lasten

7.2

2.326.368

1.928.814

 

 

Inkomsten

7.2

- 4.100

-12.374

 

 

Netto kosten

 

2.322.268

1.916.440

405.828

 1

 

 

 

 

 

 

Toe te rekenen kosten:

 

 

 

 

 

Overhead: opslag uurtarief

7.2

513.857

444.949

68.908

 2

Compensabele BTW

7.2

357.261

290.682

66.579

 3

Kwijtschelding

6.3

88.000

71.518

16.482

 

Kosten waterbeheer

5.7

134.553

177.362

-42.809

 

Kosten straatreiniging

2.1

99.903

99.903

0

 

Totale kosten

 

3.515.842

3.000.854

514.988

 

 

 

 

 

 

 

Opbrengst heffing

7.2

- 2.443.997

- 2.294.422

- 149.575

 4

Bespaarde rente voorziening riolering

0.5

- 165.650

- 342.696

177.046

 5

Totale baten

 

- 2.609.647

- 2.637.118

27.471

 

 

 

 

 

 

 

Totale lasten – baten (onttrekking aan voorziening)

 

906.195

363.736

542.459

 6

Dekkings% excl. de onttrekking aan voorziening

 

74,2%

87,9%

- 5,3%

 

Dekkings% incl. de onttrekking aan voorziening

 

100,0%

100,0%

0,0%

 

 

 

 

 

 

 

Toelichting op de belangrijkste afwijkingen (t.o.v. primaire begroting):
1. Zie de toelichting op de exploitatie: € 390.000. Tevens hebben enkele begrotingsmutaties plaatsgevonden.
2. De lagere overhead is een direct gevolg van de lagere toerekening van uren aan riolering (zie ook de toelichting op het taakveld riolering).
3. De lagere BTW compensatie vloeit voort uit de lagere lasten.
4. De vaststelling van het GRP heeft geleid tot een verlaging van de tarieven.
5. De raad heeft in 2017 besloten om € 6,8 miljoen te storten in de voorziening riolering. Het saldo van de voorziening is dan ook hoger dan in het GRP was opgenomen. De in te calculeren rente over de voorziening is dan ook hoger.
6. De lagere onttrekking aan de voorziening riolering bedraagt € 543.000 + € 20.000 (begrotingswijziging) is € 563.000.


Verordening:

Reinigingsheffingen

Omschrijving

taakveld

begroot primair

werkelijk

verschil

toelichting

Directe lasten

7.3

3.623.372

4.146.082

- 522.710

 

Inkomsten

7.3

- 930.307

- 1.109.314

179.007

 

Netto kosten

 

2.693.065

3.036.767

- 343.702

 

 

 

 

 

 

 

Toe te rekenen kosten:

 

 

 

 

 

Overhead: opslag uurtarief (incl. Boa's)

7.3

576.120

576.120

0

 

Compensabele BTW

7.3

544.895

544.895

0

 

Kwijtschelding

6.3

 91.000

81.036

9.964

 

Totale kosten

 

3.905.080

4.238.818

- 333.738

 

 

 

 

 

 

 

Opbrengst heffing

7.3

- 3.905.080

-3 .862.413

- 42.667

 

 

       

 

Totale lasten - baten

 

0

376.405

 - 376.405

 

Dekkingspercentage

 

100,0%

91,12%

 -12,78%

 

Toelichting op de belangrijkste afwijkingen t.o.v. primaire begroting)
1. In TR 2 en TR 4 is al gerapporteerd over de belangrijkste (financiële) ontwikkelingen. In grote lijnen: hogere kosten voor de inzameling en verwerking van met name PMD afval. Daar staat deels tegenover dat vergoeding voor PMD afval ook hoger is.
2. Uit de analyse van de werkelijke cijfers ten opzichte van begroting na wijziging blijkt:
• een structureel nadeel van € 125.000 voor het verwerken en inzamelen van GFT en hout;
• eenmalige voordelen van € 100.000 in hoofdzaak als gevolg van de vertraagde invoering van de afvalpas in de milieustraten.

II. Weerstandsvermogen

1. Algemeen

Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële risico’s die de gemeente loopt en de financiële buffer die de gemeente achter de hand heeft om deze risico’s op te vangen. Dit laatste wordt ook wel de weerstandscapaciteit genoemd.

Weerstandsvermogen = de verhouding tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit.

Risico’s zijn gebeurtenissen:
- waarvan niet zeker is dat deze gaan plaatsvinden en
- waarvan de kosten nagenoeg niet zijn in te schatten.

Deze risico’s moeten worden vermeld in deze paragraaf. Voorbeelden hiervan zijn: bodemvervuiling, juridische procedures, financiële gevolgen decentralisaties, etc.
Het is op basis van de begrotingsvoorschriften niet toegestaan om hiervoor een financiële voorziening te treffen. Dat mag alleen voor gebeurtenissen die zeker gaan plaatsvinden en waarvan de financiële consequenties redelijk zijn in te schatten. Voorbeelden hiervan zijn: voorziening groot-onderhoud gebouwen, verwachte tekorten grondexploitatie o.b.v. actuele exploitatieberekeningen, e.d.

Weerstandscapaciteit: bestaat uit middelen en mogelijkheden om financiële risico’s op te vangen. Daarbij kan worden gedacht aan reserves, onbenutte belastingcapaciteit en begrotingsoverschotten. Voor een gezonde financiële positie van de gemeente is het van belang dat de financiële risico’s goed in beeld zijn en er voldoende financiële buffers zijn om die risico’s op te vangen.

Voor een zuivere bepaling van het weerstandsvermogen wordt er in deze paragraaf onderscheid gemaakt in:
- eenmalig weerstandsvermogen:
   de verhouding tussen incidentele financiële risico’s en eenmalige weerstandscapaciteit
- structureel weerstandsvermogen:
   de verhouding tussen risico’s met structurele financiële gevolgen en structurele weerstandscapaciteit


Paragraaf in één Oogopslag

Eenmalig weerstandvermogen      
  Rekening 2018  Begroting 2019  Rekening 2017
Verhouding tussen:      
  - eenmalige risico’s € 10,8 miljoen  € 13,7 miljoen € 14,2 miljoen
  - eenmalige weerstandscapaciteit (betreft AR) €  19,3 miljoen € 23,9 miljoen  € 19,8 miljoen
Ratio:
1,8
1,7
1,4
Kwalificatie eenmalige weerstandsvermogen: ruim voldoende ruim voldoende ruim voldoende
       



Structureel weerstandvermogen      
  mei 2019 (TR1-2019)  november 20018 (begr. 2019)  mei 2018 (kadernota 2019)
Verhouding tussen:      
  - structurele risico’s  pm *  pm *  pm *
  - structurele weerstandscapaciteit (begrotingssaldo) €  1,6 miljoen € 2,2 miljoen   € 1,5 miljoen
Kwalificatie structurele weerstandsvermogen: goed goed goed
       
* niet gekwantificeerd      
       
Overbetuwe scoort categorie A (= voldoende) op vier van de vijf financiële kengetallen.  Alleen het kengetal solvabiliteit scoort categorie B (= matig). Het totaaloordeel over de financiële positie van de gemeente is hiermee (volgens de normen de Provincie) voldoende.

 

2. Incidenteel weerstandsvermogen

2.1       Incidentele financiële risico’s

A. Grote projecten, niet zijnde grondexploitatie

De gemeente heeft de volgende grote projecten in voorbereiding en uitvoering (niet specifiek / niet alleen grondexploitaties):

-           Spoorzone/Ontsluiting Heinz
-           Elst Centrum
-           Verbeteren infrastructuur Elst Noord
-           Ontsluiting Park 15
-           Land van Tap
-           Schil Zetten Hemmen
-           De Danenberg
-           MFC Valburg
-           MFC Herveld
-           MFA Randwijk
-           Huisvesting OBC
-           Knoop  / Gebiedsmaatregelen 38

-           Gemeentehuis

Onderstaand is beknopte informatie opgenomen over de stand van zaken. Uit deze toelichting blijkt dat alle eenmalige risico’s van deze projecten zijn gedekt.
Risico's als gevolg van prijsstijgingen schatten we in op € 1 miljoen.

Spoorzone/Ontsluiting Heinz
Het project Spoorzone is afgerond:

  • de eerste fase van het 3e spoor vanuit Tiel en benodigde perronaanpassingen- en toegangen, uitgevoerd in opdracht van de Stadsregio, in 2015 opgeleverd
  • de auto-onderdoorgang voor hulpdiensten, bus- en autoverkeer inclusief een nieuwe ontsluiting aan de zuidzijde van het Heinz-perceel, in 2016 opgeleverd.
  • de fietsonderdoorgang, nieuwe fietsenstallingen, gerealiseerd en in gebruik

Eind 2018 heeft de eindafrekening met ProRail plaats gevonden. De werkelijke kosten passen (ruim) binnen de hiervoor beschikbare budgetten (bestemmingsreserve Spoorzone). Voor het vooralsnog positieve prognoseresultaat van het project Spoorzone wordt rekening gehouden met mogelijke negatieve bijstellingen van (enkele) subsidies, omdat deze procentueel zijn gekoppeld aan de uiteindelijk gerealiseerde kosten.  Momenteel worden de subsidies vastgesteld door de subsidie verstrekkers (Provincie Gelderland en Ministerie van Infrastructuur &Waterstaat). Per saldo hebben de lagere uitvoeringskosten en de lagere subsidies geen nadelige impact op het gemeentelijk aandeel van € 5,5 miljoen.Er worden geen risico’s verwacht die niet vanuit de beschikbare budgetten kunnen worden gedekt.

Elst Centrum
Voor de herinrichting van de openbare ruimte in het hart van het dorpscentrum Elst is in totaal een bedrag van € 4,5 miljoen beschikbaar gesteld. De herinrichting openbare ruimte is in april 2017 afgerond. Het project is binnen de planning gerealiseerd. De nazorgfase is in Q1-2018 afgerond. Daarin zijn de passage Werenfriedplein en gewijzigde parkeerplaatsen aan de oostzijde van de Dorpsstraat opgeleverd. Een aantal scopewijzigingen heeft plaatsgevonden binnen de beschikbaar gestelde budgetten.


Verbeteren infrastructuur Elst Noord
De infrastructuur (spoorkruisingen) Elst Noord bevat naast de onderdoorgang Rijksweg-Noord tevens het viaduct en de fietsverbinding 1e Weteringsewal en de flankerende maatregelen. De kosten voor het totale project zijn globaal geraamd op € 20 miljoen. Deze kosten worden voor een deel gedekt uit bijdragen van Prorail, ministerie van I&M, de provincie en Park Lingezegen. Voor Overbetuwe resteert een (netto) investering van € 6,55 miljoen.

Het afgelopen jaar is onder andere ingezet op verwerving van gronden voor realisatie van dit project. De bestemmingsplannen zijn begin 2019 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. We hebben te maken met een verwachte overschrijding van ca. 15% die grotendeels gedekt kan worden met het overschot van het project Spoorzone. De definitieve projectbegroting is opnieuw ter besluitvorming in Q1-2019 aan de raad voorgelegd.

Ontsluiting Park 15
Overbetuwe draagt in financiële zin bij aan een goede verkeerskundige ontsluiting van Park 15. Om dit goed te regelen, is een bestemmingsreserve afslag 38 gevormd ter grootte van € 4,5 miljoen waarvan momenteel nog € 2,3 miljoen resteert. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de kosten volgende fase Afslag 38.
Zie nadere toelichting bij Programma 8 (Gelderse corridor, speerpunt 50).

Land van Tap
In 2015 is door de gemeente het “Land van Tap” aangekocht. Deze grond is tot op heden beschikbaar gesteld voor tijdelijke parkeervoorzieningen.  Op dit moment is er nog geen inzicht in het ontwikkelprogramma. Daarmee kan de bijbehorende potentiële grondwaarde nog niet bepaald worden en is het risico aanwezig dat (een deel van) de gronden afgewaardeerd moet worden. Vooralsnog is in afwachting van meer inzicht in het ontwikkelprogramma hier nog geen concreet risicobedrag aan gekoppeld.


Schil Zetten Hemmen
Als onderdeel van een landschappelijke bufferzone met daarbij de realisatie van een algemene begraafplaats in Zetten is in de Programmabegroting 2017 voor dit project een taakstellend budget van € 350.000 opgenomen. De procedure voor het bestemmingsplan loopt. Het bestemmingsplan is vastgesteld en er is beroep ingesteld bij de Raad van State. De verwachting is dat de Raad van State eind 2019 uitspraak zal doen. Na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt het werk voorbereid en in uitvoering genomen. Op dat moment wordt  bezien of het project haalbaar is binnen het taakstellende budget.

De Danenberg
Voor de ontwikkeling van landschapspark de Danenberg is een voorlopig stedenbouwkundig en landschappelijk ontwerp gemaakt. Dit is in 2017 als onderdeel van het voorontwerp bestemmingsplan gepubliceerd om de reacties uit de omgeving op te halen. Daarnaast worden ook de overeengekomen privaatrechtelijke afspraken geactualiseerd. Uitgangspunt is dat het project binnen de financiële kaders wordt gerealiseerd.


MFC Valburg
De raad heeft op 26 februari 2019 het krediet vanwege sterk gestegen bouwkosten en duurzaamheidsmaatregelen verhoogd. Het ontwerp van het MFC Valburg wordt uitgewerkt in bouwtekeningen en een bestek. In mei 2019 worden diverse overeenkomsten gesloten met de gemeente, de stichting MFC Valburg en de eigenaar van het Wapen van Valburg. Direct erna zal de aanbestedingsprocedure worden gestart. Het streven is er op gericht nog in 2019 met de bouw van het MFC te starten waardoor oplevering eind 2020 mogelijk kan zijn.  In overleg met de dorpsraad Valburg en bewoners wordt een inrichtingsplan Molenhoekplein opgesteld waardoor ruimtelijk en functioneel het MFC Valburg en het Molenhoekplein één geheel wordt.

MFC Herveld
Met de vereniging ‘Ons Dorpshuis’ heeft de gemeente begin 2019 overeenkomsten gesloten. De aanbestedingsprocedure is in voorbereiding en zal in mei 2019 aanvangen. In het najaar van 2019 zal de bouw van het MFC de Hoendrik starten. Een inrichtingsplan Jupiterplein is vastgesteld. Een subsidie SteenGoed benutten bij de provincie Gelderland, ter financiering van het Jupiterplein is aangevraagd.

MFA Randwijk
Eind 2018 heeft de raad het beschikbare budget opgehoogd (van € 1,8 naar € 2,1 miljoen). Dit vanwege de sterk gestegen bouwkosten en de te treffen duurzaamheidsmaatregelen. De bouw van het MFA Randwijk is inmiddels gestart. Realisatie is gepland eind 2019 / begin 2020.  

Huisvesting OBC
In 2017 is besloten dat de nieuwbouw voor het OBC zal plaatsvinden op de locatie de Vinkenhof te Elst. Voor de realisatie van de nieuwbouw inclusief 1e inrichting gymzaal en openbaar gebied is in totaal € 9,2 miljoen beschikbaar gesteld. De kosten voor de bouw van de school en het omliggende openbare gebied vallen naar laatste inschatting hoger uit. Bij de Kadernota 2020 zal een voorstel worden gedaan om aanvullende middelen beschikbaar te stellen.

Knoop 38
Voor het proces Knoop 38 is voor  2018 en  2019 een bedrag van € 75.000 beschikbaar gesteld. Het gaat hierbij alleen om proceskosten . De kosten van Knoop 38 zijn daarmee direct afhankelijk van de looptijd van het project en vrij eenvoudig in te schatten. Onderdeel van het project vormt de aanvullende aankoopregeling die per amendement door de gemeenteraad is aangenomen (24 oktober 2017). De contouren van de aankoopregeling worden nu zichtbaar. Naar verwachting wordt na de zomer 2019 een voorstel hieromtrent aan de gemeenteraad gedaan. Daarbij moet rekening worden gehouden met verlieslijdende verkoop van woningen.

Gebiedsmaatregelen Knoop 38
De gebiedsmaatregelen worden door de gemeente gerealiseerd met een door de provincie Gelderland beschikbaar gesteld budget (€ 4,5 miljoen). Bij de keuze van de uit te voeren maatregelen is het beschikbare budget een harde randvoorwaarde. Mochten er meer maatregelen wenselijk blijken dan gaat het om een uitbreiding van de scope en zullen daarvoor aan de gemeenteraad aanvullende middelen  worden gevraagd. Er wordt op dit moment geen aparte risicopost opgenomen in deze paragraaf.

Gemeentehuis
De interne verbouwing van twee kantoorvleugels van het bestaande gemeentehuis verloopt goed. De oude publiekshal is inmiddels gesloopt en het terrein is gereed gemaakt voor de nieuwe fundering. De oplevering van de nieuwbouw zal, volgens de huidige planning, in april 2020 plaatsvinden.
Er is in november 2018 een akkoord bereikt over de bouwkostensom, waardoor er een grotere mate van prijszekerheid over de bouwkosten is. Conform dit akkoord wordt nu uitvoering gegeven aan de geplande werkzaamheden. Het geprognosticeerde tekort bedraagt op dit moment zo’n 2,5% van het totale krediet, wat gezien de ontwikkelingen in de markt zeer beperkt is. Om dit tekort gedeeltelijk op te lossen, zetten we eenmalig een deel van de beschikbare dekkingsmiddelen voor de kapitaallasten in 2019 in.


