A. JAARVERSLAG

Programma's

Programma 1 Openbare orde en veiligheid

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Integrale veiligheid (speerpunt 9)
In 2015 is de Nota Integrale Veiligheid 2015-2019 (IV) door de raad vastgesteld. Het beleid dat in deze nota is vastgelegd, wordt vertaald in uitvoeringsplannen. Zo ook voor 2017. De nota loopt eind 2018 af. Alle speerpunten uit de nota zijn inmiddels opgepakt en diverse acties hebben plaats gevonden.

In 2017 hebben we regelmatig met de politie afgestemd over het onderwerp woninginbraken. Van 10 t/m 15 okt 2017 vond de week van de veiligheid plaats. In november is er op het OBC een preventieavond geweest. In november hebben alle inwoners en ondernemers in het buitengebied een enquête in het kader van het keurmerk veilig ondernemen buitengebied ontvangen. Het stappenplan rechtmatigheid in de zorg is eind 2017 afgerond. In 2018 starten we met deze werkwijze. Ten slotte is het evenementenbeleid over 2017 geëvalueerd.

Aanpak ondermijning (speerpunt 77)
Wij vinden het belangrijk om de weerbaarheid van onze samenleving te versterken. Het weerbaar maken van onze samenleving en de gemeentelijke organisatie zal de komende tijd extra en voortdurend aandacht krijgen. Hiertoe is een plan van aanpak opgesteld, dat volgens planning uitgevoerd wordt.

De Integrale Informatiesessie Ondermijningsbeeld heeft op 19 september plaatsgevonden. Op 12 december 2017 is er een bijeenkomst voor ondernemers en bewoners van het buitengebied gehouden. Deze bijeenkomst was o.a. bedoeld om de weerbaarheid van de ondernemers en bewoners te verhogen, ook als het gaat om ondermijning. De nieuwe beleidsregel Bibob is op 19 december 2017 vastgesteld. Tenslotte heeft het RIEC in december het ondermijningsbeeld opgeleverd. Prioritering van de casussen heeft ook in december plaatsgevonden en er is gestart met de aanpak van deze casussen.

Financiële verantwoording Programma 1 Openbare orde en veiligheid

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 1 Openbare orde en veiligheid


Wat heeft het programma Openbare orde en veiligheid gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 2.812.336 3.120.731 3.145.316
Totaal baten  65.544 104.227  232.962
Saldo van baten en lasten - 2.746.792 - 3.016.504  - 2.912.354
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   - 269.712  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk (B - C)     104.150

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 1 Openbare orde en veiligheid   270.000  nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
7e begrotingswijziging 2017 TR2 - 2017
- aanvraag suppletie-uitkering Bommenregeling

208.000

N
 
    208.000 nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   62.000 nadeel
    270.000 nadeel


II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 1 Openbare orde en veiligheid   104.000 voordeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  86.000
voordeel
Nog toe te lichten
  18.000
voordeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- geen taakvelden met verschillen > € 100.000 0    
    0  
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   18.000 voordeel
    18.000 voordeel

B. Nadere toelichting op taakveld niveau

Geen nadere toelichting, omdat er geen taakvelden zijn met afwijkingen groter dan € 100.000.

 

Financiële verantwoording Programma 1 Openbare orde en veiligheid

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 1 Openbare orde en veiligheid
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 2.812.336 3.120.731 3.145.316 -24.585 -86.000 0 -110.585
Baten 65.544 104.227 232.962 -128.735 0 0 -128.735

Taakveld 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer

Terug naar navigatie - Taakveld 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 2.159.311 2.159.311 2.227.025 -67.714 0 0 -67.714
Baten 0 27.700 109.780 -82.080 0 0 -82.080

Taakveld 1.2 Openbare orde en Veiligheid

Terug naar navigatie - Taakveld 1.2 Openbare orde en Veiligheid
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 653.025 961.420 918.292 43.128 -86.000 0 -42.872
Baten 65.544 76.527 123.183 -46.656 0 0 -46.656

Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Elst Centraal en Spoorzone (speerpunt 13a)
Het grootste deel van de infrastructurele delen van het project is in 2016 afgerond. De tunnels onder het spoor zijn eind 2016 in gebruik genomen. In 2017 is gewerkt aan de afronding van de openbare ruimte aan de oostzijde van het station, de herinrichting van de Johan de Wittstraat en het planten van het groen. De werkzaamheden zijn nagenoeg afgerond.
Aanvullende maatregelen worden momenteel uitgevoerd om kleine onvolkomenheden op te lossen; hoogteverschillen worden opgelost in het eerste kwartaal 2018, bestrating wordt uitgebreid en er ligt een voorstel voor een noodlift naar het westelijke perron.
Op dit moment wordt een bestemmingsplan voor de oostkant van het Station (HDG-locatie) voorbereid en wordt er voor deze locatie gewerkt aan de voorbereiding van de verkoop  van de locatie. Met Vivare worden gesprekken gevoerd over de planvorming voor de appartementen ten westen van het station. Onderhandelingen met NS over aankoop van grond zijn in een afrondende fase.


Verbeteren infrastructuur Elst Noord (13b)
Gemeente Overbetuwe, tevens wegbeheerder, heeft conform de afspraken in het bestuurlijk overleg van juli 2014 het initiatief genomen om samen met de provincie Gelderland en ProRail tot een lange termijn oplossing te komen voor de overweg Rijksweg Noord in Elst.  De Rijksweg Noord zal middels een onderdoorgang het spoor kruisen en bij de 1e Weteringsewal zal het gemotoriseerd verkeer het spoor kruisen middels een viaduct en het langzaamverkeer middels een onderdoorgang. In de afgelopen periode is vooral ingezet op de verwerving van gronden die benodigd zijn voor de realisatie van het project welke is voorzien in de periode 2019-2021.
In 2017 zijn voorts de volgende activiteiten verricht :
- Opstellen concept voorlopig ontwerp van flankerende infra;
- Uitwerken van verschillende varianten voor zowel de onderdoorgang als het viaduct;
- Selectie van een extern ingenieursbureau (ProRail erkend) t.b.v. opstellen overdrachtsdossiers en bestemmingsplanwijziging;
- Grondverwervingen: verwerving van RWN #115 en RWN #68 hebben in Q4 plaatsgevonden. Gesprekken lopen met betrekking tot overige kavels (ten westen spoor, ten noorden Linge), daarna volgen nog enkele delen van percelen die in eigendom zijn bij provincie en waterschap. Meer verwervingen zullen volgen, deze zijn echter afhankelijk van een nadere uitwerking van het ontwerp;
- RO-procedures: de benodigde onderzoeken lopen conform planning.

Stationsomgeving Zetten-Andelst (speerpunt 14)
Het schetsontwerp dat in 2017 is opgesteld door de provincie met de betrokken partijen (ProRail, NS, vervoerders en gemeente) wordt verder uitgewerkt. De maatregelen zijn gericht op verbetering van de verkeersveiligheid op o.a. de omliggende kruispunten en voorzieningen op het station (P+R en fietsenstalling, etc.). Naast een ontwerp wordt er ook een kostenraming opgesteld. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage is nog niet bekend. Voor deze bijdrage zal in de Kadernota 2019 een PNL-post worden aangevraagd.


Bevorderingen optimale verbindingen tussen de kernen (speerpunt 16)
Het college heeft 14 november 2017 ingestemd met de notitie 'Overbetuwe fietst verder', Naar een optimaal fietsnetwerk tussen de kernen. Deze notitie bestaat uit een analyse, een voorstel voor een fietsnetwerk en een fietsagenda. Op 9 januari 2018 heeft de raad ingestemd met de notitie en het vervolgproces.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
In het eerste kwartaal van 2017 hebben we in Overbetuwe opgehaald wat partijen in de samenleving belangrijk vinden. We voerden op vele manieren (offline, online) het gesprek met de samenleving; welke kwesties doen ertoe? Al deze gesprekken hebben in de agenderingsfase een rijke oogst opgeleverd. Dit is verwerkt in de zogenaamde Omgevingsagenda die in mei 2017 gepubliceerd is. Deze agenda zegt iets over de inhoud van de nog op te stellen visie. Bij de presentatie van de Omgevingsagenda tijdens de Politieke Avond verzochten de raads- en burgerleden in de komende fase (fase 2, bepalen koers en ambitie) meer tijd te nemen zodat - naast alle maatschappelijke partners - ook zij goed betrokken zijn en blijven bij de verdieping en de afwegingen die in fase 2 aan de orde zijn. Dit verwerkten we in het communicatie- en participatieplan voor fase 2. Eind september startten we vervolgens met vele interactieve gesprekvormen, ondersteund door mailings, flyers, social media en het digitaal platform www.overbetuwe2040.nl.

Op basis van de geagendeerde ontwikkelingen en thema’s voeren we op dit moment (in de 2e fase) het vervolggesprek over de gewenste koers en ambities (‘hoe hoog leggen we de lat’). Ook praten we door over mogelijke rolverdeling. Waar is gemeentelijke inzet aan de orde én wat mogen we van partners verwachten. Dit geven we een plek in een hoofdlijnennotitie ('Mainfest') die een eerste richting geeft voor de koers van de uiteindelijke Omgevingsvisie. De visie wordt al vast opgesteld "in de geest van" de Omgevingswet welke per 2021 van kracht wordt. De Omgevingswet levert een transformatieopgave welke een groot effect heeft op de werkorganisatie. Voor een globaal inzicht hiervan zijn voor medewerkers, college en raad enkele informatiesessies gehouden. Om deze impact te analyseren en op tijd klaar te zijn voor inwerkingtreding van de wet, wordt momenteel gewerkt aan de opstelling van een implementatieplan. Dit plan geeft ook inzicht in de benodigde middelen voor de komende periode.

Financiële verantwoording Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat


Wat heeft het programma Verkeer, vervoer en waterstaat gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 3.754.353 3.815.660 5.020.232
Totaal baten 66.299 25.699 258.683
Saldo van baten en lasten - 3.688.054 - 3.789.961 - 4.761.548
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   - 101.907  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     - 971.587

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat   102.000 nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
- geen wijzigingen > € 100.000
0    
    0
 
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   102.000 nadeel
    102.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat   972.000 nadeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  199.000
nadeel
Nog toe te lichten
  773.000
nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 800.000 N  
    800.000
nadeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   27.000 voordeel
    773.000 nadeel

 

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
2.1

Verkeer en vervoer  nadeel € 800.000

Voordelen:
-
Het bovenwijkse complex B016 (Afslag 38) had over 2017 een positief saldo van € 120.078 hetgeen op deze post leidt tot een niet geraamd voordeel. Dit voordeel heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat 2017 omdat dit saldo is gestort in de bestemmingsreserve Afslag 38 via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een niet geraamde storting (€ 120.078 nadeel).

Nadelen:
-  Het bovenwijkse complex B012 (Spoorzone) had over 2017 een negatief saldo van 864.850 euro hetgeen op deze post leidt tot een niet geraamde overschrijding. Dit nadeel heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat 2017 omdat dit saldo conform de 4e begrotingswijziging 2013 is onttrokken aan de bestemmingsreserve Spoorzone via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een niet geraamde onttrekking (€ 864.850 voordeel).
- In 2017 is al een gedeelte betaald van een factuur van Park Lingezegen voor de aansluiting op het fietspad Amadeuspad. De verwachting was dat deze factuur pas in 2018 zou komen.
- Doordat we te maken hebben gehad met een kwakkelwinter is meer strooizout verbruikt dan was voorzien bij het opstellen van TR4-2018.

Saldo diverse overige voor- en nadelen




120.000













10.000









865.000



35.000

30.000




I




I



I

I


I

  Totaal 130.000 930.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

Financiële verantwoording Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 3.754.353 3.815.660 5.020.232 -1.204.572 198.900 0 -1.005.672
Baten 66.299 25.699 258.683 -232.984 0 0 -232.984

Taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer

Terug naar navigatie - Taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 3.493.786 3.551.456 4.757.967 -1.206.511 187.000 0 -1.019.511
Baten 66.299 25.699 245.222 -219.523 0 0 -219.523

Taakveld 2.2 Parkeren

Terug naar navigatie - Taakveld 2.2 Parkeren
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 202.492 163.306 172.089 -8.783 0 0 -8.783

Taakveld 2.5 Openbaar vervoer

Terug naar navigatie - Taakveld 2.5 Openbaar vervoer
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 58.075 100.898 90.175 10.723 11.900 0 22.623
Baten 0 0 13.461 -13.461 0 0 -13.461

Programma 3 Economische zaken

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Economisch Uitvoeringsprogramma (speerpunt 21)
Het uitvoeringsprogramma kent een grote mate van actie gerichtheid. Enkele resultaten van 2017 zijn:
- ondernemers input voor de agenda van de omgevingsvisie
-
reactie raad op concept RPW (Regionaal Programma Werklocaties)
- (mede) organisatie Betuwe Onderneemt Beter
- start Keurmerk Veilig Ondernemen voor bedrijventerreinen
- oplossing parkeerproblematiek De Aam
- optimalisatie marketinginstrumenten verkoop bedrijfskavels en toename verkoop bedrijfskavels
- onderzoek naar toekomstbestendigheid infrastructuur Poort van Midden Gelderland

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
Zie toelichting bij programma 2.

Nota recreatie en toerisme (speerpunt 57)
Zie toelichting bij programma 5.

Arbeidsparticipatie: werk aan de winkel (speerpunt 62)
Dit speerpunt is onderdeel van de transformatie, zie toelichting bij programma 6.

Financiële verantwoording Programma 3 Economische zaken

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 3 Economische zaken


Wat heeft het programma 3 Economische zaken gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 786.725 811.207 1.774.793
Totaal baten 618.194 618.734 5.648.362
Saldo van baten en lasten -168.531

- 192.473

3.873.569
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   - 23.942  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     4.066.042

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 3 Economische zaken   24.000 nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
- geen wijzigingen > € 100.000 0    
    0
 
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   24.000 nadeel
    24.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 3 Economische zaken   4.066.000 voordeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  800.000
voordeel
Nog toe te lichten
  3.266.000
voordeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.245.000 V  
    3.245.000
voordeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   21.000 voordeel
    3.266.000 voordeel

 

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
3.2

Fysieke bedrijfsinfrastructuur   voordeel € 3.245.000

   

 

 

Voordelen:
- Vrijval van de voorziening verliesgevende complexen inzake de complexen De Merm, De Merm Oost, Elst Centraal en Spoorallee.
- Hogere winstneming complex Poort van Midden Gelderland Zuid dan voorzien in TR4 -2017.


3.243.000
311.000



I

I

 

Nadelen:
- Lagere doorbelasting van loonkosten en overhead doordat er door Team Projectadministratie minder uren zijn besteed aan de bedrijventerreinen.
- Rentenadeel door o.a. een correctie op de in 2016 doorbelaste rente.

 
244.000

40.000


I

I

 

Saldo diverse overige voor- en nadelen

  25.000

I

 

Totaal

Een uitgebreidere toelichting op het resultaat van de bedrijventerreinen is te vinden in de Paragraaf Grondbeleid.

3.554.000 309.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

 
 

Financiële verantwoording Programma 3 Economische zaken

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 3 Economische zaken
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 786.725 811.207 1.774.793 -963.586 0 0 -963.586
Baten 618.194 618.734 5.648.362 -5.029.628 0 0 -5.029.628

Taakveld 3.1 Economische ontwikkeling

Terug naar navigatie - Taakveld 3.1 Economische ontwikkeling
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 279.446 312.446 310.852 1.594 0 0 1.594
Baten 0 0 10.747 -10.747 0 0 -10.747

Taakveld 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

Terug naar navigatie - Taakveld 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 449.936 449.936 1.416.093 -966.157 0 0 -966.157
Baten 582.193 582.193 5.593.808 -5.011.615 0 0 -5.011.615

Taakveld 3.3 Bedrijfsloket- en regelingen

Terug naar navigatie - Taakveld 3.3 Bedrijfsloket- en regelingen
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 57.343 48.825 47.848 977 0 0 977
Baten 36.001 36.541 43.807 -7.266 0 0 -7.266

Programma 4 Onderwijs

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Onderwijsagenda (speerpunt 22)
We hebben samen met de gemeente Lingewaard en de gezamenlijke schoolbesturen in beide gemeenten de krimp in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs geïnventariseerd. Dit heeft geresulteerd in een transitieatlas voor het basis- en voortgezet onderwijs. Het koersdocument voor de kindvoorzieningen w.o. onderwijs met acties voor 2018 en verder hebben wij in december 2017 afgerond. We werken in het primair onderwijs bestuurlijk en ambtelijk met Lingewaard en het regionaal samenwerkingsverband voor passend onderwijs PassendWijs nauw samen aan de samenwerkingsthema’s tussen onderwijs en de gemeentelijke taken. Vanaf start schooljaar 2017-2018 is een verbeterd en getransformeerd Klein Casus Overleg (KCO) werkzaam. Ouderbetrokkenheid blijft een aandachtspunt. Wij evalueren na dit schooljaar (2018) of bijstelling van de huidige praktijk nodig is.


Wij hebben uw raad begin november over het Overbetuwse plan van aanpak Bestrijding Laaggeletterdheid geïnformeerd. We zijn inmiddels al aan de slag om met de kerngroep partners de verschillende activiteiten en projecten uit te voeren. Zo  zijn er vrijwilligers geworven voor de Voorleesexpress. Een programma waarbij kinderen worden voorgelezen waarmee hun taalontwikkeling versterkt. Hierin werkt de bibliotheek samen met Forte Welzijn. In februari 2018 heeft 'Betuwe on Stage' plaatsgevonden. Bij dit evenement zijn leerlingen van VMBO scholen uit de regio gekoppeld aan het bedrijfsleven om zo het beroepenveld te verkennen.

Huisvesting OBC (speerpunt 23)
In 2017 is op basis van een locatieonderzoek besloten dat de nieuwbouw voor het OBC zal plaatsvinden op de locatie de Vinkenhof te Elst. In 2018 zal worden doorgewerkt aan de planvorming van de nieuwbouw van het OBC en het omliggende openbare gebied.

Financiële verantwoording Programma 4 Onderwijs

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 4 Onderwijs


Wat heeft het programma 4 Onderwijs gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 5.983.733 6.051.406 5.989.939
Totaal baten 303.071 374.009 313.449
Saldo van baten en lasten - 5.680.662 - 5.677.397 - 5.676.491
Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   3.265  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     906


I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 4 Onderwijs   3.000 voordeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

10e begrotingswijziging 2017 TR3 - 2017
- verhoging budget leerlingenvervoer


143.000


N

 

10e begrotingswijziging 2017  TR3 - 2017
- verlaging budget peuterspeelzaalwerk


300.000


V

 
    157.000
voordeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   154.000 nadeel
    3.000 voordeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 4 Onderwijs   1.000 voordeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  87.000
voordeel
Nog toe te lichten
  86.000
nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting
116.000
N  
    116.000
nadeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   30.000 voordeel
    86.000 nadeel

 

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
4.2

Onderwijshuisvesting  nadeel € 116.000

Voordelen:
De post voor vergoeding gymonderwijs was te hoog geraamd. Dit leidt in 2017 tot een voordeel van 20.609. Deze mutatie is structureel.
- Nog niet volledig betaalde bijdrage aan SBO De Vlinderboom.  Dit voordeel van € 13.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat deze bijdrage wordt onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve).  Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 13.000 nadeel).


Nadelen:
- Hogere kapitaallasten vanwege het vertraagd vrijkomen van een grote bijdrage uit Westeraam. Aanvankelijk zou dat bedrag in 2012 worden ontvangen, maar dit is door vertraging van afwikkeling van dit complex uitgesteld tot eind 2017. In de staat van investeringen in de begroting is al wel rekening gehouden met de ontvangst van de bijdrage. Hier tegenover staat echter een onttrekking aan de bestemmingsreserve kapitaallasten Project Brede School (zie onderdeel “Toelichting reserves en voorzieningen” van deze jaarrekening). Per saldo is het een budgettair neutraal effect.
- Het Rijn IJssel College heeft in 2016 de huur opgezegd van een pand aan de Aamsestraat in Elst. In 2017 is er geen andere huurder gevonden waardoor er dus geen huurinkomsten zijn geweest.

Saldo diverse overige voor- en nadelen




21.000

13.000












6.000











94.000




62.000



S


I




I





I


I
  Totaal 40.000 156.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Met het structurele voordeel van € 21.000 is nog geen rekening gehouden in de Programmabegroting 2018. Zie onderdeel Analyse rekeningresultaat en structurele doorwerking naar 2018.

Financiële verantwoording Programma 4 Onderwijs

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 4 Onderwijs
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 5.983.733 6.051.406 5.989.939 61.467 -87.500 0 -26.033
Baten 303.071 374.009 313.449 60.560 0 0 60.560

Taakveld 4.1 Openbaar basisonderwijs

Terug naar navigatie - Taakveld 4.1 Openbaar basisonderwijs
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 14.557 14.557 14.557 0 0 0 0

Taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting

Terug naar navigatie - Taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 3.158.390 3.257.531 3.337.881 -80.350 30.000 0 -50.350
Baten 71.691 71.691 5.676 66.015 0 0 66.015

Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

Terug naar navigatie - Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 2.810.786 2.779.318 2.637.502 141.816 -117.500 0 24.316
Baten 231.380 302.318 307.772 -5.454 0 0 -5.454

Programma 5 Cultuur, sport en recreatie

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Aanleg kunstgrasveld buitensportvereniging (SC Valburg) (speerpunt 2)
Het kunstgrasveld bij SC  Valburg is een jaar eerder dan gepland aangelegd. Het veld is voor de start van het voetbalseizoen 2017/2018 opgeleverd.

Uitwerken kostendekkende tarieven accommodaties (speerpunt 3)
De notitie 'Inzicht en mogelijkheden kostprijs georiënteerde tarieven maatschappelijke accommodaties' is een van de bouwstenen voor onze visie op vastgoed. Het maakt daarom onderdeel uit van een totale samenhangende visie op vastgoed. Met de komst van het vastgoedbeheersysteem (en de koppeling met andere systemen) is er nu goed inzicht op de actuele cijfers. Omdat de pijlers uit de visie op vastgoed met elkaar te maken hebben is eerst aan de raad op 20 februari 2018 een besluitvormende nota over deze samenhang voorgelegd (onderdeel daarvan is oa de scenario ontwikkeling rond vastgoed, zie ook speerpunt 67 ). Daarna zullen deelnota's aan de raad worden voorgelegd.

Investeren in maatschappelijke voorzieningen Herveld-Andelst (speerpunt 4)
Door de architect is een voorlopig ontwerp opgesteld. Op basis hiervan wordt het bestemmingsplan gemaakt om de renovatie en nieuwbouw mogelijk te maken. De benodigde onderzoeken tbv het bestemmingsplan zijn afgerond. Het bestemmingsplan zal naar verwachting begin 2018 in procedure worden gebracht. Dit is iets later dan gepland. Dit is onder meer het gevolg van de doorlooptijd van de verschillende onderzoeken als ook de wijziging in het programma van De Hoendrik. Na verschillende gesprekken is geconcludeerd dat De Hoendrik niet de dagopvang van ouderen zal gaan organiseren die momenteel plaatsvindt in de Hoge Hof. Op basis van de ontwerpen voor de renovatie van De Hoendrik en nieuwbouw van het MFC is een kostenraming opgesteld. Op basis van deze raming heeft het college besloten om binnen het beschikbare budget van € 4 miljoen een bedrag van € 2,2 miljoen beschikbaar te stellen voor de renovatie van De Hoendrik. Dit betreft een taakstellend buget. De eerste doorrekening van het ontwerp voor de sportzaal laat zien dat deze binnen de gestelde financiële kaders kan worden gerealiseerd.

Visie zwembaden (speerpunt 5)
Er heeft een verkenning plaats gevonden van alle voor handen zijnde gegevens met betrekking tot de zwembaden. Daarna zal er een eerste ambtelijke/bestuurlijke afstemming plaatsvinden  met betrekking tot de verwachtingen en de kaders, mede gelet op de samenhang met de visie op vastgoed en het sportaccommodatiebeleid. Dit onderwerp zal na de verkiezingen (maart 2018) verder worden opgepakt.

Uitvoering visie bibliotheekfuncties (speerpunt 6)
Begin 2017 heeft uw rekenkamer een onderzoek gedaan naar de wijze waarop de gemeente de bibliotheek aanstuurt. De rekenkamer kwam met een aantal aanbevelingen voor verbetering. Op 24 oktober 2017 is de raad geïnformeerd over de manier waarop wij Bibliotheken op School willen ondersteunen. Op 31 oktober 2017 is de raad geïnformeerd over de manier waarop wij invulling geven aan de lessen uit het rekenkameronderzoek. Hierin hebben we de prestatieafspraken die wij aan de subsidie voor 2018 verbinden, opgenomen. Op 19 december is de raad geïnformeerd over de uitvoeringsagenda 2018. Vanuit onze aanpak laaggeletterdheid heeft ook OBGZ een rol. Onze aanpak is vastgelegd in een uitvoeringsplan laaggeletterdheid dat de raad via een raadsmemo op 24 oktober 2017 heeft ontvangen. 

Besparen op onderhoud sportaccommodaties (speerpunt 29)
Dit speerpunt wordt opgepakt in samenhang met speerpunt 3 (tarieven) en de uitwerking van de visie op vastgoed. Er zal sportaccommodatiebeleid worden opgesteld, waarin de uitgangspunten voor en een uitwerking van deze en andere onderwerpen in hun onderlinge samenhang worden weergegeven. Deze nota kan, na een zorgvuldig inspraaktraject met belanghebbenden, medio 2018 worden vastgesteld.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
Zie toelichting bij programma 2.

MFC Valburg (speerpunt 52)
Met het bestuur van de molenstichting is overeenstemming bereikt over de nieuwbouwplannen voor het MFC en project Molenzicht. Het betreft afspraken over de bouwhoogte en het stedenbouwkundig plan. Op basis van de gemaakte afspraken worden de plannen voor het MFC en Molenzicht verder uitgewerkt en in een bestemmingsplan opgenomen om de ontwikkelingen mogelijk te maken. Het bestemmingsplan wordt op 7 maart 2018 gepubliceerd en ligt dan 6 weken ter inzage. Met de huidige eigenaar van de grond zijn we tot overeenstemming gekomen over de overdracht van de voor het MFC benodigde grond. De Dorpsraad en omwonenden zijn geïnformeerd over het stedenbouwkundig plan Molenzicht, de uitkomst van de gesprekken met de molenstichting en de plannen voor het MFC. De plannen zijn positief ontvangen. Ten behoeve van een goede herinrichting van het openbaar gebied zal de woning gelegen aan het Molenhoekplein gesloopt moeten worden. Voor de herinrichting van het openbaar gebeid (Molenhoekplein e.o.) zijn nog geen financiële middelen beschikbaar gesteld. Voordat dit wordt uitgewerkt stellen we een projectplan op. De herinrichting van het openbaar gebied betreft een nieuw project.

Nota recreatie en toerisme (speerpunt 57)
De nota is in breed overleg met het werkveld/bedrijfsleven tot stand gekomen. De nota is vastgesteld in de gemeenteraad van 10 januari 2017. Voor de komende jaren zijn de actiepunten per jaar opgenomen. Dan wel individueel als gemeente Overbetuwe of in samenwerking met de gemeente Lingewaard. De uitvoering van de actiepunten 2017, muv de actiepunten die een langere looptijd hebben dan alleen het afgelopen jaar, is gerealiseerd.  In samenwerking met RBT KAN is een toeristisch beeldmerk ontwikkeld ‘Betuwe, dijk van een landschap’ waarmee de gemeenten Lingewaard en Overbetuwe zich als gezamenlijk toeristisch en recreatief gebied willen presenteren. Dit vond plaats tijdens een gezamenlijke bijeenkomst met de toeristische sector op 27 september.
Ook is in samenwerking met RBT KAN de ARA (Actieve Regio Ambassadeur) training opgezet. Deze onlinetraining is bestemd voor medewerkers binnen de recreatieve- en toeristische sector in Overbetuwe en Lingewaard. Met deze gratis training kan meer informatie worden opgedaan over het gebied en de toeristische highlights. Deze kennis kan gedeeld worden met bezoekers van dit gebied. Binnen het samenwerkingsverband Airborneregio(n) met Arnhem, Ede en Renkum zijn de eerste stappen gezet met de ontwikkeling van 1 gezamenlijk logo voor dit gebied.
Ten aanzien van herinneringstoerisme wordt gestreefd naar meer samenwerking om het Betuws verhaal van de Polen van Driel in september 1944 tot aan de bevrijding van de Betuwe in 1945 meer voor het voetlicht te brengen. Het eerste samenwerkingsverband tussen organisaties is tot stand gekomen in het herinneringsweekend ‘The Island’ van 13-14 en 15 oktober.

Landschapspark Park Lingezegen (speerpunt 58a)
Zie toelichting bij programma 8.

Sport in beeld (speerpunt 66)
Het Uitvoeringsdocument 2018 – 2020 is eind 2017 niet vastgesteld door het college. We streven naar een integrale sportnota, waarin de ‘harde’ met de ‘zachte’ kant verbonden wordt en waarin een duidelijke koppeling met duurzaamheid is, conform de moties die door de raad zijn aangenomen. Met de portefeuillehouder is afgesproken om dit aan het nieuwe college over te laten. De richting, inrichting en verrichting van Overbetuwebeweegt.nl zijn in 2017 aangepast n.a.v. een strategische heroriëntatie. De definitieve subsidies, aangepast aan de benodigde inzet, zijn inmiddels verleend. De provinciale subsidie voor het Vitaal Sportpark is ontvangen. In december 2017 hebben we een begin gemaakt met het ontwikkelplan Vitaal Sportpark De Pas.  Eind 2017 is de inzet van de Sportbus uitgebreid naar vier dagen per week tot het eind van schooljaar 2017/2018.

Visie op vastgoed (speerpunt 67)
In 2017 is het vastgoedbeheersysteem in gebruik genomen en zijn de wensen en behoeften van gebruikers en bewoners geïnventariseerd. Op basis van de indicatoren kostenefficiëntie, rol van de gemeente en het sturen op activiteiten zijn scenario's uitgewerkt. Samen met een beschrijving van de huidige situatie en een toekomstbeeld per kern is dit in een besluit aan de raad aangeboden.  Op 20 februari 2018 heeft de raad de Nota visie op vastgoed vastgesteld. In het bijbehorende raadsvoorstel is inzicht gegeven in ons vastgoed met informatie over o.a. de bouwkundige staat, de verhuur en leegstand en de kosten die wij maken. Het besluit informeert over de inhoudelijke en theoretische opzet en het voorkeursscenario. Het geeft ook een doorkijk hoe wij denken dat het maatschappelijk vastgoed er per kern uit zou kunnen zien over 10 jaar. In het betreffende scenario zijn de eerder vastgestelde pijlers uitgewerkt.

Nota kunst, cultuur en erfgoed (speerpunt 68)
De beleidsnota Kunst, Cultuur en Erfgoed loopt van 2017 tot en met 2020. Elk jaar zijn er actiepunten geformuleerd aan de hand van een 5-tal thema’s namelijk Media en Letteren, Cultureel Erfgoed, Archeologie en monumenten, Beeldende Kunst en Bouwkunst, Amateurkunsten en Cultuureducatie. De nota is vastgesteld door de gemeenteraad op 7 februari 2017. In 2017 is een aantal actiepunten uitgevoerd en-of voorbereid, zoals de actualisering van de archeologische waardenkaart.

Multifunctionele accommodatie (MFA) Randwijk (speerpunt 69)
Er is eind september 2017 een stichting opgericht; ‘De Haar’. De overeenkomst is medio december 2017 in concept aangeleverd aan de Stichting. De Stichting verwacht begin 2e kwartaal 2018 met een reactie te komen op de overeenkomst.  De stichting voert diverse onderzoeken uit waarmee het bestemmingsplan opgesteld kan worden. De onderzoeken zijn op enkele aanpassingen na, aangeleverd. De verwachting is dat het bestemmingsplan eind april in het college gebracht kan worden. De architect is bezig met een inrichtingsplan voor de omgeving van het nieuwe pand en werkt ook het pand nog verder uit. Het ontwerp wordt in maart aan de welstand gepresenteerd.

Maatschappelijke voorzieningen Zetten (speerpunt 75)
In oktober-december  2017 organiseerden wij een aantal sessies met daarbij ook deelnemers van de werkgroep Zicht op Zetten. Wij hebben een aantal  scenario’s verkend. Via een memo is de raad in december over dit proces geïnformeerd (dit vanwege het verzoek bij motie van 7 november 2017). Op 20 februari 2018 heeft de raad het scenario Wanmolen light aangenomen als uit te werken scenario met dien verstande dat bij amendement onderzocht zal worden of er 2 of 3 zaaldelen voor sport benodigd zijn. Momenteel wordt gewerkt aan een projectplan om deze uitwerking vervolg te geven.

Financiële verantwoording Programma 5 Cultuur, sport en recreatie

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 5 Cultuur, sport en recreatie


Wat heeft het programma Cultuur, sport en recreatie gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 6.883.520 7.168.148 7.084.717
Totaal baten 1.120.974 1.125.014  1.132.384
Saldo van baten en lasten - 5.762.546 - 6.043.134 - 5.952.333
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   - 280.588  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     90.801

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 5 Cultuur, sport en recreatie  

281.000

nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
 - geen wijzigingen > € 100.000 0    
    0
 
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   281.000 nadeel
    281.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 5 Cultuur, sport en recreatie   91.000 voordeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  27.000
voordeel
Nog toe te lichten
  118.000
voordeel 
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- geen taakvelden met verschillen > € 100.000 0    
    0
 
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   118.000 voordeel
    118.000 voordeel

B. Nadere toelichting op taakveld niveau
Geen nadere toelichting, omdat er geen taakvelden zijn met afwijkingen groter dan € 100.000.

Financiële verantwoording Programma 5 Cultuur, sport en recreatie

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 5 Cultuur, sport en recreatie
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 6.883.520 7.168.148 7.084.717 83.431 -15.000 0 68.431
Baten 1.120.974 1.125.014 1.132.384 -7.370 -42.000 0 -49.370

Taakveld 5.1 Sportbeleid en activering

Terug naar navigatie - Taakveld 5.1 Sportbeleid en activering
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 408.227 389.227 367.809 21.418 -22.000 0 -582
Baten 0 0 23.875 -23.875 0 0 -23.875

Taakveld 5.2 Sportaccommodaties

Terug naar navigatie - Taakveld 5.2 Sportaccommodaties
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 2.129.311 2.110.337 2.086.299 24.038 0 0 24.038
Baten 877.344 881.384 894.752 -13.368 0 0 -13.368

Taakveld 5.5 Cultureel erfgoed

Terug naar navigatie - Taakveld 5.5 Cultureel erfgoed
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 46.500 46.500 57.558 -11.058 0 0 -11.058
Baten 0 0 20.527 -20.527 0 0 -20.527

Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Terug naar navigatie - Taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 3.246.269 3.455.871 3.497.030 -41.159 57.000 0 15.841
Baten 243.630 243.630 178.199 65.431 -42.000 0 23.431

Programma 6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

In mei 2017 heeft de gemeenteraad het Beleidsplan Sociaal Domein 2017-2021 vastgesteld. Hiermee hebben we de richting beschreven, die we de komende jaren op het Sociaal Domein (WMO, Jeugdwet, Participatiewet en de lokale infrastructuur er omheen) in willen slaan. De uitvoering van het Beleidsplan valt uiteen in 45 actiepunten, die erop gericht zijn om participatie, zorg en ondersteuning dicht bij de inwoners, kwalitatief goed en betaalbaar te organiseren. Bovendien werken we aan de vergroting van de bereikbaarheid. We zullen hiertoe verder moeten bouwen aan een sterke lokale ondersteuningsstructuur met daarin veel aandacht voor preventie. De actiepunten lopen in de periode 2017 en 2018. In voorliggende verantwoording beperken we ons tot de zes speerpunten die in de Uitvoeringsagenda 2016-2018, en óók in het Beleidsplan Sociaal Domein, een plaats hebben gekregen.

Transformatieagenda (speerpunt 18)
De Transformatieagenda 2017-2019 is in januari 2017 door het college vastgesteld. Het doel van deze agenda is om met maatschappelijke partners en inwoners te werken aan onderwerpen die van groot belang zijn voor een toekomstbestendig Sociaal Domein. We hebben in de Transformatieagenda 2.0 vier thema’s benoemd: langer thuis wonen, preventie, algemene voorzieningen en afschalen zorg. Ieder thema heeft een andere aanpak nodig en zal tot een ander soort proces en uiteindelijk resultaat leiden.
- Voor het thema langer thuis wonen is in 2017 met partners gewerkt aan de projecten 'gelukkig thuis' en de 'domoticakoffer'. Het laatste project is complex vanwege de hoge ontwikkel- en uitvoeringskosten. In dit project is de gemeente een van de samenwerkende leden van het met externe partners samengestelde projectteam, waarbij haar rol zich toch ook als trekker laat definiëren. Onderzocht wordt of we dit project samen met de gemeente Lingewaard op kunnen pakken.
- Het thema afschalen van zorg  heeft een sterke samenhang met een aantal actiepunten uit het Beleidsplan Sociaal Domein. In het 4e kwartaal van 2017 hebben we onze partners MEE, STMR en Forte gevraagd en gestimuleerd om samen te werken aan een inhoudelijk meer integrale (subsidie-) opdracht met prestatieafspraken. In december hebben zij een offerte uitgebracht. Daarnaast is het project 'Right to Challenge' in het vierde kwartaal 2017 gestart. In november hebben we via het gemeentenieuws een oproep uitgedaan aan inwoners om met vernieuwende ideeën te komen.
- Binnen het thema ‘van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening’  is in 2017 een aantal projecten gestart. Bij al deze projecten werken we als gemeente in de rol van samenwerkende partner.
- Binnen het thema preventie is in 2017 invulling gegeven aan de projecten 'actief Ouderschap' en 'Integrale orthopedagogische gezinsondersteuning'. Daarnaast is in Q4 is het nieuwe taalmaatjesproject statushouders gestart.

Het Netwerk WWW & Zo heeft in november aangegeven om als netwerk met het thema eenzaamheid aan de slag te gaan. In deze pilot gaan we opgavegericht aan de slag en zal de gemeente de rol van faciliterende partner oppakken. Ten slotte zijn we in december 2017 met de raad in gesprek geweest over het thema Langer Thuis Wonen van de transformatieagenda. Dit deden wij samen met onze maatschappelijke partners en inwoners. De raad heeft aangegeven hierbij vooral op inhoud en minder op proces geïnformeerd te willen worden.

Kernteams: doorontwikkeling (speerpunt 60)
De gemeente Overbetuwe werkt inmiddels twee jaar met de Kernteams als onderdeel van de Toegang tot Zorg en Ondersteuning. De Kernteams werken volgens de uitgangspunten van de notitie ‘Werken met kernteams: leidende principes’ . Meer in het bijzonder hebben de kernteams zich in 2017, naast de reguliere cliëntcontacten die zij met inwoners hebben , in het bijzonder met de volgende thema’s beziggehouden:

1. het versterken van de lokale basisstructuur, onder andere door innovatieve algemene voorzieningen te realiseren;
2. het introduceren van nieuwe werkwijzen, zoals kortdurende begeleiding (van inwoners met ondersteuningsvragen) en nog meer aanwezigheid bij maatschappelijke activiteiten in de kernen;
3. het intensiveren van de samenwerking met het loket Samenleven, en in het verlengde daarvan,
4. het opnieuw afbakenen van werkzaamheden.
In 2017 is dus ingezet om de uitvoeringsaspecten, afgeleid van de notitie 'Leidende principes', uit te voeren en is er met alle vier de activiteiten al een begin gemaakt en zijn er verschillende ontwikkelingen volop in voorbereiding, zoals het ontwikkelen van nieuwe algemene voorzieningen.  In 2018 volgt er, naast deze uitvoeringsaspecten, ook een beleidsmatig 'toekomstbeeld' van het werken met kernteams. Dit doen we zogezegd bovenop de 'reguliere' uitvoering. De voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels ook gestart.

Arbeidsparticipatie: werk aan de winkel (speerpunt 62) en Lokaal alternatief Presikhaaf Bedrijven (speerpunt 72)
Arbeidsparticipatie 'Werk aan de winkel' is onderdeel van de transformatie en inmiddels een regulier onderdeel van onze werkzaamheden. Onder meer door een intensieve(re) samenwerking met het Werkgeversservicepunt (WSP) zijn we actief op zoek naar werkplekken voor onze inwoners die buiten het werkproces staan. In 2017 is, als onderdeel van de doelstelling 'iedere inwoner participeert naar vermogen' een training ontwikkeld waarmee inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt worden getraind en gestimuleerd om actief aan het werk te gaan. Voor hen voor wie regulier werk nog een te grote stap is bemiddelen we naar andere vormen van participatie. Het WSP speelt hier, vanuit haar kennis van de behoefte van de werkgevers, een actieve rol in. Bedrijven, op hun beurt, worden, mede door de account manager bedrijven, actief gewezen op de mogelijkheden die vanuit vergroten arbeidsparticipatie geboden worden.
M
.b.t. speerpunt 72: in 2017 is door de Raad besloten om geen lokaal alternatief voor Presikhaaf Bedrijven te ontwikkelen, maar mee te gaan in de (regionale) overgang naar Scalabor. Uitvoering van dit werkgelegenheidsproject is in 2018 gepland. Daarnaast zijn voor de uitvoering van een lokaal additioneel werkproject de voorbereidingen gestart.

Minimabeleid (speerpunt 63)
In 2017 zijn er extra financiële middelen beschikbaar gekomen voor de uitvoering van het minimabeleid. Die middelen worden besteed aan:

1.         De ophoging van de inkomensgrens voor de collectieve ziektekostenverzekering.
2.         Bijstelling van het marginale tarief om de eigen bijdrage WMO te beperken.
3.         Een eenmalige subsidie aan Stichting Noodfonds van de Overbetuwse diaconieën.
4.         Stichting Leergeld.
5.         Huiswerkbegeleiding.

De middelen zijn inmiddels besteed aan de betreffende doelen, met uitzondering van Huiswerkbegeleiding. De uitwerking hiervan gebeurt in 2018. Hierdoor wordt in 2017 een bedrag van
€ 30.000 niet besteed. Naast deze concrete maatregelen hebben we in 2017 ook het feitelijke gebruik van de Gelrepas middels een evaluatie bekeken. Ook hebben we bezien of de inkomensgrens (in aanvulling op maatregel 1), behalve voor de collectieve ziektekostenverzekering, ook voor andere minimaregelingen zou kunnen gelden. Bovendien namen we de stapeling van eigen bijdragen onder de loep (in aanvulling op maatregel 2). De aanbevelingen die uit deze inventarisaties naar voren komen, brengen we in 2018 ten uitvoer.

Integratie statushouders (speerpunt 71)
Alle statushouders met een uitkering zijn eind oktober 2017 door de klantmanagers in beeld gebracht. Vervolgens is er een begin gemaakt om hen te plaatsen op trajecten waardoor zij gaan participeren en integreren. 57 van de 180 statushouders zijn op een traject geplaatst tot eind december. Als dit goed loopt wordt er weer een stap gezet om alle statushouders op een passend participatietraject te plaatsen voor de zomer van 2018.
Het vraagt veel tijd en aandacht om de statushouders op traject te houden, het traject te monitoren en nieuwe plekken te vinden waar zij een traject kunnen volgen. Om de klantmanagers hierin te steunen, de gang in het proces te houden en uitval bij het volgen van de trajecten te beperken, zijn we sinds eind 2017 in gesprek met organisaties om te kijken wat zij aan inzet en ondersteuning (bijv. jobcoaching, begeleiding op de werk of vrijwilligersplek) kunnen bieden. Tenslotte worden de interne werkprocessen verbeterd en geoptimaliseerd.

Financiële verantwoording Programma 6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening


Wat heeft het programma Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 39.246.570 41.168.575 42.788.662
Totaal baten 10.132.232 10.212.814 10.157.704
Saldo van baten en lasten - 29.114.338 - 30.955.761 - 32.630.958
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   - 1.841.423  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     - 1.675.197

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 6  Sociale voorz. en maatschapp. dienstverlening   1.841.000 nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

1e begrotingswijziging 2017 PNL-post 27 - 2017
- eenmalige budget minimabeleid

 
250.000


N

 

4e begrotingswijziging 2017 TR1 - 2017
- hoger ontvangen BUIG-budget van het Rijk
- lagere decentralisatie-uitkeringen en WMO integratie uitkering


146.000
493.000


V
V

 

7e begrotingswijziging 2017 TR2 - 2017
- hogere decentralisatie-uitkeringen en WMO integratie uitkering
- reservering ontvangen middelen verhoogde asielinstroom

 
327.000
151.000


N
N

 

8e begrotingswijziging 2017 Raadsbesluit 19-07-2017
- toevoeging overschot 2016 aan 3D-budget 3D 2017 (bestemm. result. 2016)
- toevoeging overschot 2016 aan budget statushouders 2017 (best. res. 2016)

 
1.324.000

270.000


N

N

 

10e begrotingswijziging 2017  TR3 - 2017
- reservering ontvangen middelen verhoogde asielinstroom


155.000


N

 
    1.838.000
nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   3.000 nadeel
    1.841.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 6  Sociale voorz. en maatschapp. dienstverlening   1.675.000 nadeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  606.000
voordeel
    2.281.000
nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 479.000 V  
- Taakveld 6.3 Inkomensregelingen 169.000 N  
- Diverse producten 3D's
2.591.000 N
 
    2.281.000 nadeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   0 nadeel
    2.281.000 nadeel

 

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
6.1

Samenkracht en burgerparticipatie  voordeel € 479.000

Voordelen:
- In het Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom is afgesproken om zowel het partieel effect op het gemeentefonds door de extra rijksuitgaven aan eerstejaarsopvang als de extra middelen voor integratie en participatie van vergunninghouders aan gemeenten beschikbaar te stellen volgens het uitgangspunt ‘geld volgt vergunninghouder’. Via de Algemene Uitkering is in 2017 € 469.000 ontvangen voor de verhoogde asielinstroom partieel effect en participatie. Hiervan is € 43.000 besteed waardoor dus sprake is van een voordeel van € 426.000. Voorgesteld wordt om het restant van € 426.000 geoormerkt te storten in de algemene reserve en te gebruiken ter dekking van uitgaven hiervoor in 2018. Zie hiervoor het onderdeel bestemming rekening resultaat.
- Meer baten Secretarieleges kinderopvang
- Minder uitgaven ten behoeve van de  kinderopvang (o.a. Brede School)
- Minder uitgaven algemeen maatschappelijk en sociaal cultureel werk

Nadelen:
- Meer lasten welzijnsorganisaties

Saldo diverse overige voor- en nadelen

 

 

426.000





11.000
21.000
44.000




15.000















38.000

 




I





I
I
I


I

I
  Totaal 517.000 38.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.