B. Grondexploitatie algemeen

Risicoanalyse
Voor de grondcomplexen wordt elk jaar een gewogen risicoanalyse opgesteld. De gewogen risicobedragen per 1-1-2019 van de actieve en passieve (in exploitatie en nog in exploitatie te nemen) complexen over de periode 2018-2023 bedragen in totaal afgerond € 1,5 miljoen. Voor dit bedrag wordt met ingang van 2016 geen afzonderlijke voorziening meer opgenomen. Tijdens het boekjaar vindt monitoring plaats van alle gewogen risicoanalyses uit het oogpunt van risicobeheersing en planoptimalisatie.


Vennootschapsbelasting (VpB)
Per 1 januari 2016 zijn de gemeenten vennootschapsbelastingplichtig (VpB). In 2017 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar optimaliseringsmogelijkheden. In het eerste kwartaal 2018 is uit een overleg met de belastingdienst gebleken dat de gemeente VpB-plichtig is voor de grondexploitatie. Om die reden wordt jaarlijks in de jaarrekening een inschatting opgenomen voor de te betalen VpB.

Ruimtelijke initiatieven en passieve grondcomplexen
De gemeente faciliteert een aantal ruimtelijke initiatieven en passieve grondcomplexen die voor rekening van initiatief nemende partijen worden uitgevoerd. We noemen het een passief  grondcomplex als er een overdracht van nieuwe openbare ruimte naar de gemeente plaats vindt. Het uitgangspunt bij al deze projecten is dat de gemeentelijke kosten bij de initiatiefnemer worden verhaald. Hiervoor worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt en zekerheden in de vorm van een bankgarantie of concerngarantie gevraagd. Voor het deel van de kosten dat mogelijk niet verhaald kan worden wordt jaarlijks een voorziening gevormd of deze kosten worden afgeboekt.


RPW (Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem Nijmegen)
In de regio Arnhem Nijmegen is al geruime tijd sprake van overaanbod van bedrijfsterreinen, kantoren en perifere detailhandel. Het bestaande, deels verouderde en deels versnipperde aanbod, staan gewenste en nieuwe ontwikkeling in de weg. De regio kan dit uitsluitend oplossen door in onderlinge samenwerking dit overaanbod terug te brengen. De provincie Gelderland heeft de regiogemeenten de ruimte geboden om deze oplossing gezamenlijk uit te werken. In 2015 is de regio hiermee aan de slag gegaan en gezamenlijk is toegewerkt naar een definitief RPW. Het definitieve RPW is in oktober 2017 aangeboden aan de gemeenten. De raad heeft ingestemd met het RPW. In februari 2018 hebben de Gedeputeerde Staten het RPW vastgesteld.

Overbetuwe mag 5,2 hectare lokale bedrijventerreinen hebben. Overbetuwe heeft momenteel een overschot van 1,9 hectare aan lokale bedrijventerreinen. Dit zou maximaal een kostenpost zijn van afgerond € 1,9 miljoen. In de concept ruimtelijke uitwerking van de provincie Gelderland van 21 januari 2019 (voor 1 juli 2019 wordt de definitieve ruimtelijke uitwerking vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten) is 1,9 ha. bedrijventerrein op de Merm voorzienbaar gemaakt. Dat betekent dat indien er minder dan 1,9 hectare is verkocht/uitgegeven aan lokale bedrijventerreinen voor 1 januari 2021 dat op de aangewezen kavels (de Merm) de ‘harde’ plancapaciteit (deels) geschrapt moet worden. Dit kan leiden tot een kostenpost voor de gemeente Overbetuwe. Het mogelijke verlies moet in 2021 (na de gevolgde procedure voor transformatie) genomen worden. 
Kijkend naar de uitgifte van bedrijventerreinen de afgelopen twee jaar dan is de verwachting dat er in gemeente Overbetuwe per 1-1-2021 minder dan 5,2 ha. aan voorraad van lokale bedrijventerrein is en dat er geen harde plancapaciteit geschrapt dient te worden.

Nog te realiseren opbrengsten grondverkoop
De administratieve voorschriften (BBV – Besluit Begroting en Verantwoording) zijn met ingang van het boekjaar 2016 op enkele onderdelen gewijzigd. Dit betreft onder andere het aspect tussentijdse winstneming bij complexen grondexploitatie. Winsten moeten als gerealiseerd worden beschouwd indien en voor zover het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat.
De hoogte van deze verplichte winstneming- volgens de zogenaamde POC-methode (percentage of completion) – is gerelateerd aan het feit dat nagenoeg alle kosten zijn gemaakt, opbrengsten een gelijkmatig verloop hebben en er geen signalen van onzekerheden zijn. Dit neemt echter niet weg dat deze opbrengsten nog gerealiseerd moeten worden; de betreffende gronden zijn nog niet verkocht. Uitgangspunt is dat de opbrengsten conform de prognose vanuit de grondexploitatie worden gegenereerd. Echter, vanuit het oogpunt van voorzichtigheid, benoemen wij de voorgeschreven winstneming in deze paragraaf als een risico en nemen wij de € 0,9 miljoen mee in de berekening van het incidenteel weerstandvermogen.


Woningbouwprioritering
Sinds 2017 hebben we een nieuwe manier van sturen en programmeren van woningbouw. We sturen als gemeente nu op realisatie en kiezen op basis van kwaliteit. De overprogrammering is opgelost, er is ruimte voor nieuwe projecten in de toekomst én ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ is verleden tijd. Voor de sociale huursector hebben we in prioritering extra aandacht. Eén keer per jaar kunnen nieuwe ‘zachte’ plannen (na inhoudelijke toetsing) zich inschrijven voor een prioriteringsronde waarin de beschikbare plancapaciteit voor de betreffende jaarschijf verdeeld wordt. De beste initiatieven krijgen onder voorwaarden programmaruimte om binnen 3 jaar tot realisatie te komen. Een soort aanbesteding dus, op basis van kwalitatieve criteria.


Er zijn veel initiatiefnemers, die willen bouwen in Overbetuwe. Dat vraagt dat de gemeente erop stuurt dat de juiste woningen op de juiste plek gerealiseerd kunnen worden. Goed inspelen op de actuele woningbehoefte vraagt namelijk focus. En het maken van keuzes. Met de nieuwe programmeringssystematiek regisseert de gemeente ook beter de (voortgang en actualisatie van) het woningbouwprogramma. We kunnen de projecten faciliteren die kwalitatief het beste aansluiten bij de vraag van de woningzoekenden. De nieuwe systematiek en bijbehorend afwegingskader biedt tevens meer duidelijkheid over de eventuele financiële gevolgen en/of risico’s voor de gemeente in actieve complexen (een zeer beperkt deel van het totaal van plannen).


C. Overige risico’s


Huisvesting statushouders
Zoals gemeld in de paragraaf weerstandsvermogen Jaarstukken 2017 is er geen sprake meer van achterstand in huisvesting statushouders. Er is geen financieel risico meer m.b.t. eventueel verhaal op de gemeente.

Garantieverplichtingen

 

x € 1 miljoen

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

 41,8

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

128,5

Stichting Waarborgfonds Sport (SWS)

   0,3

Particulieren (voormalige gemeentegaranties)

 15,0

Overige garanties en borgstellingen

   4,7

Totaal (per 31-12-2018)

               190,3

Het totaalbedrag aan garanties is ten opzichte van de laatst opgestelde paragraaf (bij de Programmabegroting 2019) afgenomen met € 1,3 miljoen door voornamelijk een afname van het totaalbedrag van garanties van de onderdelen WSW.
Het overgrote deel van de garanties heeft betrekking op garanties voor eigen woningen. Voor garanties vanaf 1-1-2011 loopt de gemeente hiervoor geen concreet risico meer. Dat geldt ook voor de garanties aan particulieren, waarvoor het risico in het verleden is afgekocht. Voor de overige garanties loopt de gemeente een secundair of tertiair risico. Dat betekent dat de gemeente pas in tweede of in derde instantie wordt aangesproken. Het is nog steeds verantwoord er vanuit te gaan dat er in de voor ons liggende jaren geen substantieel beroep zal worden gedaan op de door de gemeente verstrekte garanties of afgegeven achtervang.

Werkvoorzieningschap Midden-Gelderland/Presikhaaf Bedrijven (PHB)
In december 2017 heeft het AB van PHB ingestemd met de overdracht van haar activiteiten aan Scalabor. Hiermee is een nieuwe situatie ontstaan vertaald in een nieuwe begroting 2018. Ingevolge de begrotingssystematiek sluit deze op een resultaat van nihil. Met de overdracht van de activiteiten draagt PHB niet langer het exploitatierisico van die activiteiten. Hiermee is het risico van de deelname vanaf 1 januari 2018 beperkt tot het verschil in rijksbijdrage enerzijds en de loonkosten, aangevuld met uitvoeringskosten voor personeelsadministratie, anderzijds.  De overgang van de uitvoering van Wsw naar Scalabor  per 1 januari 2018 heeft voor Presikhaaf Bedrijven in 2017 tot frictiekosten geleid. Het aandeel van Overbetuwe betrof € 737.000 (betaald in 2018).
Gelet op het voorgaande hebben wij in deze paragraaf geen risicobedrag opgenomen.


Brandbestrijding, hulpverlening bij rampen, opruiming explosieven
In het geval van incidenten op “rampschaal” kan de gemeente worden geconfronteerd met flinke financiële aanspraken. Daarbij moet worden gedacht aan herstelwerkzaamheden, opvang, begeleiding en compensatie van schade. Verder kan het bij grondwerkzaamheden noodzakelijk zijn om oude explosieven op te ruimen. Bij nieuwe projecten, waarbij deze kans bestaat, wordt al zoveel mogelijk een kostenraming opgenomen en worden kosten, waar mogelijk doorbelast aan projectontwikkelaars, e.d. Ook kan de gemeente een deel van de kosten (70%) bij het rijk declareren. Een deel van de kosten blijft echter voor rekening van de gemeente en hiervoor is geen bestemmingsreserve meer beschikbaar. Eventuele kosten van de beschreven onderdelen kunnen in eerste instantie worden opgevangen met de algemene post van € 5 miljoen (zie totaaloverzicht).

 

Precariobelasting
Een belanghebbende heeft in 2018 bezwaar gemaakt tegen de aanslag precariobelasting voor het elektriciteitsleidingnetwerk. Nadat het bezwaarschrift ongegrond is verklaard, heeft belanghebbende een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. Het omstreden deel van de aanslag is € 1.791.000 (afgerond).
Tegen dezelfde aanslag over 2015 was beroep aangetekend.  Voor het financiële risico uit 2015 is een bestemmingsreserve (BR) precariobelasting gevormd. De juridische argumenten tegen de aanslag 2018 zijn afwijkend van het eerdere beroepschrift. Het beroep over 2015 is door belanghebbenden in april 2019 ingetrokken.

In de begroting wordt al rekening gehouden met de afbouw van de opbrengst precariobelasting, i.v.m. het vervallen van deze belasting vanaf 2022. Om die reden is er geen structureel risico.
In de meerjarenraming wordt voor de algemene reserve wel rekening gehouden met een extra groei bestaande uit: geraamde totaal opbrengsten precarioheffing op kabels en leidingen minus het in de exploitatiebegroting geraamde bedrag. Het maximale theoretische risico is dat die aanvullende groei van de algemene reserve wordt beperkt voor de jaren 2018 t/m 2021: 4 x € 1.791.000 = € 7.164.000.


Juridische procedures ruimtelijke plannen e.d.
De mogelijkheid bestaat dat aan de algemene reserve middelen moeten worden onttrokken om één of meerdere langslepende (ruimtelijke) kwesties voor de gemeente tot een goed eind te kunnen brengen. Hiervoor nemen wij een risicobedrag op van € 0,5 miljoen.

Opvang tekorten jaarrekening en verbonden partijen
De gemeente heeft geen afzonderlijke bestemmingsreserve om eventuele rekeningstekorten op te vangen. Ook kan het zijn dat er zich bij de grote projecten in de toekomst toch nog onverwachte aanvullende tekorten voordoen, ondanks de getroffen voorzieningen en ingeschatte risico’s in deze paragraaf.
Als deelnemer aan een verbonden partij zijn we verantwoordelijk voor de financiële risico's van deze partij. Inzicht in de risico's van een verbonden partij en sturing op de beheersing van deze risico's wordt daarom steeds belangrijker.
Voor het onderdeel tekorten jaarrekening en verbonden partijen nemen we een risicobedrag op van € 5 miljoen. 


Recapitulatie incidentele financiële risico’s
x € 1 miljoen

A. Prijsstijgingen grote projecten, niet zijnde grondexploitatie 1,0
   
B. Grondexploitatie algemeen                                                                           
Gewogen risicoanalyse 1,5
RPW (Regionaal Programma Werklocaties)  1,9
Nog te realiseren opbrengsten grondverkoop 0,9
   
C. Overige risico’s  
Juridische procedures 0,5
Algemene stelpost rekeningstekort, e.d.  5,0
Totaal eenmalige financiële risico’s  10,8


De incidentele risico’s zijn met € 2,9 miljoen afgenomen t.o.v. de vorige paragraaf (Programmabegroting 2019). Dit komt vooral door RPW (van € 3,7 naar € 1,9 miljoen) en de nog te realiseren opbrengsten grondverkoop (was € 2,2 miljoen en nu € 0,9 miljoen).


2.2       Conclusie incidentele weerstandsvermogen
In de afgelopen jaren zijn er belangrijke stappen gezet op het pad naar een stabiele financiële situatie. Deze positieve ontwikkeling heeft zich zowel bij het incidentele als structurele weerstandsvermogen voorgedaan.
In de Jaarstukken 2016 is het percentage dat de verhouding weergeeft tussen de gekwantificeerde eenmalige financiële risico’s en de incidentele weerstandscapaciteit voor het eerst boven de 100% uitgekomen, namelijk 112%. In de Programmabegroting 2018 bedroeg dit percentage 149% en bij de Jaarstukken 2017 139%.

Op 20 februari 2018 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement 2018’ vastgesteld. In die nota is vastgelegd welk niveau (ratio) van weerstandsvermogen de gemeente nastreeft. Daarbij is gebruik gemaakt van de waarderingstabel ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). De gemeente Overbetuwe streeft naar een ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2.  De ratio van 1,8 uit de voorliggende Jaarstukken 2018 (is 'ruim voldoende') sluit aan bij het vastgestelde streefniveau.  

3. Structureel weerstandsvermogen

Zoals toegelicht in de deze paragraaf bij eerdere P&C-stukken hebben we al een aantal structurele risico’s stapsgewijs bewust beperkt. Deze acties tot het terugbrengen van de structurele risico’s zullen wij hier niet opnieuw toelichten. Wel hebben dergelijke acties onze voortdurende aandacht.

3.1       Structurele risico’s
Dit zijn risico’s waaruit structurele financiële consequenties kunnen voortvloeien.
Hieronder beschrijven wij de belangrijkste structurele risico’s.

De decentralisaties in het sociaal domein
Met ingang van 1-1-2019 ontvangen we de integratie-uitkeringen sociaal domein (IUSD) niet meer apart voor de domeinen Jeugdzorg, Maatschappelijke Ondersteuning en Participatie. De baten voor de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein zijn daarmee niet meer als apart onderdeel zichtbaar in de algemene uitkering. De structurele risico's die voortvloeien uit de taken in het SD blijven lastig te kwantificeren, omdat we de zorgvraag van onze inwoners en de daarmee samenhangende zorgkosten niet op voorhand weten.
Om de stijgende kosten in het SD te verminderen heeft het college in 2018 een nieuwe visie op transformatie van de zorg opgesteld. Sturingsmogelijkheden liggen er bij de inkoop, het contracteren van zorg en bij het verbeteren en uitbreiden van algemene voorzieningen, zodat de kosten voor maatwerkvoorzieningen afnemen.
De komende vier jaar is de inzet van de gemeente Overbetuwe erop gericht om zorg, ondersteuning en participatie voor en van haar inwoners dichtbij, betaalbaar, bereikbaar en kwalitatief nog beter te organiseren. Om dat doel te bereiken wil de gemeente Overbetuwe de inrichting en uitvoering van het sociaal domein doorontwikkelen. Concreet door het verder vorm geven van de 1-loket-gedachte, verdere professionalisering van de kernteams en het op een nieuwe manier vorm geven aan het samenspel met de maatschappelijke partners. Het college heeft het plan van aanpak Samen Overbetuwe op 25 september 2018 vastgesteld. Het college heeft in februari 2019 op verzoek van de raad een aanvullend memo over de noodzaak van de gewenste doorontwikkeling aan de raad aangeboden. De raad heeft het visiedocument - aangevuld met een tweetal amendementen - vastgesteld tijdens de raadsvergadering van 26 februari 2019.
In deze paragraaf volstaan wij met deze toelichting en nemen wij geen afzonderlijk structureel risicobedrag op voor dit onderdeel. In de Kadernota en Programmabegroting 2020 zullen we voorstellen doen m.b.t. verwerking van de structurele uitvoeringslasten van het sociaal domein.