B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
6.3

Inkomensregelingen  nadeel € 169.000

Voordelen:
- Niet geraamde verhoging van het bedrag aan openstaande bijstandsvorderingen.

Nadelen:
- Niet geraamde storting in de voorziening dubieuze debiteuren sociale zaken op grond van een geactualiseerde onderbouwing van de voorziening per 31 december 2017. De grote storting komt doordat het percentage inbaar (opgevraagd bij Cannock Chase) veel lager is dan vorig jaar (20% t.o.v. 33%).

Saldo diverse overige voor- en nadelen




303.000






469.000



3.000



I


I



I
  Totaal 303.000 472.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.


Taakvelden Sociaal Domein (3D's)
De taakvelden die deel uitmaken van het totale 3D-budget worden niet afzonderlijk toegelicht.  Op basis van de destijds beschikbare informatie en ervaringen uit voorgaande jaren werd bij het opstellen van TR4-2017 een overschot verwacht van € 1.102.000. Werkelijk is sprake van een nadeel van € 1.489.000. Dit betekent dus een nadelige afwijking van € 2.591.000 ten opzichte van TR4-2017.

De belangrijkste oorzaak van de toename van de kosten zit in de toename van de vraag naar jeugdzorg (Zorg In Natura). Deze kostentoename van jeugdzorg zit voor een groot deel in een toename van de duur en de zwaarte van de zorg en voor een kleiner deel in een toename van het aantal jeugdzorgcliënten. We zien deze toename op vrijwel alle soorten van de jeugdzorg. Dit is een landelijke trend en dit beeld wordt ook bevestigd door de zorgaanbieders waar we mee werken.

De toename aan zorgkosten wordt voor een klein deel opgevangen door een toename in de integratie-uitkeringen jeugdzorg:

Rijksintegratie uitkering jeugd in € per jaar               

2015

€ 9.3 mln

2016

€ 10.3 mln

2017

€ 11,1 mln

 

Tegenover een toename in jeugdzorgkosten:

Zorgvraag in Overbetuwe: jeugdzorg in € per jaar               

2015

€ 10,9 mln

2016

€ 10,7 mln

2017

€ 12,8 mln



Een deel van de gestegen zorgkosten krijgen we later alsnog uitgekeerd in het kader van de compensatieregeling Jeugdzorg. Het gaat hierbij om jeugdzorg met voogdijmaatregel en doorlopende jeugdzorg voor 18 jarigen en ouder. Eén van de zorgaanbieders van voogdijzorg, waar we een sterke stijging van de voogdijzorg zien, is de OG Heldringstichting. We zijn verplicht om de zorg voor voogdij-jeugdigen van deze instelling te betalen vanwege de rechterlijke machtiging voor deze zorg en de doorwerking van het woonplaatsbeginsel. Maar deze extra zorgkosten voor voogdij-jeugdigen worden gecompenseerd op basis van het historisch verdeelmodel van het landelijk Jeugdzorgbudget en in 2019 door het Rijk aan ons uitgekeerd. Dit gaat om circa € 800.000.


In de Jeugdwet is geregeld dat (huis)artsen, gecertificeerde instellingen en rechters jeugdzorg mogen toewijzen en dat de gemeente deze zorg moet betalen. Wij krijgen deze zorg in beeld op het moment dat de zorgaanbieder een cliënt bij ons aanmeldt; bij deze aanmelding is de hoogte van de zorgkosten nog niet volledig bekend. Wij zijn als gemeente afhankelijk van de melding door de zorgaanbieder; vóór deze aanmelding van deze zorg is deze zorg bij ons niet bekend en kunnen wij deze zorg niet voorzien. De afwijking voor de jeugdzorgkosten in de Jaarrekening 2017 opzichte van TR4 - 2017 is ontstaan doordat er nog veel niet voorziene zorg alsnog gefactureerd is in de laatste maanden van 2017 (na opstellen TR4).

Eén van middelen om meer grip op te krijgen op de zorgmeldingen is het werken met het digitale berichtenverkeer, waarin de gegevensuitwisseling over de zorgmelding tot en met de facturering digitaal is georganiseerd. Het berichtenverkeer biedt de mogelijkheid om het proces van aanmelden en facturatie te versnellen en te vereenvoudigen. Zowel Overbetuwe als de meeste andere zorgaanbieders en gemeenten, zijn in 2017 volledig op het berichtenverkeer overgegaan. Deze nieuwe werkwijze heeft in eerste instantie geleid tot veel afkeur en het op een later moment herstellen van facturen die niet voldeden aan de voorwaarden van het berichtenverkeer. Een gevolg is dat veel van deze afkeur later, met een piek in de laatste maanden van 2017 en ook na afloop van het jaar, alsnog correct is ingediend door de zorgaanbieders. Door de afkeur van facturen zaten we in TR4 - 2017 te laag met de prognose voor de jeugdzorgkosten voor heel 2017. Jeugdzorgfacturen zijn vaak hoge bedragen en deze werken fors door in het verschil tussen TR4 - 2017 en de Jaarstukken 2017.

Na het inrichten van het berichtenverkeer wat in 2017 grotendeels is geïmplementeerd wordt er in 2018 verder gewerkt aan het inrichten van ons systeem om dit beter aan te laten sluiten op de mogelijkheden die het berichtenverkeer geeft. Hierdoor kan er een betere inschatting van de totale zorgkosten worden gemaakt.

Financiële verantwoording Programma 6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 6 Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 39.246.570 41.168.575 42.788.662 -1.620.087 148.100 0 -1.471.987
Baten 10.132.232 10.212.814 10.157.704 55.110 -46.000 0 9.110

Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

Terug naar navigatie - Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 4.007.097 4.391.378 3.838.195 553.183 -39.000 0 514.183
Baten 701.243 675.515 790.557 -115.042 0 0 -115.042

Taakveld 6.2 Wijkteams

Terug naar navigatie - Taakveld 6.2 Wijkteams
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 2.088.073 2.682.073 2.438.280 243.793 0 0 243.793
Baten 100.000 0 28.521 -28.521 0 0 -28.521

Taakveld 6.3 Inkomensregelingen

Terug naar navigatie - Taakveld 6.3 Inkomensregelingen
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 10.532.260 11.032.674 11.310.656 -277.982 -130.000 0 -407.982
Baten 8.397.636 8.580.636 8.773.229 -192.593 -46.000 0 -238.593

Taakveld 6.4 Begeleide participatie

Terug naar navigatie - Taakveld 6.4 Begeleide participatie
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 4.914.535 4.937.845 5.268.268 -330.423 317.100 0 -13.323
Baten 0 23.310 0 23.310 0 0 23.310

Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie

Terug naar navigatie - Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 554.256 974.256 962.823 11.433 0 0 11.433

Taakveld 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)

Terug naar navigatie - Taakveld 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 1.069.298 1.244.298 1.142.837 101.461 0 0 101.461
Baten 0 0 25.789 -25.789 0 0 -25.789

Taakveld 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

Terug naar navigatie - Taakveld 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 7.066.360 6.891.360 4.980.396 1.910.964 0 0 1.910.964
Baten 933.353 933.353 539.608 393.745 0 0 393.745

Taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

Terug naar navigatie - Taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 7.746.273 7.746.273 12.013.694 -4.267.421 0 0 -4.267.421

Taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18-

Terug naar navigatie - Taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18-
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 1.268.418 1.268.418 833.513 434.905 0 0 434.905

Programma 7 Volksgezondheid en milieu

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Integrale veiligheid (speerpunt 9)
Zie toelichting bij programma 1.

Routekaart duurzaamheid (speerpunt 20)
De routekaart Duurzaamheid is voorbereid met stakeholders uit de samenleving en is in februari 2017 door de raad vastgesteld. De kaart geeft ons de handvatten, samen met enthousiaste partners uit de samenleving, om de komende periode meters te maken op dit thema. Twee initiatieven die een substantiële bijdrage leveren aan de gestelde doelen uit de Routekaart, dienen zich nu aan om versneld uitgevoerd te worden. Voor het project WATBETERS heeft een verkenning plaatsgevonden naar het draagvlak bij scholen en het potentieel en technische mogelijkheden van beschikbaar en benodigd dakoppervlak voor het plaatsen van zonnepanelen. De uitrol van project WATBETERS geschiedt per kern en is gepland in april-mei 2018. 
Voor project 'bedrijventerreinen positief' is inmiddels de financiering rond, zijn alle voorbereidende werkzaamheden afgerond en heeft de kick off plaatsgevonden. Daarnaast heeft een verdere professionalisering van het loket Duurzaam Wonen Plus plaats gevonden en is een subsidie toegezegd voor het opleiden van energiecoaches zodat een wijk- en doelgroepgerichte aanpak kan plaatsvinden.

Realiseren taakstellingen samenwerkingsverbanden / GGD (speerpunt 24 en 25)
Uit de jaarrekening 2014 van VGGM blijkt dat er sprake is van een structureel voordeel van € 54.000. Dit voordeel is voornamelijk gerealiseerd door de regionalisering van de brandweer. Voorstel is om vanaf 2018 € 27.000 van het structurele voordeel aan te wenden voor het realiseren van de taakstelling samenwerkingsverbanden. Tevens zijn diverse besparingen gerealiseerd op de diverse budgetten van de GGD.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
Zie toelichting bij programma 2.

Uitvoeren onderzoek wonen onder hoogspanningskabels (speerpunt 53)
Zie toelichting bij programma 8.

Uitvoeringsprogramma handhaving (speerpunt 65)
Het Uitvoeringsprogramma Handhaving 2017 samen met het Jaarverslag fysieke leefomgeving 2014-2016 en het ODRA Werkprogramma 2017 zijn door B&W op 17 juli 2017 vastgesteld en ter kennisname aan de raad gebracht. Daarmee werd dit speerpunt afgerond.

Dijkverlegging en-verhoging (speerpunt 78)
Door klimaatverandering krijgen we te maken met hogere waterstanden. De dijk voldoet nu niet aan de normering. Vrijwel de gehele Waaldijk in Overbetuwe moet hierom worden versterkt. Waterschap Rivierenland heeft als kerntaken het zorgen voor veilige dijken en gaat het project uitvoeren. Het project heeft een looptijd van circa 8 jaar en doorloopt een drietal fasen: een verkenningsfase (2015-2018), een planfase (2018-2020) en een realisatiefase (2020-2023). De dijkverlegging Oosterhout is in het Deltaprogramma opgenomen in de periode 2030-2050.  Het al dan niet doorgaan van de dijkteruglegging is afhankelijk van de actualisatie van de voorkeursstrategie van het Deltaprogramma, financiering en de resultaten van de verkenning die nu wordt uitgevoerd voor de dijkteruglegging. In augustus 2018 zal er hierover duidelijkheid komen.

Financiële verantwoording Programma 7 Volksgezondheid en milieu

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 7 Volksgezondheid en milieu


Wat heeft het programma Volksgezondheid en milieu gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 8.476.006 15.975.306 15.837.923
Totaal baten 8.306.840 8.748.711 8.467.841
Saldo van baten en lasten -169.166 - 7.226.595 - 7.370.082
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   - 7.057.429  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     - 143.487

 

 I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma  7 Volksgezondheid en milieu   7.057.000  nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

10e begrotingswijziging 2017 TR3 - 2017
- positief resultaat jaarrekening 2016 VGGM

 
132.000


V

 

10e begrotingswijziging 2017 TR3 - 2017
- extra budget uitvoering afvalplan
- lagere inkomsten afvalinzameling


99.000
144.000


N
N

 

11e begrotingswijziging 2017 raadsbesluit 04-12-2017
- storting vrijval algemene reserve in voorziening riolering



6.800.000



N

 

 

  6.911.000 nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   146.000 nadeel
    7.057.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 7 Volksgezondheid en milieu   143.000  nadeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  56.000
 nadeel
Nog toe te lichten
  87.000
 nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- geen taakvelden met verschillen > € 100.000 0    
    0
 
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   87.000 nadeel
    87.000 nadeel

B. Nadere toelichting op taakveld niveau
Geen nadere toelichting, omdat er geen taakvelden zijn met afwijkingen groter dan € 100.000.

Financiële verantwoording Programma 7 Volksgezondheid en milieu

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 7 Volksgezondheid en milieu
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 8.476.006 15.975.306 15.837.923 137.383 -13.900 0 123.483
Baten 8.306.840 8.748.711 8.467.841 280.870 -49.500 -20.000 211.370

Taakveld 7.1 Volksgezondheid

Terug naar navigatie - Taakveld 7.1 Volksgezondheid
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 1.271.554 1.271.554 1.285.993 -14.439 0 0 -14.439
Baten 0 131.800 131.912 -112 0 0 -112

Taakveld 7.2 Riolering

Terug naar navigatie - Taakveld 7.2 Riolering
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 2.422.080 9.242.080 9.057.496 184.584 0 0 184.584
Baten 3.537.394 3.537.394 3.292.174 245.220 0 0 245.220

Taakveld 7.3 Afval

Terug naar navigatie - Taakveld 7.3 Afval
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 3.495.766 4.107.766 4.189.228 -81.462 0 0 -81.462
Baten 4.698.067 5.007.067 4.962.292 44.775 -49.500 0 -4.725

Taakveld 7.4 Milieubeheer

Terug naar navigatie - Taakveld 7.4 Milieubeheer
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 1.227.945 1.295.245 1.237.381 57.864 -23.900 0 33.964
Baten 0 0 28.351 -28.351 0 0 -28.351

Taakveld 7.5 Begraafplaatsen

Terug naar navigatie - Taakveld 7.5 Begraafplaatsen
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 58.661 58.661 67.826 -9.165 10.000 0 835
Baten 71.379 72.450 53.112 19.338 0 -20.000 -662

Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Woonagenda (speerpunt 19)
Op 7 februari 2017 is de Woonagenda 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. De woonagenda is het resultaat van een vernieuwend en inspirerend proces. Hierin ligt een visie vast die inzicht geeft in de belangrijkste woonvraagstukken en beleidskeuzes. Tegelijkertijd is het een uitvoeringsgerichte agenda waar we samen met onze partners mee aan de slag gaan. Daarom is er in het proces veel aandacht voor samenwerking met andere partijen en verwachten we ook van onze partners dat ze zich verbinden aan thema’s op de woonagenda. Het afgelopen jaar is gewerkt aan de uitvoering van de verschillende thema's van de Jaaragenda 2017, zoals bijvoorbeeld:
- het project 'doorstroming', om scheefwoners te verleiden om door te stromen van huur naar koop;
- het project Langer Thuis Wonen, om inwoners in de gelegenheid te stellen zo lang mogelijk veilig en comfortabel zelfstandig te kunnen blijven wonen;
- de prestatieafspraken met de corporaties, om zo goed mogelijk invulling te geven aan de gezamenlijke volkshuisvestelijke opgave vanuit de Woonagenda met een nadrukkelijk accent voor beschikbaarheid en betaalbaarheid, duurzaamheid, wonen met zorg en leefbaarheid.
Begin 2018 worden de resultaten van de in de Jaaragenda Wonen 2017 omschreven doelen geëvalueerd en geactualiseerd in de Jaaragenda Wonen 2018.

Gelderse corridor (speerpunt 50)
Onder leiding van de provincie werken we in Knoop 38 aan een Gebiedsvisie en een gebiedsprogramma (als onderdeel van de totale provinciale gebiedsopgave Gelderse Corridor).
De gebiedsvisie Knoop 38 brengt alle verschillende initiatieven in het gebied (waaronder het provinciale initiatief voor de Railterminal Gelderland) tot een samenhangend geheel met als doel het borgen van de ruimtelijke kwaliteit en verbeteren van de leefbaarheid. Op basis van de resultaten die dit proces heeft opgeleverd en gezien de meerwaarde die voor de gemeente Overbetuwe te behalen is uit de samenwerking met de provincie Gelderland bij de integrale gebiedsontwikkeling rond de Railterminal Gelderland, heeft het college aan de raad voorgesteld in te stemmen met een grondhouding ‘ja, mits’ ten aanzien van integrale gebiedsontwikkeling Knoop 38 en Railterminal Gelderland. Dit onder de voorwaarde dat de gestelde ‘Kaders Knoop 38 | Railterminal Gelderland’ deel uitmaken van de afspraken over het gebiedsproces in een nog af te sluiten overeenkomst met de provincie Gelderland.
Op 24 oktober 2017 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over kaderstelling ten aanzien van Knoop 38 en de Railterminal Gelderland. Op 31 oktober 2017 heeft het college van GS besloten over (locatie en ontsluiting van) de railterminal. 
In januari 2018 hebben wij en GS ingestemd met de overeenkomst waarin we afspraken met de provincie maken over de samenwerking in het uit te voeren gebiedsprogramma Knoop 38.

Het gebiedsprogramma Knoop 38 moet (programmatisch) realistisch uitgevoerd kunnen worden. PS heeft besloten tot een financiële reservering voor de Gelderse corridor à € 35 miljoen, met Knoop 38 als 'prioritair project'. Naast geld dat direct gelabeld is aan het project railterminal, wil de provincie ook bijdragen aan het omliggende gebied. Dat doen ze door inpassing van de railterminal en ontsluiting. Maar ook door € 4,5 miljoen beschikbaar te stellen voor maatregelen die conform Gebiedsvisie bijdragen aan leefbaarheid in het omliggende gebied. En € 2 miljoen te reserveren voor afslag 38. Daarnaast is de gemeente het eens met de initiatiefnemers van de windturbines op Park15 over een jaarlijkse bijdrage aan een fonds ten behoeve van leefbaarheidsmaatregelen in het gebied. Een en ander kan geconcretiseerd worden in de uit te werken overeenkomst(en).

Het gebiedsproces Knoop 38 is ingebed in de provinciale gebiedsopgave Gelderse corridor. Gelderse corridor en Logistics Valley zijn qua governance ineen geschoven. Vanuit deze Triple-Helix werken de overheden, bedrijven en kennisinstellingen door aan een programma met een dynamische uitvoeringsagenda met projecten in 2017 en de komende jaren. Partijen in de logistieke hotspot rondom Knoop 38 (Park15, De Grift) dragen hieraan bij in uitvoering. Zo is deelname aan de Provada (vastgoedbeurs) geregeld ter profilering van de regio. Begin maart is een Dag van de Logsitiek op Bijsterhuizen georganiseerd vanuit LEC Nijmegen waar wij als gemeente deel van uit maken. Deze dag was gericht op scholieren omdat de Logistieke sector kampt met een tekort aan arbeidskrachten. Samen met de provincie is een programmaorganisatie van start gegaan van waaruit de diverse projecten rond Knoop38 worden gecoördineerd. Deze coördinatie wordt voor beide partijen uitgevoerd door de gemeente. Een omgevingsmanager voor het gebied is inmiddels aangesteld.

Omgevingsvisie (speerpunt 51)
Zie toelichting bij programma 2.

Uitvoeren onderzoek wonen onder hoogspanningskabels (speerpunt 53)
Het onderzoek naar wonen onder hoogspanningskabels is afgerond. In de gemeente komen 8 woningen in aanmerking voor de uitkoopregeling voor woningen gelegen onder hoogspanningskabels. De eigenaren van 2 woningen hebben zich inmiddels bij de gemeente gemeld. Met die eigenaren zitten we nu in de fase van het laten taxeren van hun woning (en eventueel grond), waarna overgegaan kan worden tot aankoop en herbestemming van de aangekochte grond. Het krediet van € 50.000 voor het uitvoeren van een ‘haalbaarheidsstudie verkabeling hoogspanningslijnen’ is tot op heden niet besteed en blijft beschikbaar.
Het wetsvoorstel Voortgang Energietransitie (VET) is behandeld in de 2e kamer. In het wetsvoorstel wordt verkabeling en verlegging van bestaande hoogspanningsverbindingen geregeld. De algemene maatregel van bestuur waar in het wetsvoorstel naar wordt verwezen en waar de decentrale bijdrage nader in wordt uitgewerkt moet nog voor behandeling naar de 1e en 2e kamer. We wachten op nadere berichtgeving vanuit het rijk.

Elst centrum (speerpunt 54)
Het project is binnen de planning gerealiseerd. De nazorgfase wordt in Q1 2018 afgerond. Daarin is de verbetering van de verkeersveiligheid een speerpunt.
Herinrichting openbaar gebied
De herinrichting van het openbaar gebied is in opdracht van gemeente uitgevoerd door externe partijen. De directievoering is door gemeente Overbetuwe zelf uitgevoerd. Met de grondeigenaren van de ontwikkellocaties zijn of worden overeenkomsten gesloten voor ontwikkeling conform het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan en Nota van Uitgangspunten.
De herinrichting van het openbaar gebied is in vijf fasen uitgevoerd. Hiermee hebben de Dorpsstraat en aanliggende straten een nieuw rioolstelsel en moderne uitstraling gekregen. In het najaar 2017 is onderzocht en vastgesteld dat de gewenste aanpassingen in de openbare ruimte, en buiten de scope van het project vallen, gerealiseerd kunnen worden binnen de beschikbare middelen. Eind Q3 van 2017 is op verzoek van de gemeenteraad, een onderzoek naar verkeersveiligheid afgerond. In Q4 is het eindrapport aan de raad voorgelegd. In dezelfde periode ontstond ook de wens om het Romeinse badhuis in de Dorpstraat herkenbaar te maken. Beide onderdelen gaan buiten de scope van het oorspronkelijke project. Het college heeft besloten om € 90.000 extra krediet beschikbaar te stellen t.b.v. de gedeeltelijke aanpassing van de parkeerplaatsen aan de oostzijde van de Dorpsstraat en voor de archeologische vondst. In de fase van afronding van het project is tevens de gelegenheid ontstaan grond te verwerven zodat een passage tussen Europaplein en Werenfriedplein gerealiseerd kan worden. De verwerving en realisatie vindt plaats binnen de beschikbare budgetten. Het budget voor de fasen in 2013 t/m 2017 bedroeg (netto na aftrek van subsidies en bijdragen) € 4.065.000. De laatste activiteiten binnen het project (m.u.v. van de kosten voor het verkeersonderzoek en het onderdeel Badhuis) kunnen binnen het budget worden
gerealiseerd.
Ontwikkellocaties
Europaplein Noord (44 appartementen met commerciële ruimte), Valburgseweg (Albert Heijn, commerciële ruimten en parkeerdek) en Sint Maartenstraat (21 appartementen) en Irenestraat (10
zorgappartementen) zijn afgerond. De bestemmingsplanprocedures voor de ontwikkellocaties Europaplein Zuid (15 appartementen) en Irenestraat (beschut wonen) worden aan de raad ter vaststelling aangeboden waarna realisatie in 2018 kan plaatsvinden.