Samenwerking op diverse taakgebieden
Wij hechten aan samenwerking met andere gemeenten en andere partners, maar stellen ons kritisch op bij het aangaan van nieuwe samenwerkingsvormen. Deelname aan een verbonden partij kan een nadelig financieel effect hebben. Bijvoorbeeld overheadkosten die deels bij de gemeente achterblijven of prijsstijgingen en/of areaaltoename waarop we geen directe invloed meer hebben en die we verplicht zijn, als onderdeel van de gemeentelijke bijdrage, te betalen.

Invoering vennootschapsbelasting (VpB)
Zie toelichting op VpB bij eenmalige risico’s/grondexploitatie.


Niet te realiseren deel structurele taakstellingen
In de periode 2010-2016 zijn er diverse omvangrijke heroverwegingsoperaties uitgevoerd. De op basis daarvan ingeboekte taakstellingen zijn grotendeels gerealiseerd.  Een aantal taakstellingen bleek niet haalbaar en deze zijn inmiddels afgeboekt.

Recapitulatie gekwantificeerde structurele financiële risico’s
Samenvattend zijn er wel structurele financiële risico’s, maar deze zijn niet zodanig hard of concreet dat deze ook te kwantificeren zijn.


3.2      Het structurele weerstandsvermogen en de eindconclusie
Het structurele weerstandsvermogen is, zoals reeds vermeld in de inleiding:
de verhouding tussen structurele risico’s en structurele weerstandscapaciteit.
Op basis van de positieve begrotingssaldo 2019 en het bijbehorende meerjarenperspectief en het feit dat wij steeds meer grip op risico’s krijgen, kwalificeren wij het structurele weerstandsvermogen als “goed”. 
Het spreekt voor zich dat wij ons blijven inzetten om deze goede positie te handhaven en waar mogelijk te versterken.

Kengetallen

De verplichte financiële kengetallen
Op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), worden met ingang van de jaarrekening 2015 en begroting 2016 de volgende kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen:

1.a. Netto schuld quote
1.b. Netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
2.     Solvabiliteitsratio
3.     Structurele exploitatieruimte
4.     Grondexploitatie
5.     Belastingcapaciteit

De kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Hieronder wordt allereerst vermeld wat de betekenis is van de diverse kengetallen. Vervolgens zijn uitkomsten van de kengetallen verzameld in een tabel. In deze tabel is niet alleen het betreffende kengetal voor de jaarstukken 2018 opgenomen, maar ook die van de begroting 2018 en het jaarverslag 2017. Bij de beoordeling van de financiële positie is het immers ook relevant om inzicht te hebben hoe de kengetallen zich ontwikkelen ten opzichte van voorgaande jaren. Tenslotte worden conclusies getrokken.

1a. Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.


1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.


2. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal.


3. Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.


4. Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage.


5. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde.


Jaarverslag 2018 Verloop van de kengetallen
Kengetallen: Jaarverslag 2017 Begroting 2018 Jaarverslag 2018
1.a. Netto schuldquote 73% 75% 75%
1.b. Netto schuld quote gecorrig. 65% 66% 68%
2.    Solvabiliteitsratio 27% 28% 27%
3.    Structurele exploitatieruimte 1,69% 1,80% 1,89%
4.    Grondexploitatie 11,86% 8,99% 10,13%
5.    Belastingcapaciteit 84% 80% 85%


Conclusies en normen Provincie Gelderland

1a. Netto schuldquote
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Categorie A  Tot 100%
Categorie B  100% tot 130%
Categorie C  Hoger dan 130%


Overbetuwe 2018: 75% en 68% dus categorie A (= voldoende).


2. Solvabiliteitsratio

Categorie A  50% en hoger
Categorie B  Tussen 20% en 50%
Categorie C  Kleiner dan 20%


Overbetuwe 2018: 27% dus categorie B (= matig).


3. Structurele exploitatieruimte

Categorie A  Hoger dan 0,6%
Categorie B  Tussen 0% en 0,60%
Categorie C  Kleiner dan 0%


Overbetuwe 2018: 1,89% dus categorie A (= voldoende).


4. Grondexploitatie

Categorie A  Kleiner dan 20%
Categorie B  Tussen 20% en 35%
Categorie C  Hoger dan 35%


Overbetuwe 2018: 10,13% dus categorie A (= voldoende).


5. Belastingcapaciteit

Categorie A  Kleiner dan 95%
Categorie B  Tussen 95% en 105%
Categorie C  Hoger dan 105%


Overbetuwe 2018: 85% dus categorie A (= voldoende).


De algemene conclusie is dat gemiddeld over alle financiële kengetallen onze gemeente voldoende scoort en dat alleen de solvabiliteit een matig aangeeft. Dit wordt veroorzaakt door de huidige stand van de algemene reserve. De omvang daarvan is de afgelopen jaren al aanzienlijk toegenomen en de verwachting is dat deze toename zich in de komende jaren verder voortzet.

III. Onderhoud kapitaalgoederen

1. Inleiding

In de openbare ruimte bevinden zich veel zaken die eigendom van de gemeente zijn. Deze eigendommen kunnen als volgt worden ingedeeld:

  • infrastructuur: wegen, water en riolering
  • voorzieningen: groen, verlichting, sportvelden, speelvoorzieningen
  • gebouwen: scholen, sport- en welzijnsaccommodaties, huisvesting gemeente en brandweer

Al deze eigendommen, die ook wel kapitaalgoederen worden genoemd, moeten door de gemeente worden onderhouden. De door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveaus worden in deze paragraaf toegelicht.

2. Welke afspraken zijn over het onderhoud van de kapitaalgoederen gemaakt?

De gemeenteraad heeft beleids- en beheerplannen vastgesteld die de uitgangspunten bevatten voor dat onderhoud. Het kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte (BOR) is een goed instrument gebleken om daadwerkelijk de afgesproken kwaliteit in de praktijk te realiseren. De raad heeft bij de behandeling van de Kadernota 2019 amendement A-2 aangenomen, waarbij zij aangeeft dat zij het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte op een hoger niveau wil brengen. Dit is een speerpunt in het Uitvoeringsprogramma 2018-2022 geworden. Een aantal specifieke plannen moet worden herzien. In de plannen die op termijn ter vaststelling worden aangeboden wordt het kwaliteitsniveau concreter geformuleerd. Hierdoor is een betere afweging te maken. Er wordt nu gewerkt aan een voorstel om de actualisatie van beheerplannen op de agenda van 2019 en 2020 te plaatsen. Verwacht wordt dat de gemeente in 2020 alle plannen actueel heeft.

Beleidsdocument Datum vaststelling Geplande actualisatie  [1]
Beheerplan Openbare Ruimte 14-12-2010 2020
Beheerplan wegen 2014 - 2018
17-03-2015
2019 / 2020
Gemeentelijk Rioleringsplan 04-12-2017 2021  [2]
Beleidsplan Licht in Overbetuwe 06-02-2018 2021
Beleidsplan Speelvoorzieningen 23-05-2012 2021
Nota Voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties 11-04-2013 2019 / 2020
Gemeentelijke accommodaties niet zijnde gebouwen (sportvelden, veldmeubilair, sportinventaris) 28-10-2008 2020
Visie op vastgoed
20-02-2018
2022

[1] Het jaartal geeft weer in welk jaar de actualisatie leidt tot een voorstel aan de gemeenteraad.
[2] Zie ook de opmerkingen over de bekostigingssystematiek riolering in de paragraaf lokale lasten.

Kwaliteitsniveaus

In het Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte is gewerkt met drie kwaliteitsniveaus te weten laag, basis en goed[3]. Deze kwaliteitsniveaus zijn in het hierna opgenomen overzicht uitgewerkt, zodat duidelijk wordt wat eronder wordt verstaan. (overigens wordt in de CROW –systematiek gewerkt met niveaus A+ tot en met D maar worden vanwege de leesbaarheid van deze paragraaf vertaald in onderstaande kwalificaties Laag, Basis en Hoog).

Kwaliteitsniveau

Laag

Basis

Hoog

Wettelijke voorschriften

Het onderhoudsniveau voldoet niet of niet-geheel aan de minimaal vereiste wettelijke voorschriften

Het onderhoudsniveau voldoet voldoende aan de vereiste wettelijke voorschriften

Het onderhoudsniveau voldoet ruimschoots aan de vereiste wettelijke voorschriften

Duurzaamheid (Vervangingstermijnen)

Door het lage onderhoudsniveau wordt de levensduur van het kapitaalgoed korter dan gebruikelijk

De levensduur is de gebruikelijke vervangingstermijn van het kapitaalgoed

Door het hoge onderhoudsniveau wordt de levensduur van het kapitaalgoed verlengd

Opbouw achterstallig onderhoud

Achterstallig onderhoud komt periodiek voor

Achterstallig onderhoud komt incidenteel voor

Achterstallig onderhoud komt niet voor

Milieu effecten

Het onderhoudsniveau van het kapitaalgoed is zodanig dat in onvoldoende mate efficiënt en zuinig met natuurlijke hulpbronnen wordt omgegaan

Het onderhoudsniveau van het kapitaalgoed is zodanig dat in voldoende mate efficiënt en zuinig met natuurlijke hulpbronnen wordt omgegaan

Het onderhoudsniveau van het kapitaalgoed is zodanig dat in ruime mate efficiënt en zuinig met natuurlijke hulpbronnen wordt omgegaan

Oordeel inwoners

(schaal 1,0-10,0)

Score 1,0 - 5,5

Score 5,5 – 7,0

Score 7,1 – 10,0

Veiligheid (objectief)

Door de wijze van onderhoud bestaat een gerede kans op ongelukken

Door de wijze van onderhoud bestaat weinig kans op ongelukken

Door de wijze van onderhoud bestaat een zeer geringe kans op ongelukken

Gevoelswaarde inwoners (subjectief)

Inwoners ervaren de openbare ruimte (m.b.t. het betreffende kapitaalgoed) als onveilig en onvoldoende leefbaar

Inwoners ervaren de openbare ruimte (m.b.t. het betreffende kapitaalgoed) als voldoende veilig en leefbaar

Inwoners ervaren de openbare ruimte (m.b.t. het betreffende kapitaalgoed) als zeer veilig en leefbaar

Klachten

De gemeente ontvangt veel klachten over het kapitaalgoed

De gemeente ontvangt weinig klachten over het kapitaalgoed

De gemeente ontvangt geen klachten over het kapitaalgoed

Claims

Grote kans op gegronde schadeclaims

Weinig kans op gegronde schadeclaims

Geen kans op gegronde schadeclaims

[3] In de overzichten is het kwaliteitsniveau “goed” gewijzigd in “hoog”.

4. In plannen vastgelegde kwaliteitsniveaus van het onderhoud

Naam beleids-/beheersplan

Datum raadsbesluit

Kwaliteitscriteria (laag, basis of hoog)

Beheerplan Openbare Ruimte

 

 

14-12-2010

Wegen:  basisniveau

Groen

Binnen bebouwde kom:  basis/hoog niveau
Buiten bebouwde kom:  basisniveau
Bedrijventerreinen: basisniveau

Straatreiniging

Centra en bebouwde kom:  basisniveau
Buiten bebouwde kom:  basisniveau
Bedrijventerreinen:  basisniveau
Openbare verlichting: basisniveau

Straatmeubilair

Binnen bebouwde kom:  basisniveau
Buiten bebouwde kom:  basisniveau
Bedrijventerreinen:  basisniveau

Beheerplan Wegen 2014 - 2018

 

17-03-2015

Wegen                            basisniveau

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

04-12-2017

De gemeente moet voldoen aan de gemeentelijke watertaken zoals beschreven in de Wet milieubeheer en de Wet op de waterhuishouding. Deze taken vormen de basis van het GRP 2018-2022.

Algemene uitgangspunten bij het opstellen van het GRP waren:

  • In stand houden van de huidige voorzieningen, waarbij wordt voldaan aan de wettelijke voorschriften.

    In het GRP 2018-2022 zijn de exploitatielasten, de investeringen en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten opgenomen.

    De belangrijkste financiële uitgangspunten zijn:

  • De financiële consequenties van de investeringen en werkzaamheden worden voor een periode van 20 jaar berekend;
  • In de meerjarenramingen van het GRP wordt rekening gehouden met een jaarlijkse loon- en prijsstijging van 1,5%. Ter compensatie hiervan wordt het riooltarief jaarlijks met 0,5% verhoogd;
  • Een kostendekking van 100%, waarbij rekening wordt gehouden met de in te calculeren rente over de voorziening riolering;
  • De minimumomvang van de voorziening riolering bedraagt € 1.000.000
  • Het (resterende) saldo van de voorziening wordt in 10 jaar ingezet ter verlaging van de rioolheffing;

De uit de jaarrekening blijkende exploitatievoordelen worden gebuikt ter verlaging van de rioolheffing.

Beleidsplan Licht in Overbetuwe

06-02-2018

Zowel voor de beheerskaders (masten, armaturen, etc.) als voor de beleidskaders (sociale veiligheid, verkeersveiligheid, etc.) is in het plan vastgelegd dat het na te streven kwaliteitsniveau “basis” is. Uitgangspunt is: Openbare verlichting voor de verkeersveiligheid en op hoofdfietsroutes (plus).

Dit betekent alleen openbare verlichting buiten de bebouwde kom als dat voor de verkeersveilig-heid nodig is (bijvoorbeeld bij kruispunten en verkeersgevaarlijke situaties als bochten, obstakels ed.) en er geen betere alternatieven zijn zoals markering, reflectie e.d. Op alle hoofdfietsroutes (en plus routes) is oriëntatieverlichting behalve op de Drielse Rijndijk, de Randwijks Rijndijk en de Waaldijk vanwege de flora en faunawetgeving, dit is namelijk Natura2000 gebied.

Beleidsplan Speelvoorzieningen

23-05-2012

Onderhoud en beheer van speelvoorzieningen gaat uit van wettelijke (veiligheids)voorschriften. Met behulp van inspecties wordt dit geborgd. Er is een grens aan de financiële ruimte voor het onderhoud en beheer. Met behulp van een meerjaren renovatieplan wordt wijk- en kerngericht gewerkt aan renovaties van speelruimte.

Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties

11-04-2013

Het gaat hier om de gemeentelijke gebouwen voor welzijn en sport, de schoolgebouwen en de overige gebouwen (huisvesting bestuur en ambtenaren, brandweer, enz.). De basis onder de onderhoudsbegrotingen is gelegen in door derden opgestelde meerjarenonderhouds-planningen. In 2018 zijn er nieuwe meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s) gemaakt. Voor de gebouwen met de gebruiksfuncties sport, welzijn en kantoor zijn de plannen inmiddels omgevormd tot DMJOP’s, waarbij duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt is.

We gaan kritisch om met het onderhoud. Indien op basis van de (D)MJOP’s vervanging noodzakelijk is, bekijken we eerst kritisch of vervanging daadwerkelijk nodig is. Incidenteel komt achterstallig onderhoud voor. Wij gaan op een afgewogen manier met de financiële middelen om. Op basis hiervan kan het na te streven onderhoudsniveau worden aangemerkt als “basis”. Daarnaast maken we nog in 2018 een concreet voorstel voor verduurzaming van een aantal gebouwen. De uitvoering is in 2019 gepland.

Gemeentelijke accommodaties niet zijnde gebouwen (voetbalvelden, veldmeubilair en sportinventaris)

28-10-2008

Bij de voetbalvelden bekijken we jaarlijks kritisch welk onderhoud daadwerkelijk nodig is. We hebben hiervoor geen meerjarenonderhouds-plannen gemaakt. Gekeken moet worden naar de onderhoudsvergoedingen die de verenigingen ontvangen in combinatie met kostprijsdekkende tarieven. Er wordt een Sportnota gemaakt, waarbij ook een uitspraak over kostprijsdekkende tarieven wordt gedaan.

De sportinventaris wordt jaarlijks gekeurd. Hiervoor is in 2018 de aanbesteding afgerond. Aan de hand van de jaarlijkse keuring bekijken we of vervanging nodig is of dat onderhoud voldoende is. Ook controleren we middels jaarlijkse inspecties het veldmeubilair. Aan de hand hiervan bekijken we welk veldmeubilair aan vervanging toe is.

Op basis hiervan kan het na te streven onderhoudsniveau worden aangemerkt als “basis”.