Heteren Centrum (speerpunt 55)
Over de planning en fasering van het Dorpsplein, Liefskenshoek en Flessestraat hebben gesprekken plaatsgevonden die tot een aanpassing in de planning leiden. Ambtelijk is overeenstemming bereikt over de hoofdlijnen van de aanpassingen van het plan. Deze aanpassingen zijn in maart 2017 door B&W geaccordeerd. Op basis van het collegebesluit is een actualisatie van de overeenkomst tussen Artica en de gemeente uitgevoerd. In de tweede helft van 2017 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de vestigingsmogelijkheden van een Lidl in combinatie met Kruidvat. Helaas heeft dit niet tot resultaat geleid. Hierdoor is de ondertekening van de samenwerkingsoverovereenkomst met Artica verschoven naar begin 2018. Rond de jaarwisseling is er vanuit de Dorpsraad en ondernemers commotie ontstaan over de aanpassing van de plannen en de bijbehorende overeenkomst. Dat heeft geleid tot een RTG op 6 februari 2018. De ondertekening van de overeenkomst is hierdoor verder vertraagd.
Op verzoek van de Dorpsraad is gekeken naar de mogelijkheid om de hele herinrichting van de Flessestraat te voorzien van klinkerbestrating. De meerkosten hiervan bedragen naar verwachting ongeveer € 70.000. Dit bedrag is tot dusver niet in de grondexploitatie opgenomen. Een besluit hieromtrent zal samen met het vaststellen van de nieuwe overeenkomst door B&W in Q2 2018 worden genomen.

Schil Zetten – Hemmen (speerpunt 56)
Voor de Schil Zetten Hemmen is een planprocedure gestart voor de realisatie van de algemene begraafplaats. Mede op basis van de burgerparticipatie en visiekaart 'schilplan Zetten-Hemmen' is een overeenkomst met de initiatief nemende partij SLF gesloten voor de realisatie van een begraafplaats (inclusief parkeerplaats en ontsluiting), openluchttheatertje, woongebouw Molenstraat, haventje nabij pannenkoekenhuis en legalisatie van de parkeerplaats nabij het pannenkoekenhuis. De initiatiefnemer heeft in mei 2017 de gevraagde informatie aangeleverd voor de procedure van het bestemmingsplan. Nadat aanvullende informatie is ontvangen, is de procedure in voorbereiding genomen en zijn de benodigde onderzoeken uitgevoerd. Verwachting is dat het definitieve bestemmingsplan in Q2 2018 in procedure wordt gebracht, waarna realisatie zal plaatsvinden. Het eindresultaat is een landschappelijke bufferzone tussen de kern Zetten en landgoed Hemmen.

Landschapspark Park Lingezegen (speerpunt 58a)
De inrichting van de basisuitrusting wordt volgens planning eind 2018 opgeleverd. Ook de gronden dienen dan in eigendom van de gemeente Overbetuwe te zijn. De raad van de gemeente Overbetuwe heeft in haar brief van juni 2017, gericht aan het Algemeen Bestuur van Park Lingezegen, de voorkeur uitgesproken voor aankoop gronden door de grondgebiedgemeenten. De periode tot december 2017 is gebruikt om besluitvorming door het AB mbt aankoop gronden voor te bereiden. In samenspraak met de Parkorganisatie zijn een drietal scenario's uitgewerkt.
1. Aankoop grond door de Parkorganisatie
2. Aankoop grond door de grondgebiedgemeenten
3. Aankoop grond door SBB.
Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur in november 2017 is door alle partijen, met uitzondering van de gemeente Arnhem de voorkeur uitgesproken voor optie 2, aankoop door de  grondgebiedgemeenten, mits het beheer voor de toekomst goed geborgd is. In december 2017 heeft het college een besluit genomen om de provinice voor te stellen de gronden binnen Park Lingezegen aan te kopen en de benodigde middelen beschikbaar te stellen op basis van de programmabegroting 2018 en samen met de parkorganisatie een scenario uit te werken over de beheerorgansiatie na 2019. Ook de GR zal moeten worden aangepast. De nieuwe cq gewijzigde GR zal voor 1 januari 2019 door de raden van de betrokken partijen moeten zijn vastgesteld.

Landschapspark De Danenberg (speerpunt 58b)
Met initiatiefnemer is in het verleden een “hoofdlijnenovereenkomst” gesloten. Deze overeenkomst benoemde de gezamenlijke inzet voor onderzoek naar een haalbare parkontwikkeling. Belangrijkste onderdeel daarin is de koppeling in de uitvoering van de gegarandeerde en niet-gegarandeerde plandelen, een goede verevening tussen groen en rood ontwikkeling. Voor de gemeente is het van belang dat ten opzichte van de roodfuncties in het landschapspark (zijnde ca 40 woningen die nodig zijn om de groen- en landschapselementen te realiseren), in voldoende mate sprake is van landschapsontwikkeling en dat er daadwerkelijke garanties zijn voor de realisatie van een landschapspark. Hierover zijn we momenteel met de initiatiefnemer in gesprek. Onderdelen van deze besprekingen zijn deze verhouding, de garantie op de landschapesontwikkeling en mogelijke fasering van de uitvoering.
Om het maatschappelijk draagvlak op voorhand af te tasten is het voorontwerp bestemmingsplan, op basis van het voorlopige ontwerp, in de zomer 2017 ter inzage gelegd en tevens aan de omwonenden gepresenteerd. Naar aanleiding van de ontvangen reacties van omwonenden is voor twee deelprojecten een ontwerpatelier gehouden, waarin we samen met omwonenden en betrokken partners deelgebieden hebben uitgewerkt. Deze input wordt momenteel verwerkt in een definitief ontwerp waarbij de hiervoor genoemde onderdelen (verhouding rood/groen en fasering) belangrijke kaders zijn. We werken immers gezamenlijk aan de realisatie van een daadwerkelijk Landschapspark en niet naar de realisatie van “woningen in het groen”. De initiatiefnemer heeft dit gemeentelijk signaal goed begrepen en heeft de handschoen opgepakt om deze garantie aan de gemeente voor te leggen. Aan de hand daarvan kan worden afgewogen of en welke vervolgstappen kunnen worden gezet en of het ontwerpplan alsnog definitief kan worden gemaakt.
De vervolgstappen zien daarnaast ook op de borging van de financiële afspraken, Tot nu toe zijn de gemeentelijke kosten voorgefinancierd. Aan de hand van de garanties voor groenontwikkeling i.r.t. de overeen te komen fasering, dienen de privaatrechtelijke afspraken te worden geactualiseerd. Deze actualisatie dient vooraf te zijn gegaan aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan.

Extra huisvesting statushouders en eigen inwoners (speerpunt 59)
De huisvesting van statushouders gebeurt hoofdzakelijk door de in Overbetuwe aanwezige woningbouwcorporaties. Om er voor te zorgen dat de wachttijden voor sociale woningbouw in Overbetuwe niet verder oplopen is besloten om in 2017 in ieder geval 20 tijdelijke woningen te bouwen op de Vinkenhof in Elst. De omgevingsvergunning met de ontheffing met betrekking tot de huidige bestemming is verleend. In 2017 diende de gemeente behalve de reguliere taakstelling ook de achterstand van 2016 in te vullen. Daarbij was met de toezichthouder, zijnde de provincie de afspraak gemaakt dat de gemeente de achterstand voor 1 oktober 2017 zou inlopen. Dat is gelukt, wat door de provincie schriftelijk is bevestigd. Per 1 januari 2018 zijn er zelfs 10 statushouders meer dan de taakstelling gehuisvest.

Ontwikkeling Vinkenhof: De gemeente ontwikkelt in samenwerking met Vivare 20 tijdelijke woningen op de locatie Vinkenhof. De gemeente is o.b.v. een gesloten samenwerkingsovereenkomst verantwoordelijk voor het faciliteren van de planologische regeling en de aanleg van het openbaar gebied. Er loopt momenteel een afwijkingsprocedure bestemmingsplan om medewerking te kunnen verlenen voor de omgevingsvergunning aan Vivare. Hiertegen zijn door de omgeving bezwaren ingediend. De bezwarencommissie doet hierover in Q1 een uitspraak. Er heeft in 2017 een scopewijziging op het plan aan de Vinkenhof plaatsgevonden. Dit betrof de verlegging van de ontsluiting, ter tegemoetkoming aan de wensen uit de omgeving. Op 14 maart 2017 heeft de gemeenteraad een krediet van € 315.000 verleend voor het bouw- en woonrijp maken van locaties voor tijdelijke woningbouw te Elst en Zetten. Vooralsnog worden in Zetten geen woningen gebouwd. Dit betekent een vrijval van € 103.000. Hierdoor bleef er een bedrag van € 212.000 over voor de realisatie van de woningen aan de Vinkenhof.

Land van Tap, 2e fase (speerpunt 73)
Het project wordt eind Q1-2018 opgestart en aansluitend zal een voorbereidingskrediet worden gevraagd. De verwachting is dat het project binnen de gestelde periode tot eind 2021 kan worden gerealiseerd.

Woningbouwprogrammering (speerpunt 74)
Op 7 november 2017 heeft in het college besluitvorming plaatsgevonden. We hebben nu een flexibele en adaptieve sturings- en programmeringssystematiek die erin voorziet om projecten die het beste aansluiten bij de lokale vraag met voorrang de kans te geven tot ontwikkeling te komen. Hiermee is dit speerpunt voltooid.
De gemeente neemt regie ten aanzien van flexibiliteit en prioritering in het woningbouwprogramma. Op die manier kunnen we projecten faciliteren die kwalitatief het beste aansluiten bij de vraag van de woningzoekenden. Tevens scheppen we ruimte om ook in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de actuele woonbehoefte. Goed inspelen op de actuele woningbehoefte vraagt immers focus. En het maken van keuzes. Er zijn immers veel initiatiefnemers, die willen bouwen in Overbetuwe. Dat vraagt dat de gemeente erop stuurt dat de juiste woningen op de juiste plek gerealiseerd kunnen worden. We sturen nu op realisatie en kiezen op basis van kwaliteit. De overprogrammering is opgelost, er is ruimte voor nieuwe projecten in de toekomst én ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ is gelukkig verleden tijd. Voor de sociale huursector hebben we in prioritering extra aandacht. Eén keer per jaar kunnen nieuwe ‘zachte’ plannen (na inhoudelijke toetsing) zich inschrijven voor een prioriteringsronde waarin de beschikbare plancapaciteit voor de betreffende jaarschijf verdeeld wordt. De beste initiatieven krijgen onder voorwaarden programmaruimte om binnen 3 jaar tot realisatie te komen. Een soort aanbesteding dus, op basis van kwalitatieve criteria. De eerste prioriteringsronde vond plaats in november 2017, bij implementatie van de systematiek.

 

Financiële verantwoording Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting


Wat heeft het programma Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 2.145.806 2.466.044 4.745.584
Totaal baten  1.379.767 1.473.009 7.367.206
Saldo van baten en lasten - 766.039 - 993.035 2.621.622
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   - 226.996  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     3.614.657

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting   227.000  nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      
- geen wijzigingen > € 100.000
0    
    0
 
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   227.000 nadeel
    227.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting   3.615.000 voordeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  80.000
voordeel
Nog toe te lichten
  3.535.000
voordeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening 210.000 V  
- Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
3.125.000 V  
- Taakveld 8.3 Wonen en bouwen
200.000 V  
    3.535.000
voordeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   0  
    3.535.000 voordeel

 

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
8.1

Ruimtelijke ordening  voordeel € 210.000

Voordelen:
- Het aantal bestemmingsplanverzoeken waar aan meegewerkt is en waar dus leges dan wel kosten voor in rekening zijn gebracht was in 2017 hoger dan begroot.
- Er is wat vetraging ontstaan in de uitvoering van het Project Omgevingsvisie. Dit voordeel van € 34.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat deze bijdrage wordt onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve).  Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 34.000 nadeel).
- Per saldo hogere doorbelasting van loonkosten en overhead aan  interne orders en passieve grondcomplexen.
- Per saldo positief saldo 2017 van de projecten uit de Regiekamer.
- Lagere uitgaven actualisatie bestemmingsplannen.

Nadelen:

- Negatief saldo in 2017 van de faciliterende woningbouwcomplexen en de faciliterende bedrijvencomplexen.
- Niet geraamde storting in de voorziening Planschade.

Saldo diverse overige voor- en nadelen




24.000

34.000


108.000
89.000
21.000













45.000
17.000

4.000



I

I


I
I
I


I
I

I
  Totaal 276.000 62.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
8.2

Grondexploitatie (excl. bedrijventerreinen) voordeel € 3.125.000

Voordelen:
- Van GEM Westeraam is een bedrag ontvangen van € 3.968.308  zijnde de afkoopsom voor de realisatieverplichting van de tunnel. D
it voordeel heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat 2017 omdat deze afkoopsom is gestort in de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve). Op 0.10 staat een niet geraamde storting (€ 3.968.308 nadeel). Met de storting in de algemene reserve was ook al rekening gehouden in het overzicht prognose verloop algemene reserve.
- Vrijval van de voorziening verliesgevende complexen inzake de complexen Prinses Irenestraat, Sint Maartenstraat, Tobbenhof en Heteren Centrum.
- Winstneming complex Elst Zuid. Deze was nog niet voorzien in TR4 -2017.

Nadelen:
- Bij het grondcomplex Elst Centraal zijn de gronden van de Spoorlaan (boekwaarde € 1.548.000) overgeheveld naar de materiële vaste activa. Voor het verschil tussen de boekwaarde en de marktwaarde is een voorziening gevormd van € 1.517.000.
- Lagere doorbelasting van loonkosten en overhead doordat er door Team Projectadministratie minder uren zijn besteed aan de active woningbouwcomplexen.

Saldo diverse overige voor- en nadelen




3.968.000



220.000

604.000












1.517.000

136.000


14.000



I



I

I


I

I


I


  Totaal

Een uitgebreidere toelichting op het resultaat van  de actieve woningbouwcomplexen is te vinden in de Paragraaf Grondbeleid.
4.792.000 1.667.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
8.3

Wonen en bouwen  voordeel € 173.000

Voordelen:
-
Het project BAG-terugmeldingen is in 2017 gestart en loopt door naar 2018. Dit voordeel van  € 37.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat de uitgaven voor dit project worden onttrokken aan de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve).  Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 37.000 nadeel).
-
Hogere opbrengst omgevingsvergunningen door de afgifte van een grote vergunning eind 2017 en opgelegde dwangsom.
- Door voornamelijk hogere rente-inkomsten van verstrekte leningen is een rentevoordeel ontstaan op de post startersleningen. In de begroting 2017 was nog gerekend op een rentenadeel. Het rentevoordeel van  € 59.000 heeft feitelijk geen gevolgen voor het totale exploitatieresultaat omdat het begrote rentenadeel zou worden onttrokken uit de algemene reserve via het taakveld 0.10 (mutaties reserve).  Op 0.10 staat een lagere dan geraamde onttrekking (€ 59.000 nadeel).
-De bouw van de tijdelijke woningen aan De Vinkenhof in Elst is nog niet voltooid waardoor een eenmalig voordeel is ontstaan op de kapitaallasten.

Nadelen:
Geen

Saldo diverse overige voor- en nadelen




37.000


65.000
59.000



10.000





2.000

 




I


I
I



I





I

  Totaal 173.000 0  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

 

Financiële verantwoording Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 8 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 2.145.806 2.466.044 4.745.584 -2.279.540 -20.000 0 -2.299.540
Baten 1.379.767 1.473.009 7.367.206 -5.894.197 60.000 0 -5.834.197

Taakveld 8.1 Ruimtelijke Ordening

Terug naar navigatie - Taakveld 8.1 Ruimtelijke Ordening
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 641.156 743.229 1.309.696 -566.467 -20.000 0 -586.467
Baten 149.463 151.705 967.868 -816.163 20.000 0 -796.163

Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

Terug naar navigatie - Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 454.856 530.738 2.254.099 -1.723.361 0 0 -1.723.361
Baten 413.852 499.852 5.348.259 -4.848.407 0 0 -4.848.407

Taakveld 8.3 Wonen en bouwen

Terug naar navigatie - Taakveld 8.3 Wonen en bouwen
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 1.049.794 1.192.077 1.181.789 10.288 0 0 10.288
Baten 816.452 821.452 1.051.079 -229.627 40.000 0 -189.627

Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verrricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verrricht?

Flexibel werken met passende faciliteiten (speerpunt 44)
Op dit moment loopt de uitvoering van de deelprojecten van speerpunt 44 dusdanig, dat het beoogde resultaat behaald zal gaan worden.
Uitrol laptops (fase 0) en verbouwing Ambtshuis (fase 1a) zijn afgerond in Q1/Q2 van 2017. Bij de verbouwing van het Ambtshuis is meer kwaliteit gerealiseerd dan vooraf was bedacht (o.a. een verhoging van het energielabel; van B naar A). De interne verbouwing van de eerste verdieping van het gemeentehuis (fase 1b) is eind 2017 afgerond. Dit is de nieuwe thuisbasis geworden voor de medewerkers uit Andelst. Het gemeentehuis in Andelst is medio januari 2018 formeel overgedragen aan de nieuwe eigenaar.
De voorbereidingen voor de uitbouw/verbouw/verduurzaming van het gemeentehuis (fase 2) verlopen goed. Het beeldkwaliteitplan van het gemeentehuis heeft geen inspraakreacties gekregen en is eind oktober 2017 vastgesteld door de raad. Er is een architect geselecteerd die een schetsontwerp heeft gemaakt, welke uitgewerkt wordt tot een definitief ontwerp. De aanbesteding voor de aannemer start in het eerste kwartaal van 2018.
Het totaal benodigde investeringsbedrag voor project Huisvesting (fase 1 en 2) is € 8,6 miljoen en is verwerkt in de Programmabegroting 2017 en 2018. Dit bedrag is bijna geheel budgettair neutraal: structurele dekkingsmiddelen inzake huisvesting worden ingezet voor deze investering. Voor een bedrag van € 30.600 aan kapitaallasten is nog geen dekking gevonden binnen de bestaande budgetten en daarom opgenomen in de jaarschijf 2019 van het PNL 2018-2021. We gaan een inspanningsverplichting aan om te blijven voldoen aan het uitgangpunt van budgetneutraliteit door verder te zoeken naar optimalisatieslagen. Vanzelfsprekend bekijken we ook de mogelijkheden voor subsidies, alsook het Revolverend Fonds Routekaart Duurzaamheid.

Verbeterde P&C cyclus (speerpunt 48)
Het project is nagenoeg afgerond. Alle P&C documenten zijn vernieuwd en digitaal via Pepperflow beschikbaar. De opmaak van de Jaarstukken 2017 in Pepperflow was het laatste onderdeel van deze modernisering. De nieuwe methodiek van rapporteren is ingevoerd: 4 rapportages per jaar met een combinatie van beleidsmatige en financiële voortgangsduiding. Evaluatie van de nieuwe rapportagecyclus heeft eind januari 2018 plaatsgevonden i.a.m. de auditcommissie en dit is in februari aan de raad teruggekoppeld.
De Nota risicomanagement, het sluitstuk van dit project, is op 20 februari 2018 door de raad vastgesteld. Hiermee komen we tot een gedegen structurele invulling van risicomanagement als onderdeel van de P&C cyclus. In het lopende jaar (2018) werken we ook het plan van aanpak verbetering debiteurenbeheer uit. Dit als uitvloeisel van het in 2016 uitgevoerde artikel 213a-onderzoek naar debiteurenbeheer. Hoewel het project nu is afgerond, is het uiteraard van belang om continu aandacht te blijven geven aan invulling van adequaat budgetbeheer met behulp van de verbeterde faciliteiten vanuit voornoemd project.

Visie op vastgoed (speerpunt 67)
Zie de toelichting bij programma 5.

Goed rentmeesterschap (speerpunt 70)
Dit betreft een continu aandachtspunt. Doelstelling van dit speerpunt is het op orde brengen en houden van de gemeentelijke financiële positie. Door diverse getroffen maatregelen is het eenmalige en structurele weerstandsvermogen ingrijpend verbeterd en zijn voor dit onderdeel van het speerpunt de doelstellingen behaald. Er is sprake van jaarlijkse positieve begrotingssaldi van > € 1 miljoen. Hiermee blijven we voldoen aan onze norm van een gemiddeld structureel overschot van € 1 miljoen per jaar. Ook het verwachte verloop van onze algemene reserve is positief. Het minimale streefbedrag van € 10 miljoen is inmiddels al ruimschoots gerealiseerd. Vanuit goed rentmeesterschap blijven we uiteraard zorgdragen voor solide en toekomstbestendige gemeentefinanciën.

Financiële verantwoording Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering


Wat heeft het programma Financiën en bedrijfsvoering gekost?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 12.638.778 12.756.240 13.093.402
Totaal baten 1.119 1.119 24.833
Saldo baten en lasten - 12.637.659 - 12.755.121 - 13.068.569
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   - 117.462  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     - 313.448


I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 9 Financiën en bedrijfsvoering   117.000  nadeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

1e begrotingswijziging 2017 TR1 - 2017
- forse toename van het aantal software licenties

 
113.000


N

 

10e begrotingswijziging 2017 TR3 - 2017
- incidentele overschrijding op het P-budget


225.000


N

 
    338.000
nadeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   221.000 voordeel
    117.000 nadeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering   313.000 nadeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  174.000
voordeel
Nog toe te lichten
  139.000
nadeel
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
- Taakveld 0.4 Overhead 139.000 N  
    139.000
nadeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   0  
    139.000 nadeel

 

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
0.4

Overhead  nadeel € 139.000

Voordelen:
- Lagere ICT- en telefoonkosten als gevolg van lagere kapitaallasten. Enkele geplande  investeringen moeten nog worden gerealiseerd.

Nadelen:
- Hogere accountantskosten en ondersteuningen ten behoeve van de planning en controlcyclus.
- Hogere onderhouds- en aanvullende kosten van de gemeentehuizen.
- Hogere toegerekenende (verdeelde) loonkosten ten behoeve van de  ondersteuning van de organisatie.
- Hogere loonkosten ondersteunende teams (zie ook de toelichting op het P-budget in de paragraaf bedrijfsvoering).

Saldo diverse overige voor- en nadelen




216.000







58.000
20.000
53.000
222.000

2.000




I


I
I
I
I

I
  Totaal 216.000 355.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Er zijn geen structurele voor- of nadelen.

Financiële verantwoording Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 9 Financiën en bedrijfsvoering
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 12.638.778 12.756.240 13.093.402 -337.162 -1.000 -25.000 -363.162
Baten 1.119 1.119 24.833 -23.714 0 0 -23.714

Taakveld 0.4 Overhead

Terug naar navigatie - Taakveld 0.4 Overhead
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 12.638.778 12.756.240 13.093.402 -337.162 -1.000 -25.000 -363.162
Baten 1.119 1.119 24.833 -23.714 0 0 -23.714

Programma 10 Algemeen bestuur

Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Terug naar navigatie - Wat hebben we in 2017 gerealiseerd en welke activiteiten zijn daarvoor verricht?

Kernenestafette (speerpunt 1)
De gemeente maakt zich sterk voor ‘krachtige kernen’. De 'sociale' agenda’s van de kernen worden bepaald door thema’s rond levendigheid en sociale vitaliteit die de kernen zelf als urgent ervaren. We vragen om meer inzet van de samenleving en bieden dus ook meer ruimte voor initiatieven van bewoners zelf. De gemeente ondersteunt hen daarbij als dat nodig is. De Kernenestafette is de manier waarop dit wordt georganiseerd; de werkwijze om de kernen te ondersteunen bij het bepalen en uitvoeren van hun agenda’s.

Eind 2015 is de kernenestafette van start gegaan. De kernen Oosterhout, Driel, Heteren, Elst-Zuid en Slijk-Ewijk hebben onder begeleiding van Spectrum gewerkt aan het verder ontwikkelen van initiatieven uit de kern waarvoor urgentie werd ervaren en energie en krachten uit de kernen gebundeld om een bijdrage te leveren aan de levendigheid en/of sociale vitaliteit van de kern. In totaal hebben 5 kernen een proces in de Kernenestafette doorlopen. In Oosterhout heeft de Kernenestafette langer doorgelopen dan de oorspronkelijke einddatum van 31 juli 2017. Het proces van de ontwikkeling van een Dorpshart in Oosterhout is natuurlijk ook op 31 december 2017 nog niet afgerond, maar zal niet meer onder de vlag van de Kernenestafette ondersteund worden. De Kernenestafette is eind 2017 afgesloten. Een informatiememo met de evaluatie wordt in 2018 aan de raad verzonden.