 

5. Financiële consequenties

Voor klein onderhoud, investeringen en stortingen in voorzieningen voor groot onderhoud van al onze kapitaalgoederen is € 8,3 miljoen in de jaarstukken 2018 opgenomen. Dat is ongeveer 8% van de totale uitgaven. In de volgende tabel staan de werkelijke uitgaven vermeld van het onderhoud om het door de raad opgedragen kwaliteitsniveau waar te maken. Tevens wordt aangegeven of er naast deze uitgaven onderhoudsvoorzieningen of bestemmingsreserve (BR) zijn gevormd, waaruit het groot onderhoud op de langere termijn kan worden bekostigd. In het geval dat “nvt” wordt vermeld, wordt daarmee bedoeld dat er geen onderhoudsvoorziening of bestemmingsreserve beschikbaar is. In dat geval zijn de onderhoudskosten geheel opgenomen in de exploitatiebegroting.

Omschrijving

Plan

Jaar vaststelling

Werkelijk 2018

Voorz. /BR beschikbaar

Voldoende
omvang?

Wegbeheer

Beheerplan Wegen

2015

3.353.480

 nee

 nvt

Straatverlichting

Beleidsplan Licht in Overbetuwe

2006

399.960

 nee

 nvt

Straatreiniging

Beheerplan Openbare Ruimte

2010

36.746

 nee

 nvt

Water

Waterplan gemeente Overbetuwe

nvt

177.362

Maakt alleen voor de bekostiging deel uit van het GRP

 Zie GRP

Schoolgebouwen

Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties.

Basis is het M.O.P. 2018

2008

7.869

ja

 ja

Openbaar groen

Beleidsplan Openbare Ruimte

2010

2.008.495

 nee

 nvt

Speelvoorzieningen

Speelruimteplan

2012

184.438

 nee

 

 nvt

Riolering

GRP 2018-2021

2017

1.928.708[1]

 ja

 ja

Gebouwen voor welzijn en sport

Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties

Basis is het M.O.P. 2018

2008

144.987

 ja

 ja

Gebouwen voor huisvesting bestuur en ambtelijk apparaat

Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties

Basis is het M.O.P. 2018

2008

 52.067

 ja

 ja

Totaal

 

 

8.294.113

 

 

[1] Excl. de onttrekking uit de voorziening.

In bovenstaande financiële gegevens zijn de bedragen uit de betreffende taakvelden verwerkt.

Voor de gemeentelijke gebouwen zijn de werkelijke onderhoudslasten uit het meerjarenonderhoudsplan op het overzicht vermeld. Op de taakvelden van de gemeentelijke gebouwen zijn namelijk ook overige niet onderhoudsgerelateerde exploitatielasten verwerkt.

IV. Financiering

1. Algemene ontwikkelingen

Beleidskader
Het financieringsbeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut gemeente Overbetuwe 2016.
De financieringsparagraaf is samen met het Treasurystatuut voorgeschreven in de wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido).

Interne ontwikkelingen
De uitvoering van de treasuryfunctie heeft in het verslagjaar plaatsgevonden binnen de regelgeving zoals vastgelegd in het Treasurystatuut. Door middel van het aantrekken van kasgeldleningen is optimaal gebruik gemaakt van de lage renteniveaus. Door spreiding in de looptijden van langlopende geldleningen is het renterisico optimaal gespreid.


De geldstromen die voortkomen uit de grote projecten en de grondcomplexen hebben in grote mate de omvang van de financieringsportefeuille bepaald. De vaste geldleningportefeuille is in 2018 licht gestegen met afgerond € 0,5 miljoen. Bij nieuwe lange financiering is geprofiteerd van de daling van de kapitaalmarktrente. Kasgeldleningen zijn opgenomen tegen negatieve rente. We hebben dus geld toe gekregen.

Externe ontwikkelingen
Het economisch herstel in de eurozone heeft zich in 2018 doorgezet. De rente is historisch laag gebleven, mede door het ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Over heel 2018 was er sprake van een economische vooruitgang van 1,8 procent in de eurozone. Een jaar eerder werd een groei van 2,4 procent gemeten in zowel de eurozone. Het ECB-bestuur spreekt van een „vertraging” van de groei. Maar alleen al een groeivertraging maakt het waarschijnlijker dat het huidige, extreem lage renteniveau (0 procent voor banken die lenen bij de ECB en minus 0,4 procent voor banken met deposito’s bij de ECB) nog even aanhoudt. Want met een renteverhoging in tijden van economische tegenspoed kan de centrale bank in Frankfurt zomaar een recessie veroorzaken. En dan raakt het inflatiedoel ook buiten bereik. Ondanks de groeivertraging is de ECB eind 2018 gestopt met zijn opkoopprogramma voor obligaties en is daarmee een einde gekomen aan het ultra ruime monetaire beleid. Aflopende obligaties zullen nog wel worden geherinvesteerd zolang dat nodig is. De korte rente (3 maands euribor) is gedurende 2018 ongeveer gelijk gebleven op 0,32%.


De lange rente (10-jaars staatslening) is in 2018 per saldo gedaald van 0,53% ultimo 2017 tot 0,38% ultimo 2018. Een belangrijke reden voor deze daling is de toename van mondiale onzekerheden zoals onzekerheid over de handelsoorlog tussen de VS en China en de angst voor een ‘no deal’-Brexit. Hierdoor hebben beleggers in 2018 veilige staatsobligaties opgezocht zoals Nederlandse staatsobligaties.

Rentegrafieken
      
(Bron: EMMI en DNB)


Schatkistbankieren
Per 15 december 2013 is Schatkistbankieren ingevoerd. Alle overtollige liquiditeiten boven het drempelbedrag moeten worden afgeroomd naar de schatkist. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de hoogte van de begroting. De drempel is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal. Voor onze gemeente is de drempel afgerond € 693.000.

In het volgend overzicht is de ontwikkeling van de saldi op de gemeentelijke bankrekeningen opgenomen. Het drempelbedrag is in onze gemeente in 2018 niet overschreden.

Begroting: 2018   92.392.525    
Limiet: 0,75% 692.944    
2018 Gemiddeld saldo BNG Gemiddeld saldo ABN Amro Totaal Over-/onderschrijding
1e kwartaal 166.707,24 58.159,66 224.866,90 468.077,04
2e kwartaal 257.808,08 18.631,37 276.439,45 416.504,49
3e kwartaal 297.289,24 33.511,49 330.800,73 362.143,21
4e kwartaal 208.968,51 46.524,56 255.493,07 437.450,87

Positief bedrag is onderschrijding
Negatief bedrag is overschrijding

2. Gemeentefinanciering

In 2018 is de gemeentefinanciering per saldo toegenomen met € 0,5 miljoen. Dit betreft een toename van de vaste schulden (langlopende leningen). In totaal is in 2018 € 14,5 miljoen aan langlopende leningen afgelost en voor € 15 miljoen aan nieuwe langlopende leningen afgesloten. De toename in langlopende leningen is voornamelijk het gevolg van het saldo van de investeringen en de opbrengsten uit grondverkopen gedurende het jaar. De gemiddelde resterende looptijd van de uitstaande lange termijn leningen per ultimo 2018 is 15 jaar. De gemiddeld gewogen rentelast op deze leningen is 2,6% (2017 3,2%).

Rentekosten
De totale boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2018 bedroeg € 155 miljoen. De toegerekende rentelasten over deze investeringen over het verslagjaar bedroegen € 3,04 miljoen. De werkelijke betaalde rente in 2018 is € 2,96 miljoen waarvan € 363.000 door te belasten aan grondexploitatie. Het verschil tussen de vooraf begrote rentelasten en de werkelijke rentelasten vormt het renteresultaat. Het renteresultaat over 2018 bedraagt afgerond € 79.000.

Schema rentetoerekening 2018
(bedragen x € 1.000)

Saldo externe rente lasten en baten 1.616  
Rente over eigen vermogen en voorzieningen 1.347  
Toe te rekenen rente aan grondexploitatie -363  
Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente 2.601  
De aan taakvelden toegerekende rente via rentomslag -2.680  
Renteresultaat op taakveld Treasury 79 (Voordeel)


Renterisicobeheer
Voor de korte en lange financiering zijn er de Fido-normen kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft de hoogte van het bedrag aan waarover renterisico mag worden gelopen. Hieronder vallen alle financieringen met een looptijd korter dan 1 jaar.
De kasgeldlimiet voor het jaar 2018 bedraagt afgerond € 7,9 miljoen. Dit is 8,5% van het begrotingstotaal.

Tabel Kasgeldlimiet 2018 (bedragen x € 1.000)

Kasgeldlimiet 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
1. Toegestane kasgeldlimiet
    - in procenten van de grondslag
    - in bedragen

8,50
7.853

8,50
7.853

8,50
7.853

8,50
7.853
2. Omvang vlottende korte schuld 7.990 6.041 1.295 2.743
3. Vlottende middelen 1.283 3.107 3.526 4.537
4. Totaal netto vlottende schuld (2-3)
Toegestane kasgeldlimiet (1)
6.707
7.853
2.934
7.853
- 2.231
7.853
- 1.794
7.853
Ruimte +, Overschrijding (1-4) 1.146 4.919 10.084 9.647

De kasgeldlimiet is in 2018 niet overschreden. De kasgeldlimiet mag maximaal twee aaneengesloten kwartalen worden overschreden. De gemeente heeft dus binnen de wettelijke kaders gehandeld.

Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

Renterisiconorm en renterisico’s van de vaste schuld
Berekening (bedragen x €1.000)

Stap

Variabelen Renterisico(norm)

begroting

werkelijk

verschil

(1)

Renteherziening

0

0

0

(2)

Aflossingen

14.882

14.549

- 333

(3)

Renterisico (1+ 2)

14.882

14.549

- 333

 

 

 

 

 

(4)

Renterisiconorm

18.479

20.400

1.921

(5a)=(4>3)

Ruimte onder renterisiconorm

3.597

5.851

2.254

(5b)=(3>4)

Overschrijding renterisiconorm

0

0

0

 

 

 

 

 

Berekening

Renterisiconorm

 

 

 

(4a)

Begrotingstotaal

92.393

102.000

9.607

(4b)

Percentage regeling

20%

20%

20%

(4)=(4a x 4b)

Renterisiconorm

18.479

20.400

1.921

Uit de tabel blijkt dat de gemeente in 2018 binnen de renterisiconorm is gebleven.

Kredietrisico’s
Onze gemeente heeft in 2018 over € 7.437.000 kredietrisico gelopen.
Dit kredietrisico heeft betrekking op onderstaande leningen (uitzettingen).
- De gemeente heeft een lening verstrekt aan ondernemingscentrum De Schalm ter grootte van € 1.520.000. De waarde per 1 januari 2018 bedraagt € 1.084.000.
- Hypothecaire geldleningen verstrekt aan personeel met een waarde per 1 januari 2018 van € 468.000 (betreffen restanten van de opgeheven regelingen).
- Achtergestelde geldlening aan Vitens. In 2006 zijn de preferente aandelen Vitens verkocht en omgezet in een lening. De waarde per 1 januari 2018 bedraagt € 621.000.
- Verstrekte geldlening SVn inzake Startersleningen ter grootte van afgerond € 5.539.000 per 1 januari 2018. Rente en aflossing zijn afhankelijk van het aantal Startersleningen.
- Overige leningen aan verenigingen, scholen en personeelsregelingen voor een bedrag van totaal € 100.000 per 1 januari 2018.

Derivaten[1]
Derivaten worden in de markt onder meer afgesloten ter afdekking van (rente)risico’s. De gemeente Overbetuwe heeft in 2018 geen gebruik gemaakt van derivaten.

Kengetallen
Zie hiervoor de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

[1] Derivaten zijn financiële instrumenten die valuta- en/of renterisico’s afdekken.

V. Bedrijfsvoering

1. Bedrijfsvoeringsparagraaf begroting 2018

In deze paragraaf leggen wij verantwoording af op de verschillende onderwerpen op het terrein van de bedrijfsvoering. Wij gaan hierbij in op het beleid en de speerpunten ten aanzien van de bedrijfsvoering per ‘PIOFACH’ onderwerp (personeel, inkoop, organisatie, financiën, automatisering, communicatie, huisvesting). Hiernaast besteden wij in deze verantwoording ook specifiek aandacht aan de onderwerpen: juridische zaken, informatiebeveiliging en procesgericht werken & lean.

Financiën
De financiële positie van de gemeente Overbetuwe is solide. Op begrotingsbasis werken we met een sluitende (meerjaren) begroting, is de reservepositie  goed en is er voldoende  weerstandsvermogen om de risico’s die we als gemeente lopen op te kunnen vangen. Het is belangrijk om deze begrote situatie ook in werkelijkheid te realiseren. Dat vraagt om realistische budgettering, goede begrotingsdiscipline en een scherp risicomanagement.

We stuurden hierop in 2018 aan de hand van de speerpunten “Verbeterde planning & control cyclus” en “Goed rentmeesterschap” en “Uitwerken van het risicomanagement”.

Verbetering planning & control cyclus
Dit speerpunt is in 2018 afgerond. Een aangepaste programmabegroting en een vernieuwde rapportagecyclus zijn de resultaten die we realiseerden. De auditcommissie besprak de aangepaste rapportagecyclus in november 2018 en januari 2019. Aanbeveling was om nog een jaar op deze wijze te rapporteren en eind 2019 een evaluatie te plannen.


Goed rentmeesterschap
Het speerpunt goed rentmeesterschap bleef in de nieuwe  uitvoeringsagenda 2018-2022 een speerpunt. De begroting 2019-2022, die we in 2018 opstelden, voldeed aan de afgesproken normeringen over het begrotingsoverschot, de omvang van de algemene reserve en de weerstandsratio.


Mede door de opbrengsten vanuit de grondexploitaties is de omvang van de algemene reserve daadwerkelijk toegenomen. De reserve bedraagt op 31 december 2018 € 20,7 miljoen. Rekening houdend met het terugdraaien van het toegevoegde begrotingssaldo 2018 is de omvang € 19,3 miljoen. Dat is ruimschoots boven de vastgestelde ondergrens van € 10 miljoen.

Het realiseren van een structureel rekeningoverschot is lastig. In 2018 liepen de tekorten op het Sociaal Domein zowel landelijk als in Overbetuwe op. We starten een onderzoek  naar  het structurele  effect van deze ontwikkeling op onze meerjarenbegroting.  Het resultaat van dit onderzoek maken we bij in de Kadernota 2020 inzichtelijk.

Uitwerken van het risicomanagement
In 2018 is de nieuwe nota Risicomanagement vastgesteld. Hierin staan de uitgangspunten van ons risicobeleid en de wijze waarop we dit gaan uitvoeren. Een van die uitgangspunten is dat er minimaal 2 keer per jaar, bij de jaarstukken en de begroting, een integraal beeld geschetst wordt van de risico’s, de aanwezige weerstandscapaciteit en de ratio voor het weerstandsvermogen. De eerste resultaten worden zichtbaar in de begroting 2020.

Huisvesting
In de Programmabegroting 2018 was de informatie over dit onderwerp te vinden in een aparte paragraaf van de uiteenzetting van de financiële positie. In het jaar 2018 is er veel gebeurd op het gebied van ambtelijke huisvesting. Hieronder volgt een beknopte samenvatting.


De medewerkers die in het gemeentehuis van Andelst werkzaam waren, hebben 2 januari 2018 hun intrek genomen op de verbouwde eerste verdieping van het gemeentehuis in Elst. Daar werken ze sindsdien volgens een nieuw werkplekconcept, met flexplekken en verschillende activiteitenzones. De eerste verdieping beschikt nu over een sterk verbeterd binnenklimaat, voldoet weer aan de wettelijke vereisten (zoals brandveiligheid, Arbo, bouwbesluit) en is in grote mate verduurzaamd:
- LED verlichting
- Dakisolatie
- Na-isoleren gevels door middel van voorzetwanden
- Nieuwgeplaatste installatie-onderdelen zijn energiezuinig(er)
- (Bouw)materialen zijn, waar mogelijk, hergebruikt (zoals de oude plafondlatten)

Alle medewerkers van gemeente Overbetuwe hebben hiermee een werkplek in de kern Elst gekregen.

In januari 2018 vond de formele overdracht plaats van gemeentehuis Andelst aan een organisatie die daarin kamers voor zelfstandig wonende ouderen met Alzheimer gaat realiseren. De opening van ‘Residence Andelst’ vond in juni plaats.

Vervolgens moest de rest van het gemeentehuis in Elst nog aangepakt worden. Fase 2 van het project Huisvesting behelst het grondig verbouwen van de huidige begane grond (inclusief publiekshal) en het souterrain, inclusief het opknappen en verduurzamen van de bestaande gevels. Vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd aan de voorkant van het gemeentehuis. Daarin komt onder andere de nieuwe publiekshal op straatniveau en een multifunctionele vergaderzaal daarboven. Door deze nieuwbouw kan uiteindelijk bouwdeel ’t Fort, wat in slechte bouwkundige staat verkeert, afgestoten worden. Het bestuursgebouw valt buiten de scope van de huidige verbouwing.