Financiële verantwoording Programma 10 Algemeen bestuur

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 10 Algemeen bestuur


Wat heeft het programma 10 Algemeen bestuur?

 

A. Primaire begroting 2017

B. Begroting 2017 na wijz.

C. Werkelijk 2017
Totaal lasten 2.893.386 2.930.291 4.010.797
Totaal baten 722.584 1.035.671 1.118.568
Saldo baten en lasten - 2.170.802 - 1.894.620 - 2.892.229
I. Verschil primair en begr. na wijz. (A - B)   276.182  
II. Toelichting op verschil tussen begroting en werkelijk . (B - C)     - 997.609

 

I. Toelichting op verschil tussen primaire begroting en de begroting na wijziging:

Totaal verschil programma 10 Algemeen bestuur   276.000  voordeel
Verklaard met begrotings- en admin. wijzigingen > € 100.000:      

7e begrotingswijziging 2017 TR2 - 2017
- hogere opbrengst rijbewijzen en reisdocumenten

 
107.000


V

 

10e begrotingswijziging 2017 TR3 - 2017
- eindafrekening liquidatie samenwerkingsverband Stadsregio

 
161.000


V

 
    268.000
voordeel
Saldo diverse overige begrotings- en adm. wijz.   8.000 voordeel
    276.000 voordeel

 

II. Toelichting op verschil tussen begroting na wijziging en werkelijk:

A. Recapitulatie totaal verschil per programma      
Totaal verschil programma 10 Algemeen bestuur   998.000 nadeel
Waarvan al toegelicht in TR4-2017
  15.000
nadeel
Nog toe te lichten
  983.000
nadeel 
Verklaard met verschillen > € 100.000:      
Taakveld 0.1 Bestuur 1.043.000 N  
    1.043.000
nadeel
Saldo diverse taakvelden met verschillen < € 100.000   60.000 voordeel
    983.000 nadeel

 

B. Nadere toelichting op taakveldniveau
Taakveld Toelichting Voordelen Nadelen I/S
0.1

Bestuur  nadeel € 1.043.000

Voordelen:
Geen

Nadelen:
-
Extra eenmalige storting in de voorzieningen voor wethouderspensioenen (€ 790.000) en nabestaandenpensioenen gewezen wethouders ( € 30.000). Belangrijkste oorzaak hiervan is de gedaalde rekenrente. De omvang van deze extra stortingen waren nog niet bekend bij het opstellen van TR4 -2017.
-
Hogere pensioenuitkeringen aan gewezen wethouders.
-
Eenmalige storting in de voorziening wachtgelden gewezen wethouders in verband met de verlenging van de uitkering tot aan de AOW-leeftijd.

Saldo diverse overige voor- en nadelen

 







820.000


20.000
198.000


5.000







I


S
I


I
  Totaal 0 1.043.000  

Toelichting bij structurele voordelen/nadelen:
Met het structurele nadeel van € 20.000 is al  voor een deel rekening gehouden in de Programmabegroting 2018. Er resteert nog een nadeel van € 11.000 dat doorwerkt naar 2018. Zie onderdeel Analyse rekeningresultaat en structurele doorwerking naar 2018.

Financiële verantwoording Programma 10 Algemeen bestuur

Terug naar navigatie - Financiële verantwoording Programma 10 Algemeen bestuur
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 2.893.386 2.930.291 4.010.797 -1.080.506 63.000 0 -1.017.506
Baten 722.584 1.035.671 1.118.568 -82.897 48.000 0 -34.897

Taakveld 0.1 Bestuur

Terug naar navigatie - Taakveld 0.1 Bestuur
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 1.614.685 1.602.185 2.646.971 -1.044.786 0 0 -1.044.786
Baten 0 160.600 162.470 -1.870 0 0 -1.870

Taakveld 0.2 Burgerzaken

Terug naar navigatie - Taakveld 0.2 Burgerzaken
Exploitatie Primair Begroot 2017 Actuele Begroting 2017 Realisatie 2017 Saldo 2017 TR4 INC. 2017 TR4 STR. 2017 Saldo incl TR4
Lasten 1.278.701 1.328.106 1.363.826 -35.720 63.000 0 27.280
Baten 722.584 875.071 956.097 -81.026 48.000 0 -33.026

Paragrafen

I. Lokale lasten

1.Inleiding

Terug naar navigatie - 1.Inleiding

Deze paragraaf biedt inzicht in het beleidskader rond de lokale belastingen en heffingen, de soorten belastingen en heffingen, het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk.

Vanaf 1-1-2017 geeft het BBV minimum voorschriften voor de inhoud van deze paragraaf. De belangrijkste wijziging is dat vanaf 2017 een overzicht opgenomen moet worden van de baten en de lasten voor de heffingen waarbij er sprake is van het verhalen van kosten.

Om die reden zijn aan het einde van deze paragraaf kosten- en dekkingsoverzichten opgenomen van de belangrijkste bestemmingsheffingen: rioolheffing en de reinigingsheffingen.

2. Het beleidskader van de lokale heffingen

Terug naar navigatie - 2. Het beleidskader van de lokale heffingen

Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
Beleidskader
Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2017.

Algemeen
Jaarlijks worden de WOZ-waarden voor woningen en niet-woningen vastgesteld. Deze WOZ-waarde is de grondslag voor de aanslag OZB. Wij zorgen voor een tijdige en correcte verzending van de waardebeschikkingen (WOZ-waarde) en belastingaanslagen. Met dagtekening 28 februari 2017 zijn de WOZ-beschikkingen/aanslagen gemeentelijke belastingen 2017 verzonden. Ook de afhandeling van bezwaarschriften heeft tijdig plaatsgevonden. De wettelijke termijn voor het doen van een uitspraak is het einde van het kalenderjaar. In 2017 zijn de bezwaren tegen de WOZ-waarde binnen 5 maanden en de bezwaren tegen de overige belastingen binnen 3 maanden afgehandeld.

Herwaardering
Voor het belastingjaar 2017 is de OZB gebaseerd op de WOZ-waarden per de waardepeildatum
1 januari 2016. Uitgangspunt is dat schommelingen van WOZ-waardes geen invloed hebben op de hoogte van de gemiddelde aanslag OZB. Niet wanneer waardes dalen, maar ook niet als waardes stijgen. Wel kan het natuurlijk zo zijn dat bepaalde typen onroerende zaken een waardeontwikkeling laten zien die van het gemiddelde afwijkt, wat dan ook tot een hogere of lagere belastingaanslag zal leiden.

Tarieven
Bij de vaststelling van de OZB-tarieven voor 2017 is rekening gehouden met de gedaalde waarden van de onroerende zaken. De waarden van woningen zijn in de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2016 met gemiddeld 2,7% gestegen. De waarden van niet-woningen zijn in die periode gemiddeld met 1,66% gedaald. De OZB-tarieven zijn, naast de hiervoor vermelde aanpassing in verband met de waardeontwikkeling, trendmatig verhoogd met 1,5%. De totale OZB-opbrengst 2017 bedraagt € 6.958.000 (afgerond).

Hondenbelasting
Beleidskader
Verordening hondenbelasting gemeente Overbetuwe 2017.

Algemeen
De hondenbelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst in de algemene middelen vloeit en van waaruit gemeenten zelf mogen bepalen waaraan het wordt besteed. Uit onze inkomsten van de hondenbelasting worden onder andere de aanleg, het onderhoud en de schoonmaak van de hondenvoorzieningen (hondenuitlaatplaatsen en hondenlosloopgebieden) betaald.

Tarieven
De tarieven van de hondenbelasting zijn in 2017 niet verhoogd. De opbrengst van de hondenbelasting is door een toename van het aantal honden licht gestegen naar € 282.000 (afgerond).

Rioolheffing
Beleidskader
Verordening rioolheffing gemeente Overbetuwe 2017, Gemeentelijk Rioleringsplan Overbetuwe 2013-2017 (GRP).

Algemeen
De rioolheffing wordt geheven voor de bekostiging van beheer en onderhoud van het gemeentelijke rioleringsstelsel. Evenals de afvalstoffenheffing is de rioolheffing kostendekkend: we gaan uit van het principe ‘de vervuiler betaalt’. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een pand. De raad heeft een voorziening riolering ingesteld: het verschil tussen de opbrengsten en de kosten van riolering komen ten gunste of ten laste van de voorziening. Als uit de jaarrekening verschillen blijken met het vastgestelde GRP, dan dat wordt dit verschil bij de tariefvaststelling van het eerstvolgende jaar meegenomen.

Tarieven
Om tot een volledige kostendekking voor 2017 te komen is een onttrekking aan de voorziening nodig geweest van afgerond € 1.119.000. Dit is ten opzichte van het vastgestelde GRP € 561.000 meer. De belangrijkste oorzaak hiervan is de verlaging van het tarief voor 2017. Het tarief van 2017 is verlaagd in verband met de verlaging van het rentepercentage en de doorwerking van het voordeel uit de jaarrekening 2015. De verlaging bedraagt afgerond 26% oftewel  € 40,00 per huishouding. Het belangrijkste tarief 2017 is € 118,15 voor een waterverbruik tot 500 kubieke meter.

Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
Beleidskader
Artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2017 en het Uitvoeringsplan afval 2017.

Algemeen
Voor de reinigingsheffingen geldt het beginsel: ‘de vervuiler betaalt’. Om die reden is de 100% kostendekking het uitgangspunt. Vanaf 2017 geldt het nieuwe afvalplan. Vanaf die datum is de lediging van een GFT-container gratis, kan er gekozen worden voor een GFT-container van 240 liter en wordt er 2-wekelijks huis-aan-huis PMD (Plastic verpakkingen, Metalen verpakkingen en Drankenkartons) opgehaald.

Tarieven
Het vaste tarief 2017 is ten opzichte van 2016 ongewijzigd gebleven. Om de stijging van de kosten van het nieuwe afvalplan 2017 én het wegvallen van de opbrengsten van de GFT-containers op te vangen worden de tarieven voor het aanbieden van de rest container verhoogd. In de tariefswijziging is tevens rekening gehouden met 25% minder aanbiedingen van de grijze containers. Voor de gemiddelde huishouding betekende dit een lastenstijging van 1,2%. 

Precariobelasting op kabels en leidingen
Beleidskader
Verordening precariobelasting gemeente Overbetuwe 2017 en de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen gemeente Overbetuwe 2017.

Algemeen
Vanaf 1 januari 2022 is het voor gemeenten niet meer mogelijk om precariobelasting op kabel- en leidingnetwerken te heffen. Tot 1 januari 2022 mag maximaal het tarief dat gold op 10 februari 2016 geheven worden. De geraamde structurele opbrengst wordt in 4 jaar (2018-2021) naar nul afgebouwd.

Tarieven
De tarieven voor precariobelasting (exclusief het tarief voor precariobelasting op kabels en leidingen) zijn trendmatig verhoogd met 1,5%. Met ingang van 1 november 2014 wordt er precariobelasting op kabels en leidingen geheven. Voor 2017 is de belastingopbrengst hiervan € 2.795.000 (afgerond). 

Marktgelden/standplaatsen
Beleidskader
Verordening marktgelden gemeente Overbetuwe 2017.

Algemeen
Iedereen die een standplaats heeft op de wekelijkse markt betaalt marktgeld. Dat geldt ook voor degene die een standplaats heeft voor bijvoorbeeld een dag. Naast marktgeld betalen ze een bedrag voor de elektriciteitsvoorzieningen als daarvan gebruik wordt gemaakt.

Tarieven
Voor de goederenmarkt in Zetten geldt een lager tarief dan voor Elst. De reden hiervoor is de beperktere omvang van de kern Zetten en de markt. De tarieven zijn afgeleid van de in de Tarieventabel leges, behorende bij de legesverordening, opgenomen tarieven voor overige standplaatsen. De tarieven voor marktgeld zijn voor 2017 trendmatig verhoogd met 1,5%.

Lijkbezorgingsrechten
Beleidskader
Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente Overbetuwe 2017

Algemeen
Voor het gebruik van een algemene begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats worden rechten geheven. In deze gemeente zijn er drie algemene begraafplaatsen.

Tarieven
De tarieven voor lijkbezorgingsrechten zijn trendmatig verhoogd met 1,5%.

Reclamebelasting
Beleidskader
Verordening reclamebelasting gemeente Overbetuwe 2017.

Algemeen
In 2015 is de reclamebelasting ingevoerd ter financiering van de invoering van Centrum Management Elst (CME). Het CME heeft als doel om samen met de ondernemers uit het centrum van Elst en de gemeente een gezond ondernemersklimaat neer te zetten en Elst te promoten in de regio. De reclamebelasting is ingevoerd voor een periode van 5 jaar.

Tarieven
De tarieven voor 2017 zijn hetzelfde gebleven als de tarieven van 2015 en 2016.

Leges
Beleidskader
Legesverordening gemeente Overbetuwe 2017 en de Tarieventabel leges 2017.

Algemeen
We heffen leges om een gedeelte van onze taken te bekostigen. Deze taken worden in de vorm van een dienst individueel afgenomen door bewoners of bedrijven.

Tarieven
De tarieven voor leges zijn trendmatig verhoogd met 1,5%, met uitzondering van de bouw gerelateerde leges voor omgevingsvergunningen die geheven worden met de bouwkosten als grondslag. Een stijging van de bouwkosten leidt immers al tot een verhoging van de leges. Voor sommige diensten heeft het Rijk een maximum tarief ingesteld, zoals voor rijbewijzen, paspoorten en identiteitskaarten. Het uitgangspunt voor de tarieven is gebaseerd op 100% kostendekking.

3. Lokale lastendruk in vergelijking met het regionale en landelijke beeld

Terug naar navigatie - 3. Lokale lastendruk in vergelijking met het regionale en landelijke beeld

De lokale lasten worden jaarlijks door het Centrum voor Onderzoek van de economie van de lagere Overheden (COELO) in beeld gebracht. De cijfers over 2017 leveren een goede vergelijking op van de lastendruk in onze gemeente ten opzichte van het regionale en landelijke beeld. Volgens de COELO (landelijk) staat de gemeente Overbetuwe op nummer 34 van de 398 (van laag naar hoog). De gemeente behoort hiermee tot de 10% van goedkoopste gemeenten van Nederland. De gemeente Overbetuwe staat in de top 5 van de gemeenten met de laagste belastingdruk, namelijk op plaats 4 van de 54 gemeenten in Gelderland.

Belastingdruk per object en inwoner op basis van de werkelijke opbrengsten van de afgelopen belastingjaren:

 

2013

2014

2015

2016

2017

Opbrengst per object

 632,00

 639,71

 639,80

 623,27

 592,53

Opbrengst per inwoner

296,86

300,70

299,08

293,00

276,71


Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Beleidskader
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, Kwijtscheldingsregeling gemeente Overbetuwe 2017.

Algemeen
Net als in voorgaande jaren worden de maximale mogelijkheden tot het verlenen van kwijtschelding benut. Kwijtschelding is mogelijk voor de OZB, het vaste bedrag van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Of kwijtschelding wordt verleend hangt af van de betalingscapaciteit van belastingschuldigen. Bij de bepaling daarvan houden wij rekening met 100% van de kosten van levensonderhoud zoals die normatief zijn opgenomen in de landelijke richtlijnen voor het kwijtscheldingsbeleid.

Sinds 1 januari 2016 wordt ook van de mogelijkheid gebruik gemaakt om natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen en geen personeel in dienst hebben voor kwijtschelding van de privé-aanslag in aanmerking te laten komen.

Kwijtscheldingsaanvragen
Voor degenen die eerder ook al kwijtschelding hebben gekregen maken we, met verleende toestemming van de belastingschuldigen, gebruik van een procedure voor automatische toetsing voor kwijtschelding door het Inlichtingenbureau. Dit heeft er toe geleid dat  415 belastingschuldigen in 2017 geen verzoek om kwijtschelding hoefden in te dienen. In 2017 zijn er, naast de automatische kwijtschelding, nog 390 kwijtscheldingsaanvragen ingediend. Van deze aanvragen zijn er 285 geheel of gedeeltelijk gehonoreerd. Wij streven ernaar om de kwijtscheldingsverzoeken binnen 5 maanden af te handelen. In 2017 zijn alle kwijtscheldings-aanvragen binnen 5 maanden afgehandeld.

Overzicht belastingopbrengsten 2017

Heffing

begroot 2017 incl.begr. wijz.

 werkelijk 2017

OZB woningen

4.794.826

4.791.543

OZB niet-woningen

2.133.716

2.166.805

Hondenbelasting

278.080

282.513

Rioolheffing

2.414.595

2.432.133

Reinigingsheffingen

3.623.760

3.616.127

Marktgelden

30.302

34.640

Standplaatsen

6.239

€ 6.647

Lijkbezorgingsrecht

72.450

53.112

Reclamebelasting

75.000

69.717

Precariobelasting

2.827.960

2.830.770

Kwijtschelding

- 179.000

- 172.870

subtotaal inkomsten excl. leges

 16.077.928

16.111.136

Leges:

1.861.303

2.053.793

Totaal netto opbrengst heffingen

17.939.231

18.164.928

 

 

 Heffing

Opbrengst per object 22.136

totaal 2017 in %

Opbrengst per inwoner 47.400

totaal 2017 in %

OZB woningen

€ 216,46

26,4%

€ 101,09

26,4%

OZB niet-woningen

€ 97,89

11,9%

€ 45,71

11,9%

Hondenbelasting

€ 12,76

1,6%

€ 5,96

1,6%

Rioolheffing

€ 109,87

13,4%

€ 51,31

13,4%

Reinigingsheffingen

€ 163,36

19,9%

€ 76,29

19,9%

Marktgelden

€ 1,56

0,2%

€ 0,73

0,2%

Standplaatsen

€ 0,30

0,0%

€ 0,14

0,0%

Lijkbezorgingsrecht

€ 2,40

0,3%

€ 1,12

0,3%

Reclamebelasting

€ 3,15

0,4%

€ 1,47

0,4%

Precariobelasting

€ 127,88

15,6%

€ 59,72

15,6%

Kwijtschelding

- € 7,81

-1,0%

- € 3,65

- 1,0%

Leges

€ 92,78

11,3%

€ 43,33

11,3%

Totaal

€ 820,61

100,0%

€ 383,23

100,0%

 

4. De kostendekking

Terug naar navigatie - 4. De kostendekking

Inleiding
Het BBV schrijft voor dat in deze paragraaf inzicht geven moet worden in de mate van kostendekking van de belastingen die op inwoners en/of bedrijven worden verhaald.

In het beleidskader (zie hiervoor) wordt de beoogde dekking omschreven. Hieronder wordt inzicht gegeven in de gerealiseerde kostendekking van de twee belangrijkste bestemmingsheffingen, te weten: de rioolheffing en de reinigingsheffingen.

In de paragraaf lokale lasten bij de programmabegroting 2017 staan de gewijzigde uitgangspunten voor de berekeningswijze. Deze zijn ook opgenomen in de op 6 december 2016 vastgestelde “Financiële verordening 2017 gemeente Overbetuwe”.

Kostendekking 2017 per verordening

Verordening:

Rioolheffing:

Omschrijving

taakveld

begroot primair

werkelijk

verschil

toelichting

Directe lasten

7.2

2.422.080

2.230.049

192.031

1

Inkomsten

7.2

- 4.100

- 4.261

161

 

Netto kosten

 

2.417.980

2.234.309

183.671

 

 

 

 

 

 

 

Toe te rekenen kosten:

 

 

 

 

 

Overhead: opslag uurtarief

7.2

649.299

564.672

84.627

2

Compensabele BTW

7.2

339.208

329.846

9.362

 

Kwijtschelding

6.3

88.000

83.665

4.335

 

Kosten waterbeheer

5.7

134.553

150.209

-15.656

 

Kosten straatreiniging

2.1

99.903

99.903

0

 

Totale kosten

 

3.728.943

3.462.604

266.339

 

 

 

 

 

 

 

Opbrengst heffing

7.2

-2.414.595

-2.432.133

17.538

 

Bespaarde rente voorziening riolering

0.5

-195.649

-193.617

-2.032

 

Totale baten

 

-2.610.244

-2.625.750

15.506

 

 

 

 

 

 

 

Totale lasten – baten (onttrekking aan voorziening)

 

1.118.699

836.854

281.845

3

Dekkings% excl. de onttrekking aan voorziening

 

70,0%

75,8%

- 5,8%

 

Dekkings% incl. de onttrekking aan voorziening

 

100,0%

100,0%

0,0%

 

 

 

 

 

 

 

Algemene opmerking:
De gemeenteraad heeft in 2017 besloten om het besluit van 2012 tot overheveling van € 6.800.000 uit de bestemmingsreserve riolering naar de algemene reserve terug te draaien. De effectuering daarvan is niet in bovenstaande cijfers opgenomen.

Toelichting op de belangrijkste afwijkingen:

  1. a. De afname van de omvang van de rioolinvesteringen leidt tot lagere personele lasten van voor uitvoering daarvan. In het nieuwe GRP is de benodigde formatie neerwaarts bijgesteld;

    b. Een voordeel op kapitaallasten van € 154.000 is ontstaan doordat enkele rioolinvesteringen niet of nog niet geheel zijn uitgevoerd;

  2. De lagere loonkosten leiden tevens tot minder doorberekende overheadkosten;
  3. De lagere kosten leiden tot een lagere onttrekking aan de voorziening riolering.

 

Verordening:

Reinigingsheffingen

Omschrijving

taakveld

begroot primair

werkelijk

verschil

toelichting

Directe lasten

7.3

3.495.766

4.189.228

-693.462

1

Inkomsten

7.3

-930.307

-1.346.166

415.859

2

Netto kosten

 

2.565.459

2.843.062

-277.603

 

 

 

 

 

 

 

Toe te rekenen kosten:

 

 

 

 

 

Overhead: opslag uurtarief (incl. Boa's)

7.3

576.120

576.120

0

 

Compensabele BTW

7.3

544.895

660.149

-115.254

3

Kwijtschelding

6.3

91.000

84.130

6.870

 

Totale kosten

 

3.777.474

4.163.461

-385.987

 

 

 

 

 

 

 

Opbrengst heffing

7.3

-3.767.760

-3.616.127

-151.633

4

Opbrengst heffing, nog te verwerken

7.3

-9.714

 

-9.714

 

 

 

-3.777.474

-3.616.127

-161.347

 

Totale lasten - baten

 

 

 

 

 

Dekkingspercentage

 

100,0%

86,9%

 

 

  

Toelichting op de belangrijkste afwijkingen:

  1. Gevolgen invoering afvalplan (zie ook TR 3). Voor de afwijkingen t.o.v. TR 3, zie de toelichting op de exploitatie taakveld 7.
  2. Gevolgen invoering afvalplan (zie ook TR 3).
  3. De hogere lasten (zie 1) leiden tevens tot meer in te calculeren compensabele BTW.
  4. Zie ook TR 3: gewijzigd aanbod van de containers.

II. Weerstandsvermogen

1. Algemeen

Terug naar navigatie - 1. Algemeen

Deze paragraaf geeft inzicht in:
- enerzijds de financiële risico’s die de gemeente loopt en
- anderzijds de financiële buffer die de gemeente achter de hand heeft om deze risico’s op te vangen. Dit laatste wordt ook wel de weerstandscapaciteit genoemd.

Weerstandsvermogen = de verhouding tussen de risico’s en de weerstandscapaciteit.

Risico’s zijn gebeurtenissen:
- waarvan niet zeker is dat deze gaan plaatsvinden en
- waarvan de kosten nagenoeg niet zijn in te schatten.
Deze risico’s moeten worden vermeld in deze paragraaf.
Voorbeelden: bodemvervuiling, juridische procedures, financiële gevolgen decentralisaties, etc.

Het is op basis van de begrotingsvoorschriften niet toegestaan om hiervoor een financiële voorziening te treffen. Dat mag alleen voor:
- gebeurtenissen die zeker gaan plaatsvinden en
-  waarvan de financiële consequenties redelijk zijn in te schatten.
Voorbeelden: voorziening groot-onderhoud gebouwen, verwachte tekorten grondexploitatie o.b.v. actuele exploitatieberekeningen, e.d.

Weerstandscapaciteit: bestaat uit middelen en mogelijkheden om financiële risico’s op te vangen. Daarbij kan worden gedacht aan reserves, onbenutte belastingcapaciteit en begrotingsoverschotten. Voor een gezonde financiële positie van de gemeente is het van belang dat de financiële risico’s goed in beeld zijn en er voldoende financiële buffers zijn om die risico’s op te vangen.

Voor een zuivere bepaling van het weerstandsvermogen wordt er in deze paragraaf onderscheid gemaakt in:

- eenmalig weerstandsvermogen:
   de verhouding tussen incidentele financiële risico’s en eenmalige weerstandscapaciteit
- structureel weerstandsvermogen:
   de verhouding tussen risico’s met structurele financiële gevolgen en structurele weerstandscapaciteit

Paragraaf in één Oogopslag

Eenmalig weerstandvermogen      
    Rek. 2017  Begr. 2018   Rek. 2016
Verhouding tussen:                                                                                  
  - eenmalige risico’s € 14,2 miljoen € 17,3 miljoen € 17,3 miljoen
  - eenmalige weerstandscapaciteit (voorn. AR) € 19,8 miljoen  25,8 miljoen € 19,4 miljoen
Uitgedrukt in een percentage: 139% 149% 112%
Kwalificatie eenmalige weerstandsvermogen: redelijk goed redelijk goed redelijk goed
       
Structureel weerstandsvermogen      
Verhouding tussen:      
  - structurele risico’s  pm *  pm *  pm *
  - structurele weerstandscapaciteit €  1,5 miljoen € 1,4 miljoen   1,3 miljoen
Het structurele weerstandsvermogen blijft stabiel op een goed niveau        
Kwalificatie structurele weerstandsvermogen: goed goed goed
       
* niet gekwantificeerd      
       
Overbetuwe scoort categorie A (= voldoende) op vier van de vijf financiële kengetallen.  Alleen het kengetal solvabiliteit scoort categorie B (= matig). Het totaaloordeel over de financiële positie van de gemeente is hiermee (volgens de normen de Provincie) voldoende.
 

 

 

2. Incidenteel weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 2. Incidenteel weerstandsvermogen

2.1       Incidentele financiële risico’s

De gemeente heeft de volgende grote projecten in voorbereiding en uitvoering (niet specifiek / niet alleen grondexploitaties):

-           Spoorzone/Ontsluiting Heinz
-           Elst Centrum
-           Verbeteren infrastructuur Elst Noord
-           Ontsluiting Park 15
-           Land van Tap
-           Schil Zetten Hemmen
-           De Danenberg
-           MFC Valburg
-           MFC Herveld
-           Huisvesting OBC
-           Gemeentehuis

Uit onderstaande toelichting blijkt dat blijkt dat alle eenmalige risico’s van deze projecten zijn gedekt.

Spoorzone/Ontsluiting Heinz
Het project Spoorzone is vrijwel afgerond:

- de eerste fase van het 3e spoor vanuit Tiel en benodigde perronaanpassingen- en toegangen, uitgevoerd in opdracht van de Stadsregio, in 2015 opgeleverd
- de auto-onderdoorgang voor hulpdiensten, bus- en autoverkeer inclusief een nieuwe ontsluiting aan de zuidzijde van het Heinz-perceel, in 2016 opgeleverd.
- de fietsonderdoorgang, nieuwe fietsenstallingen, gerealiseerd en in gebruik.

In het 2e kwartaal van  2018 vindt de afrekening met ProRail plaats. De resultaten van de aanbesteding passen (ruim) binnen de hiervoor beschikbare budgetten (bestemmingsreserve Spoorzone). Voor het vooralsnog positieve prognoseresultaat van het project Spoorzone wordt rekening gehouden met mogelijke negatieve bijstellingen van (enkele) subsidies, omdat deze procentueel zijn gekoppeld aan de uiteindelijk gerealiseerde kosten. Naar verwachting zal hierover in de loop van 2018 meer duidelijkheid komen. Per saldo hebben de lagere uitvoeringskosten en de lagere subsidies geen nadelige impact op het gemeentelijk aandeel van € 5,5 miljoen.
Er worden geen risico’s verwacht die niet vanuit de beschikbare budgetten kunnen worden gedekt.

Elst Centrum
Voor de herinrichting van de openbare ruimte in het hart van het dorpscentrum Elst is via het PNL in totaal een bedrag van € 4,5 miljoen beschikbaar gesteld. De herinrichting openbare ruimte is in april 2017 afgerond, de nazorgfase naar verwachting in de eerste helft van 2018. In het najaar van 2017 zijn voor gewenste aanpassingen in de openbare ruimte – die buiten de scope van het project vallen - aanvullende krediet beschikbaar gesteld. Er is geen afzonderlijk financieel risico meer opgenomen.


Verbeteren infrastructuur Elst Noord
De scope van het project en de projectonderdelen zijn aan veranderingen onderhevig. Dit heeft invloed op het totaalbudget van het project. Uiteraard is de insteek van het ontwerp en de oplossingen sober en doelmatig en zoeken we zoveel mogelijk naar optimalisaties om binnen de kaders tot realisatie te komen. De financiële gevolgen voor het benodigde budget zijn in het 1e kwartaal van 2018 duidelijk geworden. We hebben te maken met een overschrijding van ca. 15%, waarvoor nog geen dekking is.  In de Stuurgroep is besloten om aanvullend budget in eerste instantie bij externe partijen te zoeken. In afwachting daarvan is geen afzonderlijke risicopost opgenomen in deze paragraaf.


Ontsluiting Park 15
Overbetuwe draagt in financiële zin bij aan een goede verkeerskundige ontsluiting van Park 15. Om dit goed te regelen, is een bestemmingsreserve afslag 38 gevormd ter grootte van € 4,5 miljoen waarvan momenteel nog € 1,6 miljoen resteert. Met de ontwikkelaar is in 2015 een Addendum op de Samenwerkingsovereenkomst gesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt over zakelijke zekerheden en over het innen van de plankosten. Hiermee zijn de risico’s voor de gemeente sterk verminderd, welke opgevangen kunnen worden binnen de bestemmingsreserve. Er wordt geen afzonderlijke risicopost opgenomen in deze paragraaf.


Land van Tap
In 2015 is door de gemeente het “Land van Tap” aangekocht. Deze grond wordt tot begin 2018 beschikbaar gesteld voor tijdelijke parkeervoorzieningen. Er wordt gewerkt aan een voorstel om de tijdelijke parkeervoorziening te continueren totdat de daadwerkelijke herontwikkeling aan de orde is: naast gebruik van de gronden voor bouwontwikkeling zal mogelijk een deel gebruikt worden als permanente parkeervoorziening. Op dit moment is er nog geen inzicht in het ontwikkelprogramma. Daarmee kan de bijbehorende potentiële grondwaarde nog niet bepaald worden en is het risico aanwezig dat (een deel van) de gronden afgewaardeerd moet worden. Vooralsnog is in afwachting van meer inzicht in het ontwikkelprogramma hier nog geen concreet risicobedrag aan gekoppeld, maar is dit op pm gezet.


Schil Zetten Hemmen
Als onderdeel van een landschappelijke bufferzone met daarbij de realisatie van een algemene begraafplaats in Zetten was in de Programmabegroting 2017 voor dit project een taakstellend budget van € 350.000 opgenomen (jaarschijf 2017 PNL). De procedure voor het bestemmingsplan is opgestart. In de komende periode wordt, mede op basis van onderzoeken en consequenties daarvan, bezien of het project haalbaar is binnen het taakstellende budget.


De Danenberg
Voor de ontwikkeling van landschapspark de Danenberg is een voorlopig stedenbouwkundig en landschappelijk ontwerp gemaakt. Dit is in 2017 als onderdeel van het voorontwerp bestemmingsplan gepubliceerd om de reacties uit de omgeving op te halen. Daarnaast worden ook de overeengekomen privaatrechtelijke afspraken geactualiseerd. Uitgangspunt is dat het project binnen de financiële kaders wordt gerealiseerd.


MFC Valburg
In 2017 is overeenstemming bereikt tussen de verschillende partijen ten behoeve van de ontwikkeling van het MFC en het project Molenzicht. De dorpsraad heeft de business case voor het MFC geactualiseerd. Het stedenbouwkundig plan is uitgewerkt, het bestemmingsplan is begin 2018 in procedure gebracht. De verwachting is dat eind 2018 gestart wordt met de bouw van het MFC.

De aanbesteding voor de nieuwbouw van het MFC wordt binnenkort gestart. Uitgangspunt hierbij is dat het opgenomen budget voldoende is om het MFC te realiseren.

MFC Herveld
In samenwerking met het stichtingsbestuur van het MFC Herveld wordt ‘De Hoendrik’ gerenoveerd en wordt een nieuwe sportzaal achter het bestaande MFC gebouwd. De ontwerpen hiervoor zijn uitgewerkt, het bestemmingsplan is in 2018 in procedure gebracht. De verwachting is dat medio 2019 gestart wordt met de bouw van het MFC. De aanbesteding voor de werkzaamheden van het MFC en sporthal wordt binnenkort gestart. Uitgangspunt hierbij is dat het opgenomen budget voldoende is om het project te realiseren.


Huisvesting OBC
In 2017 is besloten dat de nieuwbouw voor het OBC zal plaatsvinden op de locatie De Vinkenhof te Elst. Voor de realisatie van de nieuwbouw inclusief de 1e inrichting en de gymzaal was in de Programmabegroting 2017 een PNL-post opgenomen van ruim € 6,1 miljoen gebaseerd op de daarvoor geldende normering. Dit budget voor de bouwkosten is in 2015 normatief bepaald.

In januari 2018 is aanvullend budget door de raad toegekend. Redenen voor de aanvraag van het extra krediet zijn:
- verhoging van de stichtingskosten door vergroting van het schoolgebouw en indexering
- grondkosten en inrichtingskosten van het openbaar gebied.
Totaal is er nu ca. € 9.2 mln. aan krediet toegekend en zijn er nu voldoende dekkingsmiddelen aanwezig.

Nieuwe huisvesting
Dit project inclusief de risico’s / onzekerheden is uitgebreid toegelicht in paragraaf 3.5.



B. Grondexploitatie algemeen

Risicoanalyse
Voor de grondcomplexen wordt elk jaar een gewogen risicoanalyse opgesteld. De gewogen risicobedragen per 1-1-2018 van de actieve en passieve (in exploitatie en nog in exploitatie te nemen) complexen over de periode 2018-2023 bedragen in totaal afgerond € 1,4 miljoen. Voor dit bedrag wordt met ingang van 2016 geen afzonderlijke voorziening meer opgenomen. Tijdens het boekjaar vindt monitoring plaats van alle gewogen risicoanalyses uit het oogpunt van risicobeheersing en planoptimalisatie.


Vennootschapsbelasting (VpB)
Per 1 januari 2016 zijn de gemeenten vennootschapsbelastingplichtig (VpB). Op basis van de in 2015 en 2016 gemaakt analyses is gebleken er alleen over de behaalde resultaten van de grondexploitatieactiviteiten een VpB risico bestaat. In 2017 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar optimaliseringsmogelijkheden. In het eerste kwartaal 2018 is uit een overleg met de belastingdienst gebleken dat de gemeente VpB-plichtig is voor de grondexploitatie. Om die reden wordt in de jaarrekening een inschatting opgenomen voor de te betalen VpB over 2016 en 2017.


Ruimtelijke initiatieven en passieve grondcomplexen
De gemeente faciliteert een aantal ruimtelijke initiatieven en passieve grondcomplexen die voor rekening van initiatief nemende partijen worden uitgevoerd. We noemen het een passief  ondcomplex als er een overdracht van nieuwe openbare ruimte naar de gemeente plaats vindt. Het uitgangspunt bij al deze projecten is dat de gemeentelijke kosten bij de initiatiefnemer worden verhaald. Hiervoor worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt en zekerheden in de vorm van een bankgarantie of concerngarantie gevraagd. Voor het deel van de kosten dat mogelijk niet verhaald kan worden wordt jaarlijks een voorziening gevormd of deze kosten worden afgeboekt.


RPW (Regionaal Programma Werklocaties)
In de regio Arnhem Nijmegen is al geruime tijd sprake van overaanbod van bedrijfsterreinen, kantoren en perifere detailhandel. Het bestaande, deels verouderde en deels versnipperde aanbod, staan gewenste en nieuwe ontwikkeling in de weg. De regio kan dit uitsluitend oplossen door in onderlinge samenwerking dit overaanbod terug te brengen. De provincie Gelderland heeft de regiogemeenten de ruimte geboden om deze oplossing gezamenlijk uit te werken. In 2015 is de regio hiermee aan de slag gegaan en gezamenlijk is toegewerkt naar een definitief RPW. Het definitieve RPW is in oktober 2017 aangeboden aan de gemeenten. De raad heeft ingestemd met het RPW. In februari 2018 heeft de Gedeputeerde Staten het RPW vastgesteld.


Voor Overbetuwe betekent dat er op dit moment 3,9 hectare te veel aan lokale bedrijventerreinen is (Overbetuwe mag 5,2 hectare lokale bedrijventerreinen hebben). Indien er minder dan 3,9 hectare is verkocht/uitgegeven voor 1 januari 2021 moet ‘harde’ plancapaciteit mogelijk geschrapt worden. Dit kan leiden tot een kostenpost voor de gemeente Overbetuwe van maximaal € 3,7 miljoen (contante waarde 1-1-2017), indien tot dat moment geen enkele meter meer wordt verkocht en indien de gemeente 100% van de schrapopgave voor haar rekening neemt. De feitelijke schrapopgave per 1 januari 2021 is afhankelijk van een aantal zaken:
-           de grondverkopen in de komende jaren tot 1 januari 2021;
-           de keuze voor de bedrijfsterreinen die voor de schrapopgave ingezet worden;
-           welke alternatieve opbrengsten er mogelijk zijn na transformatie;
-           keuzes om kavels niet te schrappen omdat er geen andere bestemming mogelijk is;
-           de keuze om en in welke mate een mede-verantwoording bij de markt wordt gelegd.

Voor Elst Centraal hebben er in het verleden al afboekingen in de begroting plaatsgevonden. In onze begroting is nog slechts 3 ton als potentiële ontwikkelopbrengst opgenomen. Wanneer wij Elst Centraal echter kunnen ontwikkelen (met een economische functie), dan is de potentiële (meer)opbrengst ca. € 1 min, te markeren als risico gezien de beperkingen op / beperkte ontwikkelmogelijkheden van nieuw programma als gevolg van het RPW.

Deze keuzes hoeven nu nog niet te worden gemaakt: de gemeenteraad dient hierover in het najaar van 2018 formeel te besluiten. Het mogelijke verlies moet in 2021 (na de gevolgde procedure voor transformatie) genomen worden.

Nog te realiseren opbrengsten grondverkoop
De administratieve voorschriften (BBV – Besluit Begroting en Verantwoording) zijn met ingang van het boekjaar 2016 op enkele onderdelen gewijzigd. Dit betreft onder andere het aspect tussentijdse winstneming bij complexen grondexploitatie. Winsten moeten als gerealiseerd worden beschouwd indien en voor zover het resultaat op de grondexploitatie betrouwbaar kan worden ingeschat. Als gevolg hiervan is in de jaarstukken 2017 een tussentijdse winstneming van € 1,1 miljoen verwerkt bij complex De Poort van Midden Gelderland Zuid en € 0,6 miljoen bij het complex Elst Zuid. Dit is € 2,6 miljoen meer dan de boekwaarde per 31 december 2017 van deze grondcomplexen. De hoogte van deze verplichte winstneming- volgens de zogenaamde POC-methode (percentage of completion) – is gerelateerd aan het feit dat nagenoeg alle kosten zijn gemaakt, opbrengsten een gelijkmatig verloop hebben en er geen signalen van onzekerheden zijn. Dit neemt echter niet weg dat deze opbrengsten nog gerealiseerd moeten worden; de betreffende gronden zijn nog niet verkocht. Uitgangspunt is dat de opbrengsten conform de prognose vanuit de grondexploitatie worden gegenereerd. Echter, vanuit het oogpunt van voorzichtigheid, benoemen wij de voorgeschreven winstneming in deze paragraaf als een risico en nemen wij de genoemde € 2,6 miljoen mee in de berekening van het incidenteel weerstandvermogen.


Woningbouwprioritering
Sinds 2017 hebben we een nieuwe manier van sturen en programmeren van woningbouw. We sturen als gemeente nu op realisatie en kiezen op basis van kwaliteit. De overprogrammering is opgelost, er is ruimte voor nieuwe projecten in de toekomst én ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ is verleden tijd. Voor de sociale huursector hebben we in prioritering extra aandacht. Eén keer per jaar kunnen nieuwe ‘zachte’ plannen (na inhoudelijke toetsing) zich inschrijven voor een prioriteringsronde waarin de beschikbare plancapaciteit voor de betreffende jaarschijf verdeeld wordt. De beste initiatieven krijgen onder voorwaarden programmaruimte om binnen 3 jaar tot realisatie te komen. Een soort aanbesteding dus, op basis van kwalitatieve criteria.


Er zijn veel initiatiefnemers, die willen bouwen in Overbetuwe. Dat vraagt dat de gemeente erop stuurt dat de juiste woningen op de juiste plek gerealiseerd kunnen worden. Goed inspelen op de actuele woningbehoefte vraagt namelijk focus. En het maken van keuzes. Met de nieuwe programmeringssystematiek regisseert de gemeente ook beter de (voortgang en actualisatie van) het woningbouwprogramma. We kunnen de projecten faciliteren die kwalitatief het beste aansluiten bij de vraag van de woningzoekenden. De nieuwe systematiek en bijbehorend afwegingskader biedt tevens meer duidelijkheid over de eventuele financiële gevolgen en/of risico’s voor de gemeente in actieve complexen (een zeer beperkt deel van het totaal van plannen).


C. Overige risico’s

Huisvesting statushouders
In het bestuursakkoord "Verhoogde Asielinstroom" (november 2015) is een financiële verrekensystematiek afgesproken. Dit systeem houdt in dat gemeenten die niet aan de wettelijke huisvestingstaakstelling voldoen, een nadelig financieel gevolg zullen ondervinden. Het rijk stelt hierbij voor om bij de gemeenten, die niet aan de taakstelling voldoen, de kosten in rekening te brengen die het COA maakt doordat een vergunninghouder langer in een AZC verblijft. In het bestuursakkoord is afgesproken dat dit systeem op 1 juli 2016 in werking zou treden. Dat is echter niet gelukt. Aan de landelijke regietafel is afgesproken dat er vanaf 1 juli gemonitord wordt welke gemeenten achterstanden oplopen. Vervolgens is het Rijk aan de slag gegaan met het ontwerpen van de Wet kostenverhaal huisvesting vergunninghouders om gemeenten een 'boete'' op te leggen wanneer sprake zou zijn van verwijtbaar gedrag. 


Uiteindelijk is het wetsvoorstel niet meegenomen in het regeerakkoord van het kabinet Rutte III. De grote landelijke achterstand met betrekking tot de taakstelling huisvesting statushouders uit 2016 is in de loop van 2017 echter volledig weggewerkt waardoor de noodzaak voor de nieuwe wet ook is verdwenen. Ook voor Overbetuwe geldt dat de achterstand volledig is weggewerkt. De achterstand van 41 in januari 2017 was per 1 januari 2018 zelfs omgezet in een voorsprong van 10. Er bestaat op dit moment dus geen enkel financieel risico dat er verhaal zal worden gehaald op de gemeente Overbetuwe in het kader van achterstand op de taakstelling huisvesting statushouders. In een volgende versie van deze paragraaf (Programmabegroting 2019) zal dit onderwerp dus niet meer zijn opgenomen.

Garantieverplichtingen

 

x € 1 miljoen

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

 42,8

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

142,5

Stichting Waarborgfonds Sport (SWS)

   0,3

Particulieren (voormalige gemeentegaranties)

 15,2

Overige garanties en borgstellingen

   4,4

Totaal (per 31-12-2017)

               205,2

Het totaalbedrag aan garanties is ten opzichte van de laatst opgestelde paragraaf (bij de Programmabegroting 218) afgenomen met € 3,2 miljoen door voornamelijk een afname van het totaalbedrag van garanties van de onderdelen WEW.
Het overgrote deel van de garanties heeft betrekking op garanties voor eigen woningen. Voor garanties vanaf 1-1-2011 loopt de gemeente hiervoor geen concreet risico meer. Dat geldt ook voor de garanties aan particulieren, waarvoor het risico in het verleden is afgekocht. Voor de overige garanties loopt de gemeente een secundair of tertiair risico. Dat betekent dat de gemeente pas in tweede of in derde instantie wordt aangesproken. Het is nog steeds verantwoord er vanuit te gaan dat er in de voor ons liggende jaren geen substantieel beroep zal worden gedaan op de door de gemeente verstrekte garanties of afgegeven achtervang.

Werkvoorzieningschap Midden-Gelderland/Presikhaaf Bedrijven
Op 5 oktober 2016 heeft het AB ingestemd met een nieuwe begrotingssystematiek, waarbij besloten is tot voorfinanciering door de deelnemende gemeenten van het negatieve begrotingsresultaat. De begroting 2018 van Presikhaaf Bedrijven (PHB) sluit hierdoor op een nihil resultaat. Door het ontbreken van voldoende weerstandsvermogen bij PHB komen de tekorten voor rekening van de deelnemende gemeenten. De gemeente Overbetuwe is verantwoordelijk voor de dekking van ca. 6,6% van het exploitatietekort. In de begroting 2018 van onze gemeente is hierop geanticipeerd door een structurele gemeentelijke bijdrage aan PHB op te nemen van € 420.000. Bovenvermeld begrotingsbedrag is een gemiddeld bedrag voor de periode 2016 t/m 2019. Jaarlijks zal in de Tussenrapportages op basis van actuele gegevens afstemming plaatsvinden met de werkelijke bijdragen aan PHB. Met ingang van 2017 gaat PHB het eigen vermogen opbouwen tot een omvang van € 2.400.000. Jaarlijks wordt hiervoor € 600.000 bij de deelnemende gemeenten in rekening gebracht. 