In maart is een omgevingsvergunning met buitenplanse afwijking verleend voor de nieuwbouw en gevelwijziging van de bestaande bouwdelen. Vervolgens is in april, na een meervoudig onderhandse aanbesteding, een aannemer geselecteerd voor fase 2. Deze opdracht is gegund aan Kuijpers Bouw Heteren. De rest van het jaar heeft in het teken gestaan van het optimaliseren en verfijnen van de ontwerpen, samen met de aannemer, architect en installateurs, om tot een uitvoeringsgereed ontwerp te komen. Tegelijkertijd is in het gemeentehuis veel werk verzet ter voorbereiding op de verbouwing. Zoals het leegruimen van de kantoren en de commissiekamer, het verhuizen van de publieksbalies en het verhuizen van medewerkers naar andere delen van het gebouw.

Eind oktober werden de tijdelijke publieksbalies aan de achterzijde van het gemeentehuis geopend, aan ’t Fort 4. De oorspronkelijke hoofdentree aan de Dorpsstraat is vanaf die datum gesloten. De sloop van de ‘oude’ publiekshal startte daarna, alsook een deel van de kantoren en vergaderruimtes op die verdieping.

Het vergaderen op locatie door de gemeenteraad startte in oktober. De politieke avonden met raadsvergadering worden sindsdien in Het Westeraam gehouden. De andere politieke avonden worden georganiseerd in Oosterhout, Driel en Heteren.

Een bijzonder noemenswaardig initiatief in 2018 is de Spijkerbroekenactie. Met medewerking van kledinginzamelaar Curitas zijn in alle 11 kernen van Overbetuwe containers geplaatst voor het inzamelen van oude spijkerbroeken. De actie was enorm succesvol. Veel inwoners en bezoekers hebben meegedaan en spijkerbroeken ingeleverd. Aan het eind van de actie stond de teller in onze gemeente op ruim 2.200 kg. Eind 2018 werden de ingezamelde spijkerbroeken vervoerd naar de fabriek waar deze vervezeld worden tot thermisch en akoestisch isolatiemateriaal. Het isolatiemateriaal wordt in 2019 verwerkt in de nieuwe binnenwanden en gevel van het gemeentehuis.

Organisatie en Personeel
Om (blijvend) te kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de samenleving en de rol die we daarbij hebben als overheid, werken we aan een ‘flexibele’ en ‘schaalbare’ organisatie. Bij schaalbaarheid dient u vooral te denken aan een organisatie waar de burger zich in herkent en erkent voelt (persoonlijk), maar ook groot genoeg (georganiseerd) om alle vraagstukken aan te kunnen. Hierdoor blijven we van toegevoegde waarde bij de diverse maatschappelijke opgaven die er spelen. We streven daarbij naar een efficiënte en effectieve organisatie.


Om dit te kunnen bereiken hebben we in 2018 stappen ondernomen op het gebied van organisatie-ontwikkeling:

  • In het Sociaal Domein zijn in het najaar van 2018 de twee voormalige teams Werk en Inkomen en Zorg en Inkomen formeel samengevoegd en is er een sturingsmodel vastgesteld. Daarnaast is het ontwikkeltraject Overbetuwe Samen gestart waarbij de uitvoering van het sociaal beleid meer in samenhang met de ketenpartners wordt ingericht en uitgevoerd.
  • Binnen de uitvoering van het fysiek-ruimtelijk domein hebben ontwikkelingen plaatsgevonden die zich richten op verdere afstemming van werkzaamheden van de teams Buitenruimte en Vastgoed en Openbare Werken ten behoeve van een betere dienstverlening en bedrijfsvoering.
  • In het najaar zijn de voorbereidingen op de implementatie van de Omgevingswet voortvarend ter hand genomen. 
  • De pilot opgavegericht werken is in het najaar  van 2018 geëvalueerd. Hieruit is naar voren gekomen dat de doelen van de pilot nog steeds onderschreven worden, maar dat er onvoldoende draagvlak bestaat voor de wijze waarop het tot nu toe was vormgegeven. Momenteel wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor vervolg, dat rond de zomer van 2019 gereed is.
  • De dienstverlenende teams zijn in 2018 aan de slag gegaan met het uitwerken en implementeren van de dienstverleningsvisie die in 2017 is vastgesteld.
  • Op het gebied van bedrijfsvoering zijn er stappen gezet in de aanpassingen van de huisvesting, de optimalisering van de (digitale) informatievoorziening, ICT-samenwerking met Lingewaard, verbetering van de P&C cyclus en het optimaliseren van diverse bedrijfsvoeringsprocessen.


Naast bovenstaande ontwikkelingen willen wij u informeren over de volgende speerpunten die in 2018 hebben plaatsgevonden op het terrein van Personeel & Organisatie.

Speerpunt 43  Strategisch HR beleid
In de Uitvoeringsagenda is speerpunt 43 Strategisch HR beleid opgenomen. Op diverse wijzen wordt invulling gegeven aan dit speerpunt. Door middel van de informatiememo van april 2019 bent u geïnformeerd over de voortgang van dit speerpunt waar wij graag naar verwijzen.


In de huidige HR-visie zijn vier speerpunten opgenomen en deze zijn:
Passende formatie en bezetting, houding en gedrag, duurzame inzetbaarheid / de vitale medewerker, diversiteit van het personeelsbestand. Aan deze vier speerpunten wordt doorlopend aandacht besteed. Hierbij kan gedacht worden aan kwaliteit en kwantiteit van onze formatie en bezetting, vastgestelde kernwaarden, ontwikkelen van vitaliteitsbeleid etc. Wij verwachten dat de trajecten die wij continue doorlopen en nu specifiek bijdragen aan de speerpunten in de HR-visie en speerpunt 43 in de Uitvoeringsagenda.

Op basis van de doorontwikkeling van de organisatie die vanaf Q4 2018 intensief wordt doorlopen vindt herijking van de HR-visie plaats en actualisatie van ons HR-beleid.

Medewerkersonderzoek
In Q4 2018 zijn we gestart met de voorbereidingen van het medewerkersonderzoek.  Doel van het onderzoek is de werkbeleving meten van onze medewerkers. Dit is het 3e medewerkersonderzoek dat door het externe bureau Effectory is uitgevoerd bij onze organisatie. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen wij benutten voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie. 


Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA)
Met ingang van 1 januari 2020 is de WNRA van toepassing. Kort gezegd regelt de WNRA dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. In de 2e helft van 2018 zijn wij gestart met de voorbereidingen van de effecten van deze Wet voor onze organisatie. De VNG heeft hierin een belangrijke faciliterende rol waar gemeenten gebruik van kunnen maken.

Personeelsbudget
In 2018 is gestart met de bestuurlijke evaluatie van de systematiek van het P-budget. De grondslag voor deze evaluatie zijn de gemaakte afspraken bij de evaluatie die in 2016 heeft plaatsgevonden. Een delegatie van de Raad en het College en daarnaast de directie zijn nauw betrokken geweest bij de evaluatie. De evaluatie wordt in 2019 afgerond en de uitkomsten worden dan gerapporteerd aan het bestuur.


De omvang van het primaire personeelsbudget 2018 bedraagt € 22,6 mlj. (afgerond). Het totale personeelsbudget 2018 bedraagt bij de jaarrekening uiteindelijk € 24,3 mlj. Het verschil is in hoofdlijn te verklaren door de volgende mutaties. In TR-1 is het signaal afgegeven dat een overschrijding van het P-budget 2018 wordt verwacht. In TR-2 is € 115.000 incidenteel gemeld voor het Individueel Keuze Budget (IKB) en € 95.000 structureel voor functiewaarderingstrajecten (Fuwa). In TR-3 is totaal € 650.000 incidenteel gemeld voor AVG, organisatieontwikkelingen (w.o. Opgave Gericht Werken en het Sociaal Domein). Het P-budget is tevens verhoogd met een loonkostenmutatie van € 460.000 (afgerond) voor loon- en premieontwikkelingen die o.a. voortvloeien vanuit cao-afspraken en wettelijke verplichtingen (bijv. de pensioenpremie).

Het verschil tussen TR-4 en de jaarrekening is € 360.000 (afgerond). Dit verschil is met name te verklaren door de hogere inhuurkosten van projectmedewerkers bij Strategie Beleid en Projecten (TPR) en organisatieontwikkelingen (w.o. bij het fysiek domein).

Arbo / verzuim
Ons verzuimpercentage van 6,7% in 2018 laat een hele lichte daling zien ten opzichte van het verzuim in 2017 (6,9%). Dit verzuim bestaat uit een groot gedeelte langdurig niet beïnvloedbaar verzuim. Daarnaast is sprake van werkgerelateerd verzuim dat gerelateerd kan worden aan bijv. het speerpunt passende formatie / - bezetting en organisatieontwikkelingen. Er worden diverse inspanningen gedaan om nog beter grip te krijgen op het ziekteverzuim zodat we in 2019 een verdere daling van het ziekte-verzuim kunnen realiseren.


Het verzuim in onze gemeente is hoger dan het landelijk gemiddelde. Dit is 5,3% bij een gemeente-klasse van 20.000 tot 50.000 inwoners en het gemiddelde verzuimpercentage voor alle gemeenten is 5,4% (bron VNG personeelsmonitor 2017). In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het werkelijke ziekteverzuim weergegeven.

Ontwikkeling ziekteverzuim (excl. zwangerschapsverlof)

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Norm[1]

4%

4%

4%

4%

4%

4%

4%

Werkelijk

4,5%

5,7%

5,5%

5,4%

5,4%

6,9%

6,7%

Gemeenteklasse  20.000 – 50.000 inwoners

4,8%

4,8%

4,8%

4,9%

5,1%

5,3%

N.n.b.

Landelijk alle gemeenten

5,3%

5,2%

5,1%

5,3%

5,6%

5,4%

N.n.b.


Inkoop
Ook voor het jaar 2018 is de inkoopfunctie geconcentreerd op de kerntaken: ‘advisering aan de organisatie’, ‘wettelijke verplichte taken’ en de prioriteiten uit de uitvoeringsagenda. Concreet zijn in 2018 de volgende taken uitgevoerd:

  • De inkoopkalender 2018 is uitgevraagd;
  • Als gevolg van het in 2017/2018 aangepaste inkoopproces is meer grip gekomen op het aantal aanbestedingen en konden we daar directer op adviseren.
  • Lokaal ondernemerschap is gestimuleerd, waaronder het evenement Koopt Overbetuwsche Waar, een marktdag MKB Midden Nederland, regio Arnhem en Betuwe Onderneemt Beter;
  • We hebben deelgenomen aan de VNG werkgroep Model Inkoop-en AanbestedingsBeleid (MIAB) om het VNG-model voor het inkoop- en aanbestedingsbeleid aan te passen op het thema van maatschappelijk verantwoord inkopen.
  • Er is een (tijdelijke) contractmanager aangenomen om contractbeheer en -management op te zetten en te implementeren. Samen met twee stagiaires is een start gemaakt met het centraal verzamelen van alle overeenkomsten in onze organisatie.
  • Ook is een (tijdelijke) tactische inkoper aangenomen om de organisatie te ontlasten en beter te kunnen ondersteunen bij aanbestedingen.


In het kader van de speerpunten verbetering van de informatievoorziening en de klantgerichte dienstverlening hebben we de volgende acties uitgevoerd:

  • Het verbeterde en versimpelde inkoopproces, met een lagere drempel, heeft ertoe geleid dat meer voorgenomen aanbestedingen gemeld en begeleid konden worden.  Als gevolg van de gewijzigde aanbestedingswetgeving in combinatie met de decentrale inrichting van inkoop is gebleken dat er een verschuiving in de focus van de inkoopadviseur nodig is: van advies over aanbestedingen naar daadwerkelijke uitvoering van die aanbestedingen. Het onderzoek naar de huidige positionering van de decentrale inkoop, afgezet tegen een centrale positionering heeft in Q1 2019 geleid tot een voorstel aan de directie om de inrichting van inkoop te wijzigen. Met de komst van de tijdelijke tactische inkoper kan, in afwachting van het directiebesluit, al wel reeds invulling aan deze behoefte van de organisatie worden gegeven.
  • In overleg met gemeente Lingewaard is gekeken naar de gezamenlijke ICT-middelen die bij inkoop in gebruik zijn. Afgesproken is een aantal ICT-middelen, die niet meer voldoen aan de interne vraag, op te zeggen. De verbetering van de interne dienstverlening, waaronder de locatie van informatievoorziening, blijft een doorlopend proces, in nauw overleg met de organisatie.
  • De komst van de contractmanager heeft ertoe geleid dat er ook in 2018 al meer gestuurd is op (aflopende)  contractafspraken.


Juridisch
Juridische kwaliteitszorg algemeen: het juridisch jaarverslag liet zien dat de juridische kwaliteit van de organisatie goed is te noemen. Wij verwijzen naar het jaarverslag voor meer gedetailleerde informatie. Jaarlijks worden standaarddocumenten zoals basisbeschikkingen waar nodig geactualiseerd. Enkele malen per jaar wordt de training Algemene wet bestuursrecht aan nieuwe medewerkers aangeboden. Diverse malen per jaar wordt het juridisch vakoverleg georganiseerd, waarin jurisprudentie, nieuwe wetgeving of specifieke thema’s worden besproken.


Digitalisering: in 2018 zijn we steeds meer officiële bekendmakingen elektronisch gaan publiceren. Dit krijgt een vervolg in 2019, dit jaar gaat naar verwachting de Wet digitale publicatie algemene bekendmakingen en mededelingen in werking.

Aanpassing mandaatbesluit: als gevolg van de onduidelijkheid rondom het vervolg van de pilot Opgavegericht werken en wat er na de pilot structureel wijzigt in de inrichting van de organisatie is het onderzoek naar een omgekeerd en eenvoudiger mandaatbesluit afgelopen jaar aangehouden.

Privacy en gegevensbescherming: Het afgelopen jaar is benut voor verdere implementatie en ‘fine-tuning’ van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in de organisatie. De meeste werkprocessen zijn onder de loep genomen om deze AVG proof te maken. Voorts zijn de benodigde verwerkersovereenkomsten geïnventariseerd en voor zover nodig geactualiseerd. Dit is een continu proces. De privacy officer is gestart met een awarenesscampagne. Ook bieden wij een AVG basiscursus aan de medewerkers. Er wordt voor 2019 en 2020 met de CISO een awareness-programma opgesteld ten aanzien van iBewustzijn AVG en informatiebeveiliging. De uitvoering hiervan zal extern worden uitbesteed.

Procesgericht werken & Lean
Procesgericht werken & Lean is sinds 2016 de leidende aanpak bij het inrichten en beheren van onze processen om goed, snel en efficiënt producten en diensten aan externe én interne klanten te kunnen leveren. Wij hebben ons in 2018 specifiek gericht op het Sociaal Domein en het Domein Bedrijfsvoering waarbij het volgende gerealiseerd is:

  • Opleveren organisatieschets Team Uitvoering Sociaal Domein (akkoord door college) met besluit tot aanstellen procescoördinatoren en procesgericht inrichten van dit team.
  • Verbetert ingericht WMO proces - waarbij op het moment van oplevering het huisbezoek direct na melding ingepland wordt; dit huisbezoek twee keer zo snel plaats kan vinden en de doorlooptijd omlaag is doordat consulenten zelf beschikkingen maken i.p.v. overdragen. (Vanwege ziekte/gebrek aan capaciteit is dit geen blijvend resultaat gebleken)
  • Verbetert ingericht W&I proces - waarbij gewerkt wordt met een meer integrale poort.
  • Inrichting procesbeheer Bedrijfsvoering – waarbij alle bedrijfsvoering processen gedefinieerd zijn én gekoppeld aan een proceseigenaar.
  • Verbetert ingericht proces Instroom - waarbij het proces nu digitaal uitgevoerd wordt, sturing van het proces belegd is door het benoemen proceseigenaar; Manager ontlast is door overhevelen taken naar medewerker PSA en de doorlooptijd is teruggebracht van tien naar vijf dagen.

Over 2018 leveren de procesverbeteringen tot nu een jaarlijkse besparing op van €279.000 wat neerkomt op 2,1 FTE

Communicatie
In 2018 hebben we verder invulling gegeven aan de communicatievisie ‘Luisteren en verbinden’. In deze communicatievisie zijn drie pijlers te onderscheiden. We benoemen hieronder per pijler kort de meest in het oog springende resultaten of een vernieuwende manier van werken.


1. Luisteren
Het dagelijks luisteren naar signalen vanuit de samenleving en deze – naast een gezamenlijke webcare met KCC – vertalen naar issues en proactieve communicatie is onderdeel van het dagelijkse werk geworden. Daarnaast begeleiden we klankbordgroepen en zijn aanwezig bij bewonersavonden om feeling te houden met wat er leeft.


Hoe betrekken we niet alleen de usual suspects bij ons beleid en projecten? Om het antwoord op deze vraag te vinden hebben we in 2018 onderzoek gedaan naar betrokkenheidsprofielen samen met de Han, HU en Citisens. Het resultaat is een overzicht van communicatiestrategieën (kanalen en tone of voice) om de verschillende ‘betrokkenheidsprofielen’ in actie te krijgen of verbonden te houden.

2. Verbinden
-
Doorontwikkeling van de website van de gemeente naar een toptakenwebsite gericht op publieke dienstverlening

- Ons sociaal Intranet Nivo ondersteunt het verbinden van onze medewerkers én van stakeholders. Daarnaast ondersteunt Nivo kennisuitwisseling binnen de organisatie en ook vanuit de organisatie met stakeholders die lid zijn van bepaalde groepen op Nivo.
- Interne communicatie ondersteunt de organisatieontwikkeling en de activiteiten rondom de verbouwing / nieuwe huisvesting
- Vanuit bestuurscommunicatie leggen we continu de verbinding tussen gewenste inhoud van het bestuur en de informatiebehoefte van inwoners/ stakeholders.

3. Communicatiekracht organisatie versterken
Een beeld zegt meer dan duizend woorden: In alle communicatiemiddelen proberen we daar rekening mee te houden. Resultaten 2018:

  • Gebruik vlogs, infographics, animaties of foto’s in plaats van geschreven tekst
  • Trainingen Klare Taal voor alle medewerkers
  • Uitwerking vernieuwd participatiebeleid (Interactiewijzer) naar aanleiding van motie van de gemeenteraad. Doel: medewerkers volgens deze nieuwe interactiewijzer laten werken in 2018.

     

Informatievoorziening
In 2018 waren de hoofdthema’s voor onze informatievoorziening de volgende:


De implementatie van het zaaksysteem en zaakgericht werken;

Hoewel we het zaakgericht werken niet voor de gehele organisatie hebben uitgerold, is 2018 wel een belangrijk voorbereidingsjaar geweest. In dit jaar zijn de uitgangspunten en kaders vormgegeven, zodat we voor 2019 ons volledig kunnen richten op de verdere uitrol in de organisatie. Een eerste tranche is al wel live gebracht, namelijk de Meldingen Openbare Ruimte en een aantal digitale producten die via de website kunnen worden aangevraagd.


De implementatie van de nieuwe Burgerzaken modulen;
De implementatie van de Burgerzakenmodule is in 2018 volop doorgegaan. Inmiddels zijn alle tot nu beschikbare modules binnen de iBurgerzaken Suite van PinkRoccade geïmplementeerd. Daarmee heeft PuZa nu een moderne toekomstvaste applicatie waarmee de processen optimaal ondersteund worden.

Doorontwikkeling van de website www.overbetuwe.nl voor burgers en bedrijven;
Het afgelopen jaar is een start gemaakt met het herinrichten van de website op basis van de Toptaken. Op die manier kunnen onze burgers en bedrijven de voor hen relevante onderwerpen gemakkelijker vinden. Inmiddels is men hier al behoorlijk mee gevorderd, maar dit zal nog een doorloop hebben in 2019.


De invoering van e-facturering;
e-Factureren is ingevoerd. Daarmee is Overbetuwe klaar om vanaf 17 april aanstaande te voldoen aan haar wettelijke verplichting om e-facturen te kunnen ontvangen en verwerken.

 

Informatiebeveiliging
Op gebied van informatiebeveiliging is in 2018 is een ISMS aangeschaft waarmee beveiligingsmaatregelen worden bijgehouden, beoordeeld en bijgesteld (indien nodig). Inrichting en implementatie zal plaatsvinden in 2019. Middels ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) zijn er voor SUWI en DigiD verbeterpunten tot stand gekomen. Deze zijn verwerkt in verbeterplannen en zo goed mogelijk door de teams opgepakt. Er is er periodiek overleg binnen de informatiebeveiligingswerkgroep. Hiermee worden zowel generieke als domein specifieke onderwerpen aangekaart en behandeld. Ook heeft er een pilot plaatsgevonden binnen Sociaal Domein waarmee het concept beveiligd mailen is getest.

Naast deze acties in 2018 moet er in 2019 nog verdere structuur aangebracht worden in de organisatie en uitwerking van informatiebeveiliging. De CISO stelt hiervoor een gemeente breed programma op en coördineert dit geheel van beheersmaatregelen.


En daarnaast;
- Hebben wij een pilot Veilig mailen gedaan in het Sociaal Domein, met het oog op de verdere organisatiebrede uitrol. Met behulp van een tool geïntegreerd in ons mailprogramma Outlook kunnen onze medewerkers privacy- en bedrijfsgevoelige gegevens op een veilige manier versturen naar onze burgers en bedrijven.


- Hebben wij een aantal werkprocessen voor het Sociaal Domein verbeterd door berichten die vanuit het Inlichtingenbureau komen geautomatiseerd te laten verwerken.

- Hebben wij het beheer van de basisregistraties BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) en BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) op orde gebracht en met elkaar in samenhang gebracht. Op deze manier zijn de gegevens voor de gehele organisatie te gebruiken.

- Is een start gemaakt met het dichter bij elkaar brengen van de beheerders van de diverse applicaties in Overbetuwe, met als doel ze van elkaar te laten leren en zaken integraal en in de keten op te pakken.

 

 

 

 


[1]de norm is vastgesteld excl. zwangerschapsverlof

VI. Verbonden partijen

Inleiding

3.6.1    Inleiding
Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), titel 2.3., artikel 15, dient de gemeente in de begroting aandacht te besteden aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente een bestuurlijke en financiële band heeft. Er zijn immers bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en risico's, die uit gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen in NV's, stichtingen of verenigingen of andere overeenkomsten kunnen voortvloeien. Om te spreken van een verbonden partij, dient de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang in de betreffende partij te hebben.

De paragraaf verbonden partijen dient tenminste te bevatten:

  1. de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;
  2. de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;
  3. de lijst van verbonden partijen.

3.6.2    Bestuurlijk belang
Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van een bestuurlijke participatie of het hebben van stemrecht. Het uitoefenen van bestuurlijke invloed op het bestuur van een bestuurlijk verbonden organisatie door de gemeente is er op gericht het publieke belang te dienen. In het nastreven van het publieke belang dient de reden gelegen te zijn van het aangaan van een relatie met een derde rechtspersoon.

3.6.3    Financieel belang
Alleen een bestuurlijk belang maakt een partij nog geen zogenaamde verbonden partij, daarvoor is ook een financieel belang vereist. Onder financieel belang worden niet alleen eigendomsrechten, zoals die voortvloeien uit het bezit van aandelen begrepen, maar ook constructies als het verstrekken van leningen, het verlenen van subsidies en het stellen van garanties.

3.6.4    Beleid verbonden partijen
In de “Nota verbonden partijen” is een dwingend kader opgenomen voor de oprichting van en de deelneming in een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie, maar ook voor de gemeentelijke vertegenwoordiging in deze organisaties. Bovendien geeft deze nota aan op welke wijze de interne controle, verantwoording en toezicht met betrekking tot de verbonden partijen is geregeld. Het doel hiervan is de gemeenteraad inzicht te geven over de mate waarin de beoogde doelstellingen binnen de verbonden partijen worden gerealiseerd, over goede borging van het publieke geld dat in de verbonden partijen omgaat en over adequate beheersing van de eventuele risico’s.

In de Uitvoeringsagenda 2014-2018 is bij speerpunt 11 ‘Regionale samenwerking’ vermeld dat we interne sturing, beheersing, verantwoording en toezicht m.b.t. verbonden partijen willen verbeteren. En ook de mogelijkheden van de raad vergroten om haar kaderstellende en controlerende rol uit te oefenen. Als uitwerking van genoemd speerpunt werken we aan een (nieuwe) actualisatie van de Nota verbonden partijen. Ook de paragraaf verbonden partijen passen we aan.
In voorliggende versie vermelden we vooraan een beknopt samenvattend overzicht van alle verbonden partijen. In komende versies willen we meer aandacht geven aan het bereiken van doelstellingen van de partijen en het bereiken van de doelstellingen van de gemeente met deelname in de verbonden partij. Waarbij het niet alleen financiële doelen betreft, maar ook inhoudelijke prestatieafspraken.

Financieel overzicht

Nr.

Verbonden partij

Bijdrage 2018

Eigen Vermogen
per 1-1-2018

Eigen Vermogen
per 31-12-2018

 

Vreemd Vermogen
per 1-1-2018

Vreemd Vermogen
per 31-12-2018

Gemeenschappelijke regelingen

1

(A) Veiligheids-en Gezondheidsregio Gelderland Midden te Arnhem (VGGM)

Veilig thuis

€ 3.252.430

€ 273.100

€ 8.239.000

€ 207.000

€ 7.368.000

€ 50.000

€14.246.000 

€ 770.000

€ 16.739.000

€ 770.000

2

(A) Omgevingsdienst Regio Arnhem (ORA), later ODRA geworden


€ 749.240

€ 771.300

0

€ 3.121.900

0

3

(A) Werkvoorziening Midden-Gelderland (Presikhaaf Bedrijven) te Arnhem


€ 4.234.000

     

 

4

 (A) Park Lingezegen



€ 240.000

€ 15,9  miljoen.

€ 12,3 miljoen

 

 

5

(B) Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein regio Centraal Gelderland te Arnhem


€ 470.408

n.v.t. n.v.t. € 1.586.000  € 2.449.000

6

(B) Samenwerkingsverband Euregio Rijn/Waal te Kleve


€ 11.875

€ 2.103.000

€ 2.199.000

€ 1.627.000

€ 1.170.000

7

(B) Bedrijfsvoerings-organisatie Vervoersorganisatie Arnhem Nijmegen
(BVO-DRAN)


€ 707.358

 

 

 

 

8

(B) Gemeenschappelijk Orgaan Arnhem Nijmegen City Region


€ 71.082

n.v.t.

n.v.t.

 

 

 n.v.t.

n.v.t.

Vennootschappen en coöperaties

9a

(A) Commandiet Westeraam B.V. te Elst


 

 

€ 21.000

 

€218.000

9b

(A) GEM Westeraam Beheer B.V. te Elst


 

 

€457.411

 

€ 13.186.394

9c

(A) GEM Westeraam Elst C.V. te Elst


 

 

€ 453.781

 

€ 13.186.394

10

(A) Ondernemerscentrum De Schalm B.V. te Andelst/Valburg


 

€  903.000

Nog niet bekend
€ 1.371.000

Nog niet bekend

11

(B) Bank Nederlandse Gemeenten N.V. te Den Haag


 

€ 4.953 miljoen

€ 4.991 miljoen

€ 135.072  miljoen

€ 132.518 miljoen

12

(B) Vitens N.V. te Zwolle


 

(op 01-01-2017)
€ 489,1 miljoen

 (op 31-12-2017)
€ 533,7 miljoen

(op 01-01-2017)
€ 1.249,2 miljoen

(op 31-12-2017)
€ 1.194,4 miljoen
Stichtingen en verenigingen

13

(B) Stichting Samenwerkingsverband Glasvezelnetwerk Arnhem (SSGA)


€ 2.573

Egalisatierekening:
(op 01-01-2017)
€ 3.530.380

Egalisatierekening: 
(op 31-12-2017)
€ 3.294.572

Vreemd vermogen:
(op 01-01-2017)
€ 1.141.627

Vreemd vermogen:
(op 31-12-2017)
€ 1.109.421
Overige verbonden partijen
Geen

VP Gemeenschappelijke regelingen

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)

Regionale brandweer:
Geen bijzonderheden: going concern

Jeugdgezondheidszorg:
Er heeft een doorontwikkeling van de JGZ plaats gevonden zowel bedrijfsmatig door de integratie van Icare en STMG in VGGM, als beleidsmatig door de taakherschikking van de jeugdgezondheidszorg. In 2018 is tevens ook de nieuwe bekostigingssystematiek van de Jeugdgezondheidszorg doorgevoerd.

Veilig Thuis:
De stichting Veilig Thuis Gelderland-Midden is in 2018 opgericht. De stichting staat onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van VGGM maar heeft een financieel onafhankelijke positie en als gevolg daarvan eigen jaarstukken.

Doelstelling/openbaar belang

Draagt zorg voor de wettelijke gemeentelijke taken op het gebied van openbare gezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg,  preventie, epidemiologie, hulpverlening op het gebied van de brandweer, geneeskundige hulpverlening bij rampen, ambulancehulpverlening, GGD en de meldkamerfunctie van brandweer en ambulancedienst.

Bestuurlijk belang

AB-lid: Burgemeester A.S.F. van Asseldonk (plv locoburgemeester), Wethouder R. Engels
Lid van de financiële commissie VGGM: Wethouder R.W.M. Engels

Deelnemende partijen

15 regiogemeenten: Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar

Risico’s

Groot.

De algemene bedrijfsreserve (ABR )wordt gebruikt om exploitatieoverschotten en verliezen te compenseren en de risicoparagraaf af te dekken. Aangezien deze partij zelf geen verdere mogelijkheden heeft om nadelige exploitatiesaldi op te vangen komen eventuele hogere tekorten geheel voor rekening van de deelnemende Gemeenten.

Programma

Reguliere Werkzaamheden

Omgevingsdienst Regio Arnhem (ORA), later ODRA geworden Oprichting 14 november 2012.

De wijze waarop en de voorwaarden waaronder de ODRA als opdrachtnemer de aan haar overgedragen taken uitvoert zijn schriftelijk vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst die de gemeente Overbetuwe is aangegaan met de ODRA. In het Bedrijfsplan ODRA is vastgesteld dat de eerste jaren het principe van inputfinanciering wordt aangehouden. De productendienstencatalogus (PDC) 2018, die door het Algemeen Bestuur eind 2017 is vastgesteld, is een doorontwikkeling van de PDC 2017 en heeft de basis gelegd voor het werkprogramma 2018. In deze PDC zijn de prijzen/tarieven per product /dienst vastgelegd. Evenals in 2017 heeft ook in 2018 de ODRA nog zowel op basis van input (ingebrachte formatie) als op basis van output gerapporteerd. Thans wordt bekeken of het mogelijk is om per 1 januari 2020 alsnog volledig op outputfinanciering over te gaan. Ook in 2018 zijn er weer structureel meer vergunningenprocedures, meldingen en vooroverleggen afgerond dan geraamd. Deze trend zet zich naar verwachting voort in 2019. Hiermee zal rekening worden gehouden bij de vaststelling van de werkprogramma's 2019 en 2020. De samenwerking op dit gebied met gemeente Overbetuwe verloopt constructief. Aan het einde van 2018 is een groot aantal controles uitgevoerd. De administratieve afhandeling van deze controles is nagenoeg volledig afgerond in 2018. Ook in 2018 is de opdracht die bij de ODRA is neergelegd, namelijk het uitvoeren van toezicht en handhaving en het behandelen van vergunningaanvragen en meldingen op het gebied van milieu, naar tevredenheid uitgevoerd. In 2018 is geheel binnen de marge (90-110%) van het budget gehandeld. Het aantal gerealiseerde uren bedraagt namelijk 108% ten opzichte van het aantal begrote uren.

Doelstelling/openbaar belang

De regeling is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers ter zake van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van het omgevingsrecht. Onder de belangen van de deelnemers wordt tevens begrepen het belang van een goede samenwerking tussen de omgevingsdiensten in Gelderland.

Bestuurlijk belang

AB-lid:

  • Burgemeester A.S.F. van Asseldonk (plv locoburgemeester),
  • Wethouder R. Engels

Lid van de financiële commissie VGGM: Wethouder R.W.M. Engels

Deelnemende partijen

15 regiogemeenten: Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar

Risico’s

Risico is in principe beperkt tot de verstrekte bijdrage.
Eventuele bedrijfsrisico’s worden gedragen naar rato van inbreng van taken en verantwoordelijkheden zoals beschreven in het bedrijfsplan van ODRA.

Programma

Volksgezondheid en milieu

Werkvoorziening Midden-Gelderland (Presikhaaf Bedrijven) te Arnhem

2018 is het eerste jaar geweest waarin een splitsing is aangebracht tussen het formeel (PHB) en materieel (Scalabor) werkgeverschap voor alle 2300 SW medewerkers.  Een belangrijke opgave in 2018 voor Presikhaaf Bedrijven was verder om in lijn met eerdere besluitvorming het formeel werkgeverschap van de SW medewerkers per 1-1-2019 over te dragen aan de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland (MGR SDCG). Dit vanuit de gedachte dat de MGR juist is ingericht om taken die in de regio gemeenschappelijk uit te voeren te centreren binnen 1 gemeenschappelijke regeling om daarmee bestuurlijke drukte te verkleinen en zo efficiënt mogelijk te kunnen werken. In deze besluitvorming zijn de Raden van alle 9 gemeenten betrokken met als sluitstuk een besluit op 6 december 2018 van zowel de MGR als Presikhaaf Bedrijven tot overdracht van dit formeel werkgeverschap aan de MGR. Dit maakt dat het jaarverslag voor PHB over het jaar 2019 er drastisch anders uit gaan zien t.o.v. die van 2018.

Presikhaaf bedrijven heeft een positief resultaat geboekt van € 692.000. Dit heeft grotendeels te maken met verhoogde rijksbijdrage en een verlaagde loonsom. In een nog nader te besluiten voorstel (gelijk met vaststellen van de jaarrekening - eind Q1 2019) wordt voorgesteld dit bedrag toe te voegen aan de voorziening om de dekkingsgraad te verhogen tot 81%.