In december 2017 heeft het AB ingestemd met de overdracht van haar activiteiten aan Scalabor. Hiermee ontstaat een nieuwe situatie die zich zal vertalen in een nieuwe begroting 2018. Ingevolge de begrotingssystematiek zal ook deze op een resultaat van nihil sluiten. Met de overdracht van de activiteiten draagt PHB niet langer het exploitatierisico van die activiteiten. Hiermee is het risico van de deelname vanaf 1 januari 2018 beperkt tot het verschil in rijksbijdrage enerzijds en de loonkosten, aangevuld met uitvoeringskosten voor personeelsadministratie, anderzijds. Naar verwachting zullen deze voor 2018 en 2019 binnen de begroting vallen. Ook komt de noodzaak tot het opbouwen van eigen vermogen te vervallen. Besluitvorming hieromtrent dient nog plaats te vinden. De overgang van de uitvoering van Wsw naar Scalabor  per 1 januari 2018 heeft voor Presikhaaf Bedrijven in 2017 tot frictiekosten geleid. Uiteindelijk heeft dit conform de concept jaarrekening geleid tot een verlies van € 10.535.000 over het jaar 2017. Voor onze bijdrage in de frictiekosten is conform de kwartaalcijfers van PHB via TR4 - 2018 een bedrag gereserveerd van € 737.106. Gelet op het voorgaande hebben wij in deze paragraaf geen risicobedrag opgenomen.

Brandbestrijding, hulpverlening bij rampen, opruiming explosieven
In het geval van incidenten op “rampschaal” kan de gemeente worden geconfronteerd met flinke financiële aanspraken. Daarbij moet worden gedacht aan herstelwerkzaamheden, opvang, begeleiding en compensatie van schade. Verder kan het bij grondwerkzaamheden noodzakelijk zijn om oude explosieven op te ruimen. Bij nieuwe projecten, waarbij deze kans bestaat, wordt al zoveel mogelijk een kostenraming opgenomen en worden kosten, waar mogelijk doorbelast aan projectontwikkelaars, e.d. Ook kan de gemeente een deel van de kosten (70%) bij het rijk declareren. Een deel van de kosten blijft echter voor rekening van de gemeente en hiervoor is geen bestemmingsreserve meer beschikbaar. Eventuele kosten van de beschreven onderdelen kunnen in eerste instantie worden opgevangen met de algemene post van € 5 miljoen (zie totaaloverzicht).

Juridische procedures ruimtelijke plannen e.d.
De mogelijkheid bestaat dat aan de algemene reserve middelen moeten worden onttrokken om één of meerdere langslepende (ruimtelijke) kwesties voor de gemeente tot een goed eind te kunnen brengen. Hiervoor nemen wij een risicobedrag op van € 0,5 miljoen.

Opvang tekorten jaarrekening en/of grote projecten
De gemeente heeft geen afzonderlijke bestemmingsreserve om eventuele rekeningstekorten op te vangen. Ook kan het zijn dat er zich bij de grote projecten in de toekomst toch nog onverwachte aanvullende tekorten voordoen, ondanks de getroffen voorzieningen en ingeschatte risico’s in deze paragraaf. In de lijn van voorgaande jaren wordt voor bovenstaande risico’s één algemene post opgenomen van € 5 miljoen.


Recapitulatie incidentele financiële risico’s
x € 1 miljoen

A. Grote projecten, niet zijnde grondexploitatie 0,0
   
B. Grondexploitatie algemeen                                                                           
Gewogen risicoanalyse 1,4
RPW (Regionaal Programma Werklocaties)  4,7
Nog te realiseren opbrengsten grondverkoop 2,6
   
C. Overige risico’s  
Juridische procedures 0,5
Algemene stelpost rekeningstekort, e.d.  5,0
Totaal eenmalige financiële risico’s € 14,2

 

De incidentele risico’s zijn met € 3,1 miljoen afgenomen t.o.v. de vorige paragraaf (Programmabegroting 2018). Dit komt door RPW (was € 6,0 miljoen en nu € 4,7 miljoen) en de nog te realiseren opbrengsten grondverkoop (was € 4,4 miljoen en nu € 2,6 miljoen).

2.2       Omvang incidentele weerstandscapaciteit
In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit weergegeven in drie in de tijd opeenvolgende P&C-documenten.

Ontwikkeling weerstandscapaciteit juni 2017 / mei 2018 (x € 1.000)

 

Jaarstukken 2016
(juni 2017)

Begroting 2018
(sept. 2017)

Jaarstukken 2017
(mei 2018)

Incidentele weerstandscapaciteit

A. Algemene reserve
-  Werkelijk saldo 31-12-2016 (incl. rek.res. 2016)

-  Geraamd saldo per 1-1-2018 (=31-12-2017)
-  Werkelijk saldo 31-12-2017 (incl. rek.res. 2017)

B. Stille reserves in:
Niet meer opgenomen


Totale incidentele weerstandscapaciteit

 

19.387

 

  

 

 

19.387

 

 

25.810

 

  

 

25.810

 

 

 

19.823

  

 

 19.823


Toelichting op de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit
A. Algemene reserve
De algemene reserve is ten opzichte van het saldo per eind 2016 met ca. € 0,4 miljoen toegenomen. Dit komt hoofdzakelijk door het rekeningresultaat 2017. Het aanzienlijke verschil ten opzichte van de geraamde omvang in de Programmabegroting 2018 is nagenoeg geheel veroorzaakt door het besluit van de raad om de in 2012 gedane onttrekking van € 6.800.000 aan de bestemmingsreserve riolering ongedaan te maken. Om die reden is dit bedrag weer uit de algemene reserve gehaald en gestort in de huidige voorziening riolering. In het verwachte verloop van de algemene reserve in de Programmabegroting 2018 was hiermee geen rekening gehouden.


B. Stille reserves
De stille reserves kunnen pas worden geëffectueerd bij realisatie van een aantal besluiten c.q. acties die niet direct tot een financieel resultaat leiden (bijv. aandelenverkoop BNG). De directe vrije beschikking van deze posten is dus onzeker. Met ingang de jaarstukken 2014 is geen bedrag meer opgenomen.


2.3       Conclusie incidentele weerstandsvermogen
In de afgelopen jaren zijn er belangrijke stappen gezet op het pad naar een stabiele financiële situatie. Deze positieve ontwikkeling heeft zich niet alleen voorgedaan bij het incidentele weerstandsvermogen, maar ook bij het structurele weerstandsvermogen, zoals toegelicht in de volgende pagina’s.


In de Jaarstukken 2016 is het percentage dat de verhouding weergeeft tussen de gekwantificeerde eenmalige financiële risico’s en de incidentele weerstandscapaciteit voor het eerst boven de 100% uitgekomen, namelijk 112%. De kwalificatie is daarom toen verhoogd van ‘nog niet voldoende en reden tot waakzaamheid en terughoudendheid’ (was in Programmabegroting 2016) naar ‘redelijk goed’. In de Programmabegroting 2018 is het percentage verder gestegen naar 139% hetgeen reden was om de kwalificatie op ‘redelijk goed’ te handhaven. Uit deze actuele paragraaf bij de Jaarstukken 2017 is op te maken dat de verhouding tussen de gekwantificeerde eenmalige financiële risico’s (van € 14,2 miljoen) en de incidentele weerstandscapaciteit (van € 19,8 miljoen) licht is gedaald en nu 141% bedraagt. Wij handhaven daarom de kwalificatie van het eenmalige weerstandsvermogen op: ‘redelijk goed’. Gezien het verwachte verloop van de algemene reserve in de komende jaren zal dit ertoe leiden dat bij gelijkblijvende (of dalende) eenmalige financiële risico’s binnen afzienbare tijd de kwalificatie ‘goed’ gebruikt kan worden. Welk percentage hierbij hoort is niet duidelijk voorgeschreven, maar wij hanteren hiervoor 200%. Met andere woorden de verhouding tussen weerstandscapaciteit en eenmalige risico’s is 2 : 1.

Op 20 februari 2018 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement 2018’ vastgesteld. In die nota is vastgelegd welk niveau (ratio) van weerstandsvermogen de gemeente nastreeft. Daarbij is gebruik gemaakt van de waarderingstabel ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). De gemeente Overbetuwe streeft naar een ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2. Met deze ratio krijgt het weerstandsvermogen de kwalificatie ‘ruim voldoende’. Met ingang van de kadernota / begroting 2019 hanteren we de kwalificaties zoals deze geformuleerd zijn in de vastgestelde Nota risicomanagement.  De kwalificatie uit voorliggende jaarstukken 2017 van ‘redelijk goed’ correspondeert met nieuw te hanteren duiding ‘ruim voldoende’ en hiermee sluiten we tevens aan bij het vastgestelde streefniveau. 
 

3. Structureel weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 3. Structureel weerstandsvermogen

Zoals toegelicht in de paragraaf bij eerdere P&C-stukken hebben we al een aantal structurele risico’s stapsgewijs bewust beperkt. Deze acties tot het terugbrengen van de structurele risico’s zullen wij hier niet opnieuw toelichten. Wel hebben dergelijke acties onze voortdurende aandacht.

3.1       Structurele risico’s
Dit zijn risico’s waaruit structurele financiële consequenties kunnen voortvloeien.

Hieronder beschrijven wij de belangrijkste structurele risico’s.

De decentralisaties in het sociaal domein
Met de eerste ervaringsjaren 2015 tot en met 2017 beschikken we over steeds meer cijfers over de gedecentraliseerde taken in het sociale domein, bestaande uit: Jeugdzorg, Maatschappelijke Ondersteuning en Participatie. We krijgen daarmee een steeds beter beeld van de aard en omvang van de financiële risico’s. De structurele risico’s die kunnen voortvloeien uit deze taken blijven voor een deel nog steeds lastig te kwantificeren, omdat we de zorgvraag van onze inwoners en de daarmee samenhangende zorgkosten niet op voorhand weten. Om de uitnutting beter te volgen geven we in de reguliere P&C-cyclus vier keer per jaar de ontwikkeling in het financieel kader voor het sociaal domein weer.

Om de stijgende kosten in het sociaal domein te verminderen werken we aan de transformatie van zorg in het sociaal domein. Sturingsmogelijkheden liggen er bij de inkoop en contractering van zorg en door het verbeteren en uitbreiden van de algemene voorzieningen, om daarmee het kosten voor de maatwerkvoorzieningen af te laten nemen. Bij de inkoop voert het contract- en relatiemanagement periodiek contractbesprekingen uit met zorgaanbieders om de kwaliteit van de zorg te verbeteren, de zorg verder te kantelen en de zorgkosten te reduceren. In de bedrijfsvoering zijn we overgestapt op de digitale gegevensuitwisseling van zorgmeldingen en facturering. Door monitoring van deze gegevens krijgen we steeds meer sturingsinformatie over de taakuitvoering en de financiën in het sociale domein. De transformatie, vooral in de Jeugdzorg, is net gestart. We zullen de komende jaren nodig hebben om met de transformatie in de zorg de financiële nadelen binnen het sociaal domein op te vangen.

Het Rijk heeft het voornemen om per 2019 de integratie-uitkeringen sociaal domein (IUSD) niet meer apart in beeld te brengen. De baten voor de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein zijn daarmee niet meer als apart onderdeel zichtbaar in de algemene uitkering. Het Rijk en de VNG gaan in 2018 nadere afspraken maken over de hoogte en structurele indexering van de betreffende budgetten, voordat de overheveling wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt in 2019 het woonplaatsbeginsel anders ingevuld waardoor de baten en lasten voor jeugdzorg zullen afnemen. Op dit moment is dus de nodige onzekerheid hoe een en ander er vanaf 2019 financieel uit zal zien. Ten tijde van het opstellen van de volgende versie van deze paragraaf (Programmabegroting 2019) zal waarschijnlijk wat meer duidelijk zijn. Bij de komende tussenrapportages zullen we u informeren over de actuele financiële ontwikkelingen in het sociaal domein.

In deze financiële paragraaf volstaan wij met deze toelichting en nemen wij geen afzonderlijk structureel risico op voor dit onderdeel.

Samenwerking op diverse taakgebieden
Zuiver vanuit het financiële oogpunt bezien -dus los van inhoudelijke voordelen- heeft de samenwerking met andere gemeenten tot nu toe geleid tot (voorlopige) financiële nadelen en verhoging van financiële risico’s o.a. wegens niet door te belasten overheadkosten. Zoals ook geconcludeerd in voorgaande begrotingen, vloeien uit de diverse nieuwe samenwerkingsvormen eenmalige en structurele financiële consequenties en risico’s voort.


Wat betreft de structurele risico’s speelt ook nog het volgende. Gemeente Overbetuwe hanteert -in tegenstelling tot veel andere gemeenten- voor de eigen begroting al jaren de nullijn; dus geen verhogingen wegens areaaluitbreiding en prijsstijgingen. Op het moment dat taken uit handen gegeven worden aan samenwerkingsverbanden e.d., bepaalt Overbetuwe niet meer zelfstandig de begrotingsrichtlijnen voor de betreffende onderdelen, maar worden deze bepaald door “de meerderheid”. Min of meer hetzelfde geldt bij structurele uitbesteding van werkzaamheden, waarbij de gemeente gebonden is aan de prijs- en areaalaanpassingen op basis van gesloten contracten.

Zoals u regelmatig heeft kunnen lezen, hechten wij zeer aan samenwerking met andere gemeenten en andere partners, maar stellen wij ons ook kritisch op bij het aangaan van nieuwe samenwerkingsvormen en zeker ook wat betreft de financiële risico’s die hieruit kunnen voortvloeien.

Invoering vennootschapsbelasting (VpB)
Zie toelichting op VpB bij eenmalige risico’s/grondexploitatie.


Niet te realiseren deel structurele taakstellingen
In de periode 2010-2016 zijn er diverse omvangrijke heroverwegingsoperaties uitgevoerd. De op basis daarvan ingeboekte taakstellingen zijn inmiddels bijna allemaal gerealiseerd. Er resteert nog een aantal in te vullen posten vanaf 2018. Een tweetal taakstellingen bleek echter niet haalbaar en deze zijn inmiddels via de Kadernota 2018 afgeboekt. De overige taakstellingen zouden volgens de planning vanaf 2018 wel worden gerealiseerd. Bij de Kadernota 2019 zal opnieuw kritisch worden gekeken of de ingeboekte taakstellingen ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden.

Recapitulatie gekwantificeerde structurele financiële risico’s
Samenvattend zijn er wel structurele financiële risico’s, maar deze zijn niet zodanig hard of concreet dat deze ook te kwantificeren zijn. De beperkte omvang van de structurele risico’s is ook het gevolg van onze gerichte acties tot het terugdringen hiervan.


3.2       Structurele weerstandscapaciteit
In onderstaande tabel is de verwachte structurele weerstandscapaciteit in drie opeenvolgende momenten en P&C-documenten weergegeven.

Ontwikkeling structurele weerstandscapaciteit sept. 2017 / mei 2018 (x € 1.000)

 

Jaarrekening 2016
(juni 2017)

Begroting 2018
(sept. 2017)

Jaarrekening 2017
(mei 2018)

a. Structureel overschot
b. Mogelijke aanvullende voordelen heroverwegingen
c. Onbenutte belastingcapaciteit
d. Post onvoorzien

Totale structurele weerstandscapaciteit

1.337
pm
pm
54

1.391

1.414
pm
pm
54

1.468

1.532
pm
pm
54

1.586

Ook ten tijde van het opstellen van de Jaarstukken 2017 is nog steeds sprake van een aanzienlijk structureel overschot. Zoals wij in de Kadernota 2017 hebben aangegeven is het noodzakelijk om dergelijke overschotten niet aan te wenden maar (grotendeels) in stand te houden als buffer voor eventuele structurele tegenvallers en om jaarlijks een flinke toevoeging te doen aan de algemene reserve. In die Kadernota heeft u op ons voorstel ook het uitgangspunt vastgesteld om te streven naar een gemiddeld in stand te houden begrotingsoverschot van € 1 miljoen per jaar, dit o.a. als buffer voor de opvang van structurele financiële risico’s.

Bij onderdeel “b” hebben wij bewust geen rekening gehouden met mogelijk hogere overschotten in toekomstige jaren en extra structurele ruimte van inkomstenverhogende maatregelen van aanvullende heroverwegingsoperaties, e.d.. In de begroting en het meerjarenperspectief zijn namelijk al structurele voordelen ingeboekt die nog gerealiseerd moeten worden. Ook zijn de financiële mogelijkheden om verder te heroverwegen/te bezuinigen beperkt, omdat deze gemeente al vele jaren grotendeels de nullijn hanteert bij de samenstelling van de exploitatiebegroting.

Wat betreft de onbenutte belastingcapaciteit (c) nog even de volgende toelichting.  Zuiver theoretisch kunnen wij een bedrag aan onbenutte belastingcapaciteit opnemen van afgerond  € 4,5 miljoen. Dit is de ruimte om de OZB-tarieven te verhogen volgens de normen die het rijk hanteert voor gemeenten in financiële problemen (artikel 12 gemeenten). Zoals wij ook al hebben opgemerkt in risicoparagrafen bij voorgaande P&C-stukken vormt de mogelijkheid tot een dergelijke extra belastingverhoging geen reële optie om structurele risico’s op te vangen. Het is namelijk niet reëel om te veronderstellen dat deze gemeente de belastingen, e.d. op de korte termijn met tientallen procenten zal verhogen (naast de reguliere verhogingen van gemiddeld 1,5%). In de kolom van het overzicht hierboven is de onbenutte belastingcapaciteit daarom pm geraamd.

3.3      Het structurele weerstandsvermogen en de eindconclusie
Het structurele weerstandsvermogen is, zoals reeds vermeld in de inleiding:

de verhouding tussen structurele risico’s en structurele weerstandscapaciteit.

Op basis van de positieve ontwikkelingen in de begroting 2017 en het bijbehorende meerjarenperspectief en het feit dat wij steeds meer grip op risico’s krijgen, hebben wij de kwalificatie van het structurele weerstandsvermogen in de begroting 2017 verhoogd van “redelijk goed” naar “goed”. Deze kwalificatie is gehandhaafd in de Jaarstukken 2016 en Programmabegroting 2018.

Op grond deze actuele paragraaf en het geactualiseerde meerjarenperspectief hebben wij het structurele weerstandsvermogen ook in de Jaarstukken 2017 gekwalificeerd als: goed.

Het spreekt voor zicht dat wij ons blijven inzetten om deze goede positie te handhaven en waar mogelijk te versterken.

Kengetallen

Terug naar navigatie - Kengetallen

De verplichte financiële kengetallen
Op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), worden met ingang van de jaarrekening 2015 en begroting 2016 de volgende kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen:

1.a. Netto schuld quote
1.b. Netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
2.     Solvabiliteitsratio
3.     Structurele exploitatieruimte
4.     Grondexploitatie
5.     Belastingcapaciteit

De kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Hieronder wordt allereerst vermeld wat de betekenis is van de diverse kengetallen. Vervolgens zijn uitkomsten van de kengetallen verzameld in een tabel. In deze tabel is niet alleen het betreffende kengetal voor het begrotingsjaar 2018 opgenomen, maar ook die van de jaren uit de meerjarenraming (2019 t/m 2021), de begroting 2017 en het jaarverslag 2016. Bij de beoordeling van de financiële positie is het immers ook relevant om inzicht te hebben hoe de kengetallen zich ontwikkelen ten opzichte van voorgaande jaren. Tenslotte worden conclusies getrokken.

1a. Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.


1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.


2. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal.


3. Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.


4. Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage.


5. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde.


Jaarverslag 2017 Verloop van de kengetallen
Kengetallen: Jaarverslag 2016 Begroting 2017 Jaarverslag 2017
1.a. Netto schuldquote 62% 78% 73%
1.b. Netto schuld quote gecorrig. 56% 71% 65%
2.    Solvabiliteitsratio 29% 20% 27%
3.    Structurele exploitatieruimte 4,42% 2,31% 1,69%
4.    Grondexploitatie 2,48% 1,98% 11,86%
5.    Belastingcapaciteit 89% 83% 84%


Conclusies en normen Provincie Gelderland

1a. Netto schuldquote
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Categorie A  Tot 100%
Categorie B  100% tot 130%
Categorie C  Hoger dan 130%


Overbetuwe 2017: 73% en 65% dus categorie A (= voldoende).


2. Solvabiliteitsratio

Categorie A  50% en hoger
Categorie B  Tussen 20% en 50%
Categorie C  Kleiner dan 20%


Overbetuwe 2017: 27% dus categorie B (= matig).


3. Structurele exploitatieruimte

Categorie A  Hoger dan 0,6%
Categorie B  Tussen 0% en 0,60%
Categorie C  Kleiner dan 0%


Overbetuwe 2017: 1,69% dus categorie A (= voldoende).


4. Grondexploitatie

Categorie A  Kleiner dan 20%
Categorie B  Tussen 20% en 35%
Categorie C  Hoger dan 35%


Overbetuwe 2017: 11,86% dus categorie A (= voldoende).


5. Belastingcapaciteit

Categorie A  Kleiner dan 95%
Categorie B  Tussen 95% en 105%
Categorie C  Hoger dan 105%


Overbetuwe 2017: 84% dus categorie A (= voldoende).


De algemene conclusie is dat gemiddeld over alle financiële kengetallen onze gemeente voldoende scoort en dat alleen de solvabiliteit een matig aangeeft. Dit wordt veroorzaakt door de huidige stand van de algemene reserve. De omvang daarvan is de afgelopen jaren al aanzienlijk toegenomen en de verwachting is dat deze toename zich in de komende jaren verder voortzet.

III. Onderhoud kapitaalgoederen

1. Inleiding

Terug naar navigatie - 1. Inleiding

In de openbare ruimte bevinden zich veel zaken die eigendom van de gemeente zijn. Deze eigendommen kunnen als volgt worden ingedeeld:

  • infrastructuur: wegen, water en riolering
  • voorzieningen: groen, verlichting, sportvelden, speelvoorzieningen
  • gebouwen: scholen, sport- en welzijnsaccommodaties, huisvesting gemeente en brandweer

Al deze eigendommen, die ook wel kapitaalgoederen worden genoemd, moeten door de gemeente worden onderhouden. De door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveaus worden in deze paragraaf toegelicht.

2. Welke afspraken zijn over het onderhoud van de kapitaalgoederen gemaakt?

Terug naar navigatie - 2. Welke afspraken zijn over het onderhoud van de kapitaalgoederen gemaakt?

De gemeenteraad heeft beleids- en beheerplannen vastgesteld die de uitgangspunten bevatten voor dat onderhoud. Het kwaliteitsplan BOR is een goed instrument gebleken om daadwerkelijk de afgesproken kwaliteit in de praktijk te realiseren. Een aantal plannen moet worden herzien. In de plannen die op termijn ter vaststelling worden aangeboden wordt het kwaliteitsniveau concreter geformuleerd. Hierdoor is een betere afweging te maken.

Beleidsdocument Datum vaststelling Geplande actualisatie  [1]
Beheerplan wegen 2014 - 2018 17-03-2015 2018
Gemeentelijk Rioleringsplan 04-12-2017 2021
Beleidsplan Openbare Verlichting 30-05-2006 2018
Beleidsplan Speelvoorzieningen 23-05-2012 2020
Nota Voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties 26-02-2008 2018
Gemeentelijke accommodaties niet zijnde gebouwen (sportvelden, veldmeubilair, sportinventaris) 28-10-2008 nog onbekend

[1] Het jaartal geeft weer in welk jaar de actualisatie leidt tot een voorstel aan de gemeenteraad.

 

Kwaliteitsniveaus

Terug naar navigatie - Kwaliteitsniveaus

In het Kwaliteitsplan Beheer Openbare Ruimte is gewerkt met drie kwaliteitsniveaus te weten laag, basis en goed[3]. Deze kwaliteitsniveaus zijn in het hierna opgenomen overzicht uitgewerkt, zodat duidelijk wordt wat eronder wordt verstaan. (overigens wordt in de CROW –systematiek gewerkt met niveaus A+ tot en met D maar worden vanwege de leesbaarheid van deze paragraaf vertaald in onderstaande kwalificaties Laag, Basis en Hoog).