Doelstelling/openbaar belang

Het bieden van werk onder aangepaste omstandigheden aan personen die (nog) niet kunnen re-integreren in een reguliere baan

Bestuurlijk belang

AB-lid en DB-lid: Wethouder  D.E.W. Horsthuis-Tangelder (plv. AB wethouder R. W.M. Engels)

Deelnemende partijen

9 regiogemeenten: Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Neder Betuwe, Overbetuwe, Rozendaal,  Westervoort en Zevenaar.

Risico’s

In 2018 is het risico verkleind omdat het exploitatierisico bij Scalabor is komen te liggen. Daarmee is het risico aanzienlijk verkleind.
Toch zijn er in 2019 nog risico's (waarvoor overigens ook een voorziening is getroffen) ten aanzien van boventalligen, huurcompensatie en vervuilde grond.

Programma

Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

Park Lingezegen

Alle activiteiten zijn nagenoeg afgerond.  Voor De Park en De Woerdt geldt dat nog een brug over het spoor en een natuurgebied naast de A15 worden gerealiseerd.  Het realiseren van de basisuitrusting is medio 2019 volledig afgerond.

Uitgevoerde activiteiten:

  • Grondverwerving: In 2018  heeft de parkorganisatie de koopovereenkomst gesloten met de Provincie Gelderland m.b.t. de aankoop van de gronden van de provincie. Deze worden in 2019 (deels) doorverkocht aan de grondgebiedgemeenten.
  • Planontwikkeling: Waterrijk West is volledig afgerond in 2019
  • Organisatie: In 2018 is de uitvoeringsorganisatie verder afgebouwd. In december 2018 heeft het Algemeen Bestuur een besluit genomen over de nieuwe beheerorganisatie vanaf medio 2019 en het verder uitwerken  van een netwerkorganisatie.

Voor de gebieden die al ingericht zijn, wordt invulling gegeven aan het beheer conform het beheerplan.  De nieuwe beheerorganisatie zal de coördinatie van het beheer gaan organiseren. De parkorganisatie heeft alle gronden van de provincie Gelderland aangekocht en zal eind 2019 de gronden doorverkopen aan de gemeente Overbetuwe, met uitzondering van de natuurgebieden en het evenemententerrein in deelgebied De Park. De huidige governance structuur blijft vooralsnog ongewijzigd.  Eind 2019 is helder wat het concrete overschot is binnen de begroting van het park.  Deze middelen kunnen echter pas worden ingezet wanneer er overeenstemming is over de besteding. De bestedingsdoelen zijn: aanleggen missing links en verbeteren infra en bevorderen doorontwikkeling.

De jaarrekening 2018 heeft een (netto) tekort van € 3,7 miljoen. Dit tekort heeft betrekking op de investerings- en beheerskosten over 2018. Het eigen vermogen zal worden aangewend voor de realisatie van het park en de toekomstige beheerskosten.

Doelstelling/openbaar belang

De realisatie en coördinatie van het beheer Park Lingezegen

Bestuurlijk belang

AB-lid en DB-lid: Wethouder W.H. Hol (plv. AB wethouder D.E.W. Horsthuis-Tangelder)

Deelnemende partijen

Provincie Gelderland en gemeenten: Arnhem, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe en Waterschap Rivierenland

Risico’s

n.v.t.

Programma

Cultuur en recreatie

Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein regio Centraal Gelderland te Arnhem

MGR beheerorganisatie is de algemene aansturing van de MGR en coördineert alle bestuurlijke activiteiten, voorbereidingen en uitwerkingen van bestuursvergaderingen (AB en DB) en de daarbij horende terugkoppeling naar colleges en gemeenteraden.  Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening 2018 vast vóór 1 juli, te weten in haar vergadering van 27 juni 2019. Vooruitlopend hier op:

De gemeentelijke bijdrage voor alle modules is in 2018 lager geweest dat begroot. In totaliteit is de gemeentelijke bijdrage € 200.000 lager dan begroot. Het deel van Overbetuwe is:

De module inkoop heeft drie doelen 1) inkoop(advies) 2) relatiemanagement en 3) contractbeheer.  Er is in 2018 een  lagere gemeentelijke bijdrage van € 177.000 geconstateerd. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere kosten voor de module inkoop uit 2017 die in 2018 opgenomen moesten worden.

De module RBL/Onderwijszaken heeft als doel de leer-en kwalificatieplicht en RMC-functie uit te voeren. Voor de module RBL is het saldo voor 2018 positief. Het voorstel is om dit saldo (a € 11.930 - net als in 2016 en 2017) beschikbaar te stellen voor meerkosten in 2019.

De module Werkgevers Service Punt heeft als doel om werkgevers te ondersteunen bij het plaatsen en plaatsbaar maken van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De missie is om dé vraagbaak te zijn in de regio voor sociaal ondernemerschap. Het WSP heeft over 2018 een positief saldo van € 60.000 gerealiseerd.  Op advies van de bestuurscommissie wordt dit saldo meegenomen naar 2019 middels een begrotingswijziging in 2019 om benodigde meerkosten (o.a. ICT) in 2019 te kunnen bekostigen.

Per 1-1-2019 wordt ook de module Werkgeverschap Sociale Werkvoorziening toegevoegd (en vervalt per die datum bij GR WMG/PHB)

Doelstelling/openbaar belang

In april 2017 is de MGR als nieuwe organisatie gestart als MGR beheerorganisatie met de module Inkoop. Elf gemeenten in de regio Centraal Gelderland werken samen op het terrein van inkoop van het sociaal domein.

Per 1-1-2018 zijn de module WSP en module RBL/Onderwijszaken toegevoegd.

Bestuurlijk belang

AB-lid: Wethouder W.H. Hol (plv R.W.M. Engels).

Deelnemende partijen

De 11 regio- gemeenten: Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal,  Wageningen,  Westervoort en Zevenaar.(Zevenaar na fusie met Rijnwaarden tot 1 gemeente)

Risico’s

Risico beperkt zich tot de betaalde bijdrage. 

Risico is uittredende gemeenten uit de GR. Frictiekosten worden toegerekend aan de uittredende partij, maar de verdeling t.a.v. overhead zal verhogen.

Programma

Diversen

Samenwerkingsverband Euregio Rijn/Waal te Kleve

De Euregio Rijn-Waal is een Nederlands-Duits openbaar lichaam, waarbij ca. 55 gemeenten en regionale overheden zijn aangesloten. De Euregio Rijn-Waal heeft als belangrijkste doel de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van economie en maatschappij te verbeteren en te intensiveren. In het werkgebied van de Euregio Rijn-Waal bestaan veel mogelijkheden voor een sterke economische en maatschappelijke ontwikkeling. De Euregio Rijn-Waal brengt partners bij elkaar om gezamenlijke initiatieven te starten en zo gebruik te maken van synergie-effecten. In 2018/2019  zijn er met betrekking tot het toekomstige Europese structuurbeleid na 2020 belangrijke besluiten te verwachten die mogelijk gevolgen hebben voor de Euregio Rijn-Waal.

Doelstelling/openbaar belang

Bevordering van de regionale grensoverschrijdende samenwerking

Bestuurlijk belang

Euregioraad:

  • Wethouder J.A.M. van Baal, plv. wethouder D.E.W. Horsthuis- Tangelder
  • J.T.A.  Hanekamp-Janssen (raadslid), plv H.J. Mulder
  • K. Grimm (raadslid), plv R.B.H. Beune

Deelnemende partijen

De Euregio Rijn-Waal is een Nederlands-Duits openbaar lichaam, waarbij ca. 55 gemeenten en regionale overheden zijn aangesloten.

Risico’s

Gering

Programma

Algemeen Bestuur

Bedrijfsvoerings-organisatie Vervoersorganisatie Arnhem Nijmegen (BVO-DRAN)

De 18 deelnemende gemeenten werken samen op het gebied van het regionale doelroepenvervoer. Dit betreft het vervoer voor inwoners die wegens een beperking geen gebruik kunnen maken van regulier openbaar vervoer.  De bijdrage van Overbetuwe bedroeg € 776.800 in 2018.  Het laatste kwartaal van 2018 en het eerste van 2019 brengt de regio in beeld hoe het samenwerkingsverband na de zomer van 2020 wordt vormgegeven, hoe de nieuwe aanbesteding wordt ingevuld en welk acties er vanaf 2019 worden ondernomen om meer grip te krijgen op de kosten van dit vervoer.

Doelstelling/openbaar belang

De  samenwerking van de 18 deelnemende gemeenten moet ertoe leiden dat het aanvullend openbaar vervoer en het gemeentelijk maatwerkvervoer slimmer, efficiënter en klantvriendelijker georganiseerd worden. Tevens kan het beter afgestemd worden op de mogelijkheden van de inwoners.

Bestuurlijk belang

Bestuurslid en voorzitter: Wethouder R.W.M. Engels  (plv bestuur J.A.M. van Baal)

Deelnemende partijen

18 regiogemeenten: Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar

Risico’s

Normaal.

De BVO heeft geen eigen vermogen. Tekorten komen voor rekening van de deelnemende gemeenten.

Programma

Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

Gemeenschappelijk Orgaan Arnhem Nijmegen City Region

In september 2018 heeft de RegioSafari plaatsgevonden. Overbetuwe is gastheer geweest.

In november 2018 is de regio Arnhem Nijmegen tot winnaar uitgeroepen van de ABN AMRO Circular Economy Award op het gebied van beste circulaire regio van Nederland.

PFO Wonen: het domein Wonen staat open voor ontwikkelingen vanuit de omgeving. De regio wil gezamenlijk optrekken, kennis delen en programmeren naar behoefte. Er is in 2018 gekeken of het PFO Wonen uitgebreid kan worden met of naar een PFO leefomgeving (ook gezien de ontwikkelingen rondom omgevingswet). In 2019 volgt hiervan de uitwerking.  In 2018 is er gewerkt aan de strategische regionale visie op wonen, die de subregionale woonagenda’s en de andere ‘s regionale thema’s verbindt. Daarnaast is er regelmatig gesproken over regionale woonafspraken en zijn er afspraken gemaakt over hoe de regionale huisvestingsverordening geëvalueerd moet gaan worden. In de subregio Arnhem (waar Overbetuwe onder valt) is niet alleen een subregionale woonagenda vastgesteld, maar ook een uitvoeringsprogramma met concrete regionale acties en afspraken voor de komende jaren. Vanuit dit uitvoeringsprogramma is onder andere een start gemaakt met het organiseren van een regionaal woningmarktonderzoek, gezamenlijk regelen van voorzienbaarheid en kwalitatieve afstemming van woningbouwplannen.

PFO Duurzaamheid: ook de Regio Arnhem Nijmegen staat voor een opgave (in 2050 energieneutraal). Voor het halen van de opgave is in 2018 het uitvoeringsprogramma opgesteld waarbij de focus van de regionale samenwerking ligt bij:

•Regionale Energiestrategie (RES)

•Energietransitie gebouwde omgeving

•Duurzame bedrijventerreinen

•Duurzaam en circulair inkopen en aanbesteden (o.a. duurzame elektriciteit en een duurzaam wagenpark)

De voorbereidingen van de RES vormden hierbij het zwaartepunt.

PFO Economie: PFO Economie heeft zich ontwikkeld tot een centrale schakel in het economisch speelveld van de regio, om verbindingen te leggen en activiteiten op te schalen. Daartoe wordt o.a. een goede relatie onderhouden met The Economic Board en Bureau Brussel. In 2018 is vooral hard gewerkt aan het uitvoeren van het Regionaal Programma Werklocaties (RPW). Daarnaast is de werking van The Economic Board geëvalueerd. In 2019 wordt aan de slag gegaan met de uitkomsten van de evaluatie.

PFO Mobiliteit: de regio is bij uitstek het schaalniveau om de uitdagingen wat betreft bereikbaarheid en duurzame mobiliteit aan te pakken. Een belangrijke leidraad voor deze ambitie vormt de Regionale Bereikbaarheidsaanpak. Er is besloten om een regionale programmaregisseur duurzame mobiliteit en bereikbaarheid aan te stellen om deze bereikbaarheidsaanpak verder uit te werken en te vertalen in een uitvoeringsagenda, inclusief financiële randvoorwaarden. Een van de pijlers, ‘een toekomstbestendig en veilig fietsnetwerk’ uit het Regionale Bereikbaarheidsaanpak is in 2018 al opgepakt. Het ambitiedocument: Samenwerkingsagenda Fiets Regio Arnhem Nijmegen is vastgesteld. Doel is te komen tot verbetering van de bereikbaarheid en duurzaamheid van de regio Arnhem Nijmegen door stimulering van het fietsgebruik.

In samenwerking met de provincie is er een actieplan opgesteld voor hoogwaardig openbaar vervoer. Het plan ‘Samenwerken aan Hoogwaardige OV-corridors, Actieplan voor de Regio Arnhem Nijmegen 2019-2023’, als uitwerking van de provinciale OV visie (2016) zet in op gerichte maatregelen om het openbaar vervoer te verbeteren. Doel van dit netwerk is om de steden en de regio bereikbaar te houden en daarmee economisch aantrekkelijker. In 2019 wordt dit plan definitief vastgesteld.

Doelstelling/openbaar belang

Het gemeenschappelijk orgaan richt zich op een structurele verbetering van het vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven in de Arnhem Nijmegen City Region, in zowel nationaal als internationaal perspectief. Het gemeenschappelijk orgaan werkt intensief samen met de Stichting Economic Board regio Arnhem-Nijmegen.

Bestuurlijk belang

Lid bestuurlijk overleg: Wethouder W.H. Hol (plv. burgemeester A.S.F. van Asseldonk)

Leden van de portefeuillehouders-overleggen:

·       Economie: A.S.F. van Asseldonk
·       Wonen: wethouder J.A.M. van Baal
·       Mobiliteit: wethouder D.E.W.  Horsthuis-Tangelder·  
·       Duurzaamheid: wethouder  D.E.W. Horsthuis- Tangelder.

Deelnemende partijen

19 regio- gemeenten: Arnhem, Beuningen, Berg en Dal, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Rijnwaarden, Westervoort, Wijchen, Zevenaar

Risico’s

Indien bij de jaarrekening een tekort ontstaat, passen de deelnemende gemeenten het tekort bij. De verdeling van het tekort vindt plaats op overeenkomstige wijze als beschreven bij het bepalen van de inwonerbijdrage.

Programma

Algemeen bestuur

Financieel belang

Bijdrage € 1,50 per inwoner per jaar

 

VP Vennootschappen en coöperaties

Commandiet Westeraam B.V. te Elst

 

Doelstelling/openbaar belang

Als commanditaire vennoot  deelnemen in de commanditaire vennootschap GEM Westeraam Elst C.V. Via de commandiet neemt de gemeente voor 48 % deel in de inbreng van de commanditaire vennoten.

Bestuurlijk belang

Directeur: mr. M.H.F. Knaapen

De directeur van de commandiet tekent  de jaarstukken van de GEM

Deelnemende partijen

Gemeente Overbetuwe

Risico’s

In principe groot. Risico bestaat uit mogelijk verlies van de nominale inleg € 217.815. Daarnaast is door de commandiet nog een achtergestelde lening verstrekt van € 1,1 miljoen die kan worden aangesproken bij een mogelijk verlies uit de grondexploitatie

Programma

Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

GEM Westeraam Beheer B.V. te Elst

 

Doelstelling/openbaar belang

Als beherend vennoot deelnemen in de commanditaire vennootschap GEM Westeraam Elst C.V.

Bestuurlijk belang

Wethouder J.A.M. van Baal vertegenwoordigt de
gemeente als aandeelhouder

Stemrecht tijdens de
Algemene Vergadering van Aandeelhouders

Deelnemende partijen

Gemeente Overbetuwe, Rabo Vastgoed BV, Kondor Wessels Projecten BV en Vos-Projekten BV

Risico’s

Beperkt

Risico beperkt tot de nominale inleg: € 10.891

Programma

Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

GEM Westeraam Elst C.V. te Elst

Het exploitatiegebied Westeraam is 1.136.285 m2 groot en is ten opzichte van de AVA goedgekeurde grondexploitatie per 1-01-2018 niet gewijzigd.
In de AVA van 16 mei 2018 is de grondexploitatie van 2018 (GREX 2018) vastgesteld met de datum van inwerkingtreding 1 januari 2018. Deze grondexploitatie vormde het uitgangspunt voor de realisatie in 2018. De volgende deelexploitaties zijn te onderscheiden: restant budgetten nog af te wikkelen deelplannen, Lanenbuurt, overige gebieden (Vierslag en Groenoordstrip), hoofdstructuur op wijkniveau, Bovenwijks en algemeen.

Voor het eiland in de Vierslag is besloten dat ingezet wordt op een grondgebonden programma, in de vorm van projectwoningen .

Tussen partijen is afgesproken dat bij liquidatie van de GEM Westeraam de gemeente het eerste trekkingsrecht heeft, op het dan aanwezige positieve resultaat. De liquidatie staat gepland voor 2020/2021.