Kwaliteitsniveau

Laag

Basis

Hoog

Wettelijke voorschriften

Het onderhoudsniveau voldoet niet of niet-geheel aan de minimaal vereiste wettelijke voorschriften

Het onderhoudsniveau voldoet voldoende aan de vereiste wettelijke voorschriften

Het onderhoudsniveau voldoet ruimschoots aan de vereiste wettelijke voorschriften

Duurzaamheid (Vervangingstermijnen)

Door het lage onderhoudsniveau wordt de levensduur van het kapitaalgoed korter dan gebruikelijk

De levensduur is de gebruikelijke vervangingstermijn van het kapitaalgoed

Door het hoge onderhoudsniveau wordt de levensduur van het kapitaalgoed verlengd

Opbouw achterstallig onderhoud

Achterstallig onderhoud komt periodiek voor

Achterstallig onderhoud komt incidenteel voor

Achterstallig onderhoud komt niet voor

Milieu effecten

Het onderhoudsniveau van het kapitaalgoed is zodanig dat in onvoldoende mate efficiënt en zuinig met natuurlijke hulpbronnen wordt omgegaan

Het onderhoudsniveau van het kapitaalgoed is zodanig dat in voldoende mate efficiënt en zuinig met natuurlijke hulpbronnen wordt omgegaan

Het onderhoudsniveau van het kapitaalgoed is zodanig dat in ruime mate efficiënt en zuinig met natuurlijke hulpbronnen wordt omgegaan

Oordeel inwoners

(schaal 1,0-10,0)

Score 1,0 - 5,5

Score 5,5 – 7,0

Score 7,1 – 10,0

Veiligheid (objectief)

Door de wijze van onderhoud bestaat een gerede kans op ongelukken

Door de wijze van onderhoud bestaat weinig kans op ongelukken

Door de wijze van onderhoud bestaat een zeer geringe kans op ongelukken

Gevoelswaarde inwoners (subjectief)

Inwoners ervaren de openbare ruimte (m.b.t. het betreffende kapitaalgoed) als onveilig en onvoldoende leefbaar

Inwoners ervaren de openbare ruimte (m.b.t. het betreffende kapitaalgoed) als voldoende veilig en leefbaar

Inwoners ervaren de openbare ruimte (m.b.t. het betreffende kapitaalgoed) als zeer veilig en leefbaar

Klachten

De gemeente ontvangt veel klachten over het kapitaalgoed

De gemeente ontvangt weinig klachten over het kapitaalgoed

De gemeente ontvangt geen klachten over het kapitaalgoed

Claims

Grote kans op gegronde schadeclaims

Weinig kans op gegronde schadeclaims

Geen kans op gegronde schadeclaims

[3] In de overzichten is het kwaliteitsniveau “goed” gewijzigd in “hoog”.

4. In plannen vastgelegde kwaliteitsniveaus van het onderhoud

Terug naar navigatie - 4. In plannen vastgelegde kwaliteitsniveaus van het onderhoud

Naam beleids-/beheersplan

Datum raadsbesluit

Kwaliteitscriteria (laag, basis of hoog)

Beheerplan Openbare Ruimte

 

 

14-12-2010

Wegen:  basisniveau

Groen

Binnen bebouwde kom:  basis/hoog niveau
Buiten bebouwde kom:  basisniveau
Bedrijventerreinen: basisniveau

Straatreiniging

Centra en bebouwde kom:  basisniveau
Buiten bebouwde kom:  basisniveau
Bedrijventerreinen:  basisniveau
Openbare verlichting: basisniveau

Straatmeubilair

Binnen bebouwde kom:  basisniveau
Buiten bebouwde kom:  basisniveau
Bedrijventerreinen:  basisniveau

Beheerplan Wegen 2014 - 2018

 

17-03-2015

Wegen                            basisniveau

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

04-12-2017

De gemeente moet voldoen aan de gemeentelijke watertaken zoals beschreven in de Wet milieubeheer en de Wet op de waterhuishouding. Deze taken vormen de basis van het GRP 2018-2022.

Algemene uitgangspunten bij het opstellen van het GRP waren:

  • In stand houden van de huidige voorzieningen, waarbij wordt voldaan aan de wettelijke voorschriften.

    In het GRP 2018-2022 zijn de exploitatielasten, de investeringen en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten opgenomen.

    De belangrijkste financiële uitgangspunten zijn:

  • De financiële consequenties van de investeringen en werkzaamheden worden voor een periode van 20 jaar berekend;
  • In de meerjarenramingen van het GRP wordt rekening gehouden met een jaarlijkse loon- en prijsstijging van 1,5%. Ter compensatie hiervan wordt het riooltarief jaarlijks met 0,5% verhoogd;
  • Een kostendekking van 100%, waarbij rekening wordt gehouden met de in te calculeren rente over de voorziening riolering;
  • De minimumomvang van de voorziening riolering bedraagt € 1.000.000;
  • Het (resterende) saldo van de voorziening wordt in 10 jaar ingezet ter verlaging van de rioolheffing;
  • De uit de jaarrekening blijkende exploitatievoordelen worden gebuikt ter verlaging van de rioolheffing.

Beleidsplan Openbare verlichting

30-5-2006

Zowel voor de beheerskaders (masten, armaturen, etc.) als voor de beleidskaders (sociale veiligheid, verkeersveiligheid, etc.) is in het plan vastgelegd dat het na te streven kwaliteitsniveau “basis” is.

Het college heeft op 12 december 2017 besloten om het nieuwe Beleidsplan  “Licht in Overbetuwe 2018-2022“ door te leiden naar de raadsvergadering van 6 februari 2018.

Beleidsplan Speelvoorzieningen

23-05-2012

Onderhoud en beheer van speelvoorzieningen gaat uit van wettelijke (veiligheids)voorschriften. Met behulp van inspecties wordt dit geborgd. Er is een grens aan de financiële ruimte voor het onderhoud en beheer. Met behulp van een meerjaren renovatieplan wordt wijk- en kerngericht gewerkt aan renovaties van speelruimte.

Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties

26-2-2008

Het gaat hier om de gemeentelijke gebouwen voor welzijn en sport, de schoolgebouwen en de overige gebouwen (huisvesting bestuur en ambtenaren, brandweer, enz.). De basis onder de onderhoudsbegrotingen is gelegen in door derden opgestelde meerjarenonderhouds-planningen. Eind 2017 zijn de meerjarige onderhoudsplannen (MOP’s) geactualiseerd. Momenteel wordt gekeken om deze MOP’s om te zetten naar duurzame MOP’s (DMOP’s). Hierin wordt duurzaamheid meegenomen.

We gaan kritisch om met het onderhoud. Indien op basis van de meerjarenonderhoudsplannen vervanging noodzakelijk is, bekijken we eerst kritisch of vervanging daadwerkelijk nodig is. Incidenteel komt achterstallig onderhoud voor. Wij gaan op een afgewogen manier met de financiële middelen om. Op basis hiervan kan het na te streven onderhoudsniveau worden aangemerkt als “basis”.

Gemeentelijke accommodaties niet zijnde gebouwen (voetbalvelden, veldmeubilair en sportinventaris)

28-10-2008

Bij de voetbalvelden bekijken we jaarlijks kritisch welk onderhoud daadwerkelijk nodig is. We hebben hiervoor geen meerjarenonderhouds-plannen gemaakt omdat in de uitvoeringsagenda als voornemen staat dat de onderhoudsbijdrage aan de voetbalverenigingen wordt geprivatiseerd. Dit zou betekenen dat alle voetbalverenigingen zelf verantwoordelijk worden voor het onderhoud en dat hiervoor geen bijdrage van de gemeente meer tegenover staat. De sportinventaris wordt jaarlijks gekeurd. Aan de hand van deze keuring bekijken we of vervanging nodig is of dat onderhoud voldoende is.

Ook controleren we middels jaarlijkse inspecties het veldmeubilair. Aan de hand hiervan bekijken we welk veldmeubilair aan vervanging toe is.

Op basis hiervan kan het na te streven onderhoudsniveau worden aangemerkt als “basis”.

 

5. Financiële consequenties

Terug naar navigatie - 5. Financiële consequenties

Voor klein onderhoud, investeringen en stortingen in voorzieningen voor groot onderhoud van al onze kapitaalgoederen is € 7,5 miljoen in de begroting 2017 opgenomen. Dat is ongeveer 7% van de totale begroting. In de volgende tabel staan de budgetten vermeld die voor het onderhoud beschikbaar zijn om het door de raad opgedragen kwaliteitsniveau waar te maken. Tevens wordt aangegeven of er naast deze budgetten onderhoudsvoorzieningen of bestemmingsreserve (BR) zijn gevormd, waaruit het groot onderhoud op de langere termijn kan worden bekostigd. In het geval dat “nvt” wordt vermeld, wordt daarmee bedoeld dat er geen onderhoudsvoorziening of bestemmingsreserve beschikbaar is. In dat geval zijn de onderhoudskosten geheel opgenomen in de exploitatiebegroting.

Omschrijving

Plan

Jaar vast-stelling

Werkelijk 2017

Voorz. /BR beschikbaar

Voldoende
omvang?

Wegbeheer

Beheerplan Wegen

2015

4.344.514

 neen

 nvt

Straatverlichting

Beleidsplan Openbare Verlichting

2006

346.746

 neen

 nvt

Straatreiniging

Beheerplan Openbare Ruimte

2010

91.046

 neen

 nvt

Water

Waterplan gemeente Overbetuwe

nvt

150.209

 Maakt deel uit van GRP

 Zie GRP

Schoolgebouwen

Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties.

Basis is het M.O.P. 2013

2008

58.213

ja

 ja

Openbaar groen

Beleidsplan Openbare Ruimte

2010

1.604.920

 neen

 nvt

Speelvoorzieningen

Speelruimteplan

2012

228.716

 neen

 

 nvt

Riolering

GRP 2018-2021

2017

2.257.496 [1]

 ja

 ja

Gebouwen voor welzijn en sport

Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties

Basis is het M.O.P. 2013

2008

342.274

 ja

 ja

Gebouwen voor huisvesting bestuur en ambtelijk apparaat

Nota voorziening groot onderhoud gemeentelijke accommodaties

Basis is het M.O.P. 2013

2008

 322.168

 ja

 ja

Totaal

 

 

9.746.302

 

 

[1] Excl. de onttrekking uit de voorziening.

In bovenstaande financiële gegevens zijn de bedragen uit de betreffende taakvelden verwerkt.

Voor de gemeentelijke gebouwen zijn de ramingen voor onderhoudslasten uit het meerjarenonderhoudsplan op het overzicht vermeld. Op de taakvelden van de gemeentelijke gebouwen zijn namelijk ook overige niet onderhoudsgerelateerde exploitatielasten verwerkt.

IV. Financiering

1. Algemene ontwikkelingen

Terug naar navigatie - 1. Algemene ontwikkelingen

Beleidskader
Het financieringsbeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut gemeente Overbetuwe 2016. De financieringsparagraaf is samen met het Treasurystatuut voorgeschreven in de wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido).

Interne ontwikkelingen
De uitvoering van de treasuryfunctie heeft in het verslagjaar plaatsgevonden binnen de regelgeving zoals vastgelegd in het Treasurystatuut. Door middel van het aantrekken van kasgeldleningen is optimaal gebruik gemaakt van de lage renteniveaus. Door spreiding in de looptijden van langlopende geldleningen is het renterisico optimaal gespreid. De geldstromen die voortkomen uit de grote projecten en de grondcomplexen hebben in grote mate de omvang van de financieringsportefeuille bepaald. De vaste geldleningportefeuille is in 2017 gestegen met afgerond € 6,8 miljoen. De kasgeldleningen zijn opgenomen tegen een negatieve rente. We hebben dus geld toe gekregen op leningen. Mede hierdoor hebben we maximaal gebruik gemaakt van de kasgeldfaciliteiten, binnen de regelgeving van de wet Fido.

Externe ontwikkelingen
Het economisch herstel heeft zich binnen de eurozone in 2017 verder doorgezet. De rente is historisch laag, mede door het ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De korte rente (3 maands euribor) is in 2017 ongeveer gelijk gebleven op - 0,33%. De lange rente (10-jaars staatslening) is per saldo licht gestegen van 0,41% (per 1/1/2017) tot 0,53% ultimo 2017.

Rentegrafieken

       


Schatkistbankieren
Per 15 december 2013 is Schatkistbankieren ingevoerd. Alle overtollige liquiditeiten boven het drempelbedrag moeten worden afgeroomd naar de schatkist. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de hoogte van de begroting. De drempel is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal. Voor onze gemeente is de drempel afgerond € 665.000.

In het volgend overzicht is de ontwikkeling van de saldi op de gemeentelijke bankrekeningen opgenomen. Het drempelbedrag is in onze gemeente in 2017 niet overschreden.

Begroting: 2017   88.649.747    
Limiet: 0,75% 664.876    
2017 Gemiddeld saldo BNG Gemiddeld saldo ABN Amro Totaal Over-/onderschrijding
1e kwartaal 103.264 85.233 188.497 476.376
2e kwartaal 165.425 128.003 293.428 371.445
3e kwartaal 236.622 59.175 295.797 369.076
4e kwartaal 221.250 49.503 270.753 394.120

Positief bedrag is onderschrijding
Negatief bedrag is overschrijding

2. Gemeentefinanciering

Terug naar navigatie - 2. Gemeentefinanciering

In 2017 zijn de vaste schulden (langlopende leningen) per saldo toegenomen met € 6,8 miljoen. In de begroting werd nog uitgegaan van een groei van € 6 miljoen. De toename in langlopende leningen is voornamelijk het gevolg van het saldo van de investeringen gedurende het jaar.

Rentekosten
De totale boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2017 bedroeg € 149 miljoen. De toegerekende rentelasten over deze investeringen over het verslagjaar bedroegen € 3,55 miljoen. De werkelijke betaalde rente in 2017 is € 2,82 miljoen waarvan € 390.000 door te belasten aan grondexploitatie. Doordat de omslagrente die toegerekend is aan investeringen hoger is dan de werkelijke rente is er sprake van een positief renteresultaat van € 732.000. In de begroting was rekening gehouden met een positief renteresultaat van € 596.000. Het verschil is ontstaan door lagere marktrentetarieven dan begroot voor nieuwe financiering. Daarnaast was er in 2017 minder lange financiering en meer korte financiering, tegen lagere rentetarieven, dan begroot.

Schema rentetoerekening 2017 
(bedragen x € 1.000)

Saldo externe rente lasten en baten 1.570  
Rente over eigen vermogen en voorzieningen 1.252  
Toe te rekenen rente aan grondexploitatie -390  
Totaal werkelijk toe te rekenen rente 2.432  
Toegekende rente via renteomslag -3.164  
Renteresultaat op taakveld Treasury 732 (Voordeel)


Renterisicobeheer
Voor de korte en lange financiering zijn er de Fido-normen kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft de hoogte van het bedrag aan waarover renterisico mag worden gelopen. Hieronder vallen alle financieringen met een looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet voor het jaar 2017 bedraagt afgerond € 7,5 miljoen. Dit is 8,5% van het begrotingstotaal.

Tabel Kasgeldlimiet 2017 (bedragen x € 1.000)

Kasgeldlimiet 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
1. Toegestane kasgeldlimiet
    - in procenten van de grondslag
    - in bedragen

8,50
7.535

8,50
7.535

8,50
7.535

8,50
7.535
2. Omvang vlottende korte schuld 17.150 13.038 4.666 5.192
3. Vlottende middelen 392 942 2.947 2.856
4. Totaal netto vlottende schuld (2-3)
Toegestane kasgeldlimiet (1)
16.758
7.535
12.096
7.535
1.719
7.535
2.336
7.535
Ruimte +, Overschrijding (1-4) -9.223 -4.561 5.816 5.199

De kasgeldlimiet is in het eerste en in tweede kwartaal van 2017 overschreden en in het derde en vierde kwartaal niet. De kasgeldlimiet mag maximaal twee aaneengesloten kwartalen worden overschreden. De gemeente heeft dus binnen de wettelijke kaders gehandeld. Door de gunstige marktrente (negatieve rente) is maximaal gebruik gemaakt van de kasgeldlimiet binnen de kaders van de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. 


Renterisiconorm en renterisico’s van de vaste schuld
Berekening (bedragen x €1.000)

Stap

Variabelen Renterisico(norm)

begroting

werkelijk

verschil

(1)

Renteherziening

0

0

0

(2)

Aflossingen

9.378

9.178

-200

(3)

Renterisico (1+ 2)

9.378

9.178

-200

 

 

 

 

 

(4)

Renterisiconorm

17.730

20.950

3.220

(5a)=(4>3)

Ruimte onder renterisiconorm

8.352

11.772

3.420

(5b)=(3>4)

Overschrijding renterisiconorm

0

0

0

 

 

 

 

 

Berekening

Renterisiconorm

 

 

 

(4a)

Begrotingstotaal

88.650

105.384

16.734

(4b)

Percentage regeling

20%

20%

20%

(4)=(4a x 4b)

Renterisiconorm

17.730

21.077

3.347

Uit de tabel blijkt dat de gemeente in 2017 binnen de renterisiconorm is gebleven.

Kredietrisico’s
Onze gemeente heeft in het jaar 2017 voor een bedrag van € 6.772.000 miljoen te maken gekregen met kredietrisico. Dit kredietrisico heeft betrekking op onderstaande leningen (uitzettingen).
- De gemeente heeft een lening verstrekt aan ondernemingscentrum De Schalm ter grootte van € 1.520.000. De waarde per 1 januari 2017 bedraagt € 1.138.000.
- Hypothecaire geldleningen verstrekt aan personeel met een waarde per 1 januari 2017 van € 564.000 (betreffen restanten van de opgeheven regelingen).
- Achtergestelde geldlening aan Vitens. In 2006 zijn de preferente aandelen Vitens verkocht en omgezet in een lening. De waarde per 1 januari 2017 bedraagt € 776.000.
- Overige leningen aan verenigingen, scholen en personeelsregelingen voor een bedrag van totaal € 309.000 per 1 januari 2017.
- Verstrekte geldlening SVn inzake Startersleningen ter grootte van afgerond € 3.985.000 per 1 januari 2017. Rente en aflossing zijn afhankelijk van het aantal Startersleningen. 

Derivaten[1]
Derivaten worden in de markt onder meer afgesloten ter afdekking van (rente)risico’s. De gemeente Overbetuwe heeft in 2017 geen gebruik gemaakt van derivaten.

Kengetallen
Zie hiervoor de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

[1] Derivaten zijn financiële instrumenten die valuta- en/of renterisico’s afdekken.

V. Bedrijfsvoering

1. Bedrijfsvoeringsparagraaf begroting 2017

Terug naar navigatie - 1. Bedrijfsvoeringsparagraaf begroting 2017

In deze paragraaf leggen wij verantwoording af over de verschillende onderwerpen op het terrein van de bedrijfsvoering. Wij gaan hierbij in op het beleid en de speerpunten ten aanzien van de bedrijfsvoering per ‘PIOFACH’ onderwerp (personeel, inkoop, organisatie, financiën, automatisering, communicatie, huisvesting). Hiernaast besteden wij in deze verantwoording ook specifiek aandacht aan de onderwerpen: juridische zaken, informatiebeveiliging en procesgericht werken & lean.

Bedrijfsvoeringsvisie 2018-2020
In de afgelopen jaren zijn veel inspanningen verricht op het gebied van bedrijfsvoering waardoor het niveau van de voorzieningen diensten voldoet aan de huidige tijd (zoals hieronder is beschreven per bedrijfsvoeringdiscipline). Daarmee is tevens de basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van de bedrijfsvoering naar de toekomst. Daarom is in 2017 het traject gestart om te komen tot een bedrijfsvoeringvisie 2018-2020. Na interne consultatie, ervaringen uit het verleden, inventarisatie van de maatschappelijke trends en een SWOT is een Bedrijfsvoeringsvisie opgesteld: Visie op bedrijfsvoering Overbetuwe, Meer-Waarde Creëren 2018-2020. Deze is in februari 2018 vastgesteld en wordt de komende jaren, samen met de visie op dienstverlening, geïmplementeerd.

Uitvoeringsagenda 2014-2020
In de Uitvoeringsagenda 2014-2018 zijn de volgende speerpunten benoemd met betrekking tot dienstverlening, organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering:

  • Bepalen toekomstig takenpakket gemeente;
  • Vormgeven gekantelde manier van werken
  • Verbeteren sturing
  • Renovatie gemeentelijke huisvesting
  • Invoeren “anders werken, altijd digitaal, plaatsonafhankelijk (@@p)”
  • Doorontwikkelen dienstverlening
  • Verbeteren informatievoorziening
  • Zorgen voor solide en toekomstbestendige financiën Ontwikkelen en uitvoeren van een strategisch HR-beleid

 
Financiën
Het project: ‘Verbeterde P&C cyclus’ is in 2017 bijna volledig afgerond.

  • Alle P&C documenten zijn nu vernieuwd en digitaal via het programma Pepperflow beschikbaar. De samenstelling en opmaak van deze Jaarstukken 2017 in Pepperflow was het laatste onderdeel van deze modernisering. Met Pepperflow beschikken we nu over een toegankelijk en hanteerbaar informatiesysteem waarmee de informatievoorziening naar het dagelijks en algemeen bestuur aanzienlijk is verbeterd.
  • Verder is in 2017 een nieuwe methodiek van rapporteren ingevoerd. Vier keer per jaar is een tussenrapportage opgesteld waarin over de beleidsmatige en financiële voortgang van de begroting is gerapporteerd.
  • Het sluitstuk van dit project, de Nota risicomanagement, is op 20 februari 2018 door de raad vastgesteld.

Hoewel de afronding dus begin 2018 heeft plaats gevonden, is het uiteraard van belang om continu aandacht te blijven geven aan invulling van adequaat budgetbeheer met behulp van de verbeterde faciliteiten vanuit voornoemd project.

De doelstelling van het speerpunt ‘zorgen voor solide en toekomstbestendige financiën’ is: het op orde brengen en houden van de gemeentelijke financiële positie waarbij we zorgen voor een goed eenmalig en structureel weerstandsvermogen.

Op dit terrein zijn in 2017 belangrijke verdere stappen gezet. Het in de Kadernota 2017 opgenomen minimale streefbedrag van € 10 miljoen is inmiddels al ruimschoots gerealiseerd en de komende jaren verbetert onze reservepositie verder. Overigens is ondanks het forse positieve rekeningresultaat 2017 de omvang van onze algemene reserve per 31 december 2017 voor resultaatbestemming echter lager dan het saldo per 1 januari 2017. Dit komt hoofdzakelijk door de terugstorting van € 6,8 miljoen in de voorziening riolering. Voor het structureel weerstandsvermogen kan in de jaarstukken 2017 de kwalificatie “goed” gehandhaafd blijven. Vanuit goed rentmeesterschap blijven we uiteraard ook na 2017 zorgdragen voor solide en toekomstbestendige gemeentefinanciën.

Huisvesting
In de Programmabegroting 2017 was de informatie over dit onderwerp te vinden in een aparte paragraaf van de uiteenzetting van de financiële positie.

In het jaar 2017 is er veel gebeurd op het gebied van ambtelijke huisvesting. Hieronder een beknopte samenvatting. In maart 2017 is