Doelstelling/openbaar belang

Het verkrijgen en vervreemden van onroerende zaken en het bouwrijp maken en het exploiteren van onroerende zaken. Alles binnen het exploitatiegebied

Bestuurlijk belang

Er vindt geen afzonderlijke vennotenvergadering van GEM CV plaats. 
De jaarrekening wordt schriftelijk vastgesteld (nadat de stukken van de BV al zijn vastgesteld).

Deelnemende partijen

GEM Westeraam Beheer B.V., Commandiet Westeraam B.V. en overige commandieten (drie marktpartijen)

Risico’s

De gemeente heeft via een juridische constructie een belang van 50% in de grondexploitatie van Westeraam

Programma

Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Ondernemerscentrum De Schalm B.V. te Andelst/Valburg

De gemeente is 100 % eigenaar waarin het pand Ondernemerscentrum De Schalm is ondergebracht. Het pand wordt in delen verhuurd, welke verhuur en beheer is uitbesteed aan de locatiemanager. Het meerjarenonderhoudsplan wordt op dit moment geactualiseerd. Aan de hand hiervan zal het college bezien wat er met het pand/de B.V. moet gebeuren. De gemeente ontvangt jaarlijks € 40.000 dividend wat ook in 2019 nog wordt verwacht. Voor de jaren daarna zal dit afhankelijk zijn van de beslissing van het college.

Doelstelling/openbaar belang

Het bevorderen van het ontstaan en de groei van zelfstandige, startende, doorstartende en bestaande bedrijven in Midden-Gelderland waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de economische ontwikkeling in dit gebied

Bestuurlijk belang

Burgemeester A.S.F. van Asseldonk vertegenwoordigt de gemeente als aandeelhouder.
Stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Wethouder W.H. Hol is namens de gemeente commissaris.

Deelnemende partijen

Gemeente Overbetuwe

Risico’s

Groot, omdat de gemeente Overbetuwe 100% aandeelhouder is

Programma

Economische zaken

Dividend

€ 40.000

Bank Nederlandse Gemeenten N.V. te Den Haag

De Bank Nederlandse Gemeenten is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De staat is voor de helft aandeelhouder van de bank en gemeenten, provincies en waterschap zijn de aandeelhouder voor de andere helft.

De kredietwaardigheid van de bank is uitstekend (AAA). De bank heeft een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen zeer scherpe prijzen, die weer worden doorgegeven aan decentrale overheden en aan instellingen voor het maatschappelijk belang. Dat leidt voor de burger uiteindelijk tot lagere kosten voor tal van voorzieningen.

De gemeente heeft zeggenschap in de BNG via het aandelenbelang van de gemeente in BNG (een stem per aandeel van EUR 2,50 nominaal). De gemeente Overbetuwe heeft in totaal 21.762 aandelen in bezit (0,04% van het totaal aantal uitstaande aandelen) met een balanswaarde van € 54.405.

 Balansgegevens BNG:

Eigen vermogen per

Eigen vermogen per

Vreemd vermogen per

Vreemd vermogen per

Achtergestelde schulden per

Achtergestelde schulden per

      01-01-2018     

      31-12-2018     

      01-01-2018    

      31-12-2018     

      01-01-2018     

      31-12-2018    

EUR

EUR

EUR

EUR

EUR

EUR

4.953 miljoen

4.991 miljoen

135.041 miljoen

132.486 miljoen

31 miljoen

32 miljoen

 

Het resultaat van de verbonden partij

De nettowinst van BNG Bank over 2018 is uitgekomen op € 337 miljoen, een daling van 14,2% ten opzichte van de € 393 miljoen over 2017. Dit is voornamelijk vanwege de daling van het resultaat financiële transacties.

Voorgesteld is om 50% van de beschikbare winst na belasting uit te keren. Dit komt neer op een dividendbedrag van € 159 miljoen. Het dividend bedraagt € 2,85 per aandeel.

De solvabiliteit van de BNG is uitstekend; de Tier-1 ratio is in 2018 gestegen tot 38%. De kapitalisatie van BNG Bank ligt hiermee substantieel boven de ECB vereiste.

Doelstelling/openbaar belang

Uitoefening van het bedrijf van bankier ten diensten van overheden door onder andere het aantrekken en uitzetten van gelden, het op andere wijze verlenen van kredieten, het stellen van garanties, het verzorgen van het betalingsverkeer, het verrichten van valutatransacties, het adviseren en bemiddelen bij de uitgifte van en de handel in effecten, het bewaren, beheren en administreren van effecten en andere vermogensbestanddelen ten behoeve van derden, alsmede het oprichten van en deelnemen in andere ondernemingen en/of rechtspersonen, wier doel in verband staat met of bevorderlijk is voor het hiervoor gestelde

Bestuurlijk belang

Wethouder W.H. Hol vertegenwoordigt de gemeente als aandeelhouder. 
Stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders

Deelnemende partijen

De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van 11 provincies,  1 hoogheemraadschap en gemeenten

Risico’s

Risico beperkt tot de nominale inleg van € 54.405

Programma

Algemene dekkings- middelen

Dividend

€ 55.058

Vitens N.V. te Zwolle

Voor Vitens zijn voor 2018 geen relevante bestuurlijke of financiële ontwikkelingen te melden.

Doelstelling/openbaar belang

Het verzorgen van de drinkwatervoorziening

Bestuurlijk belang

Wethouder W.H. Hol vertegenwoordigt de gemeente als aandeelhouder.

 Stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders

Deelnemende partijen

107  gemeenten en 3 provincies

Risico’s

Risico beperkt tot het belang in aandelen (€ 34.717)

Programma

Algemene dekkingsmiddelen

Dividend

€ 114.566

 

VP Stichtingen en verenigingen

Stichting Samenwerkingsverband Glasvezelnetwerk Arnhem (SSGA)

Voor de SSGA zijn voor 2018  geen relevante bestuurlijke ontwikkelingen te melden. Wat betreft de financiën geldt dat er 5503 euro is betaald (dit is inclusief een technische aanpassing). Daar tegenover stond een uitkering van € 5866 uit vrijvallende tegoeden. 
Opmerking: De kosten per jaar zullen in 2019 beperkt gaan stijgen: De verwachte kosten voor 2019 zijn ongeveer € 4000 per jaar.

Doelstelling/openbaar belang

Een toegang tot SGGA  is nodig om een robuuste en toekomstgerichte ICT-beheerorganisatie te verkrijgen door deze centraal te positioneren. Het beoogd effect is een verhoogde continuïteit van de informatievoorziening en (digitale) dienstverlening en mogelijkheid tot innovatie(ve) producten.

Bestuurlijk belang

Teammanager informatie

Deelnemende partijen

25 deelnemers zoals gemeenten, scholen en andere non-profit organisaties

Risico’s

Tegenover de kosten van € 110.000 voor de aansluiting op het netwerk staat een gebruiksrecht naar rato van de investering.

Per 31 dec 2017 bedraagt het gebruiksrecht € 37.778

Programma

Reguliere werkzaamheden

VP Overige verbonden partijen

Geen

VII. Grondbeleid

Grondbeleid

In deze Paragraaf Grondbeleid 2018 wordt een toelichting gegeven op de financiële stand van zaken van de grondcomplexen in exploitatie per 31 december 2018.

Deze paragraaf is als volgt samengesteld:

1. Verloop boekwaarde
2. Resultaat 2018
3. De te verwachten resultaten van de grondcomplexen in exploitatie
4. Algemene toelichting

            4.1 Uitgangspunten voor het samenstellen – actualiseren van grondexploitaties
            4.2 Het grondbeleid van de gemeente Overbetuwe
            4.3 Risico’s grondexploitatie

 
1. Verloop boekwaarde

Het verloop van de boekwaarde over 2018 is:             

Nr Complex   Vermeerderingen - verminderingen in begrotingsjaar (bedragen x € 1.000)
    BW 1-1-2018 Kosten 2018 Opbrengsten Resultaat BW 31-12-2018
  Bedrijvencomplexen          
53 De Merm Elst 2.930 75 304 0 2.701
55 De Merm Oost Elst 2.903 68 0 0 2.971
56 PvMG Zuid Heteren 1.998 117 1.722 187 581
74 Spoorallee 1.991 53 216 0 1.829
  subtotaal 9.822 314 2.241 187 8.082
             
  Woningbouwcomplexen          
14 Elst Zuid 637 29 0 0 666
41 Pr Irenestraat - Elst 836 200 1.025 - 12 0
49 Tobbenhof - Elst 401 106 487 - 21 0
71 Elst Centraal 5.125 180 4.734 0 571
84 Heteren Centrum 2.893 256 290 0 2.859
135 Steenbeekstraat 0
121
0
0
121
  subtotaal 9.892 892 6.535 - 33 4.216
             
  Totaal 19.714 1.206 8.776 154 12.298


2.  Resultaat 2018

Het voordelig resultaat over 2018 van de grondexploitatie bedraagt € 206.000 en is samengesteld uit:  

Bedrijvencomplexen (taakveld 3.2)

Mutatie in de voorziening verliesgevende bedrijventerreinen complexen:    
  53 De Merm 47  
  55 De Merm Oost    36  
  78 Spoorallee    246  
     329 Voordeel
  Tussentijdse winstneming Poort van  Midden Gelderland Zuid  187 Voordeel
  Subtotaal   516 Voordeel

Woningbouwcomplexen (taakveld 8.2)

Meer kosten
   
  41 Pr. Irenestraat   - 12  
  49 Tobbenhof      - 21  
Mutatie - vrijval in de voorziening verliesgevende woningbouw complexen:
   
  71 Elst Centraal      114  1
  84 Heteren Centrum - 391  
  Subtotaal      - 310  Nadeel
       
  Totaal voordeel   206  


1 Elst Centraal
De geactualiseerde grondexploitatie richt zich op genoemde ontwikkeling van Elst Centraal West, waaronder het bouw- en woonrijp maken en gronduitgifte voor circa 24 appartementen. Het openbaar gebied dat reeds rondom Elst Centraal is gerealiseerd wordt uit de grondexploitatie gelaten. Dit deel heeft een boekwaarde van € 4.734.050. Deze boekwaarde komt ten laste van de getroffen voorziening. Per saldo heeft dit een positief effect op de jaarrekening van € 113.579 (door lageren lagere rentelasten).

Bij de tussentijdse rapportage 4 werd uitgegaan van een voordelig resultaat van € 205.000 (tussentijdse winstneming de Poort van Midden Gelderland Zuid).  Het voordelige verschil van € 1.000 wordt veroorzaakt door:

  (bedragen x € 1.000)
Extra kosten afgesloten complexen (Pr. Irenestraat en Tobbenhof) - 33 
Mutatie voorziening verliesgevende complexen       - 62
Lagere tussentijdse winst Poort van Midden Gelderland Zuid     - 18
Elst Centraal omzetting van bedrijven naar woningbouw project    
- Afboeking openbaar gebied   - 4.734
- Vrijval voorziening  4.848
Totaal voordeel 1


3. De te verwachten resultaten van de actieve complexen in exploitatie

 Het onderstaande overzicht toont de verschillen ten opzichte van 2018 van de te verwachten exploitatiesaldi van de actieve in exploitatie genomen grondcomplexen op basis van de geactualiseerde exploitatieopzetten per 1 januari 2019 (N = nadelig, V = voordelig, resultaat *  € 1.000).

  Complex  GREX 1-1-2019   eindwaarde per GREX 1-1-2018   eindwaarde per verschillen t.o.v. 2018  
  Bedrijvencomplexen                
53 De Merm Elst  € 487.673 N 31-12-2025  € 534.748 N 31-12-2025  € 47.075 V
55 De Merm Oost Elst  € 457.843 N 31-12-2021  € 493.518 N 31-12-2022  € 35.675 V
56 PvMG Zuid Heteren  € 259.923 V 31-12-2020  € 519.097 V 31-12-2020  € 259.174 N
74 Spoorallee  € 238.484 N 31-12-2020  € 484.446 N 31-12-2025  € 245.962 V
                   
  subtotaal voordeel  € 259.923 V    € 519.097 V    €  259.174 N
  subtotaal nadeel  € 1.184.000 N    € 1.512.712 N    € 328.712 V
  saldo  € 924.077 N    € 993.615 N    € 69.538 V
                   
  Woningbouwcomplexen                
14 Elst Zuid  € 83.743 V 31-12-2020  € 152.889 V 31-12-2019  € 69.146 N
41 Prinses Irenestraat - Elst  € 249.278 N 31-12-2018  € 237.410 N 31-12-2018  € 11.868 N
49 Tobbenhof - Elst  € 65.711 N 31-12-2018  €  45.010 N 31-12-2018  € 20.701 N
71
Elst Centraal 1e fase
€ 254.306
N
31-12-2020
€ 5.101.924
N
31-12-2019
€ 4.847.618
V
84 Heteren Centrum  € 712.459 N 31-12-2021  € 321.818 N 31-12-2021  € 390.641 N
135 Steenbeekstraat Zetten € 69.975 V 31-12-2021          
                   
  subtotaal voordeel  € 153.718 V    € 152.889 V    € 4.917.593 V
  subtotaal nadeel  € 1.281.754 N    € 5.706.162 N   € 492.356 N
  saldo  € 1.128.036 N    € 5.553.273 N    €  4.425.237  V
                   
  Totaal  €  2.052.113 N    € 7.218.874 N    € 4.355.699  V
                   
Complexen met een voordelig saldo  € 413.641 V    € 671.986 V    € 258.345 N
Complexen met een nadelig saldo  € 2.465.754 N    € 7.218.874 N    € 4.753.120 V
                 
totaal voorzieningen  € 2.465.754 N    € 7.218.874 N    € 4.753.120 V



4. Algemene toelichting

4.1 Uitgangspunten voor het samenstellen – actualiseren van grondexploitaties
Bij het opstellen van de Paragraaf Grondbeleid 2018 is per complex een inventarisatie gemaakt van de stand van zaken per 31-12-2018 en zijn voor de actieve in exploitatie genomen complexen de grondexploitaties geactualiseerd.

4.2 Het grondbeleid van de gemeente Overbetuwe
In februari 2018  is door de raad de Nota “Visie op rondbeleid 2018” vastgesteld. In deze nota worden de (on-)mogelijkheden, risico’s en keuzen inzake het gemeentelijk grondbeleid beschreven en wordt aangegeven hoe dit beleid als sturingsmiddel en instrument bruikbaar is.

4.3 Risico’s grondexploitatie
De risico’s die de gemeente Overbetuwe loopt met de uitvoering van de grondexploitatie zijn:

  • Organisatorische risico’s:
  1. Nagekomen kosten bij de in het verleden afgesloten complexen.
  2. Het niet (volledig) toekennen van subsidies.
  3. Bodemverontreiniging.
  4. Archeologie.
  5. Onvoldoende ruimte voor de dekking van algemene kosten.
  • Verhaalrisico’s: Het niet volledig kunnen verhalen van kosten bij ontwikkelaars (bijdrage voor de bestemmingsrerserve  “Bovenwijkse voorzieningen”, plankosten, ambtelijke kosten, e.d.).
  • Economische risico’s:  Nadelige economische conjunctuur: dit heeft vooral consequenties voor het tempo van gronduitgifte (bij zowel woningbouwgronden als bedrijventerreinen).

Om deze risico’s te kunnen dekken is een weerstandscapaciteit noodzakelijk.

De weerstandscapaciteit is een financiële buffer om tegenvallers op te vangen op een zodanige wijze, dat het voorzieningenniveau ongewijzigd kan worden gehandhaafd. Weerstandsvermogen geeft aan: de verhouding tussen risico’s en weerstandscapaciteit. Door aandacht te besteden aan het weerstandsvermogen voor grondcomplexen en ruimtelijke projecten wordt voorkomen dat elke financiële tegenvaller aanleiding zal zijn tot bezuinigingen.

Door de gemeente Overbetuwe zijn in 2002 de reserves bouwgrondexploitatie van de fusiegemeenten overgeheveld naar de algemene reserve. Hierdoor is er geen afzonderlijke buffer (weerstandscapaciteit) meer aanwezig om mogelijke risico’s te kunnen opvangen.

Voor de grondcomplexen is een gewogen risicoanalyse opgesteld. De gewogen risicobedragen per 01-01-2019 van de actieve complexen over de periode 2019-2025 worden benoemd als onderdeel van de paragraaf weerstandsvermogen in de programmabegroting. Het totale gewogen bedrag bedraagt  circa € 1,49 miljoen. Tijdens het boekjaar vindt monitoring plaats van alle gewogen risicoanalyses uit het oogpunt van risicobeheersing en planoptimalisatie.

Naast deze nieuwe post in de Paragraaf Weerstandsvermogen is er binnen de gemeente Overbetuwe voor gekozen om de risico’s van grondcomplexen als volgt te dekken:
Door het in stand houden van een deel van de algemene reserve voor het opvangen van tekorten en het treffen van specifieke voorzieningen voor verliesgevende complexen